Democratische volksopstand in Bahrein

Arabische revolutie onder de radar

Anders dan de internationale stilte doet vermoeden, is de democratische opstand in Bahrein nog dagelijkse realiteit. MO*-journaliste Tine Danckaers trok met een toeristenvisum naar het gesloten golfstaatje en sprak er met tal van getuigen over de terreurcampagne van de overheid tegen de opstandelingen.

  • MO*/Tine Danckaers Vrijdagdemonstratie, georganiseerd door de Bahreinse oppositiepartij Al Wefaq MO*/Tine Danckaers

‘Hou deze maar.’ De Bahreinse Zainab al-Khawaja drukt me een sjaal in handen, te gebruiken als monddoekje tegen traangas. ‘Als de politie aanvalt, ren je naar die huizen’, wijst ze. ‘Ben je me kwijt, loop dan ergens binnen. Geen enkele deur gaat hier op slot.’

Of ik bang ben, vraagt ze als ik een tikkeltje ontredderd naar mijn teenslippers staar. ‘Jij niet dan?’, reageer ik. Zainab schudt het hoofd: ‘Niet meer. Na de geweldcampagnes door de overheid in februari en maart was ik, samen met vele andere Bahreini’s, verlamd door angst. Gelukkig moedigden andere Bahreini’s, zoals mijn vader of mensenrechtenactivist Nabeel Rajab, ons aan om vol te houden.’

Zainab is de dochter van de bekende mensenrechtenactivist Abdul Hadi al-Khawaja.

Op een nacht in april werden haar vader en haar echtgenoot op gewelddadige manier gearresteerd door agenten in burger. Vervolgens werden ze gedetineerd en –zoals vele anderen– gefolterd. Sinds hun arrestaties legt Zainab zich dag en nacht toe op de democratische revolutie in Bahrein. Vandaag coördineert ze onder meer medische teams: dokters en verpleegkundigen die zich vrijwillig opgeven om gewonde straatdemonstranten te verzorgen.

Bahrein voor dummies

Ligging: eiland in de Perzische Golf
Bijnaam: speeltuin van buurland en Big Mama Saoedi-Arabië (wat niet mag bij de Saoedi’s –alcohol, lichte zeden– kan in Bahrein)
Oppervlakte: 760 km2
Bevolkingsaantal: 1,2 miljoen (waaronder 250.000 buitenlanders) (2001)
Werkloosheid: 20 procent
Onafhankelijk: sinds 1971 van Groot-Brittannië
Bestuurd door: de soennitische Khalifa-familie, die Bahrein veroverde van de Perzen in 1783
Staatshoofd: koning Hamad bin Isa al-Khalifa
Regering: aangeduid door de koning
Economische troeven:

  • belangrijk islamitisch bankencentrum
  • olie en gas (omwille van dalende oliereserves richt Bahrein zich op de petroleumindustrie)

Bron: CIA World Factbook

Eker is een van de vele kleine dorpjes die schuilgaan achter de typische Bahreinse lintbebouwing van magazijnen en industriële kantoren langs de hoofdwegen. In dorpen als dit vinden bijna dagelijks democratische protesten plaats. Bijgelicht door een –wat misplaatst romantische– volle maan en oranje straatverlichting zijn jongeren aan de slag met stapels paletten, stenen en balken die klaarliggen langs zowat alle invalswegen. Ze bouwen provisoire wegblokkades. Negen maanden dorpsprotesten hebben geleerd dat beveiliging tegen politiegeweld geen overbodige luxe is in Bahrein.

Niet meer dan twintig hoofden telt het protestgroepje, getooid met spandoeken, rozen en handtoeters. De rozen symboliseren de geweldloosheid van het protest. De handtoeter is een opgestoken middenvinger naar de regering, nadat die massaal autobestuurders arresteerde die Down down Hamad claxoneerden. De betogers, intussen aangevuld met vrouwen en kinderen, ijveren voor vrije meningsuiting, letterlijk, maar ook figuurlijk, door in te gaan tegen de wetten die samenscholingen als deze en kritiek op koning Hamid al-Khalifa verbieden.

‘Elk moment kan de politie nu, zonder enige waarschuwing, aanvallen en schieten met traangas, rubberkogels of kleiduifgeweren’, legt Zainab uit. Later blijkt dat het politiegeweld –tegen alle verwachtingen in– uitblijft. De politie is immers massaal aanwezig in de buurdorpen Sitra en Nuwaidrat, waar ook geprotesteerd wordt. De poging om er heen te rijden, draait op niets uit: niemand geraakt de dorpen binnen of buiten, de doorgang is door de oproerpolitie afgezet. Zelfs vanop afstand brandt het traangas in mijn neus en keel. ‘Vervallen spul uit Amerika’, grijnst de dokter. ‘Welkom in Bahrein.’

Buitensporig politiegeweld

Sayed* trekt zijn broekspijpen omhoog en toont zijn zwaar toegetakelde onderbenen, die wonderwel lijken te genezen van brandwonden. Die liep hij drie weken eerder op, toen de politie op 23 september het huis in brand stak waarin hij zich verstopt had tijdens een demonstratie. Toen hij samen met andere jongens de brand langs de garage wilde ontvluchten, hield de politie de garagedeur dicht. Uiteindelijk slaagden ze er toch in de vlammen te ontsnappen en naar een huis te vluchten. Daar kreeg Sayed meteen medische verzorging toegediend door een vrijwilligersteam.

Net als de drie andere jongens die brandwonden opliepen, weigerde ook Sayed naar een hospitaal te gaan. Hij werd thuis verzorgd. Zowat alle ziekenhuizen in Bahrein staan immers onder surveillance van de overheid. Wie er binnenkomt met verwondingen van een straatprotest, loopt het risico meteen gearresteerd te worden.

Sayeds huid geneest goed maar de littekens zullen blijven, en ook zijn gewrichten zijn vermoedelijk aangetast. Hij zou opnieuw door deze hel gaan, verzekert Sayed, ‘om de zaak te dienen’. Stoere woorden? Misschien, maar hij toont dezelfde vastberadenheid als vele andere Bahreini’s die ik ontmoet. ‘Waarom zou je toestaan dat één familie en haar entourage heel Bahrein inpikken en zichzelf blijven verrijken? Hoe kan je dulden dat een overheid zo gewelddadig reageert tegen mensen die opkomen voor hun rechten? Ik heb nog nooit een wapen in handen gehad.’

Vrijheid en rechtvaardigheid kan er voor Sayed enkel komen als het regime opstapt. ‘Onze eisen zijn veranderd. Aanvankelijk wilden we slechts een nieuwe grondwet (de huidige dateert van 1973, td), in dialoog met de overheid. Maar de eerste dag dat we op straat kwamen, viel al de eerste martelaar. De volgende dag opende de politie opnieuw het vuur. Op zijn begrafenis. Gevolg: een tweede slachtoffer en veel gewonden. Dit regime wil niet praten. De “nationale dialoog” waarover ze het op het internationale forum heeft, is één gigantische leugen. Er is geen dialoog: vroeger niet, nu niet.’

Ali Gattan kreeg op 13 augustus een stuk granaat in zijn gezicht. De politie arresteerde de jongen en weigerde hem medische verzorging. Zijn oog is hij voor altijd kwijt. ‘De vervaldatum van dit regime is allang overschreden’, zegt Gattan. ‘Natuurlijk moeten de Khalifa’s weg.’ De jonge Ali Hussain Khamis (15) ontmoeten we twee dagen na zijn ontslag uit het militair hospitaal. Hij werd er geopereerd nadat hij door politiegeweld een open schedelbreuk had opgelopen. Ook Khamis is bereid opnieuw de straat op te gaan.

In het vissersdorp Malkiya vertelt een bejaarde vrouw hoe ze door de politie in elkaar geslagen werd toen ze haar kleinzoon van vijftien, achtervolgd door de politie, probeerde te beschermen. Ze toont de gescheurde abaya die ze droeg, op haar armen zijn de sporen van de slagen nog steeds zichtbaar. ‘Ik ben bang’, geeft ze toe. ‘Maar mijn hart breekt elke dag opnieuw als ik zie wat ze mijn volk aandoen. Als ze me willen arresteren, mogen ze me komen halen. Ik zal vertellen wat ik denk. We hebben te lang gezwegen.’

Basta

Genoeg is genoeg, op die slogan namen de protesterende Bahreini’s een tijdelijk patent.

Negen maanden nadat de 14-februari-beweging in Bahrein opstond om te protesteren op het Parelplein, en acht maanden nadat het Saoedische leger de opstandelingen bloedig uiteendreef, geven de opposanten zich niet gewonnen. Ze zijn bereid door te gaan en hun rechten op te eisen, ondanks het repressieve antwoord van het regime.

Anders dan die eerste protestdag op 14 februari is vandaag een groot deel van de Bahreini’s betrokken, het merendeel onder hen sjiieten. De overheid viseerde immers mensen uit alle lagen van de samenleving. Iedereen die aanwezig was op het Parelplein, de dag na de Saoedische inval niet op het werk verscheen, of zich verdacht –lees: niet loyaal genoeg– gedroeg, kreeg zijn deel: werklozen, leerkrachten, ingenieurs, bedrijfsmanagers, dokters, studenten, kinderen, ouderen, mannen én vrouwen… Dokters, verpleegsters en paramedisch personeel van het Salmanya-hospitaal –tot vandaag nog steeds bezet door het leger– werden massaal ontslagen. Het militaire gerechtshof legde twintig artsen een straf van vijftien jaar op, andere dokters wachten op een uitspraak voor het burgerlijke gerechtshof.

Studenten werden uit de universiteiten gezet. Op beschuldiging van “illegale samenkomsten” (samenscholingen van meer dan vijf personen zijn wettelijk verboden in Bahrein) werden Bahreini’s aangehouden en opgesloten voor maanden. Folteringen vonden plaats op grote schaal. De getuigenissen die ik verzamel, zijn slechts het topje van de ijsberg. Sommige tarten elke verbeelding. Waarnemers spreken –op grond van de verzamelde getuigenissen– van systematische foltering. De folterpraktijken van de eerste maanden in de gevangenissen lijken afgenomen, aldus mensenrechtenactivisten, maar het politiegeweld op straat is opgevoerd. Anders dan in februari worden nu ook vrouwen doelbewust geviseerd, de arrestaties blijven onverminderd doorgaan. Wie sjiiet is, is verdacht, maar ook “democratische” soennieten zijn doelwitten.

Het dodentol is opgelopen tot 43. Minstens. Andere cijfers over repressie lopen uiteen. Volgens het Bahreinse mensenrechtencentrum zijn 1500 burgers gearresteerd omdat ze aan protesten hadden deelgenomen. Negentig journalisten zouden zijn ontslagen en/of gearresteerd, twee van hen stierven achter de tralies. Duizend websites werden geblokkeerd. Minstens zeventig jongeren verloren een oog door politiewapens.

1-dinar-protest

‘Hamad ibn Isa al-Khalifa is overal, zeker de laatste maanden. Drukkers moeten gouden zaken doen.’ Activist Hussain* wijst wat overbodig de torenhoge portretten aan van koning Hamad, al dan niet vergezeld van zijn twee kompanen: de kroonprins en de eerste minister. Na de dood van zijn vader in 1999 werd Hamad emir van Bahrein. Hij voerde wel degelijk een paar politieke hervormingen door, liet politieke gevangenen vrij en verklaarde zichzelf vervolgens koning in 2002. ‘Ik hoopte echt dat Hamad verandering en meer democratisering in het Khalifa-rijk zou brengen. Dat deden we allemaal.’ Een omkeer kwam er niet, Hamad deelde het land wel verder op volgens sektarische breuklijnen.

De sektarische breuklijn

Sinds jaar en dag al protesteren de Bahreinse sjiieten tegen discriminatie door het soennitische Khalifa-regime. Onder Hamad nam die discriminatie nog toe, zeggen oppositieleden. Volgens een rapport van de belangrijkste sjiitische oppositiebeweging Al Wefaq zijn de sjiieten sterk ondervertegenwoordigd in de regering en leidende functies bij de overheid. ‘Twee derde van de Bahreini’s zijn sjiieten, maar we nemen maar dertien procent in van de topfuncties in de publieke sector’, zegt Matar Ebrahim Ali Matar, parlementslid en lid van de islamitische oppositiepartij al-Wefaq. ‘In leidinggevende functies binnen de veiligheidorganen, bij het ministerie van Binnenlandse en Militaire Zaken, het leger, de inlichtingendiensten en de geheime politie, is dat nul procent.’

Toch wil niemand horen van de term ‘sjiitische revolutie’. De 14-februari-beweging wil vooral niet in de sektarische val, opgezet door de overheid, trappen. Bijna dagelijks berichten de Bahreinse media –grotendeels gecontroleerd door de Khalifa’s– over zogenaamde sjiitische, gewelddadige demonstranten die met steun van Iran hun pijlen richten op de soennieten. Volgens die media wil de 14-februari-beweging geen democratie maar de installatie van een sjiitisch islamitisch regime. Volgens de oppositie is dat klinkklare onzin. Dit is een democratisch protest, klinkt het, waaraan ook soennieten deelnemen –zij het in mindere mate.

‘Niemand richt zich tegen de soennieten. Wel protesteren we tegen de achterstelling van sjiieten, die hier als tweederangsburgers worden gezien. Dat Iran de revolutie mee zou sturen, is onzin. Hoe dan? Heb je hier al wapens gezien? Het klopt dat Iran steun betuigde, maar we vragen daar niet naar. Niemand wil een Iraans systeem in Bahrein.’ Het sektarische verdeel-en-heersspel van de overheid, heeft echter nu al gevolgen. ‘Mijn beste vriendin was soennitisch, maar sinds de revolutie is het gedaan met onze vriendschap’, vertelt de sjiitische arts Fatima Haji. ‘Ze is bang dat de onzin die verteld wordt over de sjiieten, wel eens zou kunnen kloppen. Er lopen wel degelijk breuklijnen in de sociale samenleving die er vroeger niet waren.’

De eisenlijst van de gezamenlijke politieke oppositie is lang. De voornaamste punten zijn duidelijk: een eerlijk verkozen regering met een gelijke verdeling van volksvertegenwoordigers, onafhankelijke controlemechanismen, een parlement met één kamer (die de huidige twee kamers vervangt), een onafhankelijk gerecht, een veiligheidsapparaat dat alle burgers beschermt en vrije meningsuiting. ‘Het is verbazend dat ze, nadat ze het Parelmonument als revolutionair symbool neerhaalden, de Bahreinse vlag of de geldbriefjes van 1 dinar nog niet verboden hebben’, zegt Hussain wanneer we langs de zogenaamde één-dinar-torens in de Bahreinse Financiële Haven rijden. In maart demonstreerden betogers hier met geldbriefjes van 1 dinar, het bedrag waarmee premier al-Khalifa de grond kocht waarop de gebouwen staan.

Eiland zonder strand

‘Bahrein telt slechts één publiek strand, ver afgelegen, en zo vuil dat je er zelfs je hond niet op wil laten rondrennen’, vertelt Zainab al-Khawaja. Een gelekt regeringsrapport uit 2007 toonde aan dat het publiek maar toegang heeft tot drie procent van de kustlijn. Volgens de oppositiepartijen wordt maar liefst tachtig procent van de publieke ruimte gecontroleerd door leden van de koninklijke familie en andere invloedrijke figuren.

Ook de zee en de visgronden worden stelselmatig ingenomen door de Khalifa’s. Wat rest voor de vissersdorpen, zijn plukken overbeviste visgrond, met een sterk uitgedund visbestand tot gevolg. In het vissersdorp Malkiya pikten de bewoners niet langer hoe de lokale sjeik Hamed bin mohd al-Khalifa zonder vergunning steeds meer gemeentelijk land inpalmde en omheinde. Toen hij in 2007 ook de zee bezette, was de maat vol voor het dorp dat al generaties leeft van de visvangst.

Twee jaar lang was Malkiya het toneel van demonstraties, vaak hardhandig neergeslagen door de politie. De sjeik liet zelfs tot ver in de zee een muur bouwen om zijn terrein af te schermen, een muur die uiteindelijk, na een gerechtelijk vonnis, weer moest worden afgebroken. Het dorp kreeg een deel van de visgrond terug. ‘Malkiya bewees dat volharding en geweldloos demonstreren vruchten afwerpt’, antwoordt Zainab wanneer ik haar naar de zin van de straatprotesten –waarbij de slogans tegen de eigen dorpsmuren schijnen te botsen– vraag. ‘Het is ook het enige “wapen” dat we hebben, gezien internationale druk uitblijft’, voegt ze eraan toe.

‘De stilte van de wereld over het onrecht hier doet oorverdovend pijn’, zegt Fatima*, een studente. Buitenlandse journalisten noch internationale organisaties als Human Rights Watch en Amnesty International geraken Bahrein binnen. Maar dat praat de internationale stilte over Bahrein niet goed, vindt de studente, die samen met 36 anderen uit de universiteit werd gezet. De teleurstelling van de Bahreini’s in de zogenaamde democratische landen is groot.

‘Onze mensen zien toch echt dubbele standaarden’, zegt mensenrechtenactivist Nabeel Rajab. ‘Waarom steunt Europa de Tunesische en Egyptische democratiseringsstrijd en zwijgt het over Bahrein? We verwachten geen “Libische” behandeling, wel dat de internationale gemeenschap de nodige politieke drukkingsmiddelen gebruikt om het regime tot hervormingen te dwingen.’ Sommige Bahreini’s, zoals mijn tolk Eman*, zijn voorstander van een economische boycot. ‘We boycotten zelf onze eigen economie, gaan demonstreren aan de nieuwe shoppingmalls, kopen bepaalde producten niet. Een economische boycot raakt niet ons, wel het Khalifa-regime.’

Washington, vroeger op handen gedragen door de Bahreini’s, heeft helemaal afgedaan in hun ogen. Het is een breed gedeelde analyse: ‘de VS steunen Bahrein als lippendienst aan de Saoedi’s waarmee ze niet in conflict willen treden’. ‘Ik zie geen logische reden voor de Amerikaanse opstelling’, zegt Matar Ebrahim Ali Matar, parlementslid en lid van de islamitische oppositiepartij al-Wefaq. ‘Amerika heeft Saoedi-Arabië niet nodig, noch voor de olievoorraden die afnemen, noch als stabilisator in de regio, noch als bondgenoot tegen Iran. De Vijfde Vloot, belangrijk voor de stabiliteit in de regio, ligt in de haven van Bahrein maar kan evengoed in Qatar gestationeerd worden. De Amerikaanse belangen zijn gebaseerd op een foute berekening, die de lange termijn niet dient.’

Waardigheid

Eman*, die ik toevallig leerde kennen en die ik de avond voor mijn vertrek opnieuw ontmoet, drukt me een geldstuk in de hand. Op de halve dinar prijkt het Parelmonument, dat door het regime zelf vernield is omdat het in te grote mate een symbool van revolutie was geworden. ‘Deze geldstukken werden zelfs uit de handel gehaald. We koesteren ze nu als kleine schatten.’ Of er nog veel in omloop zijn, vraag ik. Ze lacht: ‘Ja, de Chinezen zijn al op de reproductieboot gesprongen om onze burgerlijke ongehoorzaamheid te dienen.’

Het zit wel goed met die burgerlijke ongehoorzaamheid, bedenk ik op de weg naar de luchthaven. Er is een ellenlange file die avond, we doen een dik uur over de weg naar de luchthaven, die normaal slechts dertig minuten in beslag neemt. Eman had me gewaarschuwd op tijd te vertrekken, er zou een Dignity Belt plaatsvinden. ‘We mogen niet betogen, niet samenkomen met meer dan vijf personen, niet lachen, niet claxoneren, niet bewegen. Daarom besloten we om actie te voeren, volledig in lijn met gebod en verbod. De Digniy Belt is een auto-actie: op een afgesproken tijdstip stapt iedereen in de auto, en begint langzaam te rijden. Er bestaan instructielijsten: je mag niet glimlachen, je moet je volledig houden aan de wegvoorschriften (zoals het dragen van een autogordel), je mag geen compromitterende muziek spelen, je waardig gedragen.’

‘Het moeilijkste was om mijn glimlach te onderdrukken’, had Eman over de voorlaatste actie verteld. ‘Ik was zo gelukkig dat dit werkte. Twee uur deed ik erover om naar mijn werk te rijden, wat ik normaal op een kwartier doe. En de overheid kon niets doen.’

* fictieve naam

Lees ook de volledige getuigenissen van slachtoffers van de Bahreinse repressie en de blog die Tine Danckaers bijhield tijdens haar verblijf in Bahrein.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur