'Diplomatie van de harten'

Zuid-Zuid is hot

Onder president Lula da Silva nam Brazilië een actieve rol op in Afrika. Lula trad graag op als ‘spreekbuis van de onderdrukten in het Zuiden’ en was groot voorstander van de Zuid-Zuidsamenwerking. Met welke erfenis gaat Lula’s opvolgster Dilma Rousseff aan de slag? MO* maakt de balans op.

  • Blog do Planalto Lula in Afrika (Equatoriaal-Guinea, juli 2010): de voormalige Braziliaanse president bezocht 25 Afrikaanse landen Blog do Planalto

‘Zuid-Zuidsamenwerking is zowel oud als nieuw’, zegt professor Stacey-Ann Wilson, specialiste Zuid-Zuidrelaties aan de Technologische Universiteit van Queensland. ‘Het bestaat al sinds de jaren vijftig. Meestal ging het om samenwerking tussen landen uit het Zuiden binnen instellingen zoals de VN. Nieuw is dat landen als China, India, Brazilië en Zuid-Afrika –net als de VS en Europa– gaan investeren in het Zuiden.’

De specifiek Braziliaanse stempel op de Zuid-Zuidrelaties is dat Brazilië inzet op meer dan enkel handelsbetrekkingen: ‘Het is een diplomatieke strategie die voortvloeit uit een oprecht verlangen naar solidariteit’, schreef Lula’s buitenlandminister Celso Amorim eind 2010 in het magazine Revista Brasileira de Política Internacional. ‘Tegelijkertijd helpt het Brazilië’s rol op het wereldtoneel uit te breiden en is het een manier om de internationale instellingen eerlijker en democratischer te maken.’

Brazilië is zowel lid van het IBSA-dialoogplatform met India en Zuid-Afrika als van de BRICS-landen (waartoe Brazilië, Rusland, India en China en sinds eind 2010 ook Zuid-Afrika behoren). Brazilië zit dus in het hart van de meest recente Zuid-Zuidontwikkelingen. De geïntensifieerde relaties met Afrika zijn daar een sprekend onderdeel van. ‘Na de relaties met de rest van Zuid-Amerika, hebben wij de prioriteit gegeven aan Afrika’, aldus voormalig buitenlandminister Amorim.

Lula’s Afrika

Braziliës relaties met Afrika gaan terug op de jaren van de slavenhandel (zestiende-negentiende eeuw). Vandaag is meer dan de helft van de Braziliaanse bevolking van Afrikaanse origine –de grootste groep Afrikanen buiten het continent. Vóór Lula ging de meeste aandacht in Afrika naar de Portugeessprekende landen maar Lula verruimde die blik. Tijdens zijn twee ambtstermijnen bezocht hij een vijfentwintigtal Afrikaanse landen. Brazilië heropende bovendien zes voorheen gesloten ambassades in Afrika en opende er dertien nieuwe. Dat brengt de teller op 32 Braziliaanse ambassades en twee consulaten op het Afrikaanse continent. Omgekeerd telt hoofdstad Brasilia 26 Afrikaanse ambassades, naast vier consulaten in andere steden.

De nauwere banden tussen Brazilië en Afrika werpen hun vruchten af. De handel steeg van 4,31 miljard euro in 2003 tot achttien miljard vandaag. Afrika is intussen de vierde partner van Brazilië –na de VS, China en Argentinië. In diezelfde periode sloot Brazilië meer dan tweehonderd bilaterale akkoorden met Afrikaanse landen.

De meeste handelsactiviteiten van Brazilië in Afrika situeren zich in de mijnbouw, energiesector (olie en biobrandstoffen) en infrastructuurwerken. Brazilië gaat er prat op meer aandacht te hebben voor lokale tewerkstelling dan China. Volgens de Amerikaanse onderzoeker J. Peter Pham doet Brazilië ook aan overdracht van technologie –meer dan andere landen.

Naast de handelsbetrekkingen is er ook ontwikkelingshulp. Het Braziliaanse Ontwikkelingsagentschap spreekt van meer 300 projecten in 2010 voor een totaal bedrag van 46,6 miljoen euro. De projecten worden in 37 Afrikaanse landen uitgevoerd en lopen drie jaar. ‘Zestig procent van het budget voor technische hulp gaat naar Afrika’, aldus voormalig buitenlandminister Amorim. Ook hier gaat het vaak om uitwisseling van kennis. Zo loopt in Ghana een uitwisselingsproject rond Lula’s Bolsa Familia-programma –beurzen voor arme gezinnen op voorwaarde dat de kinderen naar school gaan en gezondheidscontroles opvolgen. Brazilië levert ook Blauwhelmen in onder meer Ivoorkust, Soedan en Liberia.

Afrika in Brazilië

De Braziliaanse toenadering tot Afrika laat zich ook in Brazilië zelf voelen. ‘Een van Lula’s eerste beleidsdaden,’ zegt onderzoeker Pham, ‘ was het uitvaardigen van een presidentieel decreet dat de studie van de Afrikaanse geschiedenis en de Afrikaanse en Afro-Braziliaanse cultuur verplicht maakt in de Braziliaanse scholen.’

‘De wet bestaat intussen acht jaar en heeft de nodige obstakels moeten overwinnen. Op schoolniveau bestond nauwelijks didactisch materiaal over Afrika, tenzij dan verhalen over kolonies, safari en wilde beesten’, zegt professor Kabengele Munanga (71). De Congolees is hoofd van het Centrum voor Afrikaanse Studies aan de Universiteit van Sao Paulo. Sinds Lula’s decreet leidt Munanga leerkrachten op, die vervolgens de Afrika-kennis kunnen doorgeven aan hun collega’s.

Het Afro-Braziliaans museum, in het “Central Park” van Sao Paulo, vervult een gelijkaardige opdracht. ‘Wij willen niet het klassieke beeld van kommer en kwel over Afrika brengen’, zegt museumgids Marcos Felinto, die de afgelopen jaren de schoolbezoeken zag toenemen. ‘Het gaat hier niet enkel over geschiedenis. Via hedendaagse kunst tonen we ook het Afrika en de Afrobraziliaanse cultuur van vandaag.’

Volgens professor Munanga is het geen toeval dat de regering-Lula haar Afrikabeleid zo zichtbaar heeft geïntensifieerd. ‘Dat komt niet uit de hemel gevallen. Het waren eisen van de zwarte beweging.’ Die eisen zijn opgepikt door Lula’s arbeiderspartij, zegt Munanga. ‘Het is geen elitepartij. Veel zwarten stonden mee aan de wieg van de partij en kwamen met hun eigen eisen. Zelf afkomstig uit het arbeidersmilieu, kon Lula zich –beter dan de politici uit de bourgeoisie– identificeren met de problemen van de zwarten.’

Zuiderse kwaaltjes

De strijd van de zwarte beweging is geen overbodige luxe, vindt Munanga. ‘Zwarten en mulatten maken meer dan de helft van de Braziliaanse samenleving uit maar je ziet ze nauwelijks in leidinggevende functies.’ Die binnenlandse realiteit straalt ook af op Braziliës internationale betrekkingen. ‘Er zijn geen zwarte Braziliaanse diplomaten’, zegt Munanga. ‘Onder Lula zijn er beurzen gegeven om arme en zwarte Brazilianen naar de diplomatieke opleiding te lokken. De gevolgen hiervan zijn nog niet zichtbaar.’

Ook professor Stacey-Ann Wilson legt een link tussen de binnenlandse situatie van landen in het Zuiden en het mogelijke effect daarvan op de relatief nieuwe Zuid-Zuidverhoudingen. ‘Heel wat landen komen met hun eigen bagage: raciale in Brazilië en Zuid-Afrika, het kastensysteem in India, mensenrechtenschendingen in China…’ Ze geeft het voorbeeld van Kenia, waar nieuwe Indiase investeerders vandaag een onderscheid zouden maken tussen de Afrikaanse en Indiase Kenianen –die laatsten krijgen doorgaans betere lonen en hogere posities. ‘Wat betekent die Zuid-Zuidsamenwerking dan in het Zuiden zelf? De onderlinge samenwerking en de diversificatie van het kapitaal (lees: Afrika is daardoor minder afhankelijk van westers geld, or) zijn fantastisch. Maar wanneer het hiërarchisch wordt, niet enkel economisch maar ook raciaal, dan is het gewoon een vervanging van de Noord-Zuidrelaties.’

Oude wijn in nieuwe zakken?

De kans dat de geschiedenis zich herhaalt, is reëel volgens Wilson. ‘De activiteiten van China en Brazilië in Afrika zijn in die zin een groot probleem, want ze palmen land in voor voedselexport. In ruil daarvoor doen ze infrastructuurwerken. In landen met voedseltekorten is die situatie vergelijkbaar met de koloniale Noord-Zuidverhoudingen: een deel van het Zuiden ontwikkelt zich ten koste van een ander deel van het Zuiden.’

De Malawische zakenman Davies Chester Katsonga (en tevens voormalig minister van Buitenlandse Zaken en Defensie) is optimistischer: ‘In de kolonisatieperiode konden onze leiders nauwelijks communiceren met de Europeanen. Nu is dat anders. We zijn bewuster en hebben de nodige kennis. Als wij, Afrikanen, er nu niet in slagen iets uit de brand te slepen met de Chinezen, dan zal het ons nooit meer lukken.’

Munanga ziet in Braziliës beleid vooral de positieve kanten van de Zuid-Zuidsamenwerking. ‘Natuurlijk zijn het allemaal belangenrelaties. Iedereen gaat naar Afrika voor afzetmarkten en grondstoffen. Het verschil ligt in de behandeling van de Afrikanen. De Braziliaan komt Afrika niet binnen met de superioriteitscomplex van de ex-kolonisator. Er is ook een zekere culturele nabijheid, want Afrika heeft Brazilië in belangrijke mate gevormd. Naast de belangendiplomatie is er dus ook een diplomatie van de harten.’ Brazilië beschikt evenwel over veel minder kapitaal dan de Chinezen. Munanga: ‘Had Brazilië dezelfde financiële middelen, dan zou het –gezien de culturele nabijheid– meer succes hebben dan de Chinezen.’

Weinig waardegeladen

De klassieke westerse partners van het Zuiden zijn niet onverdeeld enthousiast over de groeiende Zuid-Zuidconnecties. Naast het feit dat ze hun eigen invloed achteruit zien gaan, is er vooral kritiek op het gebrek aan aandacht voor mensenrechten. Ook Lula’s Zuid-Zuidbeleid ontsnapt daar niet aan. ‘Te weinig waardegeladen en enkel in dienst van de Braziliaanse bedrijven’, klinkt het. Toen Lula en buitenlandminister Amorim tijdens hun Afrika-trip in juli 2010 halt hielden in het Equatoriaal Guinea van president Teodoro Obiang –niet bepaald het lieverdje van de internationale gemeenschap– kwam er felle kritiek van de Braziliaanse publieke opinie. Er wordt verwacht dat Lula’s opvolgster Dilmar Rousseff zich minder soepel zal opstellen tegenover mensenrechtenschendingen in het Zuiden. Haar verleden als slachtoffer van foltering tijdens de militaire dictatuur in Brazilië zou daar mee voor iets tussen zitten.

Van Rousseff wordt niet verwacht dat ze aan Lula’s flamboyant en persoonlijk Afrikabeleid zal kunnen tippen. Maar volgens Munanga zal ze het evenmin terugschroeven: ‘Rousseff heeft de steun gekregen van de zwarte beweging. Ze zal dezelfde gevoeligheid aan de dag leggen voor de Afrikaanse zaak.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift