De VN als handpop van multinationals

Interview Riccardo Petrella

Verschillende landen die samen naar oplossingen zoeken voor gemeenschappelijke problemen: op papier klinkt multilateralisme mooi maar in de praktijk blijkt vaak dat nationale belangen zwaarder wegen. Zijn de VN-conferenties verworden tot praatbarakken? MO* vroeg het aan politicoloog Riccardo Petrella (UCL), die onder meer bekend werd als een van de boegbeelden van de andersglobalistenbeweging. 

Is de tijd van het multilateralisme voorbij?

Riccardo Petrella: Multilateralisme was belangrijk ten tijde van de Koude Oorlog, toen de twee supermachten de wereld onder elkaar verdeelden. Dat was de enige manier waarop publiek debat en respect voor diversiteit nog ruimte konden krijgen.

In de jaren tachtig en negentig kreeg het multilateralisme een nieuwe rol. Na de dekolonisatie werden de waarden waar multilateralisme voor staat immers relevant voor de onafhankelijk geworden staten. Er kwamen nieuwe, betekenisvolle multilaterale akkoorden, onder meer over klimaat, biodiversiteit en verwoestijning.

Vandaag is het multilateralisme de gevangene geworden van de privélogica. Niet alleen die van de sterkste staten maar ook van de machtige multinationale groepen: van de water- en agro-industrie, de communicatiesector, de banken. Beetje bij beetje hebben die hun visie aan de wereld opgedrongen en hebben ze zowel de nationale politieke klassen als de internationale agentschappen van de VN onderworpen aan hun wereldbeeld.

Die VN-agentschappen zijn geïnstitutionaliseerde instrumenten geworden in dienst van de analyses en de voorstellen van de sterkste multinationale groepen van de industrie, de handel en de financiën. De G20 is een bevestiging van die toe-eigening door de multinationals, zelfs van de machtigste landen.

Het multilateralisme bestaat vandaag nog als institutionele modaliteit maar ontdaan van zijn wezenlijke functies want die zijn opgeslorpt in het eendimensionale denken van de commerciële en financiële logica, van een logica die alles tot geld herleidt. 

Denkt u aan een concreet voorbeeld?

Riccardo Petrella: De Global Compact - een samenwerking van de VN met bedrijven die via het Economisch en Sociaal Comité van de VN het beleid mee sturen- oriënteert het voedselbeleid, het landbouwbeleid, het waterbeleid. In 2007 hebben de VN aan 19 watermultinationals het mondiale beheer van het water toevertrouwd via de Global Compact. Dat bedoel ik met het multilateralisme dat ten prooi is gevallen van de multinationale groepen in deze wereld. En dat is heel bedreigend voor de planeet.

Ook in de klimaatonderhandelingen vertrouwt men op de marktmechanismen om het probleem van de globale opwarming op te lossen.

Riccardo Petrella: Dat is inderdaad de actuele tendens, zoals de mechanismen in het kader van REDD en REDD+ voor het behoud van de bossen. Twintig jaar geleden al werden de Wereldbank en het Internationaal Muntfonds de grote instrumenten voor de financiering van het milieu. Ook REDD+ is een manier voor de landen met een overvloed aan natuurlijke rijkdom, om de verwoesting van de natuur in de rijke landen te laten doorgaan, en daar dan nog geld voor te krijgen. Het is een intelligent mechanisme maar het lost het probleem niet op.

Op dit moment is men volop bezig met het bestuderen van nieuwe modellen van financiële mechanismen, niet alleen voor het financieren van de bossen; ook van de krokodillen, de chimpansees en noem maar op. Alles wordt herleid tot geldwaarde. Men is dus volop bezig om de prijs voor al die natuur over te hevelen naar en op de schouders te leggen van de toekomstige generaties.

Hoe is dit kunnen gebeuren?

Riccardo Petrella: De zogenaamde “progressieve” krachten hebben die transformatie niet zien aankomen. Sommigen zijn zelfs medeplichtig omdat ze zich erbij neerlegden dat alle dimensies van het leven tot koopwaar werden gemaakt. Het water, de bossen, de micro-organismen, traditionele kennis… zijn collectieve rijkdom maar vandaag zijn ze tot koopwaar gemaakt. Het leven en de natuur zijn “gemonetariseerd”. Men is zich niet bewust van de gevolgen daarvan voor de toekomstige generaties.

Op de VN-top van Monterey in 2003, over de financiering van ontwikkeling, werd gesteld dat de bossen op deze planeet het best kunnen gevrijwaard worden door ze een monetaire waarde te geven. Dat betekent hen binnenbrengen in de wereld van investeringen en financieel rendement.

Gaat Europa mee in die trend?

Riccardo Petrella: In november 2012 zal de Europese Commissie de nota A blueprint for Europe’s Waters voorstellen, waarin het waterbeheer volledig gezien wordt vanuit die monetaire logica. Die vermarkting en monetarisering van het water door het financieel kapitaal van de wereld is het einde van het leven. Nooit in de geschiedenis van de mensheid is men zo ver gegaan in het ondergeschikt maken van het leven aan het kapitaal.

De huidige crisis is niets anders dan de uitdrukking van de dominantie van het kapitaal over het leven. Dat is een moorddadige dominantie. Het doel van deze groepen is niet om zorg te dragen voor die natuurlijke bronnen. Het doel is die te consumeren en tot koopwaar te maken, en om een schaarste te creëren. Het water is niet schaars in de natuur, de natuur geeft ons water in overvloed. Maar wij hebben schaarste gecreëerd. Canada heeft een overvloed aan water maar de Canadezen hebben hun water vervuild. Vandaag zijn ze rijk aan vervuild water en is water dus schaars geworden. 

Zal ook Rio +20 in het teken staan van die verdere monetarisering?

Riccardo Petrella: Rio+20 heeft twee doelstellingen. In de eerste plaats duurzame ontwikkeling verder doortrekken om zowel economische groei te bereiken als de armoede uit te roeien. Die doelstelling is een geweldige mystificatie. Geen haar op het hoofd van de dominante groepen denkt eraan om de armoede uit te roeien. Bovendien wordt duurzame ontwikkeling helemaal geplaatst in de context van de groene economie.

De tweede doelstelling is institutionele modaliteiten bedenken om dat soort duurzame ontwikkeling uit te bouwen in de context van groene economie en de strijd tegen armoede. Zoals het nu is opgevat, betekent Rio+20 het afbouwen van het sociale welzijn. Elk individu is aangewezen op zijn eigen krachten om toegang te vinden tot die kapitaalsmarkten en in de context van concurrentie te zoeken naar het voldoen van zijn behoeften.

Kan men die evolutie omkeren?

Riccardo Petrella: Wat we moeten doen, is het gevecht aangaan van de ideologische ontmanteling van deze aanpak. We moeten de waarden van leven en samenleven opnieuw tot de grondwet van onze samenleving maken, we moeten die herconstitutionaliseren. 

Ideologische ontmanteling en herconstitutionalisering, dat zijn grote woorden.

Riccardo Petrella: Met ontmanteling bedoel ik het ontmaskeren van die logica en het aantonen dat die niet gefundeerd en extreem gevaarlijk is. Men kan het leven niet tot koopwaar maken.

De herconstitutionalisering van het samenleven betekent het grondwettelijke karakter herbevestigen van de gemeenschappelijke goederen. De natuur is een constituerend bestanddeel van het menselijk leven en van de maatschappij. Samen leven in gemeenschap is verankerd in de grondwet, het is zelfs juridisch bezegeld. Maar zelfs indien dit niet in juridische termen zou vastgelegd zijn, dan nog is het zo dat de natuur een constituerend element is van het samenleven.

Zonder water geen leven. Als we het water in de grondwet verankeren als een publiek goed wordt het ook mee een stichtend bestanddeel van het samenleven. Men kan dat bijgevolg niet onderwerpen aan de logica van het maximaliseren van de winst voor individueel gebruik. Als men het water niet langer als koopwaar behandelt, wordt die individuele toe-eigening onmogelijk.

Waaraan denkt u dan, behalve het water?

Riccardo Petrella: Ik denk aan een zevental elementen die opnieuw in de grondwet verankerd moeten worden als collectieve waarden voor de menselijke geschiedenis. Dat is de lucht, het water, de bossen, de kennis, de aarde, de zon, de veiligheid. Die kunnen niet toege-eigend worden noch het voorwerp worden van een patrimonialisering door de natiestaat. Het gaat om mondiale collectieve goederen waarvan zelfs nationale staten geen eigenaar kunnen zijn. De staat kan zelfs geen eigenaar zijn van de rijkdommen in de ondergrond. Die toe-eigening ligt trouwens aan de oorsprong van de oorlogen voor de natuurlijke rijkdommen.

Men kondigt vandaag al aan dat de oorlogen van de 21ste eeuw de oorlogen voor het water zullen zijn. Dat is natuurlijk geredeneerd vanuit die verwoestende logica van de 18de en 19de eeuw, toen we de oorlogen voor de petroleum gekend hebben. Het is tijd voor een nieuwe aanpak.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3246   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift