De toekomst van het neoliberalisme en het socialisme

Deze week kwamen met Jan Pronk en Jan Marijnissen twee vooraanstaande Nederlandse socialisten naar de Gentse Feestendebatten. Ze lieten twee heel verschillende geluiden horen op de overigens zeer geanimeerde debatten. Marijnissen zag tekenen dat het neoliberalisme zijn beste tijd gehad heeft. Pronk was erg pessimistisch: er is geen bereidheid tot herverdeling van rijkdom in de wereld.
Eén debat behandelde de vraag of er nog toekomst is voor het socialisme. In Vlaanderen klinkt die vraag bijna bedreigend met een sp-a die amper 15 procent van de stemmen haalt, met daarnaast kleinlinkse partijtjes die allemaal samen rond de 1 procent bijeenkrijgen. In Nederland liggen de kaarten heel anders: de klassiek sociaaldemocratische PVDA is er dikwijls de grootste partij en haalde ook nu weer 21 procent binnen, en iedereen had het over een zware nederlaag. Maar links van die PVDA is de voorbije jaren de Socialistische Partij(SP) almaar groter geworden. Bij de laatste verkiezingen haalde ze 16 procent en de peilingen maken haar nu met meer dan 20 procent de tweede partij van het land, groter dan de PVDA. Nochtans was de SP in de vroege jaren zeventig een kleine partij in onvervalste maoistische stijl zoals de PVDA er al dertig jaar een is bij ons. Vraag is waarom de SP van boegbeeld Jan Marijnissen kan wat de kleinlinks in Vlaanderen niet vermag.

Ten gronde werden zowel Nederland als België met de neoliberale mondialisering en haar kleine broertje van de iets minder liberale Europese eenmaking geconfronteerd. Zowel de Nederlandse PVDA als de Vlaamse sp-a gingen onder die invloed een eindsweegs mee de neoliberale toer op. Dat betekende concreet dat het eigen socio-economische stelsel aan meer buitenlandse competitie werd blootgesteld via de Wereldhandelsorganisatie (WTO), de Europese eenheidsmarkt, en de liberaliseringstreinen van de Europese Commissie.
De Chinese invoer en de ‘Poolse loodgieters’ maakten hun opwachting, én de telecom, post, en tal van andere openbare sectoren werden geliberaliseerd. Heel wat laaggeschoolde arbeiders verloren hun baan, trokken op brugpensioen of deden iets minder betaald werk. Ander vast bestanddeel van die mondialisering was de aanhoudende migratie.

De Nederlandse PVDA boog mee naar het centrum en ‘dat schiep een ruimte die zowel door Pim Fortuyn als door ons is opgevuld’, aldus Marijnissen. In Vlaanderen schoof de sp-a ook op naar het centrum, waardoor ze een deel van haar stemmen verloor aan het Vlaams Belang. Daarnaast is er het feit dat bij ons het ACV de grootste vakbond is, waardoor een deel van die kiezers niet bij de socialisten maar bij de CD&V belanden.

Bij ons pikte vooral het Vlaams Belang stemmen van ontgoochelde arbeiders in terwijl in Nederland Marijnissens SP een deel van die stemmen haalde. Vraag: waarom slaagde kleinlinks daar bij ons niet in?
‘Jan Marijnissen spreekt een heel andere taal dan onze linkse partijen.  Geen klassieke marxistische analyse, geen jargon, maar een menselijke taal die begrijpelijk is,’ stelt Jan Dumolyn van de Belgische KP (die op sterven na dood is).

Marijnissen: ‘Het is duidelijk dat socialisten een taal moeten spreken die gewone mensen begrijpen. Ze moeten zich niet richten op een heilstaat in de verre toekomst maar op concrete resultaten in het hier en nu.’ Maar Steve Stevaert sprak ook een begrijpelijke en concrete taal, dus dat is niet genoeg. Wat was er dan nog meer?

Marijnissen: ‘Wij blijven geloven in de emancipatie, de verheffing van de gewone mensen. Goede zorg, goede scholen, betaalbare cultuur, sociale zekerheid, stevige openbare diensten. Dat is wat gewone mensen echt nodig hebben om zich te ontwikkelen. Bij openbare diensten keuzevrijheid installeren, is vaak een eufemisme voor marktwerking en dat leidt niet tot betere diensten.’ Marijnissen zei ook dat zijn partij in Nederland de eerste was die vragen stelde over de immigratie. ‘Wij begonnen als eerste over begeleide vrijwillige terugkeer. We stelden ook de vraag of de instroom van immigratie niet het absorptievermogen van sommige wijken oversteeg. Wij vinden niet dat mensen onze cultuur helemaal moeten overnemen, maar een zekere aanpassing is wel vereist. Je moet de taal leren. Je kan niet doen alsof je nog altijd in je vaderland leeft.’

Marijnissen vertelde ook hoe zijn partij de impact van Poolse werknemers op Nederlandse bouwbedrijven onderzocht heeft. ‘De Polen werken hier als schijnzelfstandigen waardoor ze heel wat minder beloning vragen en Nederlandse bedrijven naar de rand van de afgrond drijven. Dat is een ernstig probleem. Ik vind natuurlijk dat die Polen ook een kans moeten krijgen maar waarom moeten alleen de Nederlandse werknemers daarvoor een prijs betalen? Terwijl zij die er beter van worden, de kapitaalbezitters, juist hun winstbelasting zien verlagen? Dat kan niet voor ons.’

De Nederlandse SP kijkt dus wars van de grote ideologieën naar de concrete problemen waar werkers als gevolg van de mondialisering mee te maken krijgen - immigratie, ontslag, druk op de lonen door de immigratie en invoer - en eist dat daar iets aan gebeurt.

Marijnissen zei dat zijn partij al die dingen kon vertolken omdat ze op lokaal niveau dicht bij de mensen staat en voelt wat er leeft. Erg belangrijk is tevens de geloofwaardigheid van de SP-politici die onder meer bewezen wordt door het feit dat partijleden een deel van hun parlementaire loon afstaan aan de partij.

Dokter Dirk Vanduppen van de Belgische PVDA die in het publiek zat, zei wat zijn partij geleerd had van Marijnissen. ‘We moeten bevragen in plaats van beleren. In plaats van grote slogans moet je concrete successen boeken.’ Waarop Marijnissen vaststelde dat de Belgische PVDA kennelijk ‘op de goeie weg is want minder eigenwijs dan enkele jaren geleden.’

Jef Sleeckx die met het Comité voor een Andere Politiek in de laatste verkiezingen een mager resultaat boekte, zei dat sp-a-politici bij werklozen niet geloofwaardig overkomen als ze zelf vier jobs combineren. Hij kreeg applaus toen hij opmerkte dat sp-a bijna een familiebedrijf lijkt met al die zonen en dochters. Sleeckx weet zijn magere resultaat aan het gebrek aan middelen en eensgezindheid bij kleinlinks. Sleeckx riep de sp-a op dichter bij de mensen te komen in de wijken. Bruno Tobback van de sp-a was niet overtuigd: ‘Die wijken van u bestaan niet, Jef. In de steden halen we 35 procent, het probleem is dat we buiten de steden zo slecht scoren.’

Tobback benadrukte dat het dezer dagen erg moeilijk is mensen nog tot solidariteit te bewegen. ‘De klassieke arbeidersklasse bestaat niet meer. De werknemer bij Volkswagen verdient veel meer dan de jonge vrouw die werkt op een callcentrum. Veel werknemers zijn afgunstig op de vreemdelingen die zogezegd alle sociale woningen krijgen. Anderen stellen er dan weer vragen bij als we gescheiden vrouwen die zelf nooit hebben bijgedragen, toch een pensioen geven.’ 
Marijnissen was het daar niet mee eens: ‘Ik hoor hier de echo van Wouter Bos. U hebt nooit in de tocht van de strijd gestaan, meneer Tobback. Sociale zekerheid is ooit begonnen als eliminatie van het lot, een huisvrouw die op hoge leeftijd scheidt van haar man, wordt ook getroffen door een noodlot. We zijn allemaal van vlees en bloed. Je moet dat uitleggen aan de mensen. Als mensen klagen dat de vreemdelingen alle sociale woningen inpikken, is dat misschien omdat er te weinig betaalbare woningen zijn. En voorts is het gewoon onze verdomde opdracht mensen te organiseren en het gesprek aan te gaan over mondialisering en wat dat betekent. ‘

Marijnissen vindt dat we de wereldwijde problemen niet kunnen oplossen met de traditionele methodes van het kapitalisme. ‘Waarom moesten mijngemeenschappen in Engeland en Wales zomaar van de kaart geveegd worden omdat er elders goedkoper kool kon worden gegraven? Teveel mensen worden zomaar getroffen door de wetten van de mondialisering. Inzake democratisering van het economisch leven staan we nog nergens.’

Marijnissen heeft het gevoel dat het neoliberalisme op zijn retour is. ‘Mensen voelen dat die recepten niet werken. In Latijns-Amerika is dat het duidelijkst. Daar wordt het analfabetisme te lijf gegaan. Ons verhaal slaat aan. De Nederlandse PVDA heeft onze taal over solidariteit weer overgenomen. Ze hadden dat woord laten vallen.’
Heel anders klonk een ander dag eerder Jan Pronk die lid is van de PVDA, in een debat over de toekomst van de neoliberale mondialisering. De man heeft zijn strepen verdiend als Nederlands minister van Ontwikkelingssamenwerking en minister van Milieu. In die hoedanigheid droeg hij ertoe bij dat het Kyotoprotocol er kwam. De voorbije twee jaar was hij de vertegenwoordiger van de VN in Soedan. De Soedanese president Basjir zegde hem de wacht aan toen Pronk hem verweet het vredesproces te ondergraven.

Pronk ziet amper positieve tekenen. ‘De ongelijkheid neemt toe. De middenklasse en de top zijn niet bereid de rijkdom te herverdelen. Ik zie daarin geen verandering komen. Vroeger had het systeem het nodig dat de werkers ook consumenten werden zodat de productie kon worden verkocht. Nu kan je die producten aan middenklasses in andere landen verkopen. Vroeger konden werknemers er ook mee dreigen hun arbeid in te trekken, te staken dus, als ze niet genoeg betaald werden. Als ze dat nu doen, wordt de fabriek gewoon naar een ander land verplaatst.’ Pronk noemde dit structurele economische redenen waarom er geen verandering op komst is.

De professoren Jaap Kruithof en Jan Breman waren het daar in grote mate mee eens. Ook andersmondialist David Dessers geloofde dat het neoliberalisme nog erg stevig staat, al ontkent hij niet dat er successen zijn. En dat het bestaan van de andersmondialitische beweging al een wonder op zich is.

Chris Serroyen, hoofd van de studiedienst van de ACV, vond Pronks analyse onnauwkeurig en te veralgemenend. ‘We boeken vooruitgang inzake de millenniumdoelen. Het laatste voortgangsrapport geeft aan dat de wereld globaal de eerste doelstelling van de halvering van het aantal armen zal realiseren. Dat is te weinig maar het laat je niet toe te zeggen dat er niks gebeurt. De ontwikkelingslanden worden ook almaar sterker in de Wereldhandelsorganisatie en weigeren daar nog langer akkoorden te tekenen die hen niet zinnen. Dat is een enorme vooruitgang.’

Ondergetekende wees er dan weer op dat wereldwijd de ontwikkelingslanden juist aan een fameuze opmars bezig zijn: hun economische groei ligt veel hoger dan die van de rijke landen. De ongelijkheid tussen landen - de klassieke Noord-Zuidkloof - wordt stilletjes aan vertaald in ongelijkheid binnen landen. Dat creëert eigenlijk meer spanningen en zal regeringen zwaarder onder druk zetten tot herverdeling, dan de traditionele internationale ongelijkheid tussen Noord en Zuid.
De Chinese regering noemt herverdeling van rijkdom haar topprioriteit omwille van interne sociale redenen, én omwille van een belangrijke politiek-economische reden: ze beseft dat de extreme nadruk op export niet houdbaar is en dat er dus meer binnenlandse vraag gecreëerd moet worden. Nu is de lokale Chinese consumptie maar goed voor 35 procent van de Chinese economie, in de VS staat de binnenlandse consumptie voor 70 procent van het Nationaal Product. Om dus in de rijke landen de roep om protectionisme tegen de Chinese stortvloed van producten tegen te gaan, moet de Chinese regering er wel voor zorgen dat de Chinezen meer gaan verbruiken en minder sparen.

Daartoe zijn een betere sociale zekerheid en hogere lonen vereist. De Chinese regering heeft dan ook een nieuwe arbeidswet ingevoerd die de positie van de werknemers moet verbeteren. De vennootschapsbelasting voor buitenlandse bedrijven werd opgetrokken van 15 naar 25 procent, het tarief dat Chinese bedrijven betalen. Er gaat meer geld naar het platteland en de uitbouw van een sociale zekerheid. En wat in China gebeurt, heeft wereldwijde invloed.
Meer informatie over MO*debatten op de Gentse Feesten
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur