Dossier: 

E-waste in Kenia

Tegen 2017 zou Afrika meer e-waste kunnen produceren dan de EU, terwijl de recyclage-industrie er nog maar in haar kinderschoenen staat. De Belgische ngo WorldLoop zoekt in Kenia samen met een lokaal recyclagebedrijf naar een antwoord op een groeiend e-wasteprobleem. Een verhaal over een mediamarkt in een sloppenwijk, Chinese traders en e-wastefixers.

  • test alternative text test slider test alternative text

Een donderdagvoormiddag begin juli in de Ngara-markt net buiten het Central Business District van de Keniaanse hoofdstad Nairobi. Een groep keurig uitgedoste Belgische en Nederlandse mannen en vrouwen baant zich een weg door wat de “informele” elektronicasector heet: een nauw doolhof van kleine hutjes met golfplaten daken, van waaruit allerlei elektrische en elektronische apparaten worden opgelapt en doorverkocht.

Mediamarkt in sloppenwijk

Van oude televisies en afstandsbedieningen, over strijkijzers, mixers, lichtschakelaars en televisies, tot de meer geavanceerde computers en monitors: u vraagt, zij draaien. Tussen de hutten kronkelen modderpaadjes bezaaid met die kleine stukjes elektronica die niet meer hergebruikt worden: plastiek — van moederborden, monitors, klavieren — glas en batterijtjes. De smartphones van de groep klikken de foto’s weg en iedereen trekt grote ogen bij het opmerkelijke tafereel: een Mediamarkt in een sloppenwijk.

De groep wordt rondgeleid door Gideon Mwasya, een Keniaan van tegen de 40 die er zelf een computerwinkeltje runt en twee mensen in dienst heeft. Hij beantwoordt gedienstig vragen als ‘Wat doe je met de fracties die je niet meer nodig hebt?’ en ‘Hoeveel brengen de oude printplaatjes op?’ of nog ‘Waar komen die oude computers vandaan?’. Af en toe houdt hij halt bij het atelier van een hersteller. Hier repareren ze oude monitors, daar doen ze de software, ginder verkopen ze koelapparaten, enzovoorts.

Ondertussen wisselen de groepsleden enthousiast informatie uit: prijzen voor elektronisch schroot worden gewikt en gewogen en vergeleken met de eigen situatie. Verkopers prijzen hun waar aan en gaan in gesprek met de bezoekers. Toch is Mwasya er op dat moment helemaal niet gerust in, zo vertelt hij ons enkele dagen later: hij heeft geen idee waar al de belangstelling vandaan komt. Dit is al de vijfde groep Europeanen – de grootste – die voorbij zijn winkel trekt. Gaan ze samenwerken met de overheid om het handeltje aan banden te leggen? Of komen ze tweedehands computers doneren? Mwasya heeft geen idee waar al de heisa om draait, noch heeft hij er veel vertrouwen in.

E-wastefixers

Die groep, dat waren voornamelijk partners en donoren van WorldLoop, een Belgische ngo die in 2011 ontstond als spin-off van Close The Gap, dat ICT-materiaal doneert aan projecten in ontwikkelende landen en ook in België. In Kenia en enkele andere Afrikaanse landen timmert WorldLoop aan het begin van een recyclage-industrie voor elektronisch afval. Dat doet het door lokale recyclagebedrijven te helpen met onder meer financiering en technisch advies. De organisatie werd aanvankelijk opgericht als een milieuvriendelijke terugweg voor het Close The Gap-materiaal. Kenia, waar de ngo het meeste materiaal in omloop heeft, was daarom een logische keuze om te gaan experimenteren met e-wasterecyclage.

In Nairobi werkt WorldLoop samen met het Waste Electrical and Electronic Equipment Centre (WEEE Centre), een recyclagebedrijf dat aanvankelijk enkel de pc’s terugnam die het via een liefdadigheidsprogramma aan Keniaanse scholen doneerde. WorldLoop kon voor het WEEE Centre een investering loskrijgen van de Belgische vzw Recupel, die de inzameling en verwerking van afgedankte elektro-apparaten organiseert, waardoor het WEEE Centre zich is gaan richten op onder meer de ontmanteling van oude beeldbuizen (CRT’s in het jargon, van het Engelse cathode ray tubes).

Nu kan het WEEE Centre niet voor alle materialen dat het binnenkrijgt de eindverwerking verzorgen — voor het recycleren van beeldbuisglas en printplaten zijn aanzienlijke investeringen nodig, en dat is voorlopig toekomstmuziek. Vandaar de derde poot van WorldLoop: logistieke steun, in de vorm van introducties bij Belgische materiaalverwerkers. De printplaten van het WEEE Centre worden verkocht aan de Belgische edelemetaalverwerker Umicore, en het beeldbuisglas gaat naar afvalverwerker Van Gansewinkel.

WorldLoop verlaagt voor lokale recyclagebedrijven de drempel om in de business te stappen: het zijn zo’n beetje e-wastefixers. Doorsneebedrijven mogen bijvoorbeeld niet bij Umicore komen aankloppen met minder dan 20 ton printplaten. De partners van WorldLoop kunnen dat vanaf 3 tot 4 ton. Het voorbije jaar verscheepte het WEEE Centre 3 ladingen van elk zo’n 7 ton.

Onder normale omstandigheden had het dat pas na een jaar kunnen doen en had het bedrijf bijgevolg van meet af aan een probleem van cashflow. Een container CRT’s laten verwerken kost in Europa zo’n 3.000 euro. WorldLoop kan dat gratis laten doen, of voor een klein bedrag als het om grotere volumes gaat.

Groeiende stroom elektronisch afval

Iedereen is het er over eens dat Afrika voor een serieuze uitdaging staat om een antwoord te bieden aan de groeiende stroom van elektronisch afval. Samen met een economische groei in een aantal landen stijgt ook de levensstandaard en daarbij de consumptie van elektro. Steeds meer mensen kunnen zich toegang tot ICT-materiaal veroorloven, en volgens de VN is dat maar goed ook: voor een stuk gaat een van de acht millenniumdoelstelling over toegang tot communicatiemiddelen zoals het internet.

Ook Kenia kent momenteel een boom, en dat zie je in Nairobi: overal worden grote gebouwen opgetrokken en wegen aangelegd. Bijna letterlijk op elke hoek van de straat kan je een gsm kopen en zelfs in de armste wijken circuleren flyers voor computerklassen.

Onderzoek heeft aangetoond dat tegen 2017 Afrika meer e-waste zal genereren dan de EU: de meerderheid van elektronisch afval in Afrikaanse landen is steeds meer afkomstig uit die landen zelf. In Kenia gebeurde in oktober 2012 overigens nog iets opmerkelijk. Maar liefst 1,5 miljoen namaak mobiele telefoontjes werden toen in één klap onbruikbaar gemaakt door de Keniaanse telecomoperatoren. Officieel heette het dat die mobieltjes niet aan dezelfde productiestandaarden voldoen als de “echte” en bijvoorbeeld meer straling uitsturen dan gezond is. Allemaal factoren die mogelijk een gigantische elektronische afvalberg gaan creëren.

Vuile praat

Het e-wasteprobleem in Kenia wint dan ook aan belangstelling. ‘s Lands grootste supermarktketen, Nakumatt, lanceerde in oktober een pilootproject in haar vijf grootste vestigingen in Nairobi: in ruil voor oude elektrische en elektronische prullen krijgen klanten punten op hun spaarkaart. De grootste telecomoperator, Safaricom, hield in juni en juli inzamelacties door met een karavaan met muziek en bijhorende promojongens en -meisjes door de wjken van Nairobi te trekken. Voor beide projecten verzorgt het WEEE Centre de verwerking van de ingezamelde prullen. Tegen het einde van dit jaar zou bovendien de eerste wetgeving rond e-waste rond moeten zijn. Kenia staat daarmee op kop in Afrika.

De kansen in de recyclage-sector lijken met andere woorden voor het rapen te liggen. Toch is het WEEE Centre gek genoeg vooralsnog niet winstgevend: van de huidige 12.000 stuks die het bedrijf nu jaarlijks inzamelt, moet het naar 15.000 om break-even te draaien.

Een belangrijk onderdeel van het binnenhalen van dat nodige afvalvolume is awareness, mensen ervan bewust maken dat er überhaupt een e-wasteprobleem is. Vandaar de partnerschappen met Nakumatt en Safaricom. ‘We proberen e-waste funky te maken’, zegt Mueni Wanbua, die voor het WEEE Centre onder andere de marketing verzorgt. Zij bedacht voor de Nakumatt-campagne de Twitter-hashtag #letstalktrash, ofwel “Laten we vuile praat verkopen.”

‘E-waste is schadelijk voor je gezondheid’

Op een zaternamiddag reed ik mee met de Safaricom-karavaan. Het initiatief was inmiddels opgepikt door enkele nieuwssites. Een open vrachtwagen, uitgerust met grote speakers, een zestal promokids en twee mc’s, gevolgd door een vrachtwagen van het WEEE Centre. Tussen de luide reggaetontracks door hadden de mc’s het afwisselend in Swahili en Engels over de gevaren van ‘e-waste’: ‘Door het te dumpen, trekt het in de bodem en daarna vindt het zijn weg terug in je voedsel en je lichaam. E-waste is schadelijk voor je gezondheid.’

Her en der hield de karavaan voor een kwartiertje halt en mochten geïnteresseerden in ruil voor oude elektro-prulletjes aan een rad draaien. De wijzer koos een petje uit, of een paraplu, een t-shirt. Uit de gesprekken die ik had bleek het bewustzijn over e-waste redelijk beperkt. Ook werd er niet bijzonder veel ingezameld.

Die dag deed de campagne voornamelijk sloppenwijken aan. Een keer hield de karavaan halt aan wat niet meer leek dan een losse verzameling van enkele tientallen hutjes. Eén van de promojongens die al enkele weken meewerkte aan de campagne, wist me te vertellen dat ze het meeste ophalen in sloppenwijken, omdat de elektro die men zich daar kan veroorloven meestal tweedehands is, en bijgevolg een kortere levensduur beschoren is. Soms was de karavaan helemaal niet gewenst, of moest ze een geïmproviseerde “staantaks” betalen, en mocht ze al even snel ophoepelen dan ze gekomen was.

Op zo’n momenten was het contrast haast tastbaar tussen de luide en opvallende e-wastecampagne enerzijds en de publieke onverschilligheid anderzijds. Op het vlak van e-waste lijkt Kenia totnogtoe op twee versnellingen te rijden: in sommige middens is het al e-waste wat de klok slaat, elders heeft men andere zorgen. Op één halte gingen een man en een vrouw rond met gratis poliovaccins, omdat dat de enige manier is om sommige kinderen te bereiken.

Dumpen

Twee dagen na het blitzbezoek zitten we terug op de Ngara-markt. Gideon Mwasya ontvangt ons in zijn atelier bij een kopje thee. Een vijftal mannen van verschillende leeftijden zit buiten op oude computerschermen, in de zon. Er is weinig werk momenteel. Een statige oude man in een helderwitte stofjas leest The Daily Nation, Kenia’s grootste krant. De anderen drinken thee en praten, volgens Mwasya, over politiek. Op de achtergrond klinkt muziek van Rihanna.

Mwasya lijkt een beetje de officieuze burgemeester van de markt: hij kent er iedereen en iedereen kent hem. Hij praat proper afgemeten Engels met een accent, archaïsch bijna, en snel, en hij lacht veel. Op zeker ogenblik deelt hij zijn visie op zakendoen: op termijn wil hij veel groeien en computers verkopen op krediet. Het marketingplan heeft hij al uitgetekend.

Verschillende keren tijdens ons gesprek steekt iemand zijn hoofd binnen met een concrete vraag: waar kan ik een reserve-onderdeel voor deze monitor vinden, hoe kan ik dit moederbord herstellen, enzovoorts. Elke keer kan hij ze doorverwijzen. De markt lijkt bijzonder efficiënt te werken.

Mwasya vergelijkt zijn zaak met de “officiële” reparatieshops uptown waar het hebben van een stukje papier — een diploma informatica — er net op wijst dat je niets weet, dat het je ontbreekt aan praktijk. ‘Soms duiken hier hooggeschoolden op, fier en superieur, met een “kapotte” pc. Ze vragen me of ik ooit een moderne computer heb gezien, en of ik die kan herstellen. Ze zijn ten einde raad omdat ze het uptown te druk hebben of er niets van bakken. Welnu, in veel gevallen is het gewoon het schakelaartje aan de achterkant van de toren dat op uit staat’, zegt hij vol ongeloof. ‘Dan hou ik me een beetje van de domme en voer ik een “herstelling” uit. Maar uiteindelijk is hij de domme. Da’s altijd lachen gegarandeerd.’

Hij vraagt zich af wat zo’n grote groep Europeanen op de markt kwam doen. Achteraf werd er druk gespeculeerd over de reden van het bezoek en kreeg hij namelijk heel wat vragen van zijn collega’s te verwerken, waarop hij in feite geen antwoord had. Ze zijn hier voor e-waste, zeg ik hem, om te kijken wat er gebeurt met die spullen die geen nut meer hebben.

Tijdens het bezoek was het gezelschap nog op een tafereel gebotst dat veel reactie losmaakte. Op enkele tientallen meters van Gideon’s winkeltje was iemand bezig met “informele” recyclage: het met een steen stukslagen van oude CRT-schermen, voor het recupereren van de metalen strook die eromheen zit. Het loodhoudende glas ging het zwaar vervuilde beekje in. Het giftige fosforpoeder dat daarbij zichtbaar vrijkwam en de man waarschijnlijk ziek zou maken, leek geen issue te zijn.

 

Wat doet Mwasya dan met de spullen die voor hem niet meer bruikbaar zijn? Eerst proberen doorverkopen, zo blijkt. In stijgende waarde: plastiek, metalen en printplaten. De printplaten verkoopt hij aan een Chinees, altijd dezelfde tussenpersoon. ‘De Chinees’ spreekt geen Engels, noch Kiswahili. Volgens Mwasya onderhandelen ze dan met handgebaren en een heel beperkte woordenschat: good, bad, problem, en, natuurlijk, money. Dezelfde Chinees koopt alle hoogwaardige printplaten van heel de markt op en biedt het meeste voor die van gsm’s, recent en minder recent — ‘zelfs die grote met nog een antenne op’: 2.500 Keniaanse Shilling (22 euro) per kilo.

Af en toe zou ook een mysterieuze Belg uren doorbrengen om Mwasya ervan te overtuigen de printplaten voor minder van de hand te doen, tevergeefs. Zaken zijn zaken. Waar die printplaten heen gaan, weet hij niet. ‘Ik heb er zelf al het goud proberen uit te halen door het gebruik van kwik, maar dat is me niet gelukt. Het blijft een mysterie wat de Chinezen daar precies mee doen.’

‘Zo’n traders zijn bijna fantoomtraders: je ziet ze nooit, maar je hoort er wel van. Ze werken vaak ten bate van, in het beste geval, een suboptimale tweederangssmelter in het Verre Oosten, of zelfs nog voor een andere tussenpersoon’, vermoedt Steven Art, die bij Umicore de toevoer van e-schroot vanuit het Midden-Oosten en Afrika organiseert.

‘En ze betalen inderdaad vaak een cashprijs die soms hoger ligt dan wat zo’n materialen zouden opleveren op basis van de juiste metaalgehaltes. Waarom doen ze dat? Een mogelijke reden is dat ze snel materiaal nodig hebben om die smelter te voeden, want zo’n installatie draaiende houden zonder materiaal heeft natuurlijk een kost. Je kan ook speculeren met zo’n materiaal: printplaten zijn een heel gemengd materiaal. Je zit met wisselende metaalprijzen en dan nog eens wisselende edelemetaalgehaltes. Je kan altijd iemand anders wijsmaken dat het een rijkere kwaliteit is en er meer geld voor krijgen. Maar op het einde van de rit zal ofwel die trader iemand opgelicht hebben, of zelf opgelicht zijn.’

Backyard recycler

Krijgt Mwasya iets niet verkocht, dan belandt dat uiteindelijk in de handen van een backyard recycler, die er op een rudimentaire manier de waardevolle materialen uithaalt en de rest dumpt. De discussie over de schadelijke milieu-impact van het storten van elektronisch afval, lijkt in ieder geval niet meteen een lampje te doen branden, al ligt de grond bezaaid met oude batterijtjes en stukjes kabel.

Dumpen: waar gebeurt dat? Hij maakt een vaag, wegwuivend handgebaar alsof dat net om het hoekje is. Eender waar. Vaak is het niet eens zo duidelijk waar je met dat schadelijk afval dan wél heen zou moeten, overigens.

Milieu-overwegingen maken in de informele sector geen deel uit van de vergelijking. Gevaarlijk afval wordt uit het plaatje geloosd. Net om die reden proberen WorldLoop en het WEEE Centre een samenwerking op te zetten met de Ngara-markt. Bedoeling is om voor sommige spullen meer te bieden dan de materiaalwaarde die verwerkers er lokaal voor krijgen.

Een eerste pilootproject leverde in enkele maanden zeven ton laagwaardige printplaten op (uit tv’s, radio’s en andere elektrische apparaten, geen elektronica). ‘Daar is niemand in geïnteresseerd en die worden dus meestal gedumpt’, zegt Thomas Poelmans, projectdirecteur bij WorldLoop. De ophaling wordt deels gefinancierd door zogenaamde e-wastecertificaten, waarbij Belgische en Nederlandse (bedrijfs)donoren 10 euro betalen per kapotte asset (een pc, een monitor, …) die lokaal van de markt wordt gehaald.

‘Een lading computers die in de storage room van een bedrijf zit, veroorzaakt geen negatieve milieu-impact’, zegt Poelmans. ‘Als je iets wilt betekenen voor het milieu, dan is in de informele sector waar je, zeker als non-profit, voor een stuk moet opereren. Ook zitten daar de grootste volumes.’ Een volgende project staat momenteel in de steigers: CRT’s ophalen.

Nu is deze aanpak grotendeels afhankelijk van goodwill, van donaties, en daarbij kan men zich afvragen of dat wel duurzaam en op lange termijn houdbaar is. Het recycleren van oude CRT’s brengt ook niets op, sterker: dat kost geld. ‘Vanuit commercieel oogpunt gaat niemand dat ooit doen, omdat het geen steek houdt. Niemand in Afrika kan momenteel loodhoudend glas verwerken. Maar CRT’s gaan hier nog jaren blijven circuleren’, zegt Olivier Vanden Eynde, directeur van WorldLoop én Close The Gap.

In België is de recyclage van zulke minder winstgevende fracties gedekt door de producentenverantwoordelijkheid: distributeurs zijn bij wet verplicht oude CRT’s terug te nemen en te recycleren. Ook wij, consumenten, betalen daarvoor. Dat gaat voornamelijk via Recupel. In Kenia is er geen Recupel, maar een gelijkaardig systeem zit eraan te komen: invoerders van elektronica gaan bij wet verplicht worden een deel van de recyclagekosten voor hun rekening te nemen. Zonder zo’n systeem is het hoogst onwaarschijnlijk dat een bedrijf zich zal inlaten met de milieucorrecte recyclage van CRT’s.

‘Die wetgeving is een goede evolutie, maar daar zijn twee problemen mee’, zegt Poelmans. ‘De implementatie gaat zeker nog anderhalf jaar op zich laten wachten. Gewoon wachten tot de wetgeving werkt, kan nog lang duren. En ten tweede dekt die financiering enkel de nieuw op de markt gebrachte volumes, en niet de volumes die al in omgang zijn. Wij willen daarin complementair zijn. We willen laten zien dat zo’n model kan werken en op termijn is het bedoeling dat het Keniaanse systeem dat overneemt en we een circuit zoals bij ons krijgen.’

Zo werkt WorldLoop, in een notendop: aan de hand van kleinschalige projecten experimenteren met de eerste stappen naar een degelijke recyclage-industrie. Het is ook niet de bedoeling het hele Afrikaanse e-wasteprobleem op te lossen. Vanden Eynde: ‘We zijn geen wetgever, geen lobbyisten, geen producenten, geen adviseurs van de Recupels van deze wereld. We volgen dat allemaal op, maar dat is niet onze rol. Wij zijn een heel pragmatische organisatie: Close The Gap is de heenweg, WorldLoop de terugweg. Het is onrealistisch te denken dat we met ons ploegje van 3,5 personen de hele Keniaanse e-wastecyclus kunnen oplossen, laat staan die van Oost-Afrika of het continent, maar als we door onze werking anderen kunnen inspireren, zoveel te beter.’

Mwasya loopt alvast warm voor het initiatief. De CRT’s hebben hem in het verleden ook al kopzorgen bezorgd. Drie jaar geleden werd hij nog tegengehouden aan de grens met Oeganda met zo’n 700 CRT’s die hij daar wilde verkopen. De invoer van tweedehands elektronica was er toen — en ook vandaag nog — verboden. Hij mocht kiezen tussen gearresteerd worden of zijn geld en zijn lading afstaan. Hij verloor het equivalent van zo’n 3.500 euro, een serieuze klap zo zegt hij zelf.

Naar het einde van ons gesprek steekt hij opeens een vurig pleidooi af dat het WEEE Centre hem zou moeten aanstellen als liaison met de informele sector. Het kan niet snel genoeg gaan. ‘Ze moeten maar eens in gang schieten.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3081   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift