De vijf vergeten oorlogen van Jemen

Jemen is een opvallende afwezige in de Europese journaals. Berichtgeving over het hinterland van het Arabische schiereiland beperkt zich tot items over ontvoerde of vermoorde westerse toeristen en de strijd tegen terreur. De golf van conflicten in Noord-Jemen sinds 2004 en de daaropvolgende vluchtelingenstroom, krijgen nauwelijks aandacht.

Een doorwinterde internationale hulpverlener met decennia werkervaring in hotspots als Afghanistan noemt Jemen het meest complexe land waar hij ooit heeft gewerkt. Een snelle optelsom leert dat Jemen inderdaad behoorlijk uit balans is. Het is de eerste stopplaats van wanhopige Somalische vluchtelingen die de toch al krappe arbeidsmarkt onder druk zetten –het straatarme Jemen heeft een werkloosheidscijfer van maar liefst veertig procent. Ook Al Qaeda-groepen uit Saoedi-Arabië en Irak vinden in Jemen een nieuw en structureel onderkomen. Vorig jaar nog zijn er twee Belgische toeristen vermoord en werden drie Duitsers ontvoerd.
De sterk tribale samenleving in Jemen is zowat de meest bewapende ter wereld, en er is een stevige link met de Somalische piraterij. Maar bovenal gaat de staat zijn vijfde conflictjaar in. Het kampt niet alleen met een zuidelijke regio die wil afsplitsen, ook in Noord-Jemen woedt al geruime tijd een burgeroorlog. Sinds 2004 volgden vijf oorlogsronden elkaar op in de bergen van de noordelijk gelegen provincie Sada.
De gevechten –de laatste grote clash eindigde in juli 2008– gaan tussen aanhangers van de Hoethi-beweging, traditionele sjiitische Zaidi-moslims, en de regeringstroepen van president Abdullah Saleh. De exacte aanleiding van de gevechten blijft vaag. Het conflict gaat wellicht terug op een mix van interne machtsverhoudingen en etnische, economische en religieuze geschillen. De anti-westerse Hoethi’s verzetten zich sterk tegen het centrale tegen Saudi-Arabië aanleunende bestuur, dat in de voorbije decennia ook salafistische –soennitische– scholen in Sada installeerde.

Vluchtelingenstroom


Minstens 130.000 burgers zijn gevlucht voor het geweld tussen de regeringstroepen van president Saleh en de Hoethi-rebellen in het onherbergzame noorden. Deze ontheemden zijn wellicht de meest onzichtbare oorlogsslachtoffers van deze tijd, zegt mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW). Tussen 2007 en juli 2008 riep de regering een totale informatiestop uit: lokale en internationale journalisten kregen het verbod de regio te bezoeken. Hoewel de informatiestop intussen niet meer geldt, blijft de berichtgeving over het conflict een heikele zaak.
Journalist Adulkarim Al-Khaiwani –die een internationale persprijs kreeg– werd herhaaldelijk opgepakt, en vastgezet op beschuldiging van connecties met de Hoethi’s. Zijn echte “misdaad” was dat hij weigerde de berichtgeving over het conflict stop te zetten. Nadat hij presidentiële gratie had gekregen, werd hij einde januari opnieuw veroordeeld door een speciale terrorismerechtbank. Humanitaire hulporganisaties geraken sinds 2007 nauwelijks tot bij de vluchtelingen, schrijft HRW in een uitgebreid rapport.
Toen in mei 2008 de vijfde oorlog uitbrak, blokkeerde de regering elke vorm van handel in de provincie, inclusief transport van levensmiddelen en brandstoffen. Die blokkade had alles weg van een collectieve bestraffing, een inbreuk op het internationaal recht, aldus HRW.
 60.000 mensen vonden beschutting in zeven opvangkampen bij Sada-stad, waar ze van nationale en internationale ngo’s beperkte hulp krijgen. De andere 60.000 ontheemden bevinden zich in afgelegen gebieden, waar ze zo goed als afgesneden zijn van hulporganisaties. Vooral VN-organisaties krijgen nauwelijks toegang tot die plaatsen, ondanks de belofte van Saleh dat ze hulp mogen brengen.

Risico’s nemen
De Jemenitische ontheemden zijn wellicht de meest onzichtbare oorlogsslachtoffers van deze tijd.


‘Er is nog niet veel veranderd sinds HRW haar rapport einde vorig jaar uitbracht’, vertelt Marius Posthumus van de Amerikaanse ngo ICS, aan de telefoon vanuit de hoofdstad Sanaa. ‘De regering staat toegang naar Sada toe op een ad hoc basis. Het is inderdaad niet zo dat de regering de toegang structureel verbiedt, maar je weet nooit of er omwille van “veiligheidsredenen” toch onofficiële wegblokkades zullen zijn.’ Het is vooral een kwestie van risico-inschatting, vervolgt Posthumus. Hulporganisaties moeten bereid zijn risico’s te nemen en zonder begeleiding te reizen. En niet iedereen uit de internationale gemeenschap doet dat. ‘In ten minste vijftig procent van de gevallen kan je naar Sada reizen zonder incidenten’, klinkt het laconiek.
De internationale hulporganisaties hebben geen exacte gegevens over de precieze omvang van de humanitaire behoeften of het aantal burgerslachtoffers. ‘Cijfers ontbreken. De grootste problemen zijn wellicht het ontbreken van toegang tot gas en diesel en andere grondstoffen, wat in rurale gebieden uiteraard versterkt wordt door het ontbreken van infrastructuur.’ Een onderzoek door ngo’s die wel toegang krijgen tot de vijftien districten van Sada, moet in kaart brengen waar de exacte noden liggen. President Saleh stuurde intussen een verzoeningsteam naar de regio en beloofde de toegang tot medische hulpverlening voor gewonde strijders en burgers te verbeteren. Van het in september vorig jaar aangekondigde heropbouwfonds lijkt echter niet veel in huis te komen.

Internationale veiligheid


De internationale donorgemeenschap, inbegrepen de Europese, heeft zich sinds 2004 te weinig geëngageerd in het conflict, zegt HRW. Europa slaagde er niet in om een gezamenlijk standpunt naar voor te schuiven over de toegangsmodaliteiten voor Sada. Nochtans heeft de internationale gemeenschap alle belang bij een stabiel Jemen. In een briefing paper waarschuwt het gevestigde Britse Chatham House voor de enorme uitdagingen waar Jemen voor staat.
Met 45 procent van zijn inwoners die het moeten stellen met minder dan twee dollar per dag, is Jemen het armste land van de Arabische wereld. Er is niet alleen de enorme werkloosheid en de snel groeiende bevolking, de staatsinkomsten zijn volledig gericht op opdrogende oliebronnen. Die wankele stabiliteit dreigt van Jemen een wetteloze zone te maken tussen Noord-Kenia, Somalië, de Golf van Aden en Saudi-Arabië.
Wanneer piraterij, georganiseerde misdaad en agressieve jihadgroepen daarin vrij spel krijgen, kan dat verregaande gevolgen hebben voor de binnenlandse veiligheid van buurlanden van Jemen, en voor de veiligheid van scheepvaartroutes en het olietransport door het Suezkanaal.
Lees ook de Q&A over de strijdende partijen in de burgeroorlog in Sada en Al Qaeda in Jemen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur