De strapatsen van de Luxemburgse geheime dienst

Jean-Claude Juncker, de premier van Luxemburg, moet aftreden na een spionageaffaire. Wat heeft de Luxemburgse geheime dienst SREL precies op haar kerfstok? MO* bestudeerde het explosieve rapport van de parlementaire onderzoekscommissie dat leidde tot Junckers aftreden en zet de strapatsen op een rijtje.

  • European Council Eerste minister Juncker van Luxemburg in betere tijden. European Council

Maar liefst 47 keer is ze tussen december 2012 en juli 2013 samengekomen, de onderzoekscommissie van het Luxemburgse parlement die de perikelen rond de Luxemburgse geheime dienst onder de loep nam. De SREL (Service de Renseignement de l’Etat Luxembourgeois), amper zestig man groot, kwam in november 2012 in het oog van de storm nadat uitlekte dat een voormalig hoofd van de geheime dienst stiekem een gesprek met premier Juncker had opgenomen.

Dat Juncker zelf ook het doelwit was van spionage, kon niet voorkomen dat hij –als minister verantwoordelijk voor de Luxemburgse geheime dienst– moest aftreden.

Het onderzoeksrapport van 140 pagina’s, goedgekeurd op 5 juli 2013, schetst een onthutsend beeld van de Luxemburgse geheime dienst tijdens én na de Koude Oorlog. ‘De lijst met disfuncties en illegale praktijken is lang’, schrijft de Luxemburgse onderzoekscommissie onder leiding van Alex Bodry.

Ze ondervroeg dertien getuigen (waaronder ook Jacques Santer, oud-voorzitter van de Europese Commissie) en raadpleegde talrijke documenten uit het archief van de SREL. In haar rapport lijst de onderzoekscommissie twintig punctuele en structurele pijnpunten op. 

Politici bespioneerd

Tijdens de Koude Oorlog volgde de Luxemburgse geheime dienst nauwgezet de handel en wandel van alle burgers en bewegingen die zich kritisch over de staat uitlieten. Ze legde maar liefst 300.000 individuele dossiers aan.

‘De surveillance en het aanleggen van dossiertjes dienden niet enkel om de veiligheid van het land te verzekeren. Het ging ook het observeren van politieke tegenstanders die op geen enkel moment een risico voor de publieke veiligheid uitmaakten’, aldus het rapport. Zelfs verkozen parlementsleden kwamen in het vizier van de SREL.

De onderzoekscommissie wil dat de huidige SREL-wet in die zin wordt aangepast dat spionage voor binnenlandse politieke doeleinden voortaan expliciet verboden wordt.

Of het bespioneren van eigen politici ook na de val van de Berlijnse Muur structureel bleef bestaan als praktijk, kon de onderzoekscommissie niet aantonen. De reden? Marco Mille, oud-directeur van de SREL, had gericht een deel van het SREL-archief laten vernietigen, met name de dossiers die de geheime dienst in een lastig parket zouden kunnen brengen. 

Premier en groothertog afgeluisterd

Wel focust het onderzoeksrapport op een recente politieke spionage-affaire, nota bene gericht tegen de Luxemburgse premier Juncker zelf. Op 31 januari 2007 had Juncker een onderhoud over lopende dossiers met toenmalig SREL-directeur Marco Mille. Zonder medeweten van Juncker had die het gesprek opgenomen, via een verborgen microfoontje in zijn polshorloge.

Mille verklaarde voor de onderzoekscommissie dat de opname moest dienen om aan zijn eigen dienst te bewijzen dat hij de premier over bepaalde feiten had ingelicht, en om te bewijzen dat Juncker zijn akkoord had gegeven om een bepaalde persoon af te luisteren.

Het radiostation RTL onthulde de affaire op 19 november 2012. Drie dagen later meldde RTL dat de Luxemburgse geheime dienst in 2005 of 2006 ook een gesprek tussen premier Juncker en groothertog Jan had afgeluisterd. Gespreksthema toen was de Bommeleeër-affaire, een reeks bomaanslagen in Luxemburg in de jaren tachtig (zie hieronder: Stay Behind).

De RTL-onthullingen vormden de aanleiding voor het grote parlementaire onderzoek. Tegelijkertijd startte ook het Luxemburgse parket een onderzoek, dat momenteel nog steeds loopt.

Oprichting privé-inlichtingendienst

De onderzoekscommissie hekelt ook het feit dat Frank Schneider, voormalig hoofd operaties, na zijn loopbaan bij de Luxemburgse geheime dienst een privé-inlichtingendienst heeft opgericht. Strikt gezien is dat volgens Luxemburgse wet niet verboden. Maar bij de oprichting van het bedrijf –dat vandaag Sandstone heet– maakten de verantwoordelijken gebruik van geclassificeerde informatie, aldus de onderzoekscommissie.

Schneider zou ook laten uitschijnen dat Sandstone mee gefinancierd wordt door de staat om het economisch patrimonium van Luxemburg te beschermen.

Illegaal afluisteren

Wanneer de SREL telefoongesprekken wil afluisteren, moet het daarvoor voorafgaandelijk toestemming krijgen van de rechterlijke macht. Die procedure lapte de geheime dienst herhaaldelijk aan haar laars. Onder meer een Russische miljonair werd zonder toestemming van de rechters afgeluisterd.

De illegale afluisteroperaties leidden vaak niet eens tot resultaten, en één keer werd zelfs de foute persoon afgeluisterd. Het Luxemburgse gerecht onderzoekt momenteel een aantal van deze illegale praktijken.

De chauffeur die spion werd

De onderzoekscommissie stelt zich vragen bij de rol van Roger Mandé, voormalig chauffeur en vertrouweling van premier Juncker. In 2006 ging de man op vraag van Juncker in dienst bij de SREL. Die vreesde dat Mandé als mol binnen de dienst werd neergezet om op de hoogte te blijven van het interne reilen en zeilen.

Later ging Mandé in Brussel aan de slag als verbindingsagent tussen de SREL en de Navo. ‘Die overplaatsing blijft iets raadselachtig’, aldus de onderzoekscommissie. ‘Werd hij met een specifieke missie gestuurd of simpelweg aan de kant geschoven?’

Volgens de onderzoekscommissie moet Mandé niet aan oversten rapporteren over zijn activiteiten in Brussel. ‘Luxemburg oefent geen controle uit op de informatie die op die manier wordt uitgewisseld met buitenlandse geheime diensten van de Europese Unie. Dit is een ontoelaatbare situatie.’

Vreemde contacten met een privé-bedrijf

De onderzoekscommissie kreeg een document in handen waaruit blijkt dat de SREL benaderd werd door een privébedrijf dat wel erg opmerkelijke diensten aanbood: het stelde wereldwijd privé-vliegtuigen en hotelkamers ter beschikking van de SREL, in ruil voor een direct en discreet contact met de overheid in Luxemburg.

‘Het document doet vermoeden dat een werknemer van de SREL, en zijn tussenpersoon, erg verontrustende conversaties hebben gehad over het functioneren van de politieke en administratieve wereld in Luxemburg.’

Structurele disfuncties

Verder laakt de onderzoekscommissie in haar rapport ook nog het gebrek aan onder meer: financiële controle op de inlichtingendienst, procedures om nieuwe krachten aan te werven, een duidelijke hiërarchie binnen de SREL, coördinatie tussen de ministers en parlementaire controle op de inlichtingendienst.

Stay behind en de Bommeleeër-affaire

Over de schandalen die de Luxemburgse premier Juncker de kop hebben gekost, hangt de schaduw van de jaren tachtig. In 1984 en 1985 werd Luxemburg opgeschrikt door een reeks bomaanslagen op kritische infrastructuur en openbare gebouwen. De zogenaamde Bommeleeër-affaire werd nooit opgehelderd –al loopt er vandaag wel een proces tegen twee verdachten.

Doorheen de jaren doken over de Bommeleeër verschillende complottheorieën op –naar analogie met de vele verschillende hypotheses die in België over de Bende Van Nijvel zijn gelanceerd. Volgens één complottheorie bestond er een directe link tussen de bommenleggers in Luxemburg en toenmalige stay behind-netwerken.

Na de Tweede Wereldoorlog zetten de Amerikaanse CIA en de Britse geheime dienst MI6 in heel West-Europa slapende netwerken op die in actie moesten komen tijdens een mogelijke Sovjetbezetting. De clandestiene operatie, die bekend raakte onder de naam Gladio, werd gecoördineerd vanuit België en bleef meer dan veertig jaar lang geheim voor het grote publiek.

Als de Sovjettroepen ooit West-Europa zouden bezetten, moesten de zogenaamde stay behind-netwerken weerstandsoperaties opzetten, neergeschoten piloten evacueren en bevoorradingslijnen van de Sovjets saboteren. De geheime legers werden door de CIA en MI6 bewapend met machinegeweren, explosieven, munitie en hightech communicatieapparatuur. Het materiaal werd verborgen in geheime wapenopslagplaatsen in bossen en ondergrondse bunkers.

Gladio in België

In België telde het internationale Gladio-netwerk twee takken: de SDRA8 en de STC/Mob. De SDRA8 maakte deel uit van de militaire inlichtingendienst ADIV. De leden waren militairen, getraind in sabotage, parachutespringen en maritieme operaties. Deze tak moest inlichtingen verzamelen en evacuatieroutes organiseren als België ooit bezet zou worden.

De civiele tak STC/ Mob – de Sectie Training, Communicatie en Mobilisatie – was ondergebracht bij de Staatsveiligheid. De leden waren burgers die werden gerecruteerd uit anticommunistische kringen. Ze kregen onder meer een opleiding om met gesofistikeerde Harpoon-communicatiesystemen berichten te encrypteren en versturen.

De agenten van SDRA8 en STC/Mob volgden op regelmatige basis trainingen in België en soms in het buitenland. Ze leerden bijvoorbeeld om Gladio-collega’s door heel Europa te smokkelen zonder langs grenscontroles of douanes te moeten passeren. Elke Gladio-agent kreeg ook een codenaam en een nummer.

Het was wachten op Godot, de Sovjets kwamen maar niet. Bij gebrek aan een Sovjetinvasie nam het Gladio-netwerk in verschillende Europese landen de wapens op in een geheime oorlog tegen politiek links. Strategici in Londen en Washington redeneerden immers dat ook de opkomst van communistische partijen in westerse democratieën een gevaar betekende.

In verschillende landen raakten de Gladiatoren betrokken bij terroristische aanslagen, doelgerichte moorden en mensenrechtenschendingen die aan de communisten werden toegeschreven om links te discrediteren. Italië werd het zwaarst getroffen door het Gladioterrorisme.

Het bestaan van Gladio onthuld

In augustus 1990 bevestigde de Italiaanse premier Giulio Andreotti het bestaan van een geheim leger in Italië en andere landen in West-Europa. Het eerste dominosteentje van het geheime netwerk was gevallen. Rechters, volksvertegenwoordigers, academici en onderzoeksjournalisten in West-Europa stortten zich op Gladio en probeerden het clandestiene netwerk tot in de details te ontrafelen. Maar de betrokken regeringen hielden zo lang mogelijk de boot af en ontkenden aanvankelijk dat ze iets van het netwerk afwisten.

In november 1990 boog het Europees Parlement zich over de Gladio-affaire. In een resolutie over de kwestie haalde het Europees Parlement uit naar de Amerikaanse inmenging. ‘We protesteren krachtig tegen de veronderstelling die leeft bij een aantal Amerikaanse militairen binnen SHAPE en NAVO, namelijk dat ze het recht hebben om in Europa de oprichting van een clandestien inlichtingennetwerk aan te moedigen.’

Op 7 november 1990 gaf minister van Defensie Guy Coëme toe dat ook in België een geheim Gladio-leger had bestaan. Net als in Italië en Zwitserland riep het parlement een onderzoekscommissie in het leven.

De parlementariërs ontdekten onder meer dat het geheime leger nog steeds actief was. Op 24 oktober 1990 had in Brussel immers nog een vergadering plaatsgevonden van het Allied Clandestine Committee, het geheime commandocentrum van Gladio dat als SDRA11 administratief was ondergebracht bij de ADIV. Generaal Raymond van Calster, toenmalig hoofd van de militaire inlichtingendienst ADIV, zat die vergadering voor. Van Calster ontkende aanvankelijk dat de vergadering had plaatsgevonden maar werd ingehaald door de waarheid. Op 23 november besloot de Belgische regering om het Gladio-netwerk te ontbinden. 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift