Duurzaam toerisme

Bent u klaar voor de zomer? Uw strandvakantie in Benidorm geboekt? Of wordt het een trektocht door de jungle van Thailand of een ‘reality-tour’ in de Gaza-strook? Er is keuze zat. Elk jaar gaan meer dan zeshonderd miljoen mensen op vakantie naar het buitenland. Vooral reizen naar de Derde Wereld zitten in de lift. De manier waarop toeristen sommige landen in het Zuiden overspoelen, zorgt voor nogal wat problemen. Dat het ook anders kan, bewijzen een aantal vernieuwende, lokale initiatieven.
Het is met toerisme naar het Zuiden als met roken en drinken: het is volkomen fout, maar het voelt zo leuk, mijnheer. De prijzen van vliegtuigtickets zijn zo laag dat je goedkoper naar Istanbul kan dan naar Lyon. Bangkok ligt maar enkele paarse briefjes verder en zelfs de ondoordringbare wouden van de wereld zijn betaalbare bestemmingen geworden voor middelmatige inkomens. Dat je een verschrikkelijke vervuiler en een vertegenwoordiger van een verfoeilijk imperialisme bent, dat je de lokale economieën ontwricht en eeuwenoude tradities verstoort, blijken bedenkingen te zijn die niet opwegen tegen de macht van de weggeefprijzen. Voor wie toch nog een beetje schuld of schaamte overhoudt, belooft de sector binnenkort wat korting op de morele last. Stilaan groeit immers het besef bij de vakantiemaker, het bezochte land en de consument dat reizen naar het Zuiden anders moet. Respect is het codewoord geworden voor de toekomst die onder de naam ‘duurzaam toerisme’ verkocht wordt. Ecologische alternatieven voor het traditionele toerisme oogsten hier en daar de eerste, bescheiden succesjes en dat verantwoord toerisme een hefboom kan zijn voor een economische ontwikkeling die de lokale bevolking zelf in de hand heeft, is een idee die steeds meer bijval krijgt. Welke weg de toeristische sector precies moet inslaan en welke de criteria zijn voor verantwoord toerisme, is minder duidelijk. Om van de pletwals die toerisme momenteel is, een instrument te maken voor duurzame ontwikkeling, moet immers meer gebeuren dan nieuwe labels bedenken of de verpakking veranderen. Joris Verbeure van de Brugse organisatie Wegwijzer: ‘Men zal moeten opboksen tegen het bestaande economische systeem waarin winst het enige streefdoel is en geld de motor van alles. Ik maak mij daarover weinig illusies.’ Toch hebben mensen in het Zuiden al een heleboel initiatieven genomen, lang vóór het mode werd of ondanks het feit dat niemand zich met hun afgelegen dorp of streek wou bemoeien. Of hun projecten onder de noemer ‘duurzaam toerisme’ vallen, zal hen worst wezen.

DAAR IS GELUK HEEL GEWOON

Todos Santos is een klein, traditioneel indianendorp in het Noorden van Guatemala, omgeven door de hoogste bergtoppen van Midden-Amerika. De mannen werken op het land terwijl de vrouwen weven en koken. Elke dag heeft min of meer hetzelfde stramien, uitgenomen zaterdag. Dan is het marktdag en komen alle bewoners van Todos Santos in hun mooiste kledij naar buiten. De hoofdstraat ziet rood, paars, wit en blauw en al die kleuren keuren de avocado’s, bananen en kolen. Midden in die hoofdstraat staat een gebouwtje met in grote letters het opschrift ‘Proyecto Lingüístico de Español/Mam de Todos Santos’. Hier kunnen individuele reizigers, kleine groepen en gezinnen terecht om taallessen te volgen. Spaans voor de gringo’s die een woordje méér dan si of porqué willen zeggen. Mam voor de echte liefhebbers, want dat is de taal die de Todossantero’s onder elkaar spreken. Het initiatief kwam er in 1990 na een bijeenkomst van enkele dorpsleiders die het toerisme wilden gebruiken om Todos Santos welvarend te maken. Tot dan trokken dorpelingen vaak naar de kust om er op de koffieplantages te werken. ‘Voor amper twee Quetzales (twaalf BEF) per dag werkten we ons kapot onder de brandende zon’, zegt Nicolasa, een inwoonster van Todos Santos. ‘Baby’s stierven door het verschil in klimaat en malaria was een echte plaag.’ Dat is dankzij het ‘Proyecto Lingüístico’ verleden tijd. Voor een kleine vijfduizend Belgische frank krijgt de toerist vijfentwintig uur les én kost en inwoning bij een gewone indianenfamilie. Koeienpoten op het menu en kippen onder je bed zijn geen uitzonderingen. Een douche behoort niet tot de faciliteiten, maar je leert je wel wassen in een ‘chuj’, een sauna-achtig zweethuisje. ‘Zowel de leraren als de gastgezinnen worden volgens een beurtrol ingeschakeld’, zegt Martine, de Duitse projectmedewerkster die er tijdelijk de boekhouding bijhoudt. ‘Dertig procent van de inkomsten gaat naar administratie en zeventig procent komt terecht bij de gastgezinnen, de leraren, de gastsprekers en de projecten.’ Het oudste project is dat van de herbebossing. Sinds de school zeven jaar geleden van start ging, werden al veertigduizend boompjes aangeplant. Twee keer per jaar trekken alle leerlingen van de lagere school -vaak vergezeld door een aantal toeristen- de bergen in met elk twee boompjes. Naast dit ecologische projectje, heeft de school ook nog een aantal sociale projecten lopen. Hulpeloze bejaarden kunnen er één keer per week terecht voor een voedzame warme maaltijd en de school staat in voor hun medicijnen. Van een dertigtal kansarme kinderen worden de schoolkosten betaald. De Todossantero’s zijn niet meer bang dat het toerisme hun cultuur zal aantasten. Tijdens de individuele lessen Spaans en Mam vertellen de leraren honderduit over hun tradities en denkwijzen. Zij zijn trots op hun rijke Mayacultuur en de toeristen luisteren nieuwsgierig naar hun verhalen over de Mayagoden, over de traditionele ceremonies uitgevoerd door de sjamaan en over het gebruik van geneeskrachtige kruiden. ‘Zo moet het’, denk je dan als je, mijmerend over de boeiende ervaringen, in een oude Amerikaanse schoolbus het dorp uitrijd.

Toeristen gevraagd

Het project in Todos Santos is geen alleenstaand geval. Nog in Guatemala werd in het dorp Totonicapán een gelijkaardig initiatief ondernomen. Het begon klein. Het ‘Casa de la Cultura’ maakte een plaatopname van traditionele muziek uit de omliggende dorpen om aan toeristen te verkopen. Tientallen muzikanten werden bij het gebeuren betrokken en het project werd een nationaal succes. Andere initiatieven volgden. De ambachtelijke technieken, traditionele dansen en religieuze ceremonies vormden een schat aan mogelijkheden. Sinds drie jaar kunnen groepen gebruik maken van een uitgebreid pakket wandelingen, dansoptredens, muziekvoorstellingen en een audiovisuele voorstelling van de geschiedenis en tradities van Totonicapán. Wie er de nacht bij mensen thuis wil doorbrengen, kan via het Casa de la Cultura een bed bij een gastgezin reserveren. Ook in Ecuador zijn al heel wat gemeenschappen de weg van het toerisme ingeslagen. ‘In het Noorden van Ecuador heeft de petroleumsector een groot deel van de natuur verpest,’ legt Luc Spanhove van vzw Esmeraldas uit. ‘De volkeren die daar vroeger als nomaden leefden, zijn nu genoodzaakt om op andere manieren hun tortilla’s te verdienen. Aangezien ze in de petroleumsector enorm worden uitgebuit, kiezen velen voor de uitweg die het toerisme biedt.’ Vanuit Zabalo, een dorpje dat amper uit 25 families bestaat, organiseren de Cofanes-indianen ecotoeristische excursies in het Amazonewoud. Dit initiatief kreeg drie internationale prijzen: in 1995 de prijs ‘Vrienden van de Verenigde Naties’ naar aanleiding van het vijftigjarig bestaan van de VN, in 1997 de World Wild Fund-prijs voor het behoud van het milieu en ten slotte nog een prijs van het ‘Field Museum in Chicago’. Toch is de ingeslagen weg niet zonder hindernissen. Zowel het project van de Cofanes-indianen als dat van de Maya’s in Totonicapán trekken nog veel te weinig toeristen om levensvatbaar te zijn. Het ontbreekt de dorpjes vooral aan een startkapitaal en aan logistieke steun. Volgens Frans De Man die zich in de stichting Retour inzet voor een verantwoord toerisme naar de Derde Wereld, kunnen westerse ontwikkelingsorganisaties hier een belangrijke rol spelen: ‘Nederlandse NGO’s zagen jarenlang niets in toerisme als instrument voor duurzame ontwikkeling. Pas sinds kort komt de discussie enigszins op gang maar interne verdeeldheid over het thema maakt dat het met concrete initiatieven niet zo’n vaart loopt. De NGO’s zien enkel wat het toerisme nu aan schade aanricht. Het wordt tijd dat men anders redeneert. Het toerisme afschaffen gaat niet, dus laten we het gewoon eerlijker organiseren.’

MAG HET EEN IETSJE MÉÉR

In Vlaanderen heeft de ontwikkelingsorganisatie Vredeseilanden/Coopibo recent de stap naar toerisme gewaagd. Tot voor kort organiseerden zij enkel inleefreizen voor eigen medewerkers. Stilaan groeide echter de idee om ook reizen voor een breder publiek uit te werken. Sylvia Van Walleghem van Vredeseilanden/Coopibo nam in september van vorig jaar contact op met Ed Goris van Pik-Nik Reisbegeleiding. Begin 1999 was de kogel door de kerk: op het programma stonden vijf reizen met een nieuw concept.

Met welk doel organiseren jullie deze reizen ?

We willen mensen in contact brengen met het Zuiden op een meer bewuste, geëngageerde manier dan tijdens een doorsnee toeristische reis. Door bijvoorbeeld leerkrachten van hier in contact te brengen met leerkrachten in het derdewereldland, proberen we beide groepen een realistische kijk te geven op elkaars leefwereld. Correcte beeldvorming is volgens ons één van de belangrijkste voorwaarden voor wederzijds begrip. Met deze reizen hopen wij nieuwe doelgroepen te bereiken zodat we meer mensen kunnen betrekken bij de Noord-Zuid-problematiek.

Kun je iets meer vertellen over de reizen zelf ?

Enerzijds willen we door lokale projecten te bezoeken, tonen hoe mensen ter plaatse hun toekomst in eigen handen nemen en anderzijds willen we de meest interessante bezienswaardigheden van het land niet aan onze neus voorbij laten gaan. Voor het bezoek aan deze toeristische trekpleisters zullen we zoveel mogelijk een beroep doen op lokale gidsen en gebruik maken van kleinschalige, lokale initiatieven. Ook voor logement en maaltijden gaan we op zoek naar familiale pensions en kleine restaurants. Het is de bedoeling dat zoveel mogelijk van het geld dat we ter plaatse besteden, terechtkomt bij de mensen zelf.

Van waar kwam de idee om met Pik-Nik/Joker samen te werken ?

Ik begeleid al een paar jaar reizen voor Joker als lid van Pik-Nik Reisbegeleiding. Deze vzw heeft een kleine driehonderd vrijwilligers die intensieve vorming krijgen. Omdat wij als NGO volledig achter de visie van Pik-Nik staan en omdat het publiek van Joker ook ons publiek kan zijn, was de keuze snel gemaakt. Bovendien wist ik dat ze bij Pik-Nik/Joker al jaren op zoek zijn naar een manier om hun werking te verdiepen. Zo kwamen we op het idee om elkaars medewerkers te vormen. Wij brengen hun reisbegeleiders kennis bij over Noord-Zuid verhoudingen en Pik-Nik zorgt voor de vorming van onze actieve vrijwilligers in reistechnische zaken.

De meeste NGO’s staan huiverig tegenover dergelijke samenwerkingsverbanden. Van waar die terughoudendheid ?

Toerisme kan een gevaar zijn. Het mag niet de bedoeling zijn om projecten plat te lopen. Bij ons is de idee gegroeid in samenspraak met onze partners in het Zuiden. Sommigen waren heel enthousiast, anderen gingen akkoord onder voorbehoud. Iedereen was het er roerend over eens dat een grondige evaluatie van de reizen heel belangrijk is. Als na evaluatie blijkt dat we de bal volledig misgeslagen hebben, dan moeten we ook consequent zijn en ermee stoppen.

Direct bij de vakantiemaker

Joris Verbeure van Wegwijzer vindt het goed dat alternatieve reisorganisaties hun reizen duurzamer maken, maar relativeert het effect ervan: ‘De impact van een handvol verantwoorde reizen is marginaal in vergelijking met de duizenden boekingen van Sunsnacks en Neckermann elk jaar opnieuw. Het marktaandeel van alternatieve reisorganisaties is heel klein. Pas als de grote touroperators inzien dat het toerisme duurzamer moet, kan er iets veranderen.’ De milieu-inspanningen waarmee de Duitse reisgigant Turistik Union International, kortweg TUI, al enkele jaren naar buiten komt, kunnen Joris Verbeure niet optimistisch stemmen: ‘Het staat goed om met een groen labeltje uit te pakken. Ik stel me de vraag of TUI de milieuzorg niet louter als een verkoopsargument gebruikt.’ Volgens Nico Visser -milieumanager van TUI Nederland- is het Europa’s grootste touroperator wel menens: ‘Onze Duitse zustermaatschappij heeft op het vlak van milieuzorg al een traditie van acht jaar. In Nederland zijn wij de enige grote touroperator die bewust bezig is met de gevolgen van toerisme op lange termijn. Onlangs werd in het Lion’s Diving Hotel op Curaçao de eerste ecokamer in gebruik genomen. Door de installatie van zonnepanelen verbruikt de gast zonder het te merken minder energie. Het rioolwater wordt na zuivering hergebruikt en in de airco werd het traditionele cfk vervangen door het milieuvriendelijke isopropaangas.’ Dat het niet louter om idealisme gaat, steekt Nico Visser niet onder stoelen of banken: ‘Wij hebben een verantwoordelijkheid, al was het maar omdat toeristen wegblijven van zodra de natuurlijke omgeving van het vakantieoord is aangetast. Als we het zover laten komen, zijn we allemaal onze baan kwijt.’

UW GARANTIE VOOR EEN DROOMVAKANTIE

De verantwoordelijkheid ligt natuurlijk niet bij de reisindustrie alleen. Ook de overheden van de ontwikkelingslanden hebben een rol te spelen. Vele ontwikkelingslanden zijn op een onbezonnen manier in het toerisme gestapt en hebben geleidelijk alle controle over de sector verloren. Nu kijken zij met lede ogen aan tegen een torenhoge schuldenlast en tegen wantoestanden zoals milieuvervuiling, kindersekstoerisme, het verval van de cultuur en de uitbuiting van de eigen bevolking. Het wordt tijd dat de overheden een plan uitstippelen waardoor de inkomsten van het toerisme aan de lokale bevolking ten goede komen in plaats van aan de buitenlandse hotelketens en touroperators. ‘Er is nu al een trend in het Zuiden om de bevolking sterker te betrekken bij de toeristische ontwikkeling,’ zegt Magda Monballyu van het West-Vlaams Economisch Studiebureau (WES). Jaarlijks organiseert dit bureau een cursus ‘Tourism Marketing Planning’, gefinancierd door de Belgische Ontwikkelingssamenwerking. De deelnemers komen uit alle hoeken van de wereld. Ze willen leren hoe ze het toerisme in hun land in goede banen kunnen leiden. Dat ze ook interesse hebben voor de materie van duurzaam toerisme blijkt duidelijk. Magda Monballyu: ‘In de lessen rond toeristische planning wordt al uitvoerig aandacht aan dit onderwerp besteed. Toch hebben de cursisten gevraagd om het meer uitgebreid over lokale toeristische projecten te hebben en over de commerciële haalbaarheid ervan. De mensen die hiervoor interesse toonden, kwamen zowel uit de overheidssector als uit de private sector.’ In Costa Rica bijvoorbeeld beseft de overheid goed wat het toerisme voor de lokale bevolking kan betekenen. Dit land sloot met Nederland een Duurzaam Ontwikkelingsverdrag (DOV) af waarin ecotoerisme een belangrijk onderdeel is. ‘Oorspronkelijk wilde Jan Pronk -voormalig Minister van Ontwikkelingssamenwerking- niet investeren in het toerisme’, zegt een woordvoerster van Ecooperation, het bureau dat het verdrag in Nederland coördineert. ‘Hij geloofde niet in verantwoord toerisme als instrument voor duurzame ontwikkeling. Pas toen de Costaricanen hem wezen op het belang van deze sector voor hun land, draaide de Minister bij. Ecotoerisme werd naast landbouw en milieuhygiëne één van de drie prioriteiten van het Duurzame Ontwikkelingsverdrag met Costa Rica.’ Manus Van Brakel van de Milieudefensieorganisatie vindt de centrale idee van het verdrag een stap in de goede richting: ‘Normaal gezien beslist men in Nederland wat er met het Nederlandse ontwikkelingsgeld in het betreffende land moet gebeuren. Anders bij dit verdrag is de oprichting in Costa Rica van een stichting die zelf bepaalt naar welke duurzame ontwikkelingsprojecten het geld gaat. Bovendien zijn in deze stichting naast overheidsmensen ook mensen vertegenwoordigd uit universiteiten, ontwikkelingsorganisaties en bedrijven. Dat is nieuw.’ Tot zover de theorie. ‘In praktijk loopt het nog niet zoals het zou moeten lopen. Je probeert alle grote actoren te betrekken en dat maakt een coherent beleid natuurlijk moeilijker.’

Als je snakt naar de zon

Niet alleen de mensen in het Zuiden, de reisindustrie, de ontwikkelingsorganisaties en de overheden kunnen een rol spelen in de evolutie naar een duurzamer toerisme. Eigenlijk kan elke schakel in de toeristische keten dit proces versnellen. Joris Verbeure van Wegwijzer in Brugge ziet ook voor de reisbibliotheek een belangrijke taak weggelegd: ‘Tegenwoordig gaan de mensen op reis zoals zij een broodje bij de bakker kopen. Zij weten nauwelijks iets van de reisbestemming af. Vanuit Wegwijzer willen we ervoor zorgen dat mensen goed voorbereid zijn voor ze op reis vertrekken.’ Elk jaar organiseert Wegwijzer in de lente een grote reisbeurs waar reizigers elkaar ontmoeten en waar ze aan panelgesprekken kunnen deelnemen. Dit jaar is daaraan een volledig cultureel luik gekoppeld. Joris Verbeure: ‘We zien dit cultuurgamma als een vorm van reisvoorbereiding die inhoud geeft aan de reis en ze daardoor zinvoller maakt. Door de cultuur van een land beter te leren kennen, zul je het land ook beter begrijpen. Het doel van Wegwijzer is toeristen correct te informeren, hen aan het denken te zetten en zo een mentaliteitsverandering teweeg te brengen.’ De oprichting van een ‘permanent bureau rond duurzaam toerisme’ staat in de startblokken. Joris Verbeure: ‘Alle grote reisorganisaties uit de Vlaamse reisindustrie hebben het voorstel ondertekend. Momenteel ligt het dossier bij de Vlaamse regering. Wij wachten alleen nog op een goedkeuring.’ Ook de toerismescholen hebben in dit veranderingsproces een belangrijke verantwoordelijkheid. Volgens Frans De Man moeten zij de problematiek rond duurzaam toerisme dringend in het lessenpakket integreren: ‘De reisleiders zijn diegenen die het product maken. Met hen staat en valt duurzaam toerisme.’ Dit jaar zal het Latijns-Amerikacentrum SAGO samen met enkele Vlaamse toerismescholen een werkgroep oprichten rond de thematiek ‘toerisme naar derdewereldlanden’. Leerkrachten uit toerismeopleidingen hebben al interesse getoond om deze materie in het leerplan op te nemen.

The flying dream

En waar staat tenslotte de consument in heel deze discussie ? Frans De Man: ‘De meeste mensen kiezen hun vakantiebestemming zonder pretenties. Zon, zee en strand tegen een redelijke prijs zijn vaak de enige voorwaarden die men het reisbureau stelt.’ Op zich is dit voor De Man geen probleem: ‘Een strandvakantie is niet per definitie onverantwoord. Je hoeft dus niet te kiezen tussen een strandvakantie of een duurzame vakantie, maar tussen een duurzame strandvakantie of een niet-duurzame strandvakantie. Hetzelfde geldt voor een meer avontuurlijke reis in kleine groep. Een voorbeeld. Hoewel een reis naar de jungle van Thailand eerder dan een reis naar Benidorm een ecoreis wordt genoemd, is het ecologisch gezien meer verantwoord om naar Benidorm op reis te gaan. Het vliegtuig vervuilt immers vele malen meer dan de bus en een groep toeristen richt in een kwetsbaar bos veel meer schade aan dan een groep badgasten op een strand. Daarbij komt nog dat de hotels in Spanje volgens Europese milieunormen werken en dat hotels in Thailand aan geen enkele milieunorm moeten voldoen. Een echte ecotoerist gaat dus naar Benidorm.’ Ook Joris Verbeure denkt dat weinig toeristen wakker liggen van de schade die het toerisme aanricht in de Derde Wereld: ‘De bewuste reiziger bestaat niet. Zeer weinig mensen staan open voor de problematiek van duurzaam toerisme. Het reisje is nog altijd de mooie ontspanning van drie weken en een vlucht uit de dagelijkse sleur. Mensen stellen zich daarbij nauwelijks vragen.’ In het magazine ‘Time’ ziet men de zaken echter optimistischer in: ‘Ethisch toerisme en ecotoerisme zijn de twee snelst groeiende sectoren in de reisindustrie. Steeds meer reizigers zien beide vormen van toerisme als de enige moreel verantwoorde basis voor een bloeiende industrie in de volgende eeuw.’ Welke ook de houding is van ‘de’ consument, de lokale gemeenschappen lijken niet te wachten tot de grote massa is bekeerd. Zij dromen niet van horden toeristen die hun dorp overspoelen. Wat zij met hun kleine projectjes beogen is een extra inkomstenbron voor het dorp zonder dat zij hun traditionele levenswijze moeten opgeven. Zij willen gewoon blijven ploegen, weven, jagen en plukken. Het project in Todos Santos bewijst dat zoiets mogelijk is.

KASSA KASSA

‘De toeristische industrie zorgt voor een grote kapitaalstroom naar de derdewereldlanden. Met dat geld kunnen zij hun schulden afbetalen en investeren in landbouw, onderwijs en gezondheidszorg.’

Twee derde van het vakantiebudget gaat naar vliegticketten, rugzakken en andere dingen die de toerist in het eigen land koopt. Het geld dat in het bezochte land achterblijft, komt niet of nauwelijks in de lokale economie terecht. Het blijft in beperkte kring hangen, om van daaruit opnieuw besteed te worden aan importartikelen. Het gewenste multiplicator-effect blijft dus grotendeels achterwege. Bovendien gaan de gastlanden vaak leningen aan om een luchthaven, een wegennet en riolering aan te leggen. Dit zorgt voor een torenhoge schuldenlast die op de schouders van de lokale belastingbetaler wordt afgeschoven.

VIJF STERREN

‘Toerisme zorgt voor infrastructuur waarvan ook de lokale bevolking meeprofiteert.’

De sloppenwijken aan de rand van steden en toeristische centra blijven vaak verstoken van licht en stromend water. In veel gevallen wordt in de luxueuze hotels zelfs zoveel water verspild dat dit elders voor tekorten zorgt. Riolering blijft meestal een voorrecht voor de rijken en de prestigebouwsels, zoals een reusachtige brug of een hypermoderne luchthaven, veranderen het leven van de noedelsoepverkoper op de stoep niet.

WERK AAN DE WINKEL

‘Landen in een economische crisis kunnen het toerisme gebruiken als een binnenweg naar groei. Miljoenen mensen vinden een baan in de toeristische sector.’

Toerisme schept vooral slecht betaalde, seizoensgebonden en minderwaardige banen voor de lokale bevolking. Managers en hotelpersoneel komen vaak uit het Noorden aangezien in het gastland zelf te weinig geschoolde arbeidskrachten te vinden zijn. Rond heel het toeristische gebeuren heeft zich in de meeste landen een grote informele sector ontwikkeld. Straatventers en riksjarijders zijn echter zo talrijk dat door de concurrentie de winst verwaarloosbaar wordt.

WELKOM BWANA

‘Door zijn contact met de lokale bevolking begrijpt de toerist meer van het land en zijn bewoners.’

Die contacten zijn zo vluchtig dat de stereotiepe beelden van een land en zijn volk gewoon bevestigd worden. Ook omgekeerd. Voor de lokale bevolking blijft de toerist de rijke blanke. Bij een eerste contact met toerisme zullen inheemse bewoners een toerist wellicht gastvrij ontvangen. Maar het is voor de gastheer fysiek onmogelijk om de honderdste, laat staan de dertigduizendste bezoeker hetzelfde onthaal te bieden. De gastheer zal zich ten opzichte van de toerist commercieel opstellen. Bij verdere groei kan er een fase van irritatie ontstaan en wanneer bewoners het gevoel hebben dat het toerisme zich boven hun hoofden ontwikkelt, is zelfs agressief gedrag niet uitgesloten. Een contact dat leidt tot wederzijds begrip en vriendschap is dus eerder zeldzaam.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift