Duizend-en-één uitdagingen

‘Zonder elektriciteit geen licht. Zonder democraten geen democratie.’

Jemen kampt met ernstige veiligheidsproblemen en staat als armste Arabische staat voor duizend-en-één uitdagingen op politiek, economisch en sociaal vlak. Antiterreurprogramma’s slaan niet aan en de bestuurlijke machten zijn doordrenkt van corruptie. Is Jemen nog te redden? Tine Danckaers zocht het ter plekke uit.

  • Tine Danckaers Vrouwen in Jemen leven in de schaduw van man en nikab Tine Danckaers
  • Tine Danckaers Buiten de grote steden neemt het tribale systeem over: 'Jemen, voer voor antropologen.' Tine Danckaers
  • Tine Danckaers 'In een land dat zich op de rand van het failliet bevindt, is het moeilijk werken.' Tine Danckaers

‘Het is dankzij de qat dat ons land nog overeind staat. Qat is een levensnoodzakelijk inkomen voor de dorpelingen. En het is een belangrijk sociaal en onschuldig tijdverdrijf’, werpt Sa’udi, de taxichauffeur, slissend en met bolle linkerwang op, als ik zijn uitgestoken hand met blaadjes weiger. De passagierszetel naast hem wordt ingenomen door een plastiek draagtas die bol staat van de groene, licht stimulerende blaadjes. Aan de grootte van de draagtas te zien, is hij, net zoals veel van zijn landgenoten, een enthousiaste kauwer. Mannen én vrouwen kauwen, op straat, in de auto en tijdens intellectuele bijeenkomsten, de zogenaamde “qatsalons”.

Over het drogerend effect van het qatblad bestaan veel theorieën. De ene Jemeniet gebruikt qat als amfetamine, een ander juist om te ontstressen. Mannen zijn overtuigd dat qat het prettige effect van viagra heeft, vrouwen denken daar duidelijk anders over. ‘Het ministerie van Gezondheid lanceerde recent een campagne tegen qat, met als onderliggende agenda de wateropslorpende teelt in ons waterarme land tegen te gaan. Het ministerie geeft zelf het voorbeeld via een gedragscode voor de ambtenaren om niet te kauwen’, vertelt een Jemenitische arts die voor een internationale organisatie werkt. Twee uur later zitten we samen in een salon in Amram qat te kauwen, exclusief de arts, inclusief twee ambtenaren van het ministerie van Gezondheid.

Qat is volgens waarnemers zoals hydroloog Noori Gamal niet zo gemakkelijk weg te werken. Het is, aldus Gamal, een belangrijke bron van fiscale inkomsten, terwijl een nog veel groter deel onder tafel wordt verhandeld. De waarheid is inwisselbaar in Jemen, maar zeker is dat qat de honger stilt en goedkoop is. In een land waar 43 procent van de 23 miljoen Jemenieten onder de armoedegrens leeft, zijn dat twee goede bestaansredenen voor het plantje. ‘Een bussel qat levert ons 60 rial (22 eurocent) op’, zegt Walia Mohammed Al-Wadee in een bergdorpje in het Assowda District, centraal Jemen. Dat is niet genoeg om te overleven, de teelt zorgt slechts voor een kleine extra. De andere grond is bestemd voor het graan dat de familie voor eigen gebruik teelt. Walia gaat maandelijks om haar voedselpakket in het lokaal gezondheidscentrum –overeind gehouden door internationaal donorgeld.

Gedroomde pr-campagne

Tot kerstmis 2009 wist een groot deel van de wereld nauwelijks waar Jemen lag, laat staan voor welke uitdagingen het land stond. Umar Farouk Abdulmutallab bracht daar verandering in toen hij zichzelf en zijn medepassagiers van vlucht 253 in Detroit wilde opblazen. De Nigeriaan had een opleiding genoten bij Al Qaeda in Jemen en zette het Arabische land daardoor als extremistische thuishaven op de wereldkaart. Het was de gedroomde gelegenheid voor president Ali Abdullah Saleh om zijn land en de vraag om internationale hulp in de schijnwerpers te zetten. Jemen staat voor vele uitdagingen, en die gaan een pak verder dan de bestrijding van Al Qaeda. Er is de rebellenoorlog in het noorden, met minstens 200.000 noodlijdende vluchtelingen als gevolg. Er zijn de aanhoudende spanningen in het zuiden dat zich opnieuw wil afsplitsen of minstens meer zelfbestuur wil. Daarnaast kampt Jemen met een tanende oliesector en een slinkende watervoorraad, die –volgens de meest onheilspellende berichten– over tien jaar helemaal opgedroogd kan zijn. Jemen kent een enorme bevolkingsexplosie, grote werkloosheid en een hoog armoedecijfer. Mensenrechten zijn hier ver zoek, vrije meningsuiting en persvrijheid een lachertje. Vrouwen mogen dan wel met de auto rijden en qat kauwen, hun rechten zijn enorm beperkt. Ze leven letterlijk in de schaduw van man en nikab, worden niet beschermd door een huwelijksleeftijd of wettelijk vastgelegd familierecht, en nemen in zeer beperkte mate deel aan het publieke en politieke leven. Maar vooral de politieke hervormingen, anticorruptie- en democratiseringsprogramma’s vormen wellicht Jemens grootste uitdaging.

Jemen is een complex land, waar de machtsverhoudingen terugvallen op ingewikkelde tribale connecties. President Ali Abdullah Saleh regeert het land al 32 jaar via een patronagesysteem en compromissen met Jemenitische clans en andere groepen. Buiten de grote steden is Salehs macht beperkt en neemt het tribale systeem over. ‘Jemen is gedroomd voer voor antropologen’, lacht Khaled Fattah, een onderzoeker die de relatie bestudeerde tussen modernisering, politisering en de machtsstructuren van clans en lokale sjeiks in de Arabische wereld. ‘Jemen is uniek’, vertelt hij. ‘Dit is het enige land waar de drie centrale machtspijlers tribaliseerden. Met andere woorden: de Jemenitische staat is hier deel van de stammen, niet omgekeerd. Voor sociale zekerheid moet je bij je lokale sjeik zijn, niet in Sana’a.’

Toeristen als ruilmiddel

‘Jemen lijkt te overleven op willekeur. Wat hier het ene uur als waarheid geldt, kan het volgende uur compleet tegengesproken worden’, zegt Gian Carlo Cirri, directeur van VN-Wereldvoedselprogramma in Jemen. ‘In een land dat zich op de rand van het failliet bevindt, is dat dus moeilijk werken. Vorige week nog hadden we een persmissie op touw gezet in Saada. Alles was geregeld, we kregen officiële toestemming om te gaan, alles was veilig. Twee uur voor het vertrek blies het ministerie van Informatie de zaak af en werd ons personeel zelfs uit Saada teruggeroepen. De reden: acute veiligheidsproblemen.’

Voor niet-Jemenieten is veiligheid, tenminste buiten centrale steden als Sana’a en Aden, een flou begrip en betrouwbare informatie een schaars goed. ‘Toeristenontvoeringen komen vooral voor in het noorden van Jemen, in de no-goarea, de grensstreek met Saoedi-Arabië’, verzekert een Jemenitische veiligheidsexpert. Twee dagen later wordt een Amerikaans koppel ontvoerd. In ons hotel gaat het verhaal dat ze er ’s morgens nog ontbeten. Nieuw is dat de kidnapping gebeurt op amper zeventig kilometer van de hoofdstad Sana’a. De gijzelnemers –die de vrijlating van hun gedetineerde broer eisen– maken deel uit van een lokale clan. ‘Dit zijn zeker geen lieverds tegen andere stammen, maar het is de eerste keer dat de Shardah-clan, die als vreedzaam tegenover buitenlanders staat aangeschreven en toch een zeker niveau van beschaving heeft, deze tactiek toepast’, vertelt journalist Mohammed Al-Asaadi. Een zoveelste bewijs voor de stelling dat Jemen steeds verder wegzinkt in chaos? Met de Amerikanen loopt alles, na een dag kidnapping, prima af, maar het is alweer een vuistslag voor de toeristische sector in Jemen, een economische branche die sowieso al lag te zieltogen.

Stroomprotesten

Een dag na de ontvoering valt de helft van de oude stad in Sana’a net na valavond zonder stroom. We zijn uitgenodigd voor een aperitief bij Raufa Hassan Alsharki, voorzitster van een stichting voor culturele ontwikkeling. ‘Alweer geen internet voor vanavond. Vermoedelijk is dit te wijten aan een aanslag op de centrale in Marib’, zegt Alsharki laconiek. Dit is schijnbaar wekelijkse kost in Jemen en dus kabbelt de babbel –in het licht van een aangerukte batterijlamp– losjes verder over gendergelijkheid, democratisering en sociale verandering. ‘Zonder elektriciteit geen licht, en zonder democraten geen democratie. Zolang de corruptie hier op alle niveaus in de huidige proporties blijft bestaan, zullen vrouwen en mannen het zonder gendergelijkheid en elektriciteit moeten stellen’, aldus Alsharki.

De oorzaak van de stroompanne is inderdaad een aanslag op een grote elektriciteitscentrale in Marib. Sinds september vorig jaar is die nieuwe centrale het mikpunt van aanslagen door lokale tribale groepen, hun manier om te onderhandelen met de centrale regering. Dit keer volgt de aanslag op een militaire luchtaanval van de dag ervoor tegen Al Qaeda in Jemen waarbij –althans de officiële bronnen– de verkeerde werd getroffen. In plaats van Al-Qaeda-militanten werd een lokale sjeik, de waarnemende gouverneur van Marib, samen met vier anderen gedood. Volgens de Jemenitische overheid ligt de verantwoordelijkheid bij de Amerikanen, die de luchtaanval uitvoerden. ‘Een typische reactie. Moest er geen cruciale fout gebeurd zijn, dan had Saleh (de Jemenitische president, td) zichzelf op de borst geklopt. Nu is het omgekeerd. Ten minste, als we ervan uitgaan dat het om een vergissing gaat, en niet om een geënsceneerde “fout”’, zegt een lokale journalist een paar dagen later tijdens een informele babbel.

In de vlag van Jemen staat rood voor het bloedvergieten van de martelaren, zwart voor het donkere verleden en wit voor een schitterende toekomst.

Marxist of mossad-agent?

Tien dagen Jemen maakt duidelijk dat de onrust overal voelbaar is. In het noorden geldt sinds februari een staakt-het-vuren tussen de regering en de al-Houthi’s –aanhangers van het zaïdisme, een tak binnen het sjiisme. Daarmee kwam de zesde oorlogsronde ten einde. Volgens Hassan Mohammed Zaid, spilfiguur van de Al-Haq partij, zowat de politieke arm van de rebellenbeweging, is dit echter slechts een pauze. Ze wordt gebruikt door beide zijden om uit te rusten en de wapens opnieuw te schikken. ‘Op dit ogenblik wordt in de grenszone tussen Jemen en Saoedi-Arabië door Saoedische bulldozers een dorp op Jemenitisch grondgebied platgewalst. Dat gebeurt met medeweten van de Jemenitische regering, die toelaat dat een buurland de soevereiniteit doorbreekt om de veiligheidszone aan de grens te ontvolken. Dat is voldoende olie op het vuur om een zevende oorlog in gang te steken.’ De zaïdi’s beschuldigen de overheid ervan religieuze onrust te stoken, door salafistische soennieten in de regio te steunen en op te zetten tegen de zaïdi’s. Hun eisen: erkenning van godsdienst en bescherming tegen het wahabisme van buurland Saoedi-Arabië.

Ook het zuiden wordt –al weken voor Eenheidsdag op 22 mei– opgeschrikt door aanslagen, die voor het eerst ook officiële doelwitten viseren. Zowel een konvooi van de president als lokale politiemensen in Aden kwamen onder vuur te liggen. Wekelijks vallen doden bij geïsoleerde clashes met veiligheidsdiensten en gewapende fracties. Wie daar achter zit is onduidelijk: de zuidelijke afscheidingsbeweging, wat de regering in Sana’a graag beweert, Al Qaeda in Jemen, of niet-politieke tribale elementen? In een zo versnipperd land is iedereen verdacht. Ook wie teveel in het gezelschap van buitenlanders of politieke groepen vertoeft, krijgt een louche etiket opgekleefd. ‘Jouw kompaan zou volgens mijn collega wel eens voor een geheim agentschap kunnen werken’, waarschuwt een goedbedoelende Europese hotelgenoot. Hij heeft het over Sali*, die onder meer voor me tolkt. ‘Voor welk agentschap hij werkt’, vraag ik Sali dus langs mijn neus weg. ‘Daar gaan we weer’, schampert hij. ‘Zowel door mijn eigen landgenoten als door de internationalen in Jemen, heb ik alle mogelijke profielen aangemeten gekregen: van islamist over opposant tot marxist en Mossad-agent. Kom er zelf maar achter.’

Donker verleden, schitterende toekomst

Het is de vooravond van Eenheidsdag. Morgen wordt twintig jaar samensmelting van Noord- en Zuid-Jemen gevierd. Ook al klagen nogal wat Jemenieten het gebrek aan eenheid van dit land aan, het straatbeeld doet anders uitschijnen. De nationale vlag, ingevoerd sinds de eenwording in 1990, prijkt niet alleen op commerciële gevels maar ook op particuliere woningen en auto’s. ‘Ik heb de vlag al vijf jaar niet meer uitgehangen, maar dit jaar twijfel ik’, zegt Sali. ‘Niet dat ik die eenheid zie en evenmin ben ik het eens met de manier waarop dit land naar de verdoemenis wordt geholpen door Saleh en zijn corrupte loyalisten, maar een splitsing zou Jemen helemaal naar de afgrond drijven.’ Volgens de officiële beschrijving van de vlag staat het rood voor het bloedvergieten van de martelaren en de eenheid, het wit voor een schitterende toekomst en het zwart voor het donkere verleden.

Dat donkere verleden is mentaal nog niet weggevaagd in Aden, de informele hoofdstad van het zuiden. Aden is het enige stukje Jemen dat werd gekoloniseerd. Tot 1967 was het een Britse kroonkolonie en vormde het een belangrijke militaire basis in de regio. De natuurlijke haven vormde een uitstekende verbinding tussen de Golf, India en Europa. Na 1967 deed het marxisme hier zijn intreden, en vandaag vind je zowel nog de Britse als de marxistische invloedsferen terug.

De stad is een tegenpool van Sana’a. De scheiding van de seksen is hier veel vager. Hier drinken vrouwen en mannen samen thee en koffie in de salons. En meer, er zijn avondclubs waar vrouwen en mannen samen dansen. De nikab heeft weliswaar zijn intrede gedaan, maar je ziet evengoed vrouwen met een gewone, kleurrijke hoofddoek. En de thee tijdens een meeting met vrouwen wordt hier geschonken door een man. ‘Maar vergis je niet’, zegt Sami Qasim, een economist die voor me tolkt. ‘We zitten inderdaad op het meest multiculturele, progressieve stukje Jemen, maar het verleden speelt hier nog een grote rol. Na de afscheidingsoorlog in 1994 heeft Sana’a de controle over het zuiden helemaal overgenomen en alle zuiderse spelers buiten spel gezet. Dat is een frustratie die nog altijd heel zwaar weegt hier.’ Sami is zelf zoon van twee overtuigde socialisten die hunkeren naar het Aden van voor de unificatie , maar deelt hun passie duidelijk niet. ‘Ik kan me in geen enkele politieke partij vinden. Ik wacht op een Arabische Obama die dingen kan en wil veranderen. Maar zover zijn we nog niet.’

Geen afscheiding, wel medezeggenschap

‘De olie in Zuid-Jemen is ontdekt voor de eenwording in 1990. Tachtig procent van de olie-inkomsten in Jemen komt uit het zuiden. Geen kat weet waar dat geld naartoe gaat, maar alvast niet naar deze regio.’ Noman Qasim, is coördinator van een mensenrechtenorganisatie in Aden, die ook de krant Al Tahdeeth uitgeeft. Hij is een van de vele marxistische getinte socialisten, die na de afscheidingsoorlog naar het buitenland vluchtte en terugkwam. ‘Saleh had ons gedeeld bestuur beloofd. We hadden goede wetten, zoals de familiewet. We mochten die behouden, net zoals onze jobs en de controle over onze regio. Maar het traditionele noorden kon het moderne zuiden niet aan. Na vier jaar werd het noorden steeds gulziger. De afscheidingsoorlog is er gekomen als gevolg van de vernedering. Die moest stoppen. Na de oorlog werden veel ambtenaren uit het zuiden vervangen door niet-opgeleide noorderlingen. En dat speelt tot de dag van vandaag een rol.’

Qasim is duidelijk: hij heeft geen hoge pet op van Sana’a, en hekelt de diepgewortelde corruptie van het centrale bestuur, maar hij is geen voorstander van afsplitsing. ‘Ik ben niet tegen de noorderlingen, we zijn tenslotte allemaal burgers, en de lijnen tussen noord en zuid lopen door. Maar ik wil meer zelfbestuur, ik ben voorstander van decentralisering, misschien zelfs confederalisme.’ In het zuiden werden het voorbije jaar al zeer gewelddadige haatincidenten opgetekend tegen noorderlingen, die aangevallen werden, louter en alleen omwille van hun noordelijke afkomst. Maar die incidenten zijn geïsoleerde zaken, opgeklopt in de media, klinkt het. In elk geval staat de radicale separatistische beweging niet echt sterk in het zuiden, zeker niet in Aden en Hadramout. Al-Hiraq, de afscheidingsbeweging die een aantal zuiderse partijen bundelt, heeft het moeilijk om als één front voor de ganse regio op te treden.

De achtertuin van Saoedi-Arabië

Gewapend geweld in Jemen is het gevolg van een samenloop van factoren: sociale verandering, normvervaging, zwak bestuur, land- en waterconflicten, groeiende rivaliteit van verschillende islamscholen, jihadisme, chronische armoede en onderontwikkeling. Volgens een rapport over lichte wapens van het onderzoeksinstituut Small Arms Survey is het waarschijnlijk dat die factoren zullen verergeren vooraleer ze zullen verbeteren. En een recent rapport van het VN-Ontwikkelingsprogramma hekelt vooral de corruptie: een onhandelbaar probleem in Jemen. En toch. Als je door de oude stad van Sana’a wandelt, dan verbaast het je dat de prachtige architectuur zo goed gespaard is gebleven van de vernielingen en de oorlog tijdens het turbulente verleden en de huidige chaos. En ook de weinige bergdorpen die ik gezien heb, getuigden van een schoonheid en een band met de geschiedenis die diep respect lijkt op te roepen. Iets houdt dit land en zijn erfgoed op een of andere manier bijeen, toch? Een opmerking die met veel enthousiasme onthaald wordt, tijdens, alweer, een qatsalon. Ik krijg prompt een beginnersbusseltje qat toegeschoven. ‘Nee is geen optie, je hebt de verborgen schoonheid van Jemen gevonden, nu moet je ook de schoonheid van qat kauwen ontdekken’. ‘

Iedereen kent de uitdagingen, het is tijd dat we de opportuniteiten opsporen’, zegt Ali Saif Hassan, mensenrechtenactivist en actief lid van een progressieve denktank. ‘En die zijn er. Het is waar dat we de achtertuin van Saoedi-Arabië zijn, we hebben weinig vrienden in de regio, maar we liggen zeer strategisch ingebed tussen de olierijke golfstaten en Djibouti. We zouden als perfect oliedoorgeefluik kunnen fungeren. Ook onze olie is nog lang niet op, hij is alleen te ontginnen. Dat is een kwestie van investeerders aantrekken en een gunstig investeringsklimaat en nieuwe vrijhandelszones (nu is er één zone in Aden, td) creëren. En ons land is ook voorbestemd voor toerisme: we herbergen een ongeschonden schat aan geschiedkundig en natuurlijk erfgoed.’

* fictieve naam

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur