De strijd om pijpleidingen

De pijpleidingen die vandaag in de steigers staan –Nord Stream, South Stream en Nabucco– bepalen morgen de energieveiligheid van Europa. ‘Je kunt de huidige internationale politiek niet begrijpen als je geen oog hebt voor de energiedimensie.’
  • Klaus von Mandelsloh, North Stream De pijpleidingen bepalen morgen de energieveiligheid van Europa. Klaus von Mandelsloh, North Stream
In april 2010 gaat een internationale joint venture van start met de aanleg van Nord Stream, een aardgaspijpleiding van 1220 kilometer die Rusland met Duitsland verbindt. Sinds midden februari –dertien jaar na de eerste haalbaarheidsstudie– zijn alle nodige milieu- en transitvergunningen binnen.
Op de bodem van de Baltische Zee zal Nord Stream door de exclusieve economische zones van Rusland, Zweden, Denemarken en Duitsland lopen. ‘Nord Stream zal een belangrijke bijdrage leveren aan de Europese energieveiligheid’, belooft directeur Matthias Warnig. Volledig afgewerkt kan de pijpleiding 55 miljard kubieke meter gas per jaar van Rusland naar Duitsland transporteren. Daarmee kunnen 26 miljoen gezinnen een jaar lang van energie worden voorzien.
Vanuit Duitsland kan het gas uit Nord Stream verder gedistribueerd worden. De Russische energiereus Gazprom, die 51 procent van de aandelen van Nord Stream bezit, heeft hiervoor al langetermijncontracten gesloten met Denemarken, Nederland, Groot-Brittannië, Frankrijk en België.
Voor Moskou is het Nord Stream-project een topprioriteit voor 2010. Met de pijpleiding kan Rusland voortaan de transit van gas door Oekraïne en Wit-Rusland omzeilen – landen waarmee het Kremlin de voorbije jaren regelmatig in de clinch lag. Omgekeerd zijn een aantal Midden-Europese landen ervoor beducht dat Rusland in de toekomst de gaskraan zou kunnen dichtdraaien zonder dat Duitsland of andere West-Europese landen daarvan gevolgen zouden ondervinden.
‘In de Baltische Staten voelen ze de hete adem van de Russische beer’, zegt professor David Criekemans (Universiteit Antwerpen, Koninklijke Militaire School en Steunpunt Buitenlands Beleid), expert in de geopolitiek. ‘De Nord Stream wordt er zelfs vergeleken met het Molotov-Ribbentroppact. De vrees is dat Rusland tijdens een crisis tweespalt kan creëren binnen de EU, tussen Oost-Europese landen die zonder gas vallen en West-Europese landen die rustig verder kunnen consumeren.’


Pijpleidingen creëren stabiliteit

Pijpleidingen creëren afhankelijkheidsrelaties tussen producenten en consumenten, want je kunt ze niet omleggen. Schepen en tankers kun je wel verplaatsen, maar pijpleidingen zijn een vast gegeven.

Als je miljarden euro’s investeert in de aanleg van een pijpleiding, dan wil je er zeker van zijn dat er een gegarandeerde aanvoer van gas is en een stabiele relatie tussen producent en consument. In die zin zijn pijpleidingen goed voor energieveiligheid. Ze creëren stabiele relaties: de verkoper moet de pijpleiding gebruiken.

En als die pijpleiding van Rusland naar Europa gaat, dan loopt ze niet van Rusland naar China. Rusland kan niet zomaar even beslissen om het gas niet meer aan Europa maar aan China te leveren, omdat je de geografische locatie van een pijpleiding niet kunt veranderen. 
 


Aardgas steeds belangrijker


De joint venture achter Nord Stream wijst erop dat de pijpleiding Europa zal helpen zijn klimaatveranderingdoelstellingen te halen door olie en steenkool te vervangen. Gas heeft immers de laagste CO2-uitstoot van alle fossiele brandstoffen, vijftig procent minder dan steenkool. Professor Criekemans beaamt dat. ‘We zijn bezig met een shift van olie richting aardgas. Als landen op energie-efficiëntere technologieën willen overstappen, worden ze bijna automatisch richting aardgas gedwongen. Daarbij komt dat het aanbod aan aardgas nog veel omvangrijker is dan dat van olie.’
Volgens het Internationaal EnergieAgentschap zijn er wereldwijd meer dan 180 triljoen kubieke meter aangetoonde gasreserves – goed voor nog zestig jaar productie op het huidige niveau. Criekemans: ‘Een positief element is dat aardgas vaak langs kustgebieden te vinden is, daardoor is er een betere spreiding van aardgas dan van olie. Niettemin kun je moeilijk om een aantal dominante spelers zoals de Russische Federatie, Iran en Qatar heen. Rusland bezit een kwart van al het gas ter wereld.’
Vast staat in ieder geval dat de wereldwijde vraag naar aardgas in de toekomst alleen nog maar zal toenemen – volgens het Internationaal EnergieAgentschap met meer dan veertig procent in de komende twintig jaar. In de Europese Unie is gas momenteel goed voor een kwart van de energievoorziening. Zestig procent daarvan wordt nu al geïmporteerd. Omdat de eigen productie alleen maar verder zal dalen, zal die import tegen 2020 oplopen tot tachtig procent, zo berekende de Europese Commissie.

Een koude winter in Kiëv


Dat Europa steeds afhankelijker wordt van geïmporteerd gas is uit het oogpunt van energieveiligheid niet eens zo’n punt, zolang het maar gas uit verschillende regio’s importeert – diversificatie is de leus. Maar het probleem is dat een aantal EU-lidstaten voor honderd procent afhankelijk zijn van Russisch gas: Bulgarije, Estland, Letland, Litouwen, Finland, Roemenië en Slowakije.
Het gevaar van al te grote afhankelijkheid van Moskou werd duidelijk toen Gazprom begin 2006 de gaskraan naar buurland Oekraïne dichtdraaide. Kiëv had jarenlang een gunsttarief voor gas genoten, maar Rusland wilde hogere tarieven gaan aanrekenen. Moskou en Kiëv vonden geen compromis, Gazprom hield het been stijf en het werd een koude winter in Oekraïne.
 De verminderde druk in de gasleidingen die door Oekraïne naar West-Europa liepen, was echter ook voelbaar in andere Europese landen. In dezelfde maand werd bovendien de toevoer van Russisch gas naar Georgië afgesneden door ontploffingen in de Mozdok-Tbilisi-pijplijn.
‘De gascrisis van 2006 was een wekroep voor Europese beleidsmakers’, zegt Criekemans. Experts waarschuwden voor een te grote afhankelijkheid van Russisch gas. Anno 2006 importeerde Europa een kwart van zijn gas uit Rusland. En die afhankelijk is alleen maar toegenomen. Vandaag is 42 procent van de Europese import afkomstig uit Rusland, 24 procent uit Noorwegen, 18 procent uit Algerije en 5 procent uit Nigeria.
Behalve door politieke conflicten kan de toevoer van gas uit Rusland ook in het gedrang komen door infrastructuurproblemen. Criekemans: ‘Een groot deel van het gigantische pijpleidingennetwerk in de hele Russische Federatie is bijzonder verouderd. Dus zijn er enorme investeringen nodig. Toen de energieprijzen hoog stonden en buitenlandse deviezen Rusland binnenstroomden, heeft Poetin echter de politieke beslissing genomen om die niet te gebruiken om pijpleidingen te vernieuwen, maar om de buitenlandse schuld af te betalen.’
En aangezien Gazprom zwaar getroffen werd door de economische crisis (volgens de Moscow Times bedroeg Gazproms beurswaarde in mei 2008 meer dan 256 miljard euro, maar viel ze door de economische crisis terug tot 98 miljard euro), heeft het vandaag al helemaal geen geld op overschot.

Nabucco


In de nasleep van het Russisch-Oekraïense gasconflict kwam één project steeds meer in het middelpunt van de aandacht: Nabucco, een pijpleiding die gas van de Kaspische Zeeregio naar de EU moet transporteren en daarbij niet door Rusland loopt. De eerste gesprekken over Nabucco vonden in 2002 plaats.
Criekemans: ‘Na de eerste vergadering ging het consortium van betrokken bedrijven (OMV, MOL, Transgaz, Bulgargaz en Botas) naar de Weense staatsopera en zag er Nabucco van Giuseppe Verdi – het verhaal van de Hebreeuwse joden die onderdrukt werden door koning Nebukadnezar in Babylon. Dat wordt dan in een mooi pr-verhaal direct gekoppeld aan de onderdrukking van de EU door Rusland.’
‘Ze hebben het heel slim gespeeld, want ze hebben extra Europese financiering gekregen. Het werd een politiek project, en de Europese Commissie zag voor de eerste keer een opportuniteit om zich wat meer geopolitiek te positioneren.’
Op 13 juli 2009 tekenden Oostenrijk, Hongarije, Roemenië, Bulgarije en Turkije een akkoord over Nabucco. Dat legt de legale basis voor de gastransit door deze landen. De aanleg van de pijpleiding zelf is gepland voor 2011. Maar een probleem dat nog steeds op tafel ligt, is de aanbodzijde. Criekemans: ‘Als Nabucco –in de geest van de opera van Verdi– de Russische federatie wil omzeilen, waar kun je dan gas halen?’
Op de website van Nabucco klinkt het ambitieus dat de pijpleiding gas zal vervoeren ‘vanuit Azerbeidzjan, Turkmenistan, Kazachstan, Egypte, Rusland en op een later tijdstip uit Iran. Het valt na te gaan of ook gas uit Irak aan Nabucco kan worden gekoppeld.’
Volgens Criekemans is die aanbodzijde lang niet gegarandeerd. ‘Irak roept vragen op over stabiliteit en haalbaarheid. Iran vormt een politiek probleem, de Verenigde Staten zullen het niet graag hebben. Dan heb je Azerbeidzjan, maar dat verkoopt intussen ook een klein volume gas aan Gazprom. De grote kandidaat is Turkmenistan, dat wellicht beschikt over grote, maar vooralsnog niet allemaal bewezen gasvoorraden. Maar ook daar kopen de Russen gas op, om het vervolgens aan Europa of andere partijen te verkopen. Heeft Turkmenistan nog wel aanbod?’
Niet alleen uit Rusland maar ook uit het oosten is er bovendien concurrentie: recent nog opende Turkmenistan pijpleidingen naar Iran en naar China.
‘Het zou goed zijn dat Nabucco er komt,’ zegt Criekemans, ‘maar ik denk dat Nabucco in zijn huidige vorm bijna ten dode opgeschreven is. Rusland heeft het fantastisch gespeeld. Eigenlijk is Nabucco diplomatiek helemaal wegonderhandeld. Het antwoord van Rusland heet South Stream.’

South Stream


‘Het doel van het South Stream-project is de Europese energieveiligheid te versterken’, aldus Gazprom. ‘Het is ook een verdere stap in de Gazprom-strategie om de aanvoerroutes van Russisch gas te diversifiëren.’

De pijpleiding moet gas van Rusland naar Zuid-Europa transporteren zonder daarbij van Oekraïne of Wit-Rusland afhankelijk te zijn. Het traject loopt via de Zwarte Zee, en vervolgens door Bulgarije, Servië, Hongarije, Griekenland en Slovenië. Deadline: eind 2015. Het offshoredeel wordt gerealiseerd door een joint venture van het Russsische Gazprom en het Italiaanse ENI, die in november 2006 een strategisch partnerschap tekenden. Vervolgens sloot Gazprom contracten met Bulgarije, Servië, Hongarije en Griekenland.
‘Al die Europese lidstaten onderhandelen individueel’, zegt Criekemans. ‘Ze houden elkaar niet op de hoogte van gesprekken die ze met derde partijen voeren. In maart 2009 kondigde Hongarije aan dat het in het South Stream-project stapte. Nochtans was uitgerekend Boedapest het meest anti-Russisch en een van de grootste voorstanders van Nabucco. Maar volgens de premier van Hongarije had de tweede energiecrisis met Oekraïne hen de ogen geopend.’
Die tweede energiecrisis vond plaats in januari 2009. Criekemans: ‘De Oekraïners konden de rekeningen van Gazprom niet betalen – wat voor Gazprom het ideale cadeau was om de gastoevoer stil te leggen. In vergelijking met de vorige gascrisis speelde Oekraïne overigens zelf niet helemaal een zuivere rol.’ Gevolg: Bulgarije, Tsjechië, Slowakije, Oostenrijk en Servië kregen minder gas.
België steunt in het algemeen de diversificatie van energiebronnen en is bijgevolg niet tegen Nord Stream, South Stream of Nabucco gekant – met dien verstande dat België bij Nord Stream en South Stream geen direct belang heeft. Criekemans: ‘Je hebt de economen die zeggen dat het lachwekkend is South Stream én Nabucco parallel naast elkaar te ontwikkelen. Het zou veel te duur zijn en bovendien zinloos. Maar geopoliticologen zeggen: het zorgt voor een zekere diversificatie.’
‘Aan de andere kant: overal waar de EU pogingen onderneemt om te diversifiëren, staat Gazprom klaar om er een tegenantwoord op te bieden. Er is het wilde idee om een pijpleiding te bouwen van Nigeria, door de Sahara, richting Algerije en Libië. Gazproms reactie? “Wij kopen ons in.”’

Europees energiebeleid


De roep om een Europees antwoord op de energie-uitdagingen klonk steeds luider. Op 16 juli 2009 vaardigde de Europese Commissie een verordening uit om de gasvoorzieningszekerheid in Europa te verbeteren. Die draagt lidstaten op duidelijke en effectieve noodplannen op te stellen: ze worden ertoe verplicht om in geval van een crisis nauw met elkaar samen te werken, onder meer door gegevens en informatie over gastoevoer met elkaar te delen.

Commissievoorzitter José Manuel Barroso: ‘Een verhoogde energiezekerheid wordt de komende jaren een van de topprioriteiten. We moeten streven naar een optimale situatie, maar ons tegelijkertijd voorbereiden op het ergste. Europa moeten lessen trekken uit de vorige crisissen en ervoor zorgen dat de Europese burgers nooit meer in de kou blijven zonder dat zij daar enige schuld aan hebben.’ De verordening wordt pas van kracht wanneer ze door de Raad en het Europees Parlement is goedgekeurd.
Verder werkt de Commissie een tweede energieactieplan uit, een totaalpakket dat onder meer de energiesolidariteit tussen de lidstaten moet bevorderen. Het eerste actieplan dateert van 2007. Het legde de 20-20-20-doelstelling op (20% hernieuwbare energie, 20% minder broeikasgassen en 20% energiebesparing), evenals de liberalisering van de interne markt.
Het nieuwe energieactieplan is gebaseerd op de tweede Strategic Energy Review van de Commissie, waarin ook een specifiek hoofdstuk over energiezekerheid staat. De Commissie pleit onder meer voor steun aan nieuwe pijpleidingen en infrastructuurprojecten, waaronder meer interconnecties tussen de verschillende nationale gasmarkten binnen de EU. De Commissie wil tevens dat de EU meer met één stem spreekt in dossiers rond energieveiligheid.
Ten slotte breidt ook het Lissabonverdrag, dat sinds eind vorig jaar van kracht is, de bevoegdheden van de Europese Unie op energiegebied uit. Het Europees Parlement en de Raad kunnen voortaan maatregelen nemen om de continuïteit van de energievoorziening te waarborgen en de interconnectie van energienetwerken te bevorderen.
‘Je merkt wel dat er een duidelijke algemene wil is om meer en meer met één stem te gaan spreken’, klinkt het in diplomatieke kringen. ‘Maar dat gaat nog niet zo ver dat bijvoorbeeld de betrokkenheid van de Duitse energiegroep RWE bij Nabucco plots Europees geregeld zou worden.’ EU-lidstaten blijven het recht behouden om zelf hun energiebronnen te kiezen en de algemene structuur van hun energievoorziening te bepalen.


Navo: koffiedik kijken



Ook de Navo laat zich niet onbetuigd op energiegebied. Anno 2010 produceert de Navo studies over energieveiligheid en wisselt ze informatie uit om trends op lange termijn vast te stellen. Bovendien werkt het bondgenootschap aan een nieuw Strategisch Concept – een soort beginselverklaring waarin beschreven staat waar het zich in de toekomst mee bezig moet houden. Daarin staan ook nieuwe veiligheidsuitdagingen zoals energietoevoer centraal.
Maar welke rol de Navo voor zichzelf op energiegebied concreet weggelegd ziet, dat blijft nog koffiedik kijken. ‘Natuurlijk zijn er veiligheidsissues’, zegt Christof van Agt, onderzoeker aan het Nederlandse Instituut voor Internationale Relaties Clingendael. ‘Maar de Navo is níet de organisatie die zich moet bezighouden met de beleidsdialoog met producenten over energievoorzieningsveiligheid, of met de voorwaarden inzake het sluiten en naleven van contracten tussen partijen. Dat is niet het juiste signaal in een sector waar economische en  commerciële overwegingen bepalend dienen te zijn.’

Breuk met Rusland


Een wettelijk bindend multilateraal instrument dat wél gaat over het sluiten van energiecontracten is het Energiehandvestverdrag. Van Agt: ‘Het gaat over investeringsbescherming, over doorvoerstromen van olie en gas, en over de handel in energiematerialen.’ Het verdrag werd in 1994 ondertekend – kort na de Koude Oorlog, toen de indruk leefde dat ook de Russische energiesector gewoon zou aansluiten bij het Westerse marktmodel, en Rusland een overgang doormaakte naar een vrijemarkteconomie.
Van Agt: ‘Vijftien jaar later zegt Rusland: “Al die westerse regels over investeringsbescherming, transit en third party access, en hoe het verwoord staat in het Energiehandvestverdrag, zijn verouderd, die vegen we van tafel.” En Moskou haalde in 2009 zijn handtekening van het verdrag terug.’
‘Er is een fundamentele vertrouwenskwestie tussen wat Europa –en de Transatlantische wereld– wil en wat Rusland wil. De achterliggende drijfveren zijn Kosovo, de uitbreiding van de Navo, 9/11 en Irak en Afghanistan. Dat alles heeft tot een breuk geleid. Rusland is zich sterker gaan profileren op energie – aangezien dat het instrument is waarmee het grote invloed kan uitoefenen.’ Toch is van Agt niet pessimistisch. ‘De fase waar we nu in zitten biedt kansen om te kijken hoe zinnig de recente ontwikkelingen op energiegebied tussen Europa en Rusland zijn.’

Oog van de storm


Het momentum waar van Agt op doelt, is het gevolg van een samenloop van twee factoren. Ten eerste is door de economische crisis de gasvraag sterk gedaald – wat overigens niet wegneemt dat ze op lange termijn sowieso opnieuw zal stijgen.
Ten tweede zijn LNG (vloeibaar gas) en onconventioneel gas wereldwijd aan een opmars bezig. Onconventioneel gas is gas dat zich in bepaalde geologische formaties bevindt en dat pas sinds kort door een nieuwe boortechniek –hydraulische fracturatie– op een economisch haalbare manier ontgonnen kan worden. In de Verenigde Staten heeft de ontginning van onconventioneel gas het energieplaatje in de voorbije drie jaar grondig hertekend. De VS moeten nu minder LNG importeren, waardoor trouwens het LNG-aanbod voor Europa is vergroot.
Ook in Europa komt de zoektocht naar onconventioneel gas op gang. In Duitsland, Polen en Oostenrijk voeren energiebedrijven de eerste tests uit. Het Internationaal EnergieAgentschap schat dat in Europa 35 triljoen kubieke meter onconventioneel gas voorhanden is. Dat zou voldoende zijn om 40 jaar gasimport op het huidige niveau te vervangen.
Die recente ontwikkelingen kunnen ertoe bijdragen dat de rust in het energiewereldje enigszins weerkeert. Van Agt: ‘Dat de vraag naar gas zal groeien, staat buiten kijf. Maar de huidige fase kan een soort adempauze creëren om met producenten en consumenten stil te staan bij de manier waarop we met elkaar omgaan.’
‘We zitten nu in het oog van de storm. Dit is de tijd om eens even goed met elkaar te praten, voordat het straks weer heel hard gaat waaien. De storm kan daarna zelfs nog heviger losbarsten dan in het verleden. Straks komt de economische groei terug, maar intussen is er niet voldoende geïnvesteerd om aan de toekomstige vraag te voldoen. Met andere woorden: nu is echt het moment om diep adem te halen en een kalm debat te hebben over hoe we energieveiligheid gaan regelen met elkaar.’

Nord Stream


  • Doel: gastoevoer van Rusland naar Duitsland die niet door Oekraïne of Wit-Rusland loopt
  • Traject: Baltische Zee, door de Exclusieve Economische Zones van Rusland, Zweden, Denemarken en Duitsland
  • Kosten: 7,4 miljard euro
  • Lengte: 1220 kilometer
  • Capaciteit: 55 miljard m3 gas per jaar
  • Deadline: het eerste gas zal eind 2011 door de pijpleiding vloeien. Het hele project moet in 2014 rond zijn
  • Bedrijf: Nord Stream AG is een internationale joint venture. Gazprom heeft 51 procent van de aandelen, de Duitse bedrijven BASF en E.ON elk 20 procent en de Nederlandse Gasunie 9 procent

South Stream


  • Doel: gastoevoer van Rusland naar Zuid-Europa die niet door Oekraïne of Wit-Rusland loopt
  • Traject: via de Zwarte Zee, vervolgens door Bulgarije, Servië, Hongarije, Griekenland en Slovenië
  • Kosten: 19 à 24 miljard euro
  • Lengte: 900 kilometer door de Zwarte Zee
  • Capaciteit: 63 miljard m3 gas per jaar
  • Deadline: eind 2015
  • Bedrijf: het offshoredeel wordt gerealiseerd door een joint venture van het Russsische Gazprom en het Italiaanse ENI

Nabucco


  • Doel: gastoevoer van de Kaspische Zee-regio naar de EU die niet door Rusland loopt
  • Traject: Turkije, Bulgarije, Roemenië, Hongarije en Oostenrijk
  • Kosten: 7,9 miljard euro
  • Lengte: 3300 kilometer
  • Capaciteit: 31 miljard m3 gas per jaar
  • Deadline: in 2014 kan Nabucco in gebruik worden genomen. Het hele project moet in 2015 rond zijn
  • Bedrijf: Nabucco is een joint venture van OMV (Oostenrijk), MOL (Hongarije), Transgaz (Roemenië), BEH (Bulgarije), Botas (Turkije) en RWE (Duitsland)


‘Zonder energiebril zie je maar de helft van het verhaal’


‘Geopolitiek zegt dat je naar verschillende variabelen moet kijken om de actualiteit te begrijpen. Niet alleen naar economie en politiek, maar bijvoorbeeld ook naar geografie, demografie of energie’, zegt professor David Criekemans. ‘Als je je energiebril niet op hebt, zie je maar de helft van het verhaal. Je kunt de huidige internationale politiek niet begrijpen als je geen oog hebt voor de energiedimensie. Want alle actoren zijn zich aan het positioneren: Rusland, China en de VS.’ Anderzijds mag je recente ontwikkelingen niet zomaar toeschrijven aan energie alleen, waarschuwt Christof van Agt van Clingendael. ‘Zo energie al een sturende kracht is, is ze zeer zeker niet de enige of grootste sturende kracht. De agenda’s zijn in elkaar overgelopen na 9/11, een beetje als een slecht waterverfschilderijtje. In de media heeft energie een overdreven grote rol gekregen. Daardoor bestaat het idee dat het allemaal over olie en gas gaat. Ik zeg niet dat het er niets mee te maken heeft, maar energie is niet de doorslaggevende motivatie in veiligheidsdossiers.’
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur