Economische grootmacht China blijft hulpgeld binnenhalen

China is de op één na grootste economie ter wereld en doet al jaren onwezenlijk hoge groeicijfers noteren, en toch ontvangt het land nog flink wat buitenlandse hulp. De verontwaardiging daarover begint te groeien.
Als de wereld er tegen 2015 in slaagt het aantal extreem arme wereldburgers te halveren, dan is dat vooral aan China te danken. Op z’n eentje haalde China tussen 1981 en 2004 meer dan een half miljard mensen uit de allerergste armoede. Maar de lofbetuigingen aan het adres van China raken meer en meer vermengd met kritiek. China blijkt immers niet te beroerd om aanspraak te maken op   buitenlandse hulp die veel armere landen beter zouden kunnen gebruiken. 

Meer dan Afrika


Volgens een voormalige medewerker van het Mondiaal Fonds voor de Strijd tegen Aids, Malaria en Tuberculose heeft China al 500 miljoen dollar uit het fonds gekregen voor programma’s tegen aids en malaria, drie keer meer dan Zuid-Afrika, nochtans een van de zwaarst getroffen landen. Nog meer Chinese aanvragen zijn goedgekeurd en moeten de komende jaren gefinancierd worden. In China stierven vorig jaar 38 mensen aan malaria, en toch kreeg het land voor die ziekte 149 miljoen dollar uit het fonds – meer dan de Democratische Republiek Congo waar malaria in 2009 aan bijna 25.000 mensen fataal werd.
“We gingen ervan uit dat het gros van het geld terecht kwam in landen als Lesotho, Haïti en Oeganda, waar de drie ziekten tot crisissituaties leiden”, schreef Jack Chow in een artikel dat in juli in het Amerikaanse tijdschrift Foreign Policy Magazine werd gepubliceerd. Chow stond als Amerikaanse onderhandelaar mee aan de wieg van het Mondiaal Fonds voor de Strijd tegen Aids, Malaria en Tuberculose. “Maar een van de belangrijkste ontvangers is een land met 2500 miljard dollar aan buitenlandse reserves: China”, schreef Chow.
China’s enorme bevolking houdt het inkomen per inwoner even laag als dat van Kameroen of Bolivia, landen die oneindig veel minder mogelijkheden hebben om hun ontwikkelingsproblemen op te lossen. Volgens Chow maakt China misbruik van dat statistische gegeven. Daardoor heeft China al meer geld uit het Fonds gehaald dan 29 arme tot straatarme Afrikaanse landen.
Omgekeerd draagt China heel weinig bij tot het fonds. Sinds de oprichting ervan acht jaar geleden maakte China nog maar 16 miljoen dollar over. De Verenigde Staten zegden in dezelfde periode 6,5 miljard dollar toe, en Frankrijk, dat economisch al lang in de schaduw staat van China, 2,5 miljard dollar.

Stop de hulp


De Europese landen beginnen nu de druk op Beijing op te voeren om met meer geld over de brug te komen. Sommige landen vinden dat er ook helemaal geen hulpgeld meer naar China mag gaan. Groot-Brittannië kondigde in juni aan dat het zijn hulp aan China stopzet, en vraagt ook dat de Europese Unie ermee ophoudt tientallen miljoenen per jaar over te maken aan het sterkste exportland ter wereld. De Europese Unie heeft 224 miljoen euro opzijgezet om tussen 2007 en 2013 in China te besteden aan bosbeheer, het beheer van rivierbeddingen, onderzoek naar schone energie en opleidingen in milieubeheer.
“Ik begrijp deze nieuwe bezorgdheid goed”, zegt Ding Xueliang, een politicoloog aan de Universiteit voor Wetenschap en Technologie in Hongkong. “De voorbije jaren heeft China met de Olympische Spelen en de Wereldtentoonstelling in Sjanghai laten zien hoeveel geld het heeft. Ik voorspel dat veel donorlanden het voorbeeld van Groot-Brittannië zullen volgen.”

Hulp aan concurrenten


Critici zeggen al langer dat de Europese ontwikkelingshulp niet voldoende gericht wordt op de armste landen en bevolkingsgroepen die de hulp het meeste nodig hebben. In plaats daarvan ging een deel van het geld naar landen die zich in korte tijd ontwikkelden tot geduchte concurrenten. China biedt daarvan het beste voorbeeld. Het land financiert zelf gul ontwikkelingshulp aan landen waarmee het zijn handelsbetrekkingen wil verbeteren. In Afrika alleen al zegde China volgens de Wereldbank in 2007 voor 7 miljard dollar aan infrastructuurwerken toe.
Maar professor Ding uit Hongkong wil dat toch nuanceren. “We hebben een gezegde dat tegenwoordig weer erg populair is: guofu minqiong, of “rijke regering, arm volk”. Je mag niet vergeten dat Mao Zedong in de jaren zestig tijdens de Grote Sprong aanzienlijke hoeveelheden militaire en economische hulp naar het buitenland stuurde, terwijl er in eigen land miljoenen mensen van honger stierven.”

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3205   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift