Den Haag onderzoekt Keniaans verkiezingsgeweld

Begin april streken meer dan veertig Keniaanse parlementsleden neer in Den Haag. Ze kwamen hun zes collega’s –de zogenaamde Ocampo-zes– een hart onder de riem steken in de beklaagdenbank van het Internationaal Strafhof (ICC). Daar zitten ze op beschuldiging van betrokkenheid bij het verkiezingsgeweld in Kenia eind 2007, dat minstens 1100 levens eiste en tot zowat een half miljoen ontheemden leidde.

Louis Moreno-Ocampo, openbaar aanklager van het ICC, wil de aanstokers van de verschillende politieke strekkingen aanpakken. Uit het kamp van president Kibaki gaat het om vice-eerste minister Uhuru Kenyatta, kabinetschef Francis Muthaura en voormalig politiecommissaris Hussein Ali. Uit het oppositiekamp van huidig premier Raila Odinga beschuldigt hij ex-ministers William Ruto en Henry Kosgey en radiopresentator Joshua arap Sang.

In september 2011 buigt het ICC zich over de vraag of de aantijgingen zwaar genoeg wegen om een proces te starten. Intussen doet de zaak zowel in Kenia als internationaal al flink wat stof opwaaien. Het mogelijke proces rijgt dan ook een resem precedenten aan elkaar. Het zou de eerste keer zijn dat het ICC zich over een geval van verkiezingsgeweld zou buigen. ‘Met het verkiezingsgeweld in Ivoorkust en Oeganda in het achterhoofd, zou een ICC-proces over Kenia een waarschuwing zijn: politici zullen ter verantwoording worden geroepen als ze verkiezingen tot een bloedbad maken’, aldus mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch.

‘Een ICC-proces over Kenia zou een waarschuwing zijn: politici zullen ter verantwoording worden geroepen als ze verkiezingen tot een bloedbad maken.’

Om elke zweem van partijpolitieke vooringenomenheid te vermijden, worden de zaken uit beide politieke kampen simultaan behandeld. Ook dat is een precedent voor het ICC. Het is bovendien ook het eerste ICC-proces dat op initiatief van deopenbare aanklager geopend werd –doorgaans ligt dat initiatief bij de landen in kwestie of de VN-Veiligheidsraad.

Keniaanse politici proberen de zaak nu terug naar eigen land te halen. Nochtans had het Keniaanse parlement eerst zelf de hulp van het ICC goedgekeurd. ‘Maar toen de namen van de zes beklaagden werden aangekondigd, sprak men van kolonisatie en imperialisme’, zegt de Belgisch-Keniaanse pro-ICC-activist en publicist James Ololo.

Het anti-ICC-segment van de Keniaanse politiek heeft de Afrikaanse Unie (AU) aan zijn zijde. Alle zaken die momenteel voor het ICC lopen, hebben immers betrekking op Afrikaanse landen; binnen de AU gaan stemmen op voor een massale terugtrekking uit het ICC. Ololo is het daar niet mee eens: ‘Op dit moment het ICC de beste optie. Daarna kan er een lokaal systeem komen om de andere verantwoordelijken te berechten. Op termijn is het vooral belangrijk dat we elkaar terug vertrouwen.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift