Democratie met dubbelspraak

In heel wat landen van het Midden-Oosten landen van groot strategisch belang heeft de democratie nog niet stevig wortel geschoten’, zei president Bush begin november. In zijn toespraak voor de National Endowment for Democracy werden de oorlog tegen Saddam Hoessein en de bezetting van Irak voorgesteld als een bewuste strategie om de democratie in het Midden-Oosten te lanceren. ‘Zijn de volkeren van het Midden-Oosten op een of andere manier onbereikbaar voor vrijheid? Zijn miljoenen mannen, vrouwen en kinderen veroordeeld door geschiedenis of cultuur om in despotisme te leven?’, vroeg Bush zich af.

Democratie met dubbelspraak


Hij antwoordt met een duidelijk neen, en voegt daar aan toe dat zo’n volwaardige democratisering er niet ondanks de islam moet komen, maar op basis van de fundamentele waarden van de religie die de regio bindt en domineert. ‘De voorbije zestig jaar, waarin het gebrek aan vrijheid in het Midden-Oosten goedgepraat werd door westerse naties, hebben niets gedaan om ons veilig te maken’, aldus nog Bush.
‘Op lange termijn kan stabiliteit immers niet verworven worden ten koste van vrijheid.’ In The Washington Post schrijft Fred Hiatt daarover: ‘De aanvallen van 11 september hebben Bush en vele anderen het inzicht bijgebracht dat de veiligheid van de VS uiteindelijk geschaad wordt door de repressieve Arabische regimes die bereid zijn gemene zaak te maken met onverdraagzame islamistische bewegingen. Anderzijds zorgden diezelfde aanvallen ervoor dat de Amerikaanse regering meer dan ooit samenwerkt met de politiemachten van de regimes die Bush nu veroordeelt.’ Het enthousiasme waarmee George Bush verwijst naar de “democratieën” van Oman, Koeweit, Bahrein, Saudi-Arabië en Egypte bevestigt het vermoeden dat er gaten en contradicties in zijn betoog zitten.
Het Britse maandblad Prospect meldt dat de speech geschreven werd door David Wurmser, een neoconservatief die in 1996 meeschreef aan A clean break, het fameuze strategische document van toenmalig Israëlisch premier Benjamin Netanyahu. Wurmsers vrouw Meyrav is in Israël geboren en leidt het zeer conservatieve Hudson Institute, dat onder andere pleit voor het dumpen van het Saudische koningshuis - om over te gaan tot een directe bezetting van de Saudische olievelden door de VS. (gg)

Iran: despotisme verwerpen


Iran is één van de landen die volgens de Amerikaanse president meer democratie verdienen. Net vóór de aardbeving in Bam peilde Ramin Mostaghem voor MO* naar de stemming in Teheran, met het oog op de parlementsverkiezingen van februari.
Maryam Skoee studeert voor burgerlijk ingenieur aan Tehran University. Zij reageert op de speech van George Bush met een slogan die telkens weer opduikt: ‘Internationale druk, ja. Interventie, neen. We kunnen dit probleem zelf wel oplossen, democratie is geen product dat we moeten invoeren.’ Ook Shirin Ebadi, die in december de Nobelprijs voor de Vrede kreeg, kon het de voorbije maanden niet genoeg herhalen: Iraniërs zijn perfect in staat hun eigen democratie op te bouwen en hebben geen behoefte aan Amerikaanse interventie.
Khosrou Ahmadi, een Iraanse pro-hervormingsactivist, wijst op de kleine contradictie in de uitspraken van Shirin Ebadi: ‘De Nobelprijs zelf en de impact van die prijs in Iran bewijst dat internationale druk of protest wel degelijk een effect heeft.’ Ezattullah Sahabi, 72, ideoloog van de religieus-nationalistische alliantie Melli Mazhabihah gelooft dat ‘rechtvaardigheid de hoogste prioriteit heeft binnen de Iraanse democratie’. Dr.Abdullkarim Soroush, de vooraanstaande Iraanse dissident en filosoof die onlangs doceerverbod kreeg, reageert daarop: ‘Democratie is democratie, ongeacht je vertrekpunt, of dat nu religieus, nationalistisch of internationalistisch is. Volgens mij betekent democratie het verwerpen van despotisme.’
Afarineh Vouthoghi, een leraar Engels: ‘Ten tijde van de islamitische revolutie in 1979 was ik ervan overtuigd dat burgers van derdewereldlanden zelf hun toekomst konden bepalen. Ik vrees dat ik toen wat naïef was. Vandaag word ik wanhopig als ik zie hoe moeilijk het is om invloed te hebben op de keuzes die in mijn eigen land gemaakt worden. Het thema van de democratie wordt ons opgedrongen door de EU en andere internationale instellingen. Het is jammer, maar we lijken niet in staat die agenda zelf te bepalen.’
In Shahreh Ray, een zuidelijke voorstad van Teheran met woonblokken voor lagere ambtenaren en arbeidersgezinnen, roepen enkele jongeren: ‘Wij houden van Amerika en hopen dat Bush ons komt bevrijden van de mollahs’. Het straatinterview ontaardt al snel in een kleine volkstoeloop, wat meteen leidt tot een tussenkomst van de basiji, de gewapende milities. Een jonge kerel die zich Hassan noemt bijt me toe: ‘Als de Amerikanen ons aanvallen, zullen wij, Iraanse moslims, terugvechten tot onze laatste druppel bloed.’ (rm)

Pakistan: de generaal onder vuur


Pakistan heeft alles om hoog op het lijstje van de schurkenstaten te staan: een atoombom, een militaire dictator, extremistische moslimorganisaties, een falende overheid… Toch krijgt president-generaal Musharraf geen vermanende woorden van zijn collega Bush. De Pakistaanse journalist Khaled Ahmed noteerde voor MO* enkele bedenkingen, na de bomaanslagen op de president in december.
Iedereen in Pakistan haat de president, zo lijkt het. De linkerzijde wil wraak nemen omdat de president het land nog maar eens tot slaaf van de Verenigde Staten gemaakt heeft én Pakistan bovendien onvoorbereid in de maalstroom om de neoliberale globalisering gegooid heeft. De “liberals” - vrijdenkende intellectuelen uit de westers georiënteerde middenklasse -spreken dezelfde taal als de mollahs wanneer ze generaal Musharraf aan hun puristische kritiek onderwerpen in verband met het referendum en de verkiezingen van 2002.
De economen wijzen de claims van economische heropleving van de hand als een eenmalige meevaller. De verrassend sterke score die de MMA (Muttahida Majlis-e-Amal, een coalitie van zes radicaal islamistische partijen) haalde bij de verkiezingen van 2002 heeft hen in een pole-position geplaatst binnen de Pakistaanse politiek. Zij zetten de toon, zij hebben een monopolie op het ventileren van de gekwetste collectieve gevoelens, en als gevolg daarvan lijkt nu iedereen wel voorstander te zijn van een klerikale machtsovername.
Pakistan is momenteel zo verstoord dat generaal Musharraf overkomt als de laatste verlichte Pakistaan. Met zijn recente voorstellen om het conflict met India over Kashmir op te lossen, pakt hij de twee pijlers van de Pakistaanse buitenlandse politiek tegelijk aan: de anti-Indiase houding en de sterke verbondenheid met de mythische islamitische umma de wereldwijde gemeenschap van alle gelovigen. De idee dat Pakistan een leidende rol moet spelen in die umma, inspireert veel Pakistani’s tot hooggestemde standpunten. De realiteit is dat de opeenvolgende Pakistaanse regeringen botweg de eigen, nationale belangen hebben nagestreefd, ook al hebben ze daarbij zowel Iran en de Centraal-Aziatische staten als Turkije tegen zich in het harnas gejaagd. Dat overheidsbeleid spoort overigens met de populaire overtuiging dat de umma door foute leiders geregeerd wordt, en dat de huidige regeringen in de islamitische wereld vervangen moeten worden door staatsvormen die dicht bij de oorspronkelijke vereisten van de islam liggen.
Groepen als Tanzim-e-Islami en Hizb al-Tahrir pleiten voor het oprichten van een nieuw kalifaat. In de North West Frontier Province wordt momenteel geëxperimenteerd met zo’n islamitische bestuur.
Wie het lijden van Pakistan nog wat wil zien toenemen, moet wachten tot Musharraf van het toneel verdwijnt en vervangen wordt door MMA-kopstuk Qazi Hussain Ahmad. De Pakistani’s die eer gelijkstellen met isolationisme zullen dan hun zin krijgen. En de democratie zal nog verder weg zijn dan vandaag. (ka)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur