Dossier: 

De voorposten van tirannie liggen in Centraal-Azië

De tweede ambtstermijn van George Bush moet zorgen voor de verspreiding van vrijheid en democratie, zegt Condoleezza Rice. Iran en Noord-Korea staan bovenaan haar lijst. Zimbabwe, Cuba, Wit-Rusland en Birma zijn de nieuwkomers. Aangezien de Amerikaanse inlichtingendiensten de voorbije jaren wel meer steken lieten vallen (9/11, massavernietigingswapens,…) wil MO* met deze nieuwe rubriek Condoleezza’s lijst vervolledigen. Ahmed Rashid opent de serie met de stelling dat de democratisering moet beginnen bij Amerika’s bondgenoten.

Drie en een half jaar na 11 september blijft het islamistische extremisme een grote uitdaging voor Pakistan, Iran, Afghanistan en de Centraal-Aziatische republieken. Universele ideeën als democratie en het respect voor de mensenrechten worden in deze regio steeds vuriger voorgesteld als on-islamitisch.
Als de tweede regering Bush het beleid aanhoudt van de voorbije drie jaar, zal Centraal-Azië en de wijdere omgeving een broedplaats blijven van extremisme en groeiende armoede. Wat zoiets tot gevolg heeft, zien we in Irak, dat -zoals voorspeld- een magneet is geworden voor extremisten uit de hele wereld. Ten minste zeven militanten van Lashkar-e-Toiba, een Pakistaanse beweging van radicale Pan-islamisten, zijn in Irak gedood bij gevechten met het Amerikaanse leger. Al Qaeda en consorten zijn nu actief in meer dan zestig landen.

Democratie en interventie


Het is niet allemaal treurnis in de regio. Op 9 oktober 2004 vonden in Afghanistan succesvolle presidentsverkiezingen plaats, meer dan zeventig procent van de kiesgerechtigde Afghanen bracht er zijn of haar stem uit. Daarmee is Hamid Karzai nu de meest democratisch verkozen leider uit de regio. Karzai staat voor de taak aan democratisering te werken, de drugshandel aan te pakken en de krijgsheren en hun milities te ontwapenen. Daarvoor zou hij wel moeten kunnen rekenen op meer steun, zowel uit de VS als uit de EU. Helaas voor hem heeft de oorlog in Irak alle aandacht voor zijn land weggekaapt.
Als democratisch verkozen president is Karzai de uitzondering die de autoritaire regel bevestigt. Andere presidenten, zoals Pakistans militaire heerser Pervez Musharraf en de autocraten die Oezbekistan, Tadzjikistan, Turkmenistan, Kazachstan en Kirgizstan besturen, kan je moeilijk democratisch noemen. Toch krijgen ze rugdekking vanuit Washington in ruil voor hun steun voor Bush’ War on Terror, met name door toegang te verlenen tot militaire basissen. Toen de VS na 11 september belangstelling toonden voor de regio, de thuisbasis van Al Qaeda, ontstond bij veel Aziaten nieuwe hoop op politieke en economische hervormingen. Die hoop ligt nu aan scherven. Het gevolg daarvan is dat het “islamitische antwoord” op de autoritaire regimes steeds aantrekkelijker wordt.
Iran dreigt een politieke crisis te ontstaan nu de gematigde krachten geen sterke presidentskandidaat hebben voor de komende verkiezingen. De voorstanders van de harde lijn in Iran zagen hun positie alleen maar sterker worden door het Amerikaanse beleid in buurland Irak. En het zijn net die Iraanse haviken die koste wat het kost willen doorgaan met het nucleaire programma. De gematigde politieke krachten in Iran zijn het met de VS over een aantal zaken min of meer eens: Irak, Afghanistan en de strijd tegen het soennitisch extremisme.
Toch weigert de Bush-administratie om het gesprek met hen aan te gaan, waardoor hun positie nog meer verzwakt. Het ziet ernaar uit dat de neoconservatieven in Washington er vooral op gebrand zijn om zo snel mogelijk de weg vrij te maken voor een nieuw offensief, in Iran. Ongeacht het besef dat zo’n “ingreep” de spanningen met de sjiitische moslims danig zal verscherpen -wat niet alleen voor enorme onrust in Iran kan zorgen, maar ook voor zware problemen in Irak of bij Amerikaanse bondgenoten zoals Pakistan en Afghanistan, die grote sjiitische minderheden hebben.

Probleemvrienden


De Centraal-Aziatische republieken hebben allen te maken met toenemende armoede, het uitblijven van politieke en economische hervormingen en het voortduren van de heerschappij van de oligarchieën die al sinds de sovjetperiode aan de macht zijn. De VS hielden de dictatoriale regimes een hand boven het hoofd, wat hen niet bepaald aanspoorde om meer werk te maken van democratisering, onderwijs en economische ontwikkeling. Terwijl juist dat de enige efficiënte manier is om het lokale extremisme aan te pakken.
Enkel Kazachstan stond toe dat er zich een gecontroleerde meerpartijendemocratie ontwikkelde. In de andere republieken leidt het gebrek aan centrum-partijen en democratie er toe dat politieke oppositie steeds vaker de vorm aanneemt van lidmaatschap van ondergrondse islamistische groepen. Met een bevolking waarvan zestig procent jonger is dan 25 jaar en met een meerderheid van de jongeren werkloos, ligt er een sociale tijdbom onder Oezbekistan, Tadzjikistan, Turkmenistan, Kazachstan en Kirgizstan. Als die ontploft, zijn de islamisten -bij gebrek aan democratische alternatieven- de enigen die klaar staan om er van te profiteren.
De meest schrijnende voorbeeld van dit doemscenario vindt men in Amerika’s jongste bondgenoot in de regio: Oezbekistan. In december 2004 namen twee Oezbeekse vrouwen in de Pakistaanse stad Lahore deel aan een internationale workshop over wettelijke rechten. Na twee dagen kregen ze allebei een telefoontje waarin hun dochters meldden dat ze uit hun overheidsbaan ontslagen waren. Oezbeken die naar het buitenland reizen om er zaken te doen die niet de goedkeuring kregen van de overheid, moeten daarvan de gevolgen dragen.
Maar de paranoia en toenemende isolatie van president Islam Karimov werkt ook omgekeerd. Ik heb vier maanden lang geprobeerd een visum te krijgen voor een werkbezoek aan Oezbekistan. Half december kwam dan eindelijk het njet: ik kon geen visum krijgen omdat ik kritisch geschreven had over president Karimov. De autoriteiten in Tashkent hadden mij in de vergaarbak “anti-staat” gestopt, nadat ik het land 16 jaar gecoverd en president Karimov driemaal geïnterviewd had.
Karimovs isolationisme is niet alleen gericht tegen journalisten, investeerders en ngo-werkers. Het treft alle buurlanden. Oezbekistan heeft zijn grens met Pakistan gesloten, landmijnen gelegd langs de grenzen met Turkmenistan en Tadzikistan, en het weigert de grens met Afghanistan open te stellen -waardoor dat land de economisch hoognodige handel met Centraal-Azië niet kan opstarten.
Zelfs de Amerikaanse militaire transporten vanuit de Amerikaanse basis in het Oezbeekse Karshi worden gehinderd door ontelbare problemen en vertragingen als ze de Oezbeeks-Afghaanse grens willen oversteken. Ondanks al die maatregelen blijft er een voortdurende stroom militanten van de Islamic Movement of Uzbekistan over en weer gaan tussen de Oezbeekse Ferghana Vallei en de Pakistaanse semi-autonome regio Waziristan. Oezbekistan zou een centrale rol kunnen spelen in het verslaan van de militante islam in Centraal-Azië, als het zijn grenzen zou openen en de regionale handel zou promoten. Ongelukkig genoeg gebeurt net het tegenoverstelde.
Het is duidelijk dat de oorlog tegen het terrorisme een strijd van zeer lange adem is. Het leger en de politie moeten de confrontatie aangaan met islamistische extremisten, maar ook de zittende regimes moeten zichzelf hervormen. Tot nu toe hebben de VS in hun strijd tegen het extremisme enkel gewed op militair geweld en op hun eigen militaire aanwezigheid in de regio. Dat is een recept voor nog veel meer opschudding en instabiliteit in Centraal-Azië.
Pakistan zal de meest problematische bondgenoot blijven. Tijdens zijn eerste ambtstermijn zorgde George Bush ervoor dat Musharraf goed weggeraakte met de Pakistaanse verkoop van kernwapentechnologie aan Iran, Libië en Noord-Korea. Daarmee werd de stoere taal tegen nucleaire proliferatie danig uitgehold en werden Iran en Noord-Korea bijna aangemoedigd om door te gaan op hun nucleaire pad en de wereld te confronteren met een fait accompli. Intussen heeft president Musharraf zich verbonden met islamitische partijen. Hij heeft bovendien de ontwikkeling van het land onder een harde militaire controle geplaatst. Dat zorgt voor een polarisering tussen islamistische en militaire krachten enerzijds en democratische krachten anderzijds. Tegelijk weigert Musharraf de nodige hervormingen door te voeren in sleutelsectoren als onderwijs en mensenrechten, waardoor hij de extremisten nog meer in de kaart speelt.

Ahmed Rashid is een Pakistaanse journalist en auteur van Taliban. Militante islam, olie en fundamentalisme in Centraal-Azië. (2001, Atlas) en Jihad. De opkomst van het moslimfundamentalisme in Centraal-Azië. (2002, Atlas).

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2388  proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift