Drie vragen over Jemen

Geert Cappelaere is als directeur van Unicef in Jemen getuige van de chaos die het land in de greep houdt. De Arabische Lente lijkt er bedolven onder de golf van conflicten die Jemen al langer overspoelt.

Hoe gevaarlijk is de hoofdstad Sana’a op dit moment?

Sana’a is tijdens mijn tweejarige verblijf veranderd in een zwaarbewapende stad. Het verbod op wapendracht in steden wordt compleet genegeerd. Maar vooral de onzekerheid en de verwarring wegen door. De geruchtenmolen is onvoorstelbaar en de situatie lijkt elk moment te kunnen escaleren. Mijn Jemenitische collega’s zijn bang en zijn het loodzware gewicht van die constante dreiging beu. Sommigen verzuchten dat ze nog liever een paar maanden oorlog willen dan deze onzekerheid. Dat zou volgens hen duidelijkheid kunnen brengen, ‘zoals in 1994’ (in 1994 vochten Noord- en Zuid-Jemen een afscheidingsoorlog uit, nvdr). Alleen heeft die oorlog uiteraard geen duurzame oplossing gebracht.

Maakt Jemen een Arabische volksopstand mee?

Jemen kampte al met opstanden en conflicten voor er sprake was van een Arabische Lente: het conflict met de Houthi’s, de afscheidingsbeweging in het zuiden, de groeiende aanwezigheid van islamisten en extremisten… De Houthi-rebellen hebben sinds februari-maart de volledige controle over Noord-Jemen. In Abidjan hebben groepen als Ansar al Sharia de macht, weg van het centrale gezag. Hetzelfde geldt voor Hadramout in het oosten of een stad als Mareb, die dan weer in handen is van lokale sjeiks die de energietoevoer naar Sana’a controleren. De prodemocratische jongerenbeweging is dus maar een deel van de revolutie die Jemen doormaakt, maar ze is wel belangrijk. Die jongeren stellen principiële kwesties voor het eerst, van onderuit, openlijk ter discussie, zoals de onderontwikkeling van Jemen, de corruptie, het ontbreken van burgerlijke vrijheden…

Hoe beïnvloedt de veiligheidstoestand jullie werk?

De werkomstandigheden worden moeilijker. Niet alleen de onveiligheid, ook het wegvallen van openbare diensten speelt daarin een rol. De toevoer van energie en water stopt regelmatig, personeel komt niet meer opdagen, ziekenhuizen en scholen worden gebruikt voor andere doeleinden… Op humanitair vlak zitten we nu al in een kritische fase. Het aantal ondervoede kinderen stijgt. Uit ons onderzoek in Hajjah, in het noorden van Jemen, blijkt dat dertig tot veertig procent van de kinderen er ondervoed is –de cijfers zijn vergelijkbaar met Somalië. Gevolg: Unicef richt zich in Jemen niet meer op “ontwikkeling” maar op humanitaire hulp. We spelen brandweerman. Jammer genoeg kijkt de internationale gemeenschap de andere kant op.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur