Duurzaam bouwen in Brussel

Tegen 2025 wil Brussel zijn CO2-uitstoot met 30 procent verminderen. Het leeuwendeel van de klimaatwinst wordt momenteel behaald in gebouwen, met renovatie en nieuwbouw. Vanaf 2015 is (bijna-)passiefbouw de standaard voor nieuwbouw.

  • Architecten A2M/Yvan Glavie Ocmw-kantoren in Vorst. Architecten A2M/Yvan Glavie
  • Architecten A2M/Yvan Glavie Appartementsblok in Haren Architecten A2M/Yvan Glavie
  • Architecten A2M/Yvan Glavie Architecten A2M/Yvan Glavie
  • Architecten A2M/Yvan Glavie Architecten A2M/Yvan Glavie

Brussel greep deze zomer net naast de titel van Groene Hoofdstad 2015 – het moest het afleggen tegen het Britse Bristol, na Nantes dit jaar en Kopenhagen volgend jaar.

Wie Brussel zegt, denkt ook niet meteen aan de hippe, groene flair van steden als Malmö of Freiburg. De problemen zijn enorm: de ruimtelijke ordening van de negentien gemeenten wordt ontsierd door verkrotting en vervallen buurten, en door de files ‘geniet’ de hoofdstedelijke regio een zorgwekkende luchtkwaliteit. En de waterzuivering is een permanente bron van problemen voor minister Huytebroeck (Ecolo).

Maar achter de schermen en, steeds meer, in het straatbeeld, bouwen ontelbare projecten stap voor stap aan een metamorfose van het hoofdstedelijk gewest.  

Voorbeeldgebouwen

In het Brussels hoofdstedelijk Gewest is 72 procent van de CO2-uitstoot afkomstig van gebouwen, terwijl de industrie niet meer dan vier procent van de uitstoot voor haar rekening neemt, en het transport 23 procent. Het Brussels ministerie van Leefmilieu heeft zich de afgelopen jaren dan ook geheel geconcentreerd op het duurzamer maken van de gebouwen.

Nieuwbouw en renovatie in oude steden slorpen echter handen vol geld op. Toch kan dit terrein niet zomaar worden overgelaten aan de vrije markt van projectontwikkelaars en kapitaalkrachtige groepen. Om enerzijds architecten te stimuleren zich aan ecologisch bouwen te wagen en anderzijds alle sociale groepen van het Hoofdstedelijk Gewest daarbij te betrekken, heeft Leefmilieu Brussel gekozen voor een aanpak met “voorbeeldgebouwen”, een spoor dat inspirerend kan werken voor andere steden die klimaatneutraal willen worden.

Sinds 2007 kunnen architecten en bouwheren hun project inschrijven bij de projectoproep “voorbeeldgebouwen”. Een voorbeeldgebouw wordt beoordeeld op grond van vier criteria: energie-efficiëntie (energiezuinig en gebruik van hernieuwbare energie), milieu-impact (materiaalkeuze, impact op biodiversiteit, bouwafval…), de haalbaarheid en reproduceerbaarheid (voorbeeldfunctie), en de architectonische kwaliteit en de integratie in de buurt.

De opdrachtgever kan een individueel gezin zijn, maar het kan ook gaan om een collectief woonproject voor gezinnen, kantoorgebouwen, handelspanden, scholen, crèches, rusthuizen, een cultureel centrum of een moskee. De geselecteerde projecten krijgen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een eenmalige subsidie van 100 euro per m², en voorts nog andere premies, fiscale voordelen en technische ondersteuning.

De zesde oproep loopt inmiddels en met de toekenning van de 37 renovatie- en nieuwbouwprojecten van 2012 inbegrepen, telt het Brussels Gewest nu 193 voorbeeldgebouwen, voor een totale vloeroppervlakte van 520 000 m². 

Meer dan energie 

Op de Léon Monnoyerkaai in Schaarbeek staat het kantoorgebouw van hoogspanningsproducent Elia in de steigers. Het is een voorbeeldgebouw van de projectoproep 2011, het gaat om passiefbouw van een kleine 10 000 m² voor kantoren en vergaderruimten.

Het gebouwencomplex komt op de plaats waar voorheen een luciferfabriek stond en de ondergrond is er zwaar vervuild. Om infiltratie van het regenwater te vermijden en te voorkomen dat het grondwater verontreinigd wordt, heeft Brussel Leefmilieu Elia gevraagd om het hele oppervlak met een betonnen “hoes” te bedekken. Het regenwater, dat niet meer in de grond kan dringen, wordt opgevangen in cisternen en gebruikt om toiletten door te spoelen. Omdat er in de buurt nauwelijks riolering ligt, moet de bouwheer het afvalwater zelf zuiveren. Eerst wordt het opgevangen in een septische put, dan wordt het gefilterd en gezuiverd in een rietveld om dan terecht te komen in een waterreservoir in de buurt van het gebouw, met een overloop die uitmondt in de Zenne.

‘En daar komt het schoner in dan het overige Zenne-water’, aldus Bram Demeester van het studiebureau Arcadis, die ons rondleidt. Het gebouw beantwoordt niet alleen aan de passiefnormen, maar wil ook een BREEAM-certificaat krijgen. Dat staat voor Building Research Establishment Environmental Assessment Method en is het Britse label voor duurzame gebouwen, een label dat niet alleen met energie- maar ook met andere milieuaspecten rekening houdt.

Een ander voorbeeldgebouw in de afwerkingsfase is de Emile-Bockstaelschool, in de schaduw van het Atomium, in Laken. Het is een nieuwbouwkleuterschool van 3400 m² met tien klassen van 25 kleuters. Het gebouw is opgetrokken uit hout, onbehandelde lariks uit Oostenrijk, die in 28 vrachtwagentrucks is aangevoerd.

Het concept is een compacte, op het zuiden georiënteerde blokkenstructuur, met binnen op elk verdieping uitzicht op een groene patio. De warmtevoorziening is geothermisch, opgewekt met een warmtepomp. Warm water komt van zonnepanelen en regenwater wordt opgevangen. Spaarlampen en zonnepanelen zorgen voor een zuinig elektriciteitsverbruik. Het gebouw is ook voorzien van een groendak. Qua bouwkosten is dit project 10 tot 15 procent duurder dan een conventioneel niet-passiefgebouw, maar die extra kosten zullen terugverdiend zijn door de lagere energierekeningen.

Vanaf 2015 moeten alle nieuwe gebouwen in Brussel passiefbouw zijn. Dat is zo beslist om voorbereid te zijn op de Europese richtlijn die voor nieuwbouw vanaf 2020 alleen nog BEN (Bijna EnergieNeutrale)-gebouwen toestaat.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.