Democratie was nooit de bedoeling

Mauritanië of Afghanistan, dat is allemaal één pot nat, leek Georges Bush te zeggen met zijn Greater Middle East Initiative, het plan waarmee de VS het "Midden-Oosten" grondig wilden hervormen. Maar wat voorgesteld werd als een ambitieus project dat de democratie in de regio moest installeren, eindigde in juni als een middelmatig ontwikkelingssamenwerkingsplan.
Toen een zestal maanden geleden uitlekte dat George Bush een groots plan had voor diepgaande en snelle democratisering van alle landen die hij “the Greater Middle East” noemt, zaaide dat paniek in de regio. De bondgenoten van de VS steigerden. De Egyptische president Hosni Moebarak verklaarde dat hervormingen niet van buitenaf opgedrongen kunnen worden en dat er zonder een definitieve oplossing voor het Israëlisch-Palestijns conflict nooit vrede en vooruitgang in het Midden-Oosten gerealiseerd kan worden.
Hij bespeelde daarmee twee gevoelige snaren in de Arabische publieke opinie. De Egyptische president achtte een rondreis door de Europese hoofdsteden noodzakelijk en hij riep de Arabische bondgenoten op de rangen te sluiten onder de paraplu van de Arabische Liga. De Europese vrienden stelden Moebarak gerust en de Arabische bondgenoten deden hun best om met een gezamenlijk alternatief te komen. Na veel geven en nemen, grote beloftes en late afzeggingen, een theatraal vertrek van Kaddafi en het vroegtijdige vertrek van de meeste regeringsleiders, mondde de Arabische top van Tunis op 22 en 23 mei uit in een intentieverklaring waarbij de Arabische landen beloven politieke, economische en sociale hervormingen door te voeren. Geen concrete plannen, geen tijdsschema en geen opvolging. Alles blijft vrijblijvend.
Schrik voor hervormingen
Ook George Bush moest zijn project aanpassen. In de versie waarmee de top van de rijkste industrielanden -G8- op 10 juni in de Amerikaanse staat Georgia naar buiten kwam, werd duidelijk vermeld dat de impuls voor hervormingen vanuit de regio zelf moet komen, dat het oplossen van het Palestijns-Israëlische conflict van cruciaal belang is voor de vooruitgang in de regio en dat de resoluties van de VN-veiligheidsraad de basis moeten vormen voor vrede in het Midden-Oosten.
 Het plan van de groten der aarde voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika meldt de oprichting van een Forum voor de Toekomst, waarin de G8-landen en leiders uit het Midden-Oosten regelmatig zullen overleggen over economische, sociale en politieke hervormingen. Het plan voorziet in het vrijmaken van 100 miljoen dollar om kleine en middelgrote ondernemingen te ondersteunen, het opzetten van alfabetiseringsprogramma’s voor 20 miljoen mensen, het vormen van 100.000 leraars de komende vijf jaar, en speciale aandacht voor vrouwen in elk van die verschillende initiatieven.
Geen sprake meer van de radicale hervormingen: op politiek vlak blijft alles bij het oude. Het initiatief is niet meer en niet minder dan een bescheiden ontwikkelingsplan. Voor een regio van 22 landen, met 280 miljoen inwoners en met een gezamenlijk BNP dat kleiner is dan dat van Spanje alleen. Een regio waar 40 procent van de volwassenen (65 miljoen mensen) analfabeet is en waar 51 procent van de jongeren verklaart te willen emigreren. Redenen genoeg, zou je denken, opdat de Arabieren de kans met beide handen zouden grijpen.
Borhan Ghalioun, professor politieke sociologie aan de Sorbonne in Parijs, stelt dat de politieke leiders in het Midden-Oosten de burgers wilden aanpraten dat democratische hervormingen doorvoeren gelijk staat met plooien voor buitenlandse inmenging. ‘Ze willen niet weten van hervormingen omdat een echte democratie het einde van hun macht kan betekenen’, zegt hij. ‘Ze beweren geen buitenlandse bemoeienissen te willen maar intussen doen ze niets anders dan om de tussenkomsten van het buitenland smeken. Ze hebben niet geleerd hun problemen zelf op te lossen, en tot de dag van vandaag rekenen ze op de VS om een einde te maken aan de Palestijnse kwestie.’ De VS van hun kant waren nooit van plan om ingrijpende veranderingen in de regio te bewerkstelligen, om de eenvoudige reden dat democratiseren, voorlopig tenminste, niet in hun belang is.
‘De VS hebben geen geschikt alternatief voor de huidige machthebbers, die ze decennialang gesteund hebben’, zegt Borhan Ghalioun. ‘Wat de VS in werkelijkheid doen, is de huidige politieke elite onder druk zetten om zelf initiatieven te nemen zonder dat dit tot nieuwe politieke verhoudingen in de regio leidt. De bedoeling van de hervormingen is de spanningen en de tegenstellingen in de Arabische landen te absorberen, zodat ze geen voedingsbodem blijven vormen voor extremisme en terrorisme. De Arabische landen werden uitgenodigd bij de top om ze gerust te stellen dat het niet de bedoeling was radicale veranderingen te realiseren maar wel om hervormingsprojecten te ondersteunen in het belang van deze regimes zelf. Het project vermeldt geen nieuwe verkiezingen of andere maatregelen om de democratie in te voeren. Het maakte geen honderden miljarden dollars vrij om grootschalige projecten op te zetten en de economie sterk te stimuleren, zoals dat gebeurd is voor Europa na de tweede wereldoorlog of voor Oost-Europa na de val van de Berlijnse muur.’

De crisis als bondgenoot


Ook de Egyptische hoogleraar Saad Eddin Ibrahim, die al decennialang ijvert voor democratie en intellectuele vrijheid en die daardoor in de gevangenis beland is, vindt de voorgestelde hervormingen heel mager. ‘De projecten van de G8 zijn niet moeilijk te realiseren en we hebben in de Arabische wereld genoeg experts, advocaten, rechters, onderwijzers en journalisten, maar ze worden vervolgd en verjaagd’, verklaarde hij op de pan-Arabische zender Al-Arabiya.
‘Wat ontbreekt en wat we echt nodig hebben, is een politiek kader waarin we deze projecten kunnen uitvoeren én de politieke wil om te democratiseren.’ Voor Saad Eddin Ibrahim blijft het mobiliseren van de publieke opinie de meest efficiënte manier om de democratie in een maatschappij te verankeren. Burgerlijke ongehoorzaamheid is zijn boodschap. De eisen op een vreedzame manier blijven herhalen, en de druk opvoeren door demonstraties en stakingen.
De Syrische filosoof Sadiq Al-Azm, die dit voorjaar gastcolleges gaf aan de Universiteit Antwerpen, ziet het bescheiden. ‘Als we 30 procent democratie kunnen realiseren, als de huidige parlementen en de bestaande vakbonden een vrijheidsmarge van 25 tot 30 procent krijgen van wat in een democratie normaal is, dan betekent dit een kwantitatieve sprong voorwaarts.’
Sadiq Al-Azm vindt dat de crisis van de regimes de beste partner is van de democratiseringskrachten. ‘En de crisis van de Arabische regimes is heel ernstig’, voegt hij daar aan toe. ‘Ze voelen al een tijdje dat ze riskeren de macht kwijt te spelen als ze geen hervormingen doorvoeren. Hopelijk zet het Amerikaanse initiatief en de crisis waarin ze zich nu bevinden een aantal onder hen tenminste aan om de civiele maatschappij de hand te reiken.’
Volgens Sadiq Al-Azm hebben de Arabieren heel wat te leren van het Turkse voorbeeld. ‘Omdat Turkije een seculiere traditie heeft opgebouwd, is zelfs een islamitische partij aan de macht geen bedreiging voor de democratie. Bij de voorbereidingen voor de oorlog op Irak, kon de Turkse regering de VS zeggen dat het parlement geen toestemming gaf om deel te nemen aan de oorlog. Hierdoor dwongen ze respect af voor hun democratie, zelfs vanwege de grootste macht ter wereld.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur