“Duurzaam energiebeleid biedt gigantische voordelen voor Brazilië”

Brazilië kan acht miljoen nieuwe jobs creëren, woudoverstromingen voorkomen, twaalf miljard euro besparen en twee miljard euro aan emissiekredieten verdienen tegen 2020, zonder economische groei op te offeren. De regering moet enkel een streng energiebeleid voeren, geënt op efficiënt energieverbruik en hernieuwbare energie, stellen experts.
Hoe dat kan, wordt beschreven in het rapport ‘Sustainable Power Sector Vision 2020’. Dat rapport werd gesponsord door WWF Brazilië en is van de hand van wetenschappers van het Internationale Energie Initiatief (IEI) en van de staatsuniversiteit van Campinas, 100 kilometer van Sao Paulo.

De experts komen aan hun schattingen door de ‘huidige trend-scenario’, die gebaseerd is op het economische en energiebeleid van de huidige regering van president Lula, te vergelijken met het ‘duurzame elektriciteitsscenario’ dat het terugdringen van energieverspilling combineert met het stijgende gebruik van alternatieven voor fossiele brandstoffen. Beide scenario’s vergeleken ze voor de periode 2004-2020.

Beide scenario’s gebruikten voorspellingen voor een economische groei van 4,02 procent per jaar. Voor het ‘huidige trend-scenario’ zou de elektriciteitcapaciteit met vijf procent per jaar moeten groeien, van 92.000 megawatt (MW) in 2004, naar 204.000 MW tegen 2020.

In het ‘duurzame’ scenario zou slechts een expansie nodig zijn van twee procent per jaar, tot 126.000 MW in 2020.

Op deze manier kan de bouw van nieuwe grote waterkrachtcentrales vermeden worden. Vooral in de Amazoneregio komt de biodiversiteit in gevaar omdat dammen ervoor zouden zorgen dat het regenwoud overstroomt. Ook zouden minder thermo-elektrische centrales neergepoot moeten worden. Die verbranden fossiele brandstoffen en stoten broeikasgassen uit.

Een deel van het geld dat hierbij uitgespaard wordt, moet volgens de experts geïnvesteerd worden in hernieuwbare energie zoals wind, zonne- en biomassa-energie, en kleine waterkrachtcentrales. Samen moeten die tegen 2020 instaan voor 20 procent van de energieproductie. Dat zou acht miljoen jobs opleveren, voorspellen ze.

De emissie van broeikasgassen terugdringen zou twee miljard euro kunnen opbrengen op de emissiemarkt, die gecreëerd werd door het Kyoto-protocol. Dat protocol verplicht geïndustrialiseerde landen om hun emissie-uitstoot terug te dringen, maar staat hen toe een deel van hun limiet te bereiken door koolstofkredieten te kopen bij ontwikkelingslanden, zoals Brazilië.

Dat klinkt allemaal veel te mooi om waar te zijn, en kritiek kon dus onmogelijk achterwege blijven. De idee dat economische groei mogelijk is “zonder het aanbod van elektriciteit te verhogen” door meer elektriciteitscentrales te bouwen is “een anti-ontwikkelingsutopie”, zegt Mauricio Tolmasquín, voorzitter van de Staatsmaatschappij voor Energieonderzoek (EPE), dat het ministerie van Mijnbouw en Energie adviseert.

Scherpere kritiek komt er van verschillende zakelijke en technische leiders uit de energiesector. Zij voorspellen een energiecrisis binnen de komende drie of vier jaar als de door milieuregels uitgestelde bouw van de waterkrachtcentrales in het Amazonegebied niet snel kan beginnen.

Milieudeskundigen geloven dat het conflict tussen ontwikkeling en het milieu een vals dilemma is, omdat het de bedoeling is om de economie zelf duurzamer te maken. Experts zoals Jayme Buarque, directeur-generaal van het Nationaal Instituut voor Energie-efficiëntie (INEE), een ngo, geloven in het rapport.

Het ‘duurzame scenario’ voor Brazilië kan “enkele overdrijvingen” bevatten, maar is in het algemeen “op lange termijn leefbaar”. De energiecrisis in 2001 toonde volgens Buarque aan dat veel energie verspild wordt, en dat het mogelijk is om de consumptie aanzienlijk te verminderen.

In mei 2001 dwong een tekort aan elektriciteitsproductie de regering ertoe om elektriciteit gedurende negen maanden te rantsoeneren. Ze nam daarvoor een combinatie van maatregelen aan om de efficiëntie te stimuleren, en door gezinnen en bedrijven te straffen die er niet in slaagden om twintig procent minder energie te verbruiken. Gezinnen bleken achteraf zelfs meer bespaard te hebben dan die twintig procent.

Die campagne was geïmproviseerd, en het dankte zijn succes aan simpele gedragsveranderingen en voor de hand liggende maatregelen volgens het gezond verstand. Een gepland en nog diepgaander programma kan nog betere resultaten boeken, verzekert Buarque. IPS

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift