De toekomst staat op het spel

Anonieme investeerders en ongrijpbare multinationals willen de wereld regeren. Dat menen de critici van het akkoord over investeringen dat vanaf volgende maand opnieuw op de agenda staat van de OESO. De betrokkenen ontkennen alle beschuldigingen.
Al drie jaar onderhandelen de 29 lidstaten van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) over een akkoord om investeringen te beschermen. De globalisering is nu zo ver gevorderd dat multinationals regeringen op het matje kunnen roepen als zij zich in hun veroveringsdrang al te zeer geremd voelen. Het multilateraal akkoord over investeringen (MAI) wil landen verplichten om hun economieën open te stellen voor buitenlandse investeerders. Protectionisme wordt een scheldwoord.

Geen mens betwijfelt de noodzaak van een akkoord. De buitenlandse investeringen namen de voorbije kwarteeuw spectaculair toe (vandaag bedragen ze 350 miljard dollar) en bijna elke sector van de wereldeconomie wordt beheerst door een handvol multinationale ondernemingen. Het wekt ook geen verwondering dat het akkoord gesmeed wordt binnen de OESO die staat voor 88% van alle buitenlandse investeringen en voor 477 van de 500 grootste multinationale ondernemingen. Maar de gretigheid waarmee de VS, de EU en Japan een Mai willen doordrukken, doet argwaan rijzen.

De vleermuistest

Het wij-zijn-de-wereld-gevoel van de OESO werd in april dit jaar met een harde dreun bedacht. De geplande ondertekening van het MAI werd opgeschort omwille van het wereldwijde protest tegen de geheimdoenerij en het ondemocratische overleg in de Parijse cenakels. Begin 1997 lekte een MAI-ontwerptekst uit via Internet. Een protestcampagne laaide op als een broussevuur, aangewakkerd door vooral Amerikaanse, Canadese, Franse en Nederlandse actiegroepen. Erik Wesselius, onderzoeker van de Amsterdamse Corporate Europe Observatory, bewondert de waakzaamheid van vele burgers in deze ogenschijnlijk droge materie: ‘Vakbonden, milieu- en derdewereldbewegingen reageerden alert. Het ondemocratische karakter van het overleg en het overwicht van multinationals op regeringen was alarmerend.’ Amerikaanse en Canadese NGO’s baseerden hun verzet op de ervaringen met het NAFTA-akkoord tussen de VS, Canada en Mexico. De Amerikaanse bedrijven Metalcad in Mexico en Ethyl Corporation in Canada spanden in naam van NAFTA processen aan tegen plaatselijke overheden omdat de milieuwetten hun verwachte winsten verijdelden. In West-Europa kreeg het protest een felle (Franse) impuls door de cultuurstrijd tegen de Angelsaksische overrompeling binnen de audiovisuele sector. In Nederland, sterk begaan met de gevolgen voor het Zuiden, zegt Erik Wesselius: ‘Mensenrechten garandeer je niet met een feodale structuur waarin de wereldbaronnen over iedereen regeren. Wij moeten met een pal het tandrad van de voortmalende liberalisering blokkeren.’

Onder druk van het protest werd er op de ministeriële top van de OESO in april niets ondertekend. Een Uruguayaanse waarnemer noteerde voor het weekblad Brecha: ‘Dit ontwerp doorstond de vleermuizentest niet. Wat in duistere spelonken werd bedisseld, verdroeg het zonlicht niet. Het zag er bovendien nog verschrikkelijk lelijk uit.’

Uitzonderingen bevestigen alleen maar de regel

Het opschorten van de onderhandelingen tot oktober werd door de ngo-wereld als een overwinning gevierd. In OESO-kringen heette het verzet ‘flauwekul’. De Nederlandse minister van Economische Zaken Wijers gromde dat ngo’s eerst ‘hun huiswerk moesten leren maken’. Parijs trok echter ook lessen uit het debacle. Om het verschoten imago van rijkemansclub te op te frissen, aanvaardde men al in het voorjaar landen als Brazilië, Argentinië, Chili en de Baltische staten rond de tafel als waarnemers. Na april lanceerde de OESO een charmeoffensief op haar website. Wie opheldering wil over lastige vragen en aantijgingen rond het MAI surft moeiteloos naar een antwoord. De nieuwe transparantie straalt ook af op Benedicte van den Berg in het Ministerie van Buitenlandse Zaken in Brussel. Samen met Jacques Thinsy en Charles Ghislain leidt zij de Belgische delegatie bij de OESO-besprekingen in Parijs. Zij herinnert eraan dat België, in overleg met de vakbonden en derdewereldorganisaties, de goedkeuring van het MAI aan voorwaarden verbindt. Ze betreffen het respect voor sociale normen en milieunormen, de vrijwaring van regionale economieën, het opnemen van de bestaande OESO-richtlijnen voor multinationals in het akkoord en de mogelijkheid tot uitzonderingen, niet in het minst bij het cultuurdossier. Maar in het vooruitzicht van de hervatting van de MAI-besprekingen zegt de diplomate: ‘Er is nu drie jaar aan dit akkoord gewerkt. Dit zullen wij niet zomaar laten vallen. Misschien moet het debat zich beter richten. Wij vertrokken van een te brede definitie van investeringen waardoor je om moeilijkheden vraagt.’

De bezorgdheid over de impact van een mogelijk MAI voor het Zuiden beantwoordt de OESO met een onafhankelijke studie van het Britse Department for International Development. Daarin ontkent professor E.V.K. FitzGerald dat het MAI voor ontwikkelingslanden zou leiden tot een verlies van economische soevereiniteit en de verlaging van de normen inzake arbeid en milieu. Voor FitzGerald kan elk land uitzonderingen eisen en zou het niet-toetreden tot het MAI ontwikkelingslanden meer geld kosten dan besparen. Bovendien versterkt een MAI, aldus de Britse studie, de binnenlandse economische infrastructuur en vermijdt het een ontredderende competitie tussen de armste landen.

Afspraak op het kasteel

Ondanks de beslistheid van de OESO om een investeringsakkoord te bereiken, gewaagt men in de wandelgangen meer en meer over het verschuiven van het debat naar de Wereldhandelsorganisatie, de WHO. Dit VN-forum vertegenwoordigt naast de 29 OESO-landen ook de derdewereldlanden. De onderhandelingen op dit brede forum zijn uiteraard veel moeilijker. Zo vinden landen als India, Maleisië en Pakistan positieve discriminatie met subsidies en exportverplichtingen geoorloofd om de economieën van ontwikkelingslanden te beschermen.

Alle ogen richten zich dit jaar nog maar eens op Parijs. In het Château de la Muette, de zetel van de OESO, wordt vanaf volgende maand duidelijk of een planetaire staatsgreep van de multinationals slaagt. In het Kasteel van de Stomme zal blijken wat de wereld overhoudt aan vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift