De wereld heeft een bestuur nodig

De oorlog in Irak heeft grote diplomatieke barsten geslagen in het al kwetsbare bouwwerk van de wereldverhoudingen. We lijken ver verwijderd van een degelijk globaal bestuur. Toch blijven heel wat Belgen aan de weg timmeren.
Met hun dreigement de Navo uit Brussel weg te trekken, lieten de Verenigde Staten duidelijk voelen dat ze de onafhankelijke opstelling van ons land niet konden pruimen. Irak en de genocidewet lagen Rumsfeld, Bush en co zwaar op de maag. Hun schot voor de Belgische boeg heeft zijn effect niet gemist: minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel ageert sindsdien omzichtiger. Hij wil de verhoudingen met de supermacht helen, kwestie van diplomatiek terrein te herwinnen en economische schade te voorkomen.
Achter de schermen blijft politiek België nochtans stevig nadenken over zijn rol in de grote wereldpolitiek. Dat blijkt onder meer uit de reactivering van het Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen (KIIB), een denktank die door Buitenlandse Zaken gefinancierd wordt, maar jarenlang een sluimerend bestaan kende. Het KIIB heeft tot taak het publieke debat en het onderzoek te stimuleren, en adviseert tevens Buitenlandse Zaken.
Anderhalf jaar geleden werd Rik Coolsaet, professor internationale politiek aan de Universiteit Gent, er aangesteld tot directeur van het departement Veiligheid. Over de vraag hoe België zijn veiligheid kan realiseren in de eenentwintigste eeuw, ging het KIIB eerst een gesprek aan met Jan Grauls, de man die ondanks CD&V-roots door Louis Michel eerst tot zijn kabinetschef werd benoemd en eind 2002 tot topman van Buitenlandse Zaken. Na die laatste benoeming lanceerde Grauls meteen het thema global issues als nieuwe ambitie voor ons buitenlands beleid. Het is dus niet verwonderlijk dat Coolsaet zijn opdracht, na het overleg met Grauls, vertaalde in twee assen: Europese veiligheid en globaal bestuur.
Achterliggende gedachte: een goed globaal bestuur zal in de eenentwintigste eeuw cruciaal zijn voor onze veiligheid. De hamvraag is dan natuurlijk: wat is een goed globaal bestuur? Op een seminarie legde het KIIB daarover een eerste werkstuk voor aan een groep experts en personaliteiten. MO* was erbij.

Geen wereldregering


Coolsaet schreef zijn werkstuk Global Governance: the next frontier in het Engels. Daarin vergelijkt hij globaal bestuur met nationaal bestuur. Een verzameling mensen wordt volgens de auteur maar een gemeenschap als er solidariteit en samenhorigheid zijn, en een regering die zorgt voor publieke goederen. Dat zijn goederen waarop elk lid van de samenleving recht heeft rechtspraak, veiligheid, onderwijs en die iedereen moet kunnen consumeren zonder dat de beschikbaarheid ervan voor anderen vermindert. Ook de internationale gemeenschap kan volgens Coolsaet maar bestaan als er een bestuur is dat globale publieke goederen als veiligheid of economische stabiliteit voor allen toegankelijk kan maken. Wat onaanvaardbaar is op nationaal gebied, is het evenzeer op internationaal gebied: ook de internationale gemeenschap kan de spanningen, die voortkomen uit groeiende verschillen in inkomen, veiligheid of macht, niet blijvend verdragen. Een wereldorde die niet iedereen gelijke toegang geeft tot cruciale publieke goederen, zal uiteindelijk ineenstorten, voorspelt Coolsaet. Die gedachte schept meteen de “progressieve” bedding voor zijn werkstuk.
Het globaal bestuur waarvoor Coolsaet pleit, mag niet verward worden met een wereldregering. Staten blijven de belangrijkste actoren. Het gaat veeleer om multilevel governance. Een meerlagig bestuur dus, waar lokale, nationale, regionale en globale instrumenten en acties elkaar aanvullen met als doel het realiseren van globale publieke goederen.

Tenoren in koor


Op het seminarie in december werd vooral gereageerd op het idee van een sociaal-economische veiligheidsraad (SEVR) binnen de Verenigde Naties. Die ‘bestaat uit een klein maar representatief aantal landen, moet de verschillende terreinen van de wereldeconomie overzien handel, investeringen, duurzame ontwikkeling en arbeidsrechten en substantieel bijdragen tot de coördinatie van internationale beslissingen op sociaal-economisch gebied.’ Philippe Maystadt, vele jaren Belgisch minister van Financiën en in die hoedanigheid ook een tijdlang toonaangevend binnen het Internationaal Monetair Fonds (IMF), vond het een zinnig idee. ‘De specialisering van de bestaande instellingen zoals het IMF of de Wereldhandelsorganisatie dient behouden te worden, maar specialisatie sluit coördinatie niet uit. De prioriteiten van de verschillende organisaties dienen tegenover elkaar te worden afgewogen. In het verleden is dat dikwijls gebeurd door de G7, maar dat is niet legitiem want de G7 vertegenwoordigt maar 11 procent van de wereldbevolking. Zo’n SEVR zou dat beter kunnen. Momenteel krijgen milieu en gezondheid niet het gewicht dat ze verdienen.’
Ook Fons Verplaetse, eregouverneur van de Nationale Bank, schaarde zich achter het idee. ‘De raad kan een consensusorgaan worden waar de welvaartscheppende krachten de bedrijven en de welvaartcorrigerende krachten de ngo’s met elkaar praten. Dat kan ook een middel zijn om ngo’s bij het beleid te betrekken zonder hen echt een uitvoerende verantwoordelijkheid te geven waardoor hun rol van waakhond aangetast zou worden.’
Al bij al werd Global Governance: the next frontier positief ontvangen door de aanwezige academici, vertegenwoordigers van internationale instellingen en ngo’s. De voornaamste kritiek op dit toch vrij idealistische werkstuk was dat de tekst niet “Belgisch” genoeg was, in de zin dat hij te weinig rekening hield met de vele en op het eerste gezicht onoverkomelijke obstakels die de vooropgestelde objectieven in de weg staan.
Coolsaet: ‘Ik zet zeker door op dit pad. De reacties geven aan dat er nood is aan een positief toekomstperspectief. ‘En dat er in dit land een draagvlak is om daaraan een bijdrage te leveren.’ Hij verwijst daarmee naar de academische belangstelling voor global governance en naar de politieke interesse van Louis Michel en premier Guy Verhofstadt met zijn globaliseringsconferenties. Beiden stuurden medewerkers naar het seminarie. Ook een groot deel van het Belgische middenveld zit op dezelfde golflengte. In Eén strijd of botsende belangen, de jongste uitgave in de serie NoordZuid Cahier, pleiten de twee grote vakbonden, de milieubeweging en de Noord-Zuidbeweging ronduit voor een mondiaal bestuur dat sociale en ecologische regels oplegt. In België lijkt daarover een brede consensus mogelijk.

België’s goede voornemens


België kan een rol spelen op weg naar een globaal bestuur, vindt Rik Coolsaet, directeur van het departement veiligheid van het Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen. In Global Governance: the next frontier somt hij vijf ‘globale publieke goederen’ op die door zo’n globaal bestuur gegarandeerd moeten worden, en geeft hij aan welke prioritaire acties ons land kan ondernemen om een en ander te realiseren.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur