Dossier: Een Europees antwoord op de globalisering

De onrust bij de Europese publieke opinie en de onmacht van regeringen en partijen om daar effectief op te antwoorden, is in grote mate terug te voeren op de vraag of de EU een eigen antwoord kan formuleren en realiseren op de globaliserende economie. En vooral: lukt dat met behoud van zowel economische welvaart als sociale samenhang en rechtvaardigheid?Op zoek naar een antwoord op die kernvraag trok John Vandaele naar Polen, Alma De Walsche naar Spanje en Gie Goris naar Finland. Drie EU-lidstaten die niet de eerste viool spelen in de Europese Raad, maar die wel doorslaggevend zullen zijn in het debat over de toekomst van Europa -en dus van de wereld.
HET DOSSIER IN TIEN PUNTEN


1. De boodschap van het Franse Non en het Nederlandse Neen is aangekomen in Brussel. De EU beseft nu dat de groeiende globalisering en de toenemende concurrentiedruk onzekerheid en zelfs angst veroorzaken bij de burgers.
. De EU wil die onzekerheid niet wegnemen door minder globalisering of meer protectionisme. Men wil liever de gevolgen verzachten door bijvoorbeeld een Globaliseringsfonds op te richten.
. Daarnaast houdt de Europese Comissie vast aan de Lissabonstrategie: de economie competitiever maken én tegelijk de sociale zorg moderniseren.
. Uit ons onderzoek in Finland, Polen én Spanje blijkt alvast dat EU-burgers sterk vasthouden aan sociale bescherming en dat ze daarvoor rekenen op de Staat, eerder dan op de vrije markt.
. De Europese Commissie blijft geloven in de liberalisering van de diensten, maar zegt dat ze geen sociale dumping wil organiseren. Er is voorlopig geen duidelijkheid hoe ze die kwadratuur van de cirkel zal maken.
. De Polen vragen in elk geval vrij verkeer van arbeid binnen de EU. Finland lijkt klaar om zijn beperking op arbeidsmigratie vanuit de tien nieuwe lidstaten op te heffen. En Spanje regulariseerde vorig jaar 800.000 illegalen. Doelstelling van dit alles: door arbeidsmobiliteit inkomensverschillen laten verminderen en tegelijk soepeler inspelen op economische en sociale behoeften. Voorwaarde: stevige en geharmoniseerde sociale regels, die effectief gecontroleerd en afgedwongen worden.
. De EU neemt weinig initiatief om die controle te organiseren. En de lagelonenwerkers zijn ook niet altijd bereid om daaraan mee te werken.
. Als de EU haar sociale bescherming wil moderniseren, zijn er goede lessen te leren in Finland. Daar gelden zeer hoge belastingen op de hoogste inkomens, maar dat wordt door bijna iedereen aanvaard omdat de opbrengsten op efficiënte wijze geïnvesteerd worden in universele zorg en dus in sociale cohesie. De hoge belastingen vormen er de basis voor de hoge competitiviteit in de wereldmarkt.
. Andere les uit het Noorden: bescherm de mensen, niet de banen. Dat vraagt een overheid die inkomenszekerheid garandeert en goede vormingskansen en begeleiding organiseert.
. Om een sociaal én competitief Europa te realiseren, moet er geld zijn. Dat moet niet enkel uit belastingen op arbeid komen, maar ook uit belasting op kapitaal. Als de Europese elites kiezen voor globalisering, zullen ze er mee voor moeten betalen.
Dit dossier kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistieke Projecten

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2540   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift