De Vlaamse baksteen wordt groener

‘Het werk van een architect is wel degelijk veranderd sinds de wetgeving op de Energieprestatie en het binnenklimaat van gebouwen (EPB) van kracht is geworden. We worden echt in de richting van duurzame gebouwen geduwd en we hebben ook heel wat meer administratief werk’, vertelt Joëlle De Bock van architectenbureau Egus.
Die EPB-wetgeving werd al in 2002 met een Europese richtlijn op de rails gezet, waarna ze in 2006 via gewestelijke decreten werd vertaald naar de Belgische realiteit. De EPB-wetgeving verplicht iedereen die met een bouwvergunning een nieuw huis bouwt of een bestaand huis renoveert om dat te doen volgens bepaalde normen en regels.
Nieuwe huizen moesten vanaf 2006 voldoen aan de E100-norm, eind 2009 werd die aangescherpt tot E80. Of nieuwbouw daaraan beantwoordt, wordt berekend met een gespecialiseerd programma dat ingevoerde gegevens over de dikte van de isolatie, de ventilatie en de energie-efficiëntie vertaalt in één enkel cijfer.
De naleving van die regelgeving wordt gecontroleerd: voor elke vergunde bouw moet een EPB-verslag worden gemaakt door een van de ondertussen 4415 geregistreerde EPB-verslaggevers. Die verslaggevers –architecten of ingenieurs– maken een beginverklaring voor de bouw en een eindverslag over de EPB-prestaties.
Architecte Joëlle De Bock: ‘Al in de ontwerpfase houden we contact met de EPB-verslaggever. Zo weten we zeker dat we op het gebied van isolatie, verwarming en ventilatie de juiste beslissingen nemen om een gebouw af te leveren dat aan de normen beantwoordt.’
Deze aanpak leidt kennelijk tot resultaten. Het Vlaams Energieagentschap onderzocht op basis van de duizenden EPB-verslagen hoe de wetgeving wordt toegepast op het terrein. Daaruit blijkt dat de energieprestaties van de nieuwe woningen verbeterden van E86 in 2006 tot E80 in 2008.
In 2006 zat nog 4 procent boven de wettelijke norm van E100, in 2008 was het nog 0,2 procent. De eigenaars van die woningen worden beboet. Het aantal lage-energiewoningen (minder dan E60) liep op van 4 procent in 2006 tot meer dan 15 procent in 2008.
Bij appartementen is een vergelijkbare trend merkbaar: een verbetering van de prestatie van E89 in 2006 tot E81 in 2008. De gemiddelde dikte van de muurisolatie nam in Vlaanderen tussen 2004 en 2009 toe met 30,3 procent tot 69,67 mm voor minerale wol en met 56,5 procent voor andere isolatiematerialen. Voor de hellende daken was de stijging 38,7 procent: gemiddeld heeft het hellend dak van een nieuwbouw nu een isolatiedikte van 157,99 mm (113,90 mm in 2004).
Hoogrendementsbeglazing is met 99,6 procent in nieuw- en vernieuwbouw de standaard geworden. Het lijkt er dus op dat de overgang naar duurzamer bouwen is ingezet. Dat is geen overbodige luxe, want op Griekenland na heeft geen enkel Europees land slechter geïsoleerde woningen dan België.

En dan is er nog het EPC


Het EPC moet voorgelegd kunnen worden bij verkoop of verhuring. Dat bleek in de helft van de gevallen niet te gebeuren. In dat geval krijgen eigenaars een uitnodiging voor een hoorzitting. Inmiddels werden 270 dossiers op een hoorzitting behandeld, waarvan er 46 tot een boete hebben geleid. Voor het overgangsjaar 2009 lag er nog meer nadruk op bewustmaking. Vanaf dit jaar wordt meer beboet.
Sinds 2009 is het verplicht om bij verhuur en verkoop van een woning een energieprestatiecertificaat (EPC) op te stellen dat de energiescore van een gebouw weergeeft. Zo worden potentiële kopers en huurders geïnformeerd over de energiezuinigheid van de woning. In 2009 werden 140 000 EPC’s opgesteld door zo’n 3000 erkende energiedeskundigen. De prijs voor een EPC ligt tussen de 200 en 350 euro voor vrije en halfvrije woningen en tussen 100 en 250 euro voor appartementen en rijtjeshuizen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

randomness