Dringende medische hulp voor mensen zonder papieren

Mensen zonder wettig verblijf hebben quasi geen rechten op sociale zekerheid in België. Daarop bestaat één grote uitzondering: de dringende medische hulp. Voor patiënten zonder wettig verblijf is het een welkome steun, voor hulpverleners is het vaak een administratief kluwen.

‘De terugbetaling van dringende medische hulp (DMH) door het OCMW is de enige sociale steun waarvoor wij in aanmerking komen’, vertellen Selma en Ernes*, allebei Bosniër en uitgeprocedeerd. Ze hebben er vijftien jaar als asielzoeker opzitten, waarvan acht jaar in België, vlak na de geboorte van hun dochter. ‘Na anderhalf jaar kregen we drie maal negatief advies voor onze asielaanvraag. Daarmee viel alle overheidssteun weg. Vier jaar wisten we niet dat we recht hadden op terugbetaling. Tot iemand van het OCMW ons inlichtte.’
Om het hier acht jaar uit te zingen, moet je geld hebben. Selma en Ernes werken dus, in het zwart. ‘In feite heb je dan geen recht op terugbetaling. Maar ik wacht nu al weer drie weken op een telefoontje om te komen werken. Niets is zeker, ook zwart werk en dus ook onze inkomsten niet.’ De deur van hun dokter lopen ze niet plat, vertellen ze. ‘Geloof me, het is niet leuk om telkens een attest te vragen en ermee naar het OCMW te trekken. Hulp vragen heeft iets vernederend.’
 Asielzoekers die niet in de opvangprocedure zitten en onwettig in België verblijven, kunnen zich richten tot het OCMW voor de terugbetaling van dringende medische zorgen, zowel voor medicijnen als een medische behandeling. Dat staat ingeschreven in de OCMW-wet en is verder uitgewerkt in een Koninklijk Besluit van 1996. Het klinkt eenvoudig maar is complex.
‘DMH is specifiek voor de meeste mensen zonder wettig verblijf. Voor mensen met wettig verblijf bestaan andere regelingen’, vertelt Ellen Druyts. Zij bemant het piepjonge Steunpunt Gezondheid en Vreemdelingenrecht, dat op 1 december 2008 van start ging. Hulpverleners –gezondheidswerkers, huisartsen, sociale werkers in ziekenhuizen, advocaten…– kunnen er terecht voor medisch gerelateerde vragen met betrekking tot vreemdelingen en hun verblijfsstatuut.
 Het steunpunt is geen overbodige luxe. Voor elk verblijfsstatuut bestaat een eigen procedure voor de toegang tot medische zorgen. De fiche –over de relatie tussen medische zorgverlening en vreemdelingenrecht– die Druyts op de tafel legt, spreekt voor zich. Het is een wirwar van kolommen, kleuren, combinaties van verblijfsstatuten en gezondheidsrecht, gaande van toegang tot ziekenfonds, recht op dringende medische hulp, recht op OCMW-steun… 
 Logisch dat hulpverleners met vragen zitten. ‘Als arts weet je niet automatisch wie, met welk verblijfsstatuut, voor je zit en of die in aanmerking komt voor DMH via het OCMW. Er is regelgeving, dat zeker, maar die is niet altijd even duidelijk. Neem het voorbeeld van een diabetespatiënt met een medische kaart bij het OCMW van Bonheiden, dat zijn insuline in het kader van de DMH terugbetaalt. Die patiënt belandt na een verkeersongeval op de spoedgevallendienst in Gent –een ander grondgebied waar het OCMW niet bevoegd is. Welk OCMW moet dan tussenkomen?’

voor interpretatie vatbaar


DMH  –wat op preventieve en curatieve medische zorg slaat– gaat in de praktijk tamelijk breed, en omvat bijvoorbeeld ook nazorg en psychische hulpverlening. Maar de regelgeving laat ruimte voor interpretatie en dus verwarring. Het is de arts die een attest schrijft over de medische noodzaak en dus het recht op terugbetaling bepaalt. Terwijl de ene arts de verzorging van spataders, pijnlijke heupen, liesbreuk of tandverzorging wel als een basisbehoefte beschouwt, doet een andere dat niet noodzakelijk. Die flou over de terugbetalingmodaliteiten van een OCMW zorgde in het verleden al voor hoofdbrekens en zelfs geschillen voor de Arbeidsrechbank. Sommige discussies hierover vertroebelen het debat, vindt Druyts. ‘Een terugkomend discussiepunt is de terugbetaling van in-vitrofertilisatie (IVF), met als inzet of het recht op kinderen een basisrecht is. Of wat met besnijdenis? Dat drukt het fundamentele element op het achterplan, namelijk dat medische zorg een basisrecht is. Daarbij staat de menselijke waardigheid bovenaan. Overigens, in een beleidsvoorstel dat Medimmigrant (medisch steunpunt voor mensen zonder papieren, td) midden 2008 aan minister Marie Arena bezorgde, staat de suggestie dat de terugbetalingsprincipes van DMH gewoon die van de Riziv-nomenclatuur volgen. Ter info: het Riziv betaalt IVF deels terug.’

Het bedrag dat de federale overheid terugbetaalt aan OCMW’s voor DMH  is in de periode tussen 1996 en 2005 vervijfvoudigd. Een knelpunt bij de regelgeving over DMH is de financiële en administratieve afhandeling van de medische dossiers. Die vormt op vele vlakken een extra last voor de OCMW’s en zorgverstrekkers. ‘Het is waar dat de kosten voor de gezondheidszorg stijgen. Maar het is ook zo dat meer mensen geestelijk en lichamelijk gezond rondlopen, wat in het algemeen belang is van een bredere, gezonde samenleving’, vindt Druyts. 

variaties op een thema


Ann Desmet, sociaal werkster op de sociale dienst in UZ Leuven, heeft een jarenlange ervaring met patiënten zonder papieren en volgde intussen een cursus vreemdelingenrecht. ‘Het moeilijkste is dat elk dossier anders is’, vertelt ze. ‘Het zijn allemaal mensen met een eigen individueel verhaal en een eigen sociale context.’ De regelgeving rond DMH vindt Desmet toereikend genoeg. ‘Een groter probleem is dat mensen zonder papieren die ziek vallen, soms hun –zwart– werk verliezen, geen vervangingsinkomen hebben en ook hun huisvesting kunnen verliezen. Dat leidt tot schrijnende situaties.’
 Toch vallen bepaalde groepen uit de boot. ‘In principe zouden nieuwe Europeanen –Polen, Roemenen, Bulgaren– gemakkelijker een wettig verblijf in België kunnen aanvragen, maar als dat niet gebeurt en die mensen belanden in een ziekenhuis, dan zorgt dat voor problemen. Ze hebben geen ziekteverzekering als ze in precaire statuten werken. Ze komen niet in aanmerking voor terugbetaling en de verzekering in hun eigen land dekt meestal niet de kosten voor hun medische behandeling hier. Ik kom ook problemen tegen bij familieleden van mensen die hier wettig verblijven. Deze mensen komen hier op bezoek, hebben geen of een beperkte verzekering, die bepaalde behandelingen niet dekt. Het OCMW betaalt medische kosten niet, de familie die in verband met hun verblijf tekent voor financiële aansprakelijkheid, moet de medische kosten afbetalen. Dat zijn drama’s.’ Hulpverleners moeten soms harde beslissingen nemen, zegt Desmet. ‘Wij moeten ons aan de wetten en regelgeving houden.’ 

* fictieve namen

Steunpunt Gezondheid & Vreemdelingenrecht: www.vreemdelingenrecht.be - 02.205 00 55 (telefonisch advies)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift