Dossier-Belliraj: Voordat de bom valt

In september gaat een samenwerkingsprotocol van start tussen de Staatsveiligheid en de federale politie. Het werd hoog tijd. De voorbije jaren verliep de samenwerking tussen beide diensten –die waken over uw en mijn veiligheid– immers niet optimaal. En dan heb ik het niet eens over de persoonlijke vetes tussen individuen aan de top van beide diensten maar over een structureel gegroeid probleem.

Het Comité I signaleert in zijn Jaarverslag 2008 dat er ‘in de strijd tegen het terrorisme en het radicalisme sprake is van een concurrentiepositie’ tussen politie en Staatsveiligheid. In een rapport over het terreuralarm in de kerstperiode van 2007 beschrijft het Comité I hoe chaotisch en inefficiënt de informatie-uitwisseling verliep. En dan is er nog het lek over het informantenstatuut van Abdelkader Belliraj, waardoor het wantrouwen tussen de diensten compleet werd.

2003 is de sleutel om de verstandhouding tussen politie en Staatsveiligheid te begrijpen. Dat jaar werden immers twee nieuwe wetten van kracht: de antiterrorismewet, die een meer politionele aanpak van het fenomeen terrorisme vooropstelt, en de zogenaamde BOM-wet, die de federale politie toelaat bijzondere onderzoeksmethodes te gebruiken.
Op basis van die twee wetten kon de federale politie een sterke informatiepositie opbouwen over terrorisme, en werd ze bijgevolg een meer aantrekkelijke gesprekspartner voor buitenlandse geheime diensten. Vooral buitenlandse diensten met een dubbele pet (politioneel én inlichtingenwerk) vonden sneller de weg naar de federale politie. Tot ergernis van de Staatsveiligheid, want een ongeschreven regel in het intelligence-wereldje stelt dat geheime diensten aankloppen bij geheime diensten, niet bij de politie.

De Staatsveiligheid moest het al die jaren stellen met menselijke bronnen. Telefoons afluisteren van terroristen of e-mails onderscheppen was uit den boze. Daarin moet het wetsvoorstel over de bijzondere inlichtingenmethodes –de BIM-wet in het jargon– nu verandering brengen. Midden juli keurde de Senaat het wetsvoorstel alvast goed, de bal ligt nu in het kamp van de kamerleden.

Het is goed dat de Staatsveiligheid binnenkort het tijdperk van pijl en boog kan verlaten en de 21ste eeuw binnentreedt. Toch twee belangrijke opmerkingen daarbij. Ten eerste zal de Staatsveiligheid een pak extra werkingsmiddelen moeten krijgen om de bijzondere inlichtingenmethodes ook daadwerkelijk te kunnen toepassen. Wanneer wordt daarover een politiek debat gevoerd?

Ten tweede: om de balans tussen vrijheid en veiligheid te garanderen, zal doorgedreven controle op de toepassing van de BIM-wet cruciaal zijn. Ook daarvoor moeten voldoende middelen voorzien worden. Bovendien moet de politieke wereld zorgen voor meer transparantie. Waar blijft het jaarverslag van de Staatsveiligheid dat al zolang beloofd wordt? 
De werking van politie- en inlichtingendiensten raakt aan het hart van de democratie en de rechtstaat. Het is dan ook bedroevend om vast te stellen hoe weinig Belgische politieke mandatarissen –maar ook journalisten, academici en middenveldorganisaties–zich op die thema’s hebben toegelegd. België heeft nood aan een intelligence-cultuur. Hopelijk is er geen Belgische 9/11 nodig om tot dat besef te komen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur