Desinteresse voor buitenlands nieuws even groot na 11 september

De voorspelling dat het Amerikaanse publiek na
11 september meer interesse zou gaan tonen voor wat er in de rest van de
wereld gebeurt, klopt niet. Uit een nieuw onderzoek blijkt dat de
gemiddelde Amerikaan wel een verhoogde belangstelling voor buitenlands
nieuws vertoont, maar de aandacht blijft beperkt tot het nieuws over
terrorisme en het Midden-Oosten. De echt geïnteresseerden behoren nog
steeds tot een kleine groep van hoger opgeleiden. Voor Amerikanen jonger
dan 35 houdt de wereld ook na 11 september nog steeds op aan de Amerikaanse
grenzen.


Het onderzoek van het Pew Research Centre for the People and the Press,
uitgevoerd bij 3000 volwassenen, bevat op het eerste zich hoopgevend
nieuws. Eén op vijf Amerikanen zegt het internationale nieuws van nabij te
volgen. Dat is dubbel zoveel als een jaar geleden. Die belangstelling is
echter beperkt tot de berichtgeving over het internationale terrorisme en
het Midden-Oosten. Zo volgt twee op vijf volgt de lotgevallen van de
Palestijnen en de Israëli’s in mindere of meerdere mate - het hoogste
percentage overigens sinds de jaren tachtig. Maar de rest van de wereld
krijgt weinig aandacht. Zo volgde maar zes procent het nieuws over de
staatsgreep in Venezuela of de presidentsverkiezingen in Frankrijk.

Het publiek dat de buitenlandpagina’s leest, is bovendien nog steeds hoger
opgeleid en ouder. De jongeren en de mensen met lagere inkomens hebben
niet beduidend meer interesse voor overzeese berichtgeving. Volwassenen
onder de 35, die veel mindere belangstelling tonen voor overzees nieuws dan
de twee vorige generaties op dezelfde leeftijd, blijven ook na 11 september
even ongeïnteresseerd. Er is geen aanwijzing dat de jongere baby boomers
een grotere appetijt hebben en dat ondanks de opmerkelijke gebeurtenissen
van het afgelopen jaar, concludeert Andrew Kohut, de directeur van het Pew
Onderzoekscentrum.

De onderzoekers probeerden ook te achterhalen waarom de
buitenlandberichtgeving zo weinig mensen kan boeien. De helft van de
respondenten volgt de internationale berichtgeving niet omdat er toch
nooit wat verandert. Opmerkelijk: tweederde van de respondenten zegt dat
hun gebrek aan interesse voortkomt uit een gebrek aan achtergrond en
duiding in het nieuws.

De afnemende interesse voor wereldnieuws is al twee decennia aan de gang en
valt samen met een terugval in de buitenlandse berichtgeving in kranten en
elektronische media. Als er een oorzakelijk verband is tussen die twee
tendensen is er sprake van een vicieuze cirkel, zeggen de onderzoekers. Het
feit dat een aanzienlijk percentage van de gedesinteresseerden klaagt over
een gebrek aan achtergrond en context om het nieuws te kunnen volgen,
staaft die hypothese.

Het Pew Research Centre deed ook een enquête bij 218 journalisten die
werken voor kranten met een oplage van meer dan 30.000. Tweederde van de
nieuwsmakers vindt dat de buitenlandse berichtgeving in de Amerikaanse
media redelijk tot mager’ is. Zesenvijftig procent van de journalisten
vindt dat de berichtgeving in zijn eigen publicatie redelijk tot mager
is. Het kan dus beter, maar over de vraag of de internationale
berichtgeving in de kranten ook beter moet is het journaille netjes in twee
verdeeld. De overgrote meerderheid van hen gelooft dat de interesse bij het
publiek groter is dan voor het WTC-drama maar dat die interesse zal wegebben.

De interesse voor de actualiteit in het algemeen loopt in de VS trouwens
terug. Volgens de onderzoekers tekenden zich op het einde van de jaren 90
drie belangrijke trends af in de nieuwsconsumptie. Ten eerste: de
dramatische groei van het online nieuws ebt weg. Nog 25 procent van het
Amerikaanse publiek ging vorig jaar minstens driemaal per week het internet
om nieuws te lezen, dat is slechts twee procentpunt meer dan in 2000.

Twee: het publiek voor het traditionele avondnieuws op televisie erodeert
verder als gevolg van de aanwezigheid van kabelnieuws als CNN. Beide
soorten nieuws kunnen rekenen op een derde van de kijkers. En last but not
least: het lezerspubliek van de reguliere kranten dunt verder uit.
Eenenveertig procent van de respondenten in het onderzoek zeiden dat ze de
dag voordien de krant lazen. Dat is zes procentpunt minder dan twee jaar
geleden. Misschien verloopt die evolutie zelfs exponentieel: in 2000 was er
nog sprake van een daling met één procentpunt tegenover 1998 - van 48 naar
47 procent.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift