De zuiderse bioboer en het westerse grootwarenhuis

De problemen van de bioboeren in het Zuiden lijken verdacht veel op die van het Noorden. Groen produceren kost meer, en biolabels zijn duur. Ondanks de hogere prijs blijft de vraag naar bioproducten blijft stijgen. De druk van opportunistische multinationals, die maar wat graag op de biokar willen springen, wordt bijna onhoudbaar.
Globalisering? De theeboeren van Wuyuan in het noordoosten van China zul je er niet over horen klagen. Sinds midden jaren negentig de vraag naar bioproducten in het Westen begon te stijgen, is hun omzet fenomenaal gestegen. Tot zijn eigen verbazing ontdekte de Wuyuan Green Tea Company enkele jaren geleden dat het over de perfecte condities beschikte om op biologische landbouw over te stappen. Het hele district Wuyuan is een beschermd natuurgebied en vogelreservaat. Industrie is er verboden, lucht en water zijn er zuiver. In 1997 kreeg de organisch geteelde groene thee van Wuyuan het felbegeerde bio-certificaat van de EU, waardoor de thee voortaan als (duurdere) biothee verkocht mocht worden in het Westen. Sindsdien stromen de deviezen binnen. Maar ook op de binnenlandse markt doet de biologische Wuyuan thee het steeds beter. Na alarmerende rapporten over pesticide-residu’s en hoge gehaltes zware metalen in conventioneel geteeld voedsel stijgt ook in China de vraag naar bioprodukten. Wuyuan Green Tea Company is inmiddels omgedoopt tot Wuyuan Organic Foods en produceert nu ook biologische champignons, bamboescheuten, peren en perziken. Maar er zijn de kapers op de kust. Grote bedrijven met meer logistieke mogelijkheden liggen op de loer om de organische theemarkt in te palmen.

WAAROM ZIJN DE BANANEN GROEN?

In Costa Rica kunnen ze er erover meepraten. Chris Claes van Vredeseilanden werkte er als landbouwingenieur zeven jaar mee aan de uitbouw van ecologische landbouw. De boeren daar hadden geen geld voor de dure apparatuur en chemische middelen van de conventionele landbouw, en waren dus uit pure noodzaak al langer bezig met milieuvriendelijke landbouw. Claes hielp hen hun biologische productie te optimaliseren en de nieuwste ecologische werkmethodes vanuit het Westen te verspreiden. Met succes: met name de biobananenteelt doet het al enkele jaren bijzonder goed. Tot in april dit jaar de prijs van biobananen in elkaar stortte.Van 38 colones (5,4 frank) per kilo naar 10 colones (1,4 frank), het was een ramp voor de coöperaties van kleinschalige ecologische bananenboeren. Tot dan toe hadden ze weten stand te houden dankzij de uitvoer naar Europa en de Verenigde Staten. In Costa Rica zelf krijgen de bioboeren geen meerprijs voor hun bioproducten. De bioconsumenten vormen voorlopig nog maar een kleine elite in de steden. Uitvoer is op dit moment de enige uitweg, maar daarvoor waren de biobananenboeren dan weer aangewezen op de exportkanalen van multinationals als Chiquita en Gerber. Deze alliantie is de bioboeren zuur opgebroken nu de multinationals zelf grootschalige biologische bananenplantages opgericht hebben, en daardoor de prijs van biobananen kelderden.

‘BIO’ IS EEN DUUR ETIKET.

Een andere grote hindernis bij de uitvoer van bioproducten naar Europa, is de biolabeling. Bioproducenten uit het Zuiden krijgen pas een goede prijs voor hun bioteelt als er een officieel erkend bio-etiket op plakt. En daar wringt het schoentje. ‘Internationale biocertificatie is een onnoemelijk traag, moeilijk en naar lokale normen afgrijselijk duur proces aan het worden’, zegt Bart Pauwels, die voor Broederlijk Delen werkt in Venezuela. ‘De regelgeving is in handen van een aantal westerse technocraten die weinig of geen voeling hebben met de producenten in het Zuiden.’ In 1996 stond Pauwels mee aan de wieg van Codesu, een ngo die zich bezighoudt met biologische landbouw en biocertificatie. ‘De Europese Commissie geeft aan een klein aantal landen de toestemming om biocertificaten uit te reiken. Tot die club hoort maar één land uit Latijns-Amerika: Argentinië.’ Streefdoel van Codesu is accreditatie van Venezuela, maar hiervoor is de volle samenwerking van de regering nodig, en dat is in essentie een politieke zaak. Veel vergaderen en lobbyen dus. Ondertussen zijn wel al negen Venezolaanse landbouwingenieurs geaccrediteerd door de Britse biocertificatieorganisatie Soil Association.

DE PRIJS VAN EERLIJKE HANDEL

Dat je voor een bioproduct uit het Zuiden een beetje meer betaalt, zou dus de normaalste zaak ter wereld moeten zijn. Maar hoelang zal de biosector nog aan de druk van de markt kunnen weerstaan? Voor multinationals die de nodige investeringen kunnen doen, is de verleiding bijzonder groot om grootschalig bio te gaan produceren. Chris Claes ziet de tekens al aan de wand: ‘De IFOAM, de internationale federatie van biologische landbouwbewegingen, zegt ervoor te ijveren dat bioboeren in Noord en Zuid een eerlijke prijs krijgen. Maar in de praktijk heeft de organisatie vooral oog voor een stijging van de bio-omzet.’ Ook Fair Trade-organisaties zoals Max Havelaar en Oxfam-Wereldwinkels willen veel meer ecologische producten in hun gamma opnemen, onder het motto Handel kan niet fair zijn als hij niet ecologisch is. Oxfam-Wereldwinkels België test -na een intense interne discussieronde- een nieuw samenwerkingsverband met de grootdistributie uit. Vanaf september worden twee Wereldwinkelwijnen verkocht in Delhaize-winkels. ‘Op zich geen probleem, zolang er een eerlijke prijs voor betaald wordt’, zegt Chris Claes. ‘Maar als tijdens de jongste week van de biolandbouw één van de deelnemende supermarkten reclame maakt met de slogan De goedkoopste bioproducten van het land, dan stel ik me daar toch serieuze vragen bij.’ Vredeseilanden, Velt en BBL willen rond de duurzame aspecten van biolandbouw in Vlaanderen een discussie op gang brengen, en lanceren hiertoe een platformtekst (zie bladzijde 33 in dit blad). Bij Oxfam zijn ze er nochtans gerust in. ‘Wij voeren uiteraard alleen gesprekken met partners die instemmen met Fair Trade-voorwaarden’, zegt Johan Elsen, de verantwoordelijke verkoop en distributie van Oxfam-Wereldwinkels. ‘Dat gaat trouwens verder dan afspraken rond eerlijke prijzen, ook voorfinanciering van bioprojecten in het Zuiden zit mee in de deal’ Een ander initiatief van Oxfam-Wereldwinkels illustreert wat Elsen bedoelt. Sinds eind vorig jaar leveren een groeiend aantal drankencentrales Wereldwinkel-fruitsap aan inmiddels al tientallen Vlaamse basisscholen. Het biofruitsap wordt in de scholen uitdrukkelijk als Fair Trade-product voorgesteld. De Wereldwinkels verspreiden via dezelfde drankencentrales een aangepast lessenpakket. Johan Elsen: ‘Als die centrales niet achter eerlijke handelsprincipes zouden staan, zouden ze gewoon niet mee in de boot stappen. Ons fruitssap is echt niet goedkoper dan dat van andere producenten.’

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3195   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift