De verborgen transit

Overal ter wereld gaan mensen op zoek naar een beter bestaan. Maar in het beloofde land vinden ze niet altijd melk en honing.

Chinese non-burgers: kleine stapjes vooruit


Naar schatting 200 miljoen Chinese arbeidsmigranten of dagongzai zijn sinds het begin van de jaren negentig van het Chinese platteland naar de grote steden getrokken, op zoek naar een beter leven. Volgens The Economist is het de grootste volksverhuizing in de geschiedenis van de mensheid. Wei Wei, directeur van Xiaoxiao Niao (Klein Vogeltje), een organisatie die migranten bijstaat, noemt de migratiebeweging alvast de grootste migratiegolf ooit in China.
De migranten trekken massaal naar de steden omdat ze daar meer en beter betaald werk kunnen vinden, hoe bescheiden hun lonen in onze ogen ook zijn. Probleem is dat deze migranten in de steden tot voor kort een bestaan leidden dat sterk lijkt op dat van “onze” mensen zonder papieren: administratief bestaan ze eigenlijk niet en mogen ze zelfs op die plaats niet zijn. Het maoïstische hukou-systeem voorzag iedere burger van een rurale of een stedelijke residentiestatus, waaraan zijn burgerrechten verbonden waren. Migratie betekende dus het verlies van alle rechten en kon eigenlijk pas na een wijziging van de hukou.
Het systeem moest ervoor zorgen dat de boeren op het platteland bleven, zodat ze voldoende goedkoop voedsel zouden produceren voor de steden. ‘Sinds enkele jaren brokkelt het hukou-systeem af en maakt het plaats voor een politiek van verandering’, zegt Wei Wei, die onlangs in België was. ‘In theorie heeft iedereen nu hetzelfde recht op werk en huisvesting, ongeacht zijn of haar herkomst. Familiehereniging in de steden wordt makkelijker en de eenheidsvakbond probeert de migranten te doen aansluiten.’ Zoals zo vaak betekenen wetswijzigingen in China nog niet meteen dat ook de praktijk verandert. Werkgevers die migranten te laat, te weinig of zelfs niet uitbetalen, zijn geen uitzondering, ondanks de boetes die de regering kan opleggen.
Toch ziet Wei Wei ook positieve veranderingen. Zo werd een arbitragecommissie ingevoerd om in geval van conflicten te bemiddelen tussen migrantenarbeiders en hun werkgevers. Ook de media besteden heel wat aandacht aan de situatie van de migranten. Wei Weis organisatie kreeg de toestemming om iedere week het verhaal van een arbeidsmigrant te brengen op de openbare omroep. Wei Wei: ‘Toch gaan veel migranten nog steeds gebukt onder een vernietigende sociale discriminatie en de aloude vooroordelen van stedelingen tegenover boeren.’ (cj)

Slavernij anno 2007


Een aantal economische sectoren in België zijn quasi afhankelijk geworden van clandestiene arbeid. Dat schrijven journalist Frédéric Loore en voormalig sociaal inspecteur Jean-Yves Tistaert in het nieuwe boek Belgique en sous-sol. Immigration, traite et crime organisé. ‘De confectiesector is zo een voorbeeld. Antwerpen en Brussel zijn de epicentra, maar het fenomeen van clandestiene confectie strekt zich ook uit over Charleroi, Luik, Verviers, Denderleeuw en Dendermonde’, aldus Loore en Tistaert, die schatten dat in de ondergrondse sector zowat 3000 buitenlanders werken.
‘Clandestiene confectie behoort tot de illegale economische activiteiten die het moeilijkst te ontmantelen zijn. Nog los van de omerta in de sector zijn de ateliers goed verborgen en worden de individuele arbeiders onzichtbaar gehouden.’ Loore en Tistaert geven tal van andere voorbeelden van buitenlandse arbeiders die in België illegaal tewerkgesteld worden in naaiateliers, bel- en nachtwinkels, de prostitutie, de horeca en de bouwsector.
De ondergrondse economie wordt volgens de auteurs mee in stand gehouden door criminele netwerken van mensenhandelaars. ‘De eerste slachtoffers van het fenomeen zijn de duizenden migranten zelf, die als slaven worden uitgebuit. De werkomstandigheden in sommige illegale naaiateliers in België zijn vergelijkbaar met die in Chinese, Bengalese, Indiase en Pakistaanse fabrieken. In de bouw moeten arbeiders tot 12 uur per dag werken, zeven dagen op zeven, voor een hongerloon van 600 euro per maand. Maar daarnaast wordt ook de Belgische staat ernstig benadeeld.
Alleen al door sociale fraude loopt onze schatkist naar schatting 2 tot 4 miljard euro aan inkomsten mis. Dat geld belandt in de zakken van mensenhandelaars en andere maffiosi.’ Loore en Tistaert roepen de Belgische overheid op om een coherente visie te ontwikkelen rond migratie en meer middelen vrij te maken om sociale fraude aan te pakken. ‘Er is een ander België dan dat van postkaartjes en reisgidsen. Het wordt tijd dat we die realiteit onder ogen zien.’ (kc)
Belgique en sous-sol. Immigration, traite et crime organisé door Frédéric Loore en Jean-Yves Tistaert is uitgegeven bij Editions Racine.

De mythe van de invasie


Het beeld dat Europa overspoeld wordt door massa’s wanhopige West-Afrikanen op zoek naar een beter leven, is fout. Dat zegt Hein de Haas, onderzoeker aan het International Migration Insitute van Oxford. In een recent rapport beschrijft hij de illegale migratie van West- naar Noord-Afrika en Europa. Over die migratie bestaan nogal wat mythes, in het leven geroepen door de aanhoudende mediaberichtgeving over de bootvluchtelingen in het Middellandse Zeegebied, maar ook door het politieke anti-migratiediscours. De belangrijkste conclusie van het rapport The Myth of Invasion is dat de trans-Saharamigratie in Afrika lang niet zo grootschalig, nieuw en alarmerend is als we denken.
Migranten die de Sahara doorkruisen, zijn niet massaal op doortocht naar Europa maar verkiezen vaker de Maghreblanden, met Libië op kop. Naar schatting 65.000 tot 120.000 West-Afrikanen steken jaarlijks de grens met de Maghreblanden over. Zowat een derde daarvan zou een succesvolle oversteek naar het Europese vasteland maken, veelal via legale weg. Volgens de Haas is het aandeel van de geregistreerde West-Afrikaanse migratie bescheiden in vergelijking met het totale immigratiecijfer van Europa, in 2004 goed voor 2,6 miljoen immigranten.
Ook al beheerst het anti-migratiedenken de mondiale politieke agenda, toch is de West-Afrikaanse migratie minder ongewild dan veel bestemmingslanden en de herkomstlanden laten uitschijnen. Die laatste zien de remittances –het geld dat migranten terugsturen naar hun geboorteland– graag komen. In de bestemmingslanden zijn sommige economische sectoren afhankelijk geworden van goedkope migratiearbeid. Daardoor krijg je een groeiende tegenstelling tussen het restrictieve migratiebeleid dat Europa hanteert en de vraag naar goedkope arbeid. Zo’n restrictief migratiebeleid werkt illegale migratie in de hand. Om illegale migratie tegen te houden, besluit de Haas, moet Europa dringend wettelijke instrumenten voor immigratie in het leven roepen, instrumenten die afgestemd zijn op de reële noden van de arbeidsmarkt. (td)
Het rapport The Myth of Invasion is terug te vinden op www.imi.ox.ac.uk

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur