Dossier: 

De straat versus de staat

De voorbije weken waren straatprotesten hét onderwerp van het internationale nieuws. Is dit een nieuwe manier om actief aan democratie te doen? Of betekent de opkomst van de straat meteen het einde van de democratische staat?

Het contrast tussen Tahrir en Taksim kon niet groter zijn. In Egypte leidde de grootste manifestatie uit de menselijke geschiedenis tot een militaire staatsgreep die begeleid werd met vuurwerk en een volksfeest waarin communisten, salafisten en kopten hand in hand dansten op het graf van wat een nieuwe democratie had moeten worden. In Turkije veegden de ordediensten straten, pleinen en parken schoon op bevel van de regering die geen millimeter afweek van haar democratisch verworven mandaat en zelfingenomen machtsuitoefening. Tussen Tahrir en Taksim liggen de straten van Brazilië, waar massale demonstraties de regering van Dilma Roussef niet kelderden, maar door haar wel beantwoord werden met dialoog en ingrijpende hervormingsvoorstellen. Heeft de straat de staat overwonnen in 2013?

De golf demonstraties die de straten van de wereld, en dus ook onze computer- en beeldschermen, overspoelt is niet nieuw. Guy Fawkes en zijn enigmatische masker uit V for Vendetta is al enkele jaren onder ons. Het Franse weekblad Courrier International pakte twee jaar geleden al uit met de cover: ‘2011: Année révoltée’. Het nummer documenteerde een lange lijst opstanden tegen sociale afbraak en voor politieke participatie van uitgesloten of zonder meer verdrukte groepen burgers. Egypte en Tunesië, Chili en Londen, Griekenland en Spanje passeerden uiteraard de revue. Maar ook in Brazilië en China, India en de Verenigde Staten, Israël en Marokko hadden burgers de weg naar de straat teruggevonden. Vaak klinkt de schreeuw van verzet creatief en verfrissend, soms is het een schril en verkillend geluid. De Turkse, Braziliaanse en Egyptische betogers van de voorbije weken behoren tot dezelfde historische golf van burgerprotest. In november 2011 interviewde ik de Algerijnse topdiplomaat “op ruste” Lakhdar Brahimi (80), momenteel VN-bemiddelaar voor Syrië. ‘Uiteindelijk komt democratie hierrop neer,’ zei hij: ‘een samenleving waarin de overheid niet uit dieven bestaat en de burgers rechten hebben.’ Volgens mij is dat een definitie die dicht staat bij de eisen die in Istanboel, Rio de Janeiro en Caïro uitgeschreeuwd worden.

het goede nieuws is dat overheden die weigeren te luisteren naar de terechte eisen van de bevolking, de rekening gepresenteerd krijgen –niet per se bij de volgende verkiezingen, maar contant en op de straat.

Als het democratie is waarvoor miljoenen mensen zich de voorbije weken en jaren gemobiliseerd hebben via Facebook en Twitter, via burgerintiatieven, sociale bewegingen en partijen allerhande, dan rijst de vraag waarom de demonstranten zich vandaag zo massaal tegen democratisch verkozen regeringen en presidenten kanten. Het eerste antwoord op die schijnbare paradox is natuurlijk dat het winnen van een verkiezing niet hetzelfde is als het hebben en houden van het morele recht om het volk –of zelfs de occasionele meerderheid die je aan de macht bracht- te vertegenwoordigen. Dat recht hangt op de eerste plaats af van heel concreet beleid. Van betrouwbaar water uit de kraan, elektriciteit op het net, de vrijheid om zelf keuzes te maken, betaalbare energie, leerkrachten die kinderen leren lezen en rekenen om de 21ste eeuw aan te kunnen. Verkozen leiders moeten voor iedereen toegang tot openbare diensten en openbare ruimten verzekeren, ze moeten de hele bevolking in staat stellen mee te genieten van de rijkdommen van het land en helpen mee welvaart te creëren. Ze moeten, met andere woorden, het volk en zijn langetermijnbelangen vertegenwoordigen, en ze moeten gezien worden als de actieve vertegenwoordigers van dat belang. En daar zit het essentiële probleem van de meeste democratieën vandaag: de politieke leiders zijn massaal gaan geloven dat ze verkozen zijn om economische groei te stimuleren en daarvoor, geloven ze, moeten ze op de eerste plaats de eisen van internationale zakenimperia inwilligen. Het geldt als een daad van politieke moed en leiderschap om in te gaan tegen de belangen van de kiezers maar te plooien voor de dictaten van het kapitaal.

De roep om verkozen leiders af te zetten is in wezen een roep voor het herstel van de democratie in een tijd waarin dat begrip en de instellingen die opgebouwd werden om het in de praktijk te brengen hun legitimiteit verliezen. Uiteraard is dat protest kwetsbaar voor populistisch misbruik of voor manipulatie door geslepen militairen. Als de democratie minder geloofwaardig wordt, groeit niet enkel de eis tot echte participatie, maar ook de aantrekkingskracht van het autoritaire alternatief. Stéphane Hessel, de vorig jaar overleden peetvader van de Indignados, drukte in een gesprek dat ik met hem had in Brussel de vrees uit dat het neoliberale beleid van de Europese instellingen tot een groeiende afwijzing van het Europese project zal leiden en dus tot de hergeboorte van onverdraagzame en autoritaire staten. In de meeste landen waar burgers niet of slecht georganiseerd de straat op trekken, baart de afwezigheid van een helder en democratischer alternatief terecht zorgen. Komen er vervroegde verkiezingen in Egypte –en wat zullen die opleveren- of leidt de repressie tegen de electoraal gelegitimeerde Moslimbroeders tot hardere, gewelddadige confrontaties van lange duur? Welk gezicht zou een seculier alternatief voor de moslimdemocraten van Erdogan in Turkije krijgen? Zou een Brazilië zonder de Arbeiderspartij van Dilma Roussef democratischer en socialer zijn?

De protestgolf van de jaren 2010 is geen wedstrijd tussen de Schone en het Beest, het is een botsing binnenin een warrig systeem van afspraken en verwachtingen. Maar het goede nieuws is dat overheden die weigeren te luisteren naar de terechte eisen van de bevolking, de rekening gepresenteerd krijgen –niet per se bij de volgende verkiezingen, maar contant en op de straat. Het is een les die de militairen in Egypte en andere autocraten, maar ook onze huidige en toekomstige, democratisch verkozen premiers, minister-presidenten en burgemeesters best ernstig nemen.

Deze opinie verscheen ook in De Standaard van 8 juli 2013.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur