Doha-ronde: nieuwe onweerswolken aan de horizon

Bijna alle partijen vinden de voorstellen die de Wereldhandelsorganisatie heeft geformuleerd om de onderhandelingen over de handel in landbouwproducten uit het slop te trekken, een aanvaardbare basis voor verdere gesprekken. De nieuwe voorstellen over de handel in industrieproducten (NAMA) stuitten daarentegen op een hartsgrondig ‘njet’ van een coalitie van opkomende industrielanden, aangevoerd door Zuid-Afrika, Brazilië en India.
De voorzitters van de commissies Landbouw en Industrieproducten, de Nieuw-Zeelander Crawford Falconer en de Canadees Donald Stephenson, hebben elk een ontwerptekst op tafel gelegd om de onderhandelingen binnen de Doha-ronde van de Wereldhandelsorganisatie (WHO) weer vlot te krijgen. Over de teksten wordt deze week informeel vergaderd, voor het getouwtrek na de zomervakantie formeel opnieuw van start gaat.
Geen enkele delegatie heeft tot nu toe zijn veto uitgesproken tegen de tekst over de landbouw. Commissievoorzitter Falconer verwacht in september bij alle partijen bereidheid het heikele landbouwdossier “op een ernstige manier af te ronden”, maar gaf ook toe dat “iedereen het oneens is met iedereen”.
De Zwitserse onderhandelaar Luzius Wasescha, die een groep van eerder protectionistisch gestemde landbouwlanden vertegenwoordigt, noemde de tekst “te goed om hem op voorhand af te wijzen en slecht genoeg om hem niet te kunnen goedkeuren.”
De Indiase onderhandelaar Ujal Singh Bhatia noemde de tekst “een werkdocument dat de basis kan vormen voor serieuze multilaterale onderhandelingen.” Tegelijk stelde Singh vast dat in de tekst enkele thema’s minder goed uitgewerkt zijn, hoewel die van essentieel belang zijn voor ontwikkelingslanden. Zijn Indonesische collega Gusmardi Bustami vond dat de voorgestelde reducties van douanetarieven teveel in het voordeel van de industrielanden zijn.
De Europese Unie, die inzake landbouw heel wat defensieve belangen heeft, maakt een akkoord inzake landbouw afhankelijk van een gelijksoortig akkoord over de liberalisering van de handel in industriegoederen (non-agricultural market access, NAMA). De Europeanen vragen ook dat de regeling voor geografische oorsprongsaanduidingen, momenteel beperkt tot alcoholische dranken, wordt uitgebreid tot sommige voedingsmiddelen.
De Argentijnse onderhandelaar Alberto Dumont reageerde op de Europese eisen met de vaststelling dat de geografische oorsprongsaanduidingen eigenlijk niet tot het pakket van de Doha-onderhandelingen horen. “Kom ons morgen niet de schuld geven voor de mislukking van de onderhandelingen, het zijn jullie die bijkomende voorwaarden stellen”, waarschuwde Dumont.
De Argentijn stelde verder vast dat in de ontwerptekst over de landbouw geen sprake is van paragraaf 25 uit de ministerverklaring na de top in Hongkong in 2005. In die tekst stond dat de tariefverlagingen inzake landbouw- en industriegoederen ongeveer even ambitieus moeten zijn.
De tariefverlagingen voor industriegoederen die de Canadese voorzitter Stephenson in zijn voorstel over NAMA voorstelt, gaan te ver voor een groep opkomende industrielanden onder leiding van Brazilië, Zuid-Afrika en India. De groep, die zich NAMA 11 noemt, vindt dat ze het recht heeft haar opkomende industrie te beschermen tegen de concurrentie van bedrijven in Europa en de Verenigde Staten.
NAMA 11 krijgt daarbij de steun van vakbondscentrales in Latijns-Amerika en de Caraïben, die oproepen niet toe te geven aan de druk van Europa en de VS. Volgens de vakbonden is er een enorme discrepantie tussen de liberaliseringsvoorstellen en de discussies die momenteel worden gevoerd over betere arbeidsvoorwaarden in ontwikkelingslanden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift