De tijd loopt maar de MDG's vorderen traag

De tijd om de Millennium Ontwikkelingsdoelstellingen (MDG’s) te behalen loopt binnen minder dan vier jaar af. Sommige doelstellingen staan er goed voor maar het is nu al duidelijk dat de MDG’s in hun geheel niet zullen worden verwezenlijkt tegen 2015. Vooral genderongelijkheid, gebrek aan hygiëne en honger blijven heikele punten.

  • H2O Alchemist Sub-Saharaans Afrika heeft wereldwijd de meeste vooruitgang gemaakt in het domein onderwijs. Toch gaan er nog steeds 32 miljoen kinderen uit deze regio niet naar school. H2O Alchemist

De voorstelling van het Millenium Development Goals Report 2011, afgelopen woensdag, kon op weinig aandacht rekenen. Een voorteken van de eerder teleurstellende resultaten die zouden worden vrijgegeven. Want - zonder het belang van de vooruitgang die in sommige domeinen (armoede, basisonderwijs, medicijnen) is gemaakt te willen minimaliseren - blijven er grote gebreken over.

Mensenrechten

Gemmo Lodesani, directeur van het VN-Voedselprogramma (WFP), zei ronduit dat de vooruitgang die de internationale gemeenschap heeft gemaakt hem alles behalve optimistische stemt. Hij benadrukt het belang van internationale samenwerking om de MDG’s de bereiken. Nicola Harrington-Buhay, directeur van de Brusselse afdeling van het VN-Ontwikkelingsprogramma (Undp), stelt dat de Ontwikkelingsdoelstellingen verder gaan dan de traditionele vormen van ontwikkelingssamenwerking: ‘De MDG’s gaan niet alleen over solidariteit tussen landen maar ook over mensenrechten’. Verder zegt ze dat elk land kan profiteren van de MDG’s. ‘Het zijn investeringen waar heel de wereld beter van wordt, het behalen van de doelstellingen is een economische noodzaak’, aldus Harrington-Buhay.

Risico’s verminderen

Philippe Cori, directeur van Unicef, benadrukt dat de MDG’s niet noodzakelijk veel moeten kosten. Hij stelt dat we vooral anders moeten gaan denken over de problemen en doelstellingen: ‘We moeten ons niet louter richten op oplossingen voor problemen die al bestaan. We moeten de problemen voorkomen, de risico’s verminderen en daar zijn relatief gemakkelijke manieren voor. Diarree is een van de belangrijkste oorzaken van kindersterfte, nochtans is die ziekte op een simpele manier te genezen. Lodesani wijst op het feit dat we het ons ook niet te gemakkelijk mogen maken. Hij geeft het voorbeeld van voedsel en stelt dat we niet alleen maar de kwantiteit en productie van voedsel moeten verhogen, maar zeker ook de kwaliteit ervan.

VN Secretaris-Generaal Ban Ki-moon reageert in een persbericht op het rapport van de MDG’s en zegt dat er wereldwijd al veel successen zijn geboekt en een groot aantal mensenlevens zijn gered. Hij stelt echter ook dat er nog veel moet gebeuren en dat de weg nog lang is. ‘De doelstellingen kunnen enkel worden bereikt door rechtvaardige en inclusieve economische groei, een groei waar iedereen – en zeker ook de armen – van kunnen profiteren. Tussen nu en 2015 moeten we absoluut streven naar het behalen van de doelen’, aldus de Secretaris-Generaal. Hij blijft dus optimistisch, maar wie moet het anders zijn? Lodesani ziet het niet halen van de MDG’s als een gemiste kans. Toch mag het streven naar de doelstellingen niet beëindigd worden en moet 2015 in het achterhoofd blijven. Het gaat veel te traag vooruit, maar beter te traag dan helemaal niet.

 

Een stand van zaken met enkele belangrijke resulaten uit het rapport:

Doelstelling 1: extreme armoede en honger wegwerken

De Wereldbank schat dat het aantal mensen in ontwikkelingslanden dat moet rondkomen met 1,25 dollar per dag in 2015 nog slechts vijftien procent zal zijn. Dat is ver onder de MDG die streeft naar een percentage van 23 procent. Indien de Wereldbank het juist voorheeft, dan zal de doelstelling worden gehaald. Dat is opvallend omdat de economische crisis verantwoordelijk was voor dalende grondstoffenprijzen, afnemende handel en minder investeringen. Maar er zijn ook duidelijk regionale verschillen want Zuidoost-Azië en Oost-Azië zitten nu al op het niveau dat moet worden bereikt, terwijl sub-Saharaans Afrika – ondanks het feit dat het beter doet dan verwacht – er het slechtst voor staat.

Tussen 2000 en 2007 is het aantal mensen uit ontwikkelingslanden dat honger lijdt met zestien procent stabiel gebleven. De hongerdoelstelling zal - in tegenstelling tot de reductie van extreme armoede – niet behaald kunnen worden. Daarnaast is bijna een kwart van alle kinderen in ontwikkelingslanden ondervoed. Omdat kinderen volop in ontwikkeling zijn, laat ondervoeding vaak diepe sporen na die hen heel hun leven zullen benadelen ten opzichte van kinderen die in gezonde omstandigheden zijn opgegroeid.

De groei van tewerkstellingscijfers is door de crisis gestagneerd. In ontwikkelde landen is het aantal werklozen tussen 2000 en 2010 zelfs toegenomen. Tewerkstelling is een belangrijke factor om armoede te bestrijden. Door de aanhoudende werkloosheid en gebrek aan een toekomstperspectief hebben meer mensen hun toevlucht gezocht tot kwetsbare tewerkstelling met weinig sociale bescherming, lage lonen en slechte werkomstandigheden. Dat resulteerde ook in meer werkende armen (mensen die in extreme armoede leven ondanks het feit dat ze een baan hebben). Als de crisis niet had plaatsgevonden dan zouden er in 2009 veertig miljoen minder werkende armen zijn geweest.

Doelstelling 2: basisonderwijs voor iedereen

In sub-Saharaans Afrika steeg het percentage kinderen dat naar school gaat tussen 1999 en 2009 spectaculair van 58 procent naar 76 procent. Sub-Saharaans Afrika is wereldwijd de sterkste stijger. Ondanks de grote stijging, scoort deze regio echter het slechtst. In sub-Saharaans Afrika gaan er nog steeds 32 miljoen kinderen niet naar school. Ter vergelijking: in alle ontwikkelingslanden samen moeten 67 miljoen kinderen het stellen zonder onderwijs. De MDG die stelt dat alle kinderen wereldwijd toegang moeten krijgen tot basisonderwijs zal slechts met veel moeite kunnen worden gehaald. Uit het rapport blijkt dat vooral meisjes die in armoede leven of in conflictgebied wonen, onderwijs mislopen.

Slechts 37 procent vluchtelingenkinderen gaat naar school. Kinderen die tegelijk ook vluchteling zijn hebben nog minder kans op basisonderwijs, voor hen zijn de soms verplichte schoolkosten vaak onbetaalbaar. Degenen die wel tot die 37 procent behoren en dus wel kans hebben op onderwijs, worden op school vaak gestigmatiseerd en gedicrimineerd. Zij blijven een buitenstaander. Het grote probleem is dat slechts twee procent van de internationale humanitaire hulp wordt besteed aan onderwijs.

Doelstelling 3: gendergelijkheid

In ontwikkelingslanden gaan er voor elke honderd jongens 96 meisjes naar het basisonderwijs en secundair onderwijs. Dat gemiddelde cijfer lijkt op het eerste zich niet slecht, regionaal zijn er echter grote verschillen op te merken. In de regio Caucasus en Centraal-Azië, in Latijns-Amerika en de Caraïben en in Zuid-Oost Azië was er in 2009 al gendergelijkheid in het basisonderwijs. In Noord-Afrika, Zuid-Azië, sub-Saharaans Afrika en West-Azië is er nog veel werk: minder dan negentig meisjes per honderd jongens in het basisonderwijs.

Tussen 1990 en 2009 nam het aandeel vrouwen met betaald werk (niet in landbouw) wereldwijd toe van 35 procent tot veertig procent. De crisis heeft deze groei echter vertraagd. Vrouwen werden op arbeidsvlak zwaarder getroffen door de economische crisis dan mannen. Na de crisis daalden de werkloosheidscijfers voor mannen sneller dan voor vrouwen. Vrouwen en werkgelegenheid verschillen sterk afhankelijk van de regio. Vooral in Zuid-Azië en sub-Saharaans Afrika hebben vrouwen de grootste vooruitgang gemaakt, toch blijft het aandeel werkende vrouwen in die eerste regio beperkt tot twintig procent. In Noord-Afrika is het aandeel al sinds 1990 gelijk aan twintig procent.

Het globale aantal vrouwen – eind januari 2011 was dat negentien procent - dat zetelt in een parlement is nog nooit zo hoog geweest. Toch blijft dat cijfer beschamend laag. Opnieuw zijn er belangrijke regionale verschillen. Begin 2011 waren er 25 landen waarin vrouwen meer dan dertig procent van de parlementaire zetels bezetten. Onder die 25 landen waren er ook zeven met meer dan veertig procent vrouwen: in Rwanda was 56,3 procent van de zetels voor vrouwen, in Zweden 45 procent en in Zuid-Afrika 44,5 procent. Daar tegenover staan echter 48 landen die slechts minder dan tien procent vrouwen in hun parlementen hebben, waarvan negen met geen enkele vrouw.

Doelstelling 4: kindersterfte verminderen

Het aantal kinderen dat sterft vóór de leeftijd van vijf jaar is tussen 1990 en 2009 wereldwijd gedaald van 12,4 miljoen naar 8,1 miljoen. Een daling van een derde. Dat is echter niet genoeg want om de MDG te halen moet dat cijfer tegen 2015 zijn gedaald met twee derde, en dat wordt moeilijk. In Noord-Afrika en Oost-Azië werden de grootste successen geboekt met dalingen van respectievelijk 68 procent en 58 procent.

Sub-Saharaans Afrika doet het veel slechter: één kind op acht sterft vóór de leeftijd van vijf jaar. Met 129 sterftes per duizend geboortes verliest sub-Saharaans Afrika bijna dubbel zoveel kinderen als het gemiddelde aantal in alle ontwikkelingslanden samen (66 per duizend geboortes). Het rapport wijst op het feit dat de doelstelling alsnog kan worden gehaald maar enkel als de voornaamste sterfte-oorzaken worden aangepakt. In sub-Saharaans Afrika zijn dat diarree, malaria en longontsteking. Daarnaast moeten er meer mogelijkheden komen voor post-natale zorg. Belangrijk is dat de overlevingskansen van het kind toenemen wanneer de moeder naar school is gegaan. Kinderen lopen meer risico op sterfte wanneer ze op het platteland wonen en in armoede opgroeien.

Doelstelling 5: gezondheid van moeders verbeteren

Het aantal sterftes tijdens een zwangerschap of bevalling per honderdduizend gezonde geboortes in ontwikkelingslanden is tussen 1990 en 2008 gedaald van 440 naar 290. Een afname van een derde. De sterftecijfers blijven echter hoog en als we de MDG willen halen dan zou het sterftecijfer tussen 1990 en 2015 moeten dalen met 75 procent. Een bijna onmogelijke opdracht. In negentig landen nam het sterftepercentage tussen 1990 en 2008 af met veertig procent of meer. Sub-Saharaans Afrika en Zuid-Azië staan er het slechtst voor, deze regio’s waren in 2008 samen goed voor 87 procent van alle maternale sterftes wereldwijd.

Tussen 1990 en 2009 steeg het aantal vrouwen dat tijdens hun zwangerschap vier of meer keer op doktersbezoek ging van 35 naar 51 procent. Om risico’s echt te vermijden moet een vrouw minstens vier keer op controle bij een gespecialiseerde hulpverlener. Deze minimale zorgverlenging beperkt de kans op complicaties of sterfte tijdens de zwangerschap aanzienlijk. De stijging van zestien procent is enerzijds positief maar betekent ook dat slechts de helft van alle vrouwen voldoende wordt gecontroleerd.

In 2008 gebruikte 61 procent van alle getrouwde vrouwen uit ontwikkelingslanden tussen vijftien en 49 jaar een bepaalde vorm van anticonceptie. Anticonceptiemiddelen dragen bij tot de gezondheid van zowel moeder als kind omdat ze de kans op ongewenste zwangerschappen beperken. Een slecht uitgevoerde abortus is één van de grote oorzaken van maternale sterfte. In ontwikkelingslanden werd anticonceptie in 2008 door meer dan de helft van de vrouwen gebruikt, behalve in sub-Saharaans Afrika, waar slechts 22 procent van de vrouwen anticonceptiemiddelen gebruikten.

Doelstelling 6: bestrijden van hiv/aids, malaria en andere ziektes

Het aantal nieuwe gevallen van hiv is tussen 2001 en 2009 wereldwijd gedaald met een vierde. Sub-Saharaans Afrika kende de grootste daling (van 5,7 infecties per duizend inwoners naar 4 gevallen per duizend inwoners), maar wordt in vergelijking met andere regio’s het meest getroffen door de ziekte aangezien 69 procent van alle nieuwe besmettingen in die regio voorkomen. Opvallend is echter dat, hoewel het aantal nieuwe hiv-besmettingen daalt, het aantal mensen dat met het virus leeft tussen 1999 en 2009 toenam van 8,8 miljoen tot 33,3 miljoen. Dat is mogelijk omdat steeds meer mensen behandeld worden met medicijnen tegen hiv of aids en dus ook langer kunnen leven met de ziekte.

Eind 2009 werden 5,25 miljoen mensen in landen met een laag of gemiddeld inkomen behandeld tegen hiv of aids en dat zijn 1,2 miljoen meer mensen dan het jaar daarvoor. Dat is echter niet genoeg want de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) rekende uit dat eind 2009 zo’n 14,6 miljoen mensen nood hadden aan medicijnen tegen het virus.

Het wereldwijde sterftecijfer ten gevolge van malaria is tussen 2000 en 2009 gedaald van 985.000 naar 781.000, een daling van twintig procent. Vooral de verbeterde preventie is verantwoordelijk voor deze afname. Tussen 2005 en 2009 daalde het aantal mensen dat lijdt aan malaria van 244 miljoen naar 225 miljoen. Ook sub-Saharaans Afrika kent een afname. De laatste tien jaar nam het gebruik van muggennetten in deze regio toe, dit is een van de meest effectieve manieren om malaria tegen te gaan. Tussen 2008 en 2010 werden 290 miljoen netten uitgedeeld in sub-Saharaans Afrika, genoeg om 76 procent van de 765 miljoen mensen die risico lopen te beschermen.

Doelstelling 7: milieu, duurzame ontwikkeling

Het jaarlijkse verlies aan bos is tussen 1990 en 2000 gedaald van zestien miljoen hectare per jaar naar dertien miljoen hectare per jaar. Ondanks de daling is dat echter nog te veel. De meeste bossen verdwijnen in Latijns-Amerika (vier miljoen hectare per jaar) en Afrika (3,4 miljoen hectare per jaar), de werelddelen waar zich de belangrijkste regenwouden van de planeet bevinden. In Azië komen er net bossen bij (2,2 miljoen hectare per jaar). Het verlies aan bos heeft desastreuze gevolgen. Bomen absorberen koolstof uit de atmosfeer en slagen deze op in hout. Die koolstof komt echter weer vrij wanneer de bomen worden gecomposteerd of verbrand. De bossector zou – vooral door ontbossing - verantwoordelijk zijn voor een zesde van alle uitstoot aan broeikasgassen

Watervoorziening zal in de toekomst een groot probleem worden voor bepaalde regio’s. Oppervlaktewater en grondwater maken deel uit van de hernieuwbare waterbronnen in een land. Er moet echter zuinig mee worden omgesprongen want op een bepaald moment bereikt dat land een punt waarop zijn waterbronnen te veel worden belast en zich niet meer hernieuwen, met waterschaarste tot gevolg. West-Azië en Noord-Afrika hebben dat punt nu al bereikt terwijl andere regio’s minder dan een vierde van hun watervoorraad gebruiken en dus nog jaren voort kunnen.

Wereldwijd moeten meer dan 1,1 miljard mensen het stellen zonder sanitaire voorzieningen. Er wordt nog steeds te weinig gedaan om de situatie te verbeteren. Als de huidige groeicijfers worden gevolgd, dan zal het tot 2049 duren vooraleer 77 procent van de mensen toegang heeft tot degelijke santitaire voorzieningen. Van de mensen die het zonder sanitair moeten stellen woont bijna twee derde in Zuid-Azië. Mensen die op het platteland wonen hebben 1,7 keer minder kans op sanitaire voorzieningen.

Doelstelling 8: Globaal partnerschap voor ontwikkeling

De wereldwijde bedragen internationale hulp (ODA) waren in 2010 slechts goed voor een gemiddelde van 0,32 procent van het BNP. Ondanks de stijging van 6,5 procent ten opzichte van 2009 ligt dat bedrag ver onder het richtcijfer van 0,7 procent. Er zijn grote verschillen tussen de donorlanden: de grootste bedragen aan ODA komen van de Verenigde Staten, Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland en Japan. De donorlanden die tussen 2009 en 2010 de grootste stijging kenden waren onder andere Australië, België, Canada en Japan.

De invoertarieven voor landbouwproducten uit ontwikkelingslanden zijn sinds 2005 gedaald terwijl de tarieven voor textiel en kleding stabiel zijn gebleven. Partnerschap voor ontwikkeling betekent dat een land niet alleen donor moet zijn, maar ook op andere manieren kan bijdragen aan de ontwikkeling van armere landen. Ontwikkelingslanden moeten ook worden bijgestaan om zelf economisch sterker te worden. Protectionistische maatregelen afbouwen is een methode. Op dat vlak is er al heel wat vooruitgang: de meerderheid van de exportgoederen uit ontwikkelingslanden kan nu zonder heffingen worden geïmporteerd naar de markten van ontwikkelde landen.

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2540   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift