'De Taliban zijn een vermomde Pakistaanse invasie'

De internationale gemeenschap discussieert deze maand over de verlenging van het Navo-mandaat in Afghanistan, terwijl verschillende landen twijfels hebben over hun aanwezigheid daar. Sara Chayes, een Amerikaanse ex-journaliste die sinds 2001 in Kandahar leeft, vreest dat het land weer van de regen in de drop terechtkomt. ‘De VS beloofden democratie, maar plaatsten een bende schurken met wapens, macht en geld op sleutelposities.’
In 2001 werkte Sara Chayes voor de Amerikaanse openbare omroep, National Public Radio. Na 11 september werd ze naar Pakistan en Afghanistan gestuurd. Haar standplaats werd Kandahar, de vroegere machtsbasis van de Taliban. Een jaar later hing ze haar microfoon aan de wilgen en startte ze -op verzoek van de broer van president Hamid Karzai- een ngo die de levensomstandigheden in en rond Kandahar probeerde te verbeteren.
Chayes werd niet vrolijk van het nieuwe Afghanistan dat ze onder haar ogen zag ontstaan, maar ze raakte wel heel goed bevriend met het hoofd van de politie in Kandahar, Akrem Khakrezwal. Het boek dat ze over haar jaren in Afghanistan schreef -De terugkeer van de chaos- begint met de moord op Akrem. Is het toenemende geweld in Afghanistan een teken van het verzet van de bevolking tegen de buitenlandse bezetting?
Sara Chayes: Het geweld komt van de Taliban en zelfs de mensen in Kandahar zien dat niet als een inheemse opstand tegen een buitenlandse bezetting, maar als een Pakistaanse invasie die uitgevoerd wordt door “huurlingen”. Al krijgen de Taliban steeds meer ruimte omwille van de wijd verbreide frustratie over de huidige regering. In 2001 waren de mensen verrukt over de beloften die de omverwerping van het Taliban annex Al Qaeda regime inhield. Dat moment, die opportuniteit hebben de Amerikaanse troepen echter verknald.
De Afghanen zijn ongelooflijk praktische mensen. Ze hadden geen probleem met de komst van het Amerikaanse leger, maar wel met het feit dat we hen opgezadeld hebben met machthebbers die het land verkrachten en plunderen. Als er één zaak was waarvoor de Talibanregering gewaardeerd werd, dan was het dat ze de hele klasse van krijgsheren, huurlingen en oorlogsprofiteurs van de macht verdreven hadden. Tot ieders afgrijzen werden uitgerekend de ergste krijgsheren opnieuw bewapend door de Verenigde Staten, om ook Pathaanse tegenstanders van de Taliban te hebben, én werden ze opnieuw aan macht en geld geholpen.

Was er een alternatief voor die krijgsheren?

Sara Chayes:
Natuurlijk. Tijdens de eerste nationale vergadering in Bonn waren ze nog afwezig. De geest van Bonn werd daarna verraden door de VS. En dat verraad wordt niet licht vergeten. De mensen dachten dat ze een regering zouden krijgen die verantwoordelijk zou handelen en verantwoording zou afleggen tegenover de bevolking -conform het geïdealiseerde beeld van de westerse democratie dat bij hen bestond.
In plaats van een systeem met checks and balances plaatsten we echter een bende criminelen, mét Amerikaanse wapens, op machtsposities. De Afghanen dachten dat ze ziekenhuizen zouden krijgen, compleet met dokters en verpleegsters die de medicijnen niet zouden verkopen op de hoek van de straat. Ze wilden scholen en leerkrachten die iets te onderwijzen hadden aan hun kinderen. In werkelijkheid gaan de kinderen wel naar school, maar moeten de leerkrachten elders een inkomen zoeken. Afghanen verwijten me dat het Amerikaanse leger enkel bommen en granaten bracht, maar geen fabrieken, geen gezondheidszorg, geen onderwijs.

De Navo, de VS en de VN moeten dus meer investeren in heropbouw in plaats van in militaire aanwezigheid.

Sara Chayes: Het is niet zo eenvoudig. Want als de heropbouw geleid wordt door een corrupte en niet-aanvaarde regering, dan is ze contraproductief. We mogen onszelf ook niet blijven bedotten door deze regering een Afghaanse regering te noemen. Hamid Karzai is door ons aan de macht gebracht. De parlementsverkiezingen waren fundamenteel corrupt en dienden bovendien om parlementsleden te verkiezen die geen wetgevende macht hebben.
De Afghanen laten zich niet bedotten. Zij weten waar de echte macht zit: bij de gouverneurs, de politiechefs, de burgemeesters. En ze weten dat die allemaal benoemd zijn -door ons- in plaats van verkozen. Het is dus onze verantwoordelijkheid om verantwoord gedrag te eisen van die mensen. Maar dat doen we niet.
Als er fouten gemaakt worden, zeggen we dat het de verantwoordelijkheid is van de soevereine overheid van Afghanistan. Dat is vreselijk oneerlijk, en Afghanen zijn daar dan ook terecht woedend over.
Er is ook te weinig geld om echt aan heropbouw te werken.

Sara Chayes:
Die noodzakelijke fondsen werden al heel snel gereserveerd voor de oorlog tegen Irak. Vanaf 12 september 2001 en wellicht al veel vroeger had de regering Bush Irak in het vizier. Ik ken twee militairen van het type Special Forces die al voor 11 september uitgezonden werden naar Jordanië en Saudi-Arabië om de mogelijkheden voor een aanval op Irak te onderzoeken.
De ironie is dat Bush en Cheney door hun obsessie met Irak juist de gouden kans verspeelden om te realiseren wat ze formeel proberen te doen in Irak: een stabiel en democratisch regime installeren. Tegelijk kreeg Osama bin Laden dankzij de inval in Irak de oorlog waarnaar hij verlangde, de botsing van beschavingen inclusief een westerse bezetting van Arabische en islamitische grond.

U beschrijft hoe de VS keer op keer de verkeerde mensen steunen en aan de macht brengen. Hebt u enig idee welke logica aan de basis van die volgehouden vergissingen ligt?

Sara Chayes:
Onwetendheid, denk ik.

Dat kan toch niet. Duizenden hoogopgeleide mensen die beschikken over ongekende middelen en de allerbeste communicatietechnologie verzamelen dag in dag uit inlichtingen en informatie voor de Amerikaanse regering.

Sara Chayes:
Dat klopt, toch voorkomt dat niet dat het beleid slecht geïnformeerd is of gewoon domweg niet geïnteresseerd is in goede informatie. Het heeft ook te maken met operationele afspraken. Iedereen komt naar Afghanistan voor korte periodes, waardoor heel veel informatie gewoon niet overdragen wordt en dus verloren gaat.
Daarbij komt dat de huidige regering Bush een zeer ideologisch buitenlands beleid voert. De consequentie daarvan is dat bestaande informatie vaak bewust geschrapt werd, omdat die de vooropgezette analyse onvoldoende diende.
En dan is er nog het individuele belang van de legerleider of Pentagonambtenaar die een voor termijn van drie of zes maanden naar Afghanistan komen. Dat zijn typisch mensen die midden hun carrièrepad zitten en die het belang van Afghanistan dus vrij laag op hun persoonlijke prioriteitenlijst staan hebben. Zo iemand wil zo snel mogelijk naar huis en verder opklimmen in de hiërarchie. Hij wil zijn eigen carrière niet in het gedrang brengen door zaken te zien en te zeggen die heel duidelijk tegen het discours van Washington ingaan.

Onwetendheid, ideologische kortzichtigheid en persoonlijke ambitie creëren volgens u dus de ellende waarin Afghanistan vandaag verkeert. In het boek lijkt u wél uit te gaan van de goede bedoelingen van bijna iedereen.

Sara Chayes:
Ik ging daar inderdaad van uit. En ik geloof nog steeds niet dat de Verenigde Staten Afghanistan bewust naar de knoppen helpen. Net zomin geloof ik dat de VS de Taliban steunen opdat ze een vijand zouden hebben die opgevoerd kan worden als argument om burgerlijke rechten en vrijheden in te perken. Al begint het er soms bijna op te lijken.
In elk geval zijn Al Qaeda, de Taliban en het internationaal terrorisme gouden kansen voor mensen die vinden dat die rechten en vrijheden wat bijgesnoeid moeten worden. Tegenwoordig debatteert het parlement in Washington over de vraag of waterboarding (waarbij water over een vastgebonden gevangene gegoten wordt om verdrinking te simuleren, gg) foltering is of niet. En dat in een land dat gefundeerd is op mooie principes en idealen.

Hoe schat u het beleid van president Karzai dan in? In het begin van het boek bent u behoorlijk lyrisch over de man.

Sara Chayes:
Ik ben vreselijk teleurgesteld. Maar dit is een moeilijke vraag voor mij, want de familie Karzai heeft me altijd behandeld als een lid van de familie -waarvoor ik hen tot het einde van mijn dagen dankbaar zal zijn. Zij hebben de deur geopend waardoor ik echt deel kon worden van hun land. Op het vlak van bestuur kan ik echter niet anders dan zeggen dat Hamid Karzai volkomen ondermaats presteert.
Ik denk dat de Verenigde Staten tot op zekere hoogte verantwoordelijk zijn, want toen Karzai enkele zeer schuchtere pogingen deed om af te geraken van de krijgsheren, werd hij door Washington op de vingers getikt. Maar hij heeft het dan ook meteen opgegeven en dat is onaanvaardbaar.
Hij is wellicht niet corrupt en wellicht een van de weinigen uit zijn familie die niet geïnteresseerd is in geld op zich. Maar als je in een machtspositie zit en met gekruiste armen toekijkt op de verkrachting van je land door mensen die je zelf macht gegeven hebt, dan ben je verantwoordelijk voor wat er gebeurt. En als Karzai er écht niets aan kan doen, dan zou hij de eer aan zichzelf moeten houden en ontslag nemen.

Als de macht oplost, krijg je een onbestuurbaar Afghanistan. U geeft daarvan verschillende historische voorbeelden in het boek.

Sara Chayes:
Afghanistan ontbindt zichzelf op momenten dat het bedreigd wordt van buitenuit. En eigenlijk moet je zeggen dat die “ontbinding” nu al plaatsgevonden heeft. Er is geen enkele centrale autoriteit die het hele land en alle regio’s controleert.
Ik ben er zeker van dat een president die wil en kan zorgen voor degelijk en betrouwbaar bestuur van zijn volk de controle over het land zou krijgen. Die controle ontglipt Karzai nu net omdat hij niet levert wat de mensen van hem verwachten: een bestuur dat het land dient in plaats van de krijgsheren. Maar daarvoor is een systeem nodig dat de machthebbers dwingt om hun eigen beloften van goed bestuur gestand te doen.
Daarnaast moet er dringend wat gebeuren aan de salarissen van de ambtenaren. Leraars verdienen in Afghanistan zo’n twintig euro per maand, departementshoofden in de provinciale administraties pakweg honderd euro. Zulke lage salarissen nodigen niet alleen uit tot corruptie, ze maken corruptie noodzakelijk om te overleven.

Corruptie is dus hét centrale probleem van Afghanistan?

Sara Chayes:
Het wonderlijke is dat de internationale gemeenschap er zo weinig aandacht aan schenkt, terwijl iedereen van ontwikkelingswerker tot generaal zou moeten vechten voor goed bestuur in Afghanistan. Want de corruptie en onrechtvaardigheid van het huidige bestuur creëren meer Taliban dan de Navotroepen kunnen neerschieten.
Ik heb nog geen enkele Afghaan horen zeggen dat corruptie en machtsmisbruik tot hun cultuur behoort en daarom getolereerd kan worden. Het zijn westerlingen die zulke zaken zeggen. Ik ben ervan overtuigd dat iedereen recht heeft op een regering die gekozen is door het volk en die verantwoording aflegt aan het volk. Ook in Zuid-Azië.

Afghanistan was in de jaren tachtig het slagveld van de toenmalige grootmachten, maar ook buurlanden als Pakistan, Oezbekistan en Iran proberen greep te krijgen op het land.

Sara Chayes:
Vanuit mijn woonplaats in Kandahar zie ik natuurlijk vooral de ongegeneerde interventie van Pakistan en de verwoestende gevolgen daarvan. De Amerikaanse regering probeert de wereld ervan te overtuigen dat Iran een sleutelrol speelt door wapens te leveren aan de opstandelingen, maar dat stelt allemaal niets voor. Hier en daar een geweer, ja, maar geen gesofisticeerde wapens.
Iran heeft een klein beetje invloed, vooral in de grensprovincie Herat die historisch tot de Iraanse culturele sfeer behoort. Maar de Iraanse inmenging is niets als je ze vergelijkt met de Pakistaanse. Trouwens, de Iraanse aanwezigheid daar is eerder constructief dan destructief. Herat heeft zowat de beste elektriciteitsvoorziening van het land omdat ze die kunnen aankopen in Iran.
In Mazar-e-Sharif spelen de Oezbeken -en dus de Russen- een belangrijke rol. Akram Khakrezwal, de man die ik in Kandahar leerde kennen als de onkreukbare politiechef, wist niet waar hij het had toen hij in Kaboel aan het hoofd van de politie kwam. In plaats van enkel te moeten afrekenen met de Pakistanen, kreeg hij plots te maken met de bemoeienissen van allerlei ambassades en buitenlandse belangen.
Toch kan je niet anders dan concluderen dat Pakistan, en dan vooral de militaire inlichtingendienst ISI, de grootste en de meest negatieve rol speelt in Afghanistan. Zij zijn het tenslotte die de zogenaamde heropstanding van de Taliban organiseren. En daarnaast houden ze ook nog steeds de militie van Gulbuddin Hekhmatyar in leven. Islamabad heeft twee poppen in het spel in Afghanistan.

Zet Pakistan zijn eigen toekomst niet op het spel door het bewapenen en trainen van Pathaanse militanten?

Sara Chayes:
Dat is inderdaad een groot gevaar, maar zelfs president Musharraf lijkt dat nog steeds niet te beseffen. Hij is momenteel geobsedeerd door de vraag hoe hij zelf alle macht in handen kan houden. Daarvoor gaat hij een ongemakkelijke alliantie aan met fundamentalistische partijen en verplettert hij zoveel mogelijk de civiele oppositie.
Uiteindelijk leidt dat ertoe dat enkel de moskee nog overeind blijft als een alternatief machtscentrum, waardoor hij in de kaart speelt van de extremisten in zijn land en in de regio. Musharraf speelt met vuur, dat toonde het conflict rond de Rode Moskee aan -een conflict dat hij uit politieke berekening wellicht zelf uitlokte.

Wat brengt de toekomst voor Afghanistan?
Sara Chayes:
Dat hangt er van af welke klemtonen er vandaag gelegd worden. Als er echt geïnvesteerd wordt in beter bestuur, dan zijn er nog altijd kansen om de Afghanen de toekomst te geven waar ze recht op hebben. Maar ik zie tot nader order geen enkele aanduiding dat de Verenigde Staten hun beleid veranderen, en zolang dat niet gebeurt, zit de situatie in Afghanistan muurvast. Wat in feite betekent dat de mensen er op achteruit gaan.

 De terugkeer van de chaos door Sarah Chayes is uitgegeven door Meulenhoff. 400 blzn. ISBN 978-90-290-7985-3


‘Het interesseert de mensen niet’


‘Toen ik in 2001 voorstelde om een stuk te maken over de steun die het Amerikaanse leger gaf aan de schurkachtige krijgsheer Gul Agha Shirzai in zijn streven naar het gouverneurschap van Kandahar, kreeg ik van de eindredacteur niet te horen dat zo’n bericht inging tegen het nationaal belang of dat ik me onpatriottisch opstelde. Het antwoord was het verhaal niet belangrijk en niet interessant was. Ik moest berichten over de gruwel van het Talibantijdperk, over de vrouwen die zo blij zouden zijn dat ze zonder boerka over straat konden lopen, kortom: de dingen die iedereen berichtte. Ik vond dat Talibanverhalen een zaak van het verleden waren, terwijl er onder mijn ogen zaken gebeurden die de richting van de geschiedenis voor de komende jaren zouden bepalen. Maar dat interesseerde de luisteraars niet, volgens de redactie in Washington. Hoe weet zo’n man dat eigenlijk? Met wie eet hij ‘s avonds dat hij mij ‘s morgens kan vertellen wat De Amerikaanse Luisteraar interesseert?’ (gg)
Lees het helegesprek met Sara Chayes over media, verborgen agenda’s en het gebrek aan kritiek hier.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur