Dossier: 

Ecuador mikt op grootschalige mijnbouw

Opgejaagd door de schaarste aan grondstoffen en de stijgende prijzen, besliste Ecuador om de komende decennia volop in te zetten op grootschalige mijnbouw. President Rafael Correa wil zo de economie minder afhankelijk maken van de krimpende olieontginning. De exploitatie moet nog beginnen maar de plannen brengen alvast een golf van protest op gang. Een nationale staking is gepland op 8 maart.  

 

 

  • CC Presidencia de la Republica del Ecuador President Correa bezoekt de plaats van het mijnbouwproject van Quimsacocha. Tegenstanders van de de grootschalige mijnbouwprojecten van de regering vinden dat deze lijnrecht ingaan tegen de grondwet. CC Presidencia de la Republica del Ecuador

Olie-ontginning is sinds de jaren zeventig de drijvende kracht van de Ecuadoraanse economie. President Correa wil daar verandering in brengen en zet in op grootschalige openluchtmijnbouw. Het land heeft immers nog heel wat schatten in de ondergrond. Volgens het Nationaal Plan voor de Ontwikkeling van de Mijnsector 2011-2015 zullen er in een eerste golf vijf sites in ontwikkeling gebracht worden.

Het gaat om drie goudmijnen en twee kopermijnen, alle vijf in het zuiden van het land. Voor de goudmijn van Fruta del Norte in de provincie Zamora werd een overeenkomst getekend met het Canadese bedrijf Kinross Gold Corp. Aan de kopermijn van Mirador in de Amazoneprovincie Zamora Chinchipe, in concessie gegeven aan Ecuacorriente (filiaal van het Canadese Corriente Resources), zullen binnenkort de werkzaamheden starten. Verwacht wordt dat ook de drie andere projecten in de loop van 2012 van start zullen gaan. Dat zijn twee goudmijnen in de provincie Azuay: Rio Blanco, in handen van het Canadese bedrijf International Minerals Corporation, en Quimsacocha, met het Canadese Iamgold. De kopermijn Panantza-San Carlos in de provincie Morona-Santiago zal door het Chinese ECSA ontgonnen worden.

Volgens geoloog Agustín Paladines is Euadors goud, zilver, koper en mobyldeen (een loodachtig metaal) wel 177 miljard euro waard. Eenmaal de vijf projecten van de eerste fase op dreef zijn, zouden die de staatskas jaarlijks met zo’n 115 miljoen euro moeten spijzen.

Tegen de afspraken

De prospecties op de vijf sites zijn al een paar jaar bezig en zorgen voor heel wat deining. Milieu- en mensenrechtenorganisaties, lokale gemeenschappen en de inheemsen komen met scherpe kritiek. Ze wijzen op de onomkeerbare milieu-impact en hechten geen geloof aan Correa wanneer die zegt dat het gaat over “duurzame en verantwoorde mijnbouw”. Ze voelen zich bedrogen en vinden dat de regering met haar plannen lijnrecht ingaat tegen de Ecuadoraanse grondwet, die de rechten van de natuur beschermt. Het Mijncharter (Mandato Minero) uit 2008 was een echte mijlpaal. Artikel 3 van dat charter stelt dat alle mijnconcessies, gelegen in de buurt van natuurreservaten of beschermde wouden of waar bronnen ontspringen, teniet moeten gedaan worden. Maar dat lijkt vandaag allemaal dode letter. Momenteel situeren de conflicten zich vooral in Azuay. Die goudmijnen van Rio Blanco en Quimsacocha liggen vlak bij het natuurgebied van de Meren van Cajas, een zeer kwetsbaar ecosysteem dat de rivieren Yanuncay en Tarqui voedt.

Een andere klacht van de actiegroepen is dat hun mening niet gehoord wordt. Volgens Conventie 169 van de Internationale Arbeidsorganisatie hebben de inheemse gemeenschappen die getroffen worden door mijnbouw, het recht op informatie en het recht om geconsulteerd te worden. Voor Quimsacocha organiseerde de prefect Paúl Carrasco in september een volksraadpleging, waarbij het overgrote deel van de bevolking zich uitsprak tegen de mijnbouw. De regering weigerde echter met die uitslag rekening te houden, omdat grondwettelijk gezien alleen de Nationale Kiesraad een referendum kan organiseren. De tegenbeweging geeft zich echter niet gewonnen. Op 11 maart zal in het naburige kanton Gualaceo opnieuw een volksraadpleging gehouden worden.

Het tijdperk lijkt voorbij waarin de rijkdommen van de Andes konden worden leeggeplunderd in ruil voor spiegeltjes.
Protesteren tegen de mijnbouw is geen lachertje. Een veelgehoorde klacht van mensenrechtenorganisaties is de groeiende trend vanwege de regering en de ordediensten om sociale protesten zoals tegen de mijnbouw te criminaliseren. Momenteel loopt tegen zo’n tweehonderd burgers een aanklacht voor sabotage en “terrorisme” in hun verzet tegen de megamijnsites.

Om de krachten te bundelen en hun proteststem luider te laten klinken, hebben verschillende sociale organisaties –de nationale koepel van inheemsen Conaie, de vakbonden en het onderwijs– voor 8 maart een nationale staking aangekondigd, ‘voor het leven, de democratie en de bescherming van de natuurlijke rijkdommen’.

Een ontwikkelingsdilemma

In de onderhandelingen met de mijnbedrijven heeft Correa wel het onderste uit de kan gehaald, opdat Ecuador zelf zou kunnen profiteren van al die rijkdom in zijn ondergrond. Zo moet het Canadese Kinross, dat in Fruta del Norte zal beginnen, minstens de helft van zijn opbrengsten in de vorm van belastingen, heffingen en royalties afstaan aan de Ecuadoraanse staat. Die wil met dat geld investeren in scholen en infrastructuur. De ceo van Kinross, Tye Burt, reageert nuchter op de opstelling van de regering: ‘Dit lijkt tegenwoordig de prijs in Latijns-Amerika. In Chili betalen we 52 procent, in Peru 48 procent, in Brazilië 49 procent.’ Het tijdperk lijkt voorbij waarin de rijkdommen van de Andes konden worden leeggeplunderd in ruil voor spiegeltjes. Internationale bedrijven verkiezen gedeelde winst boven onzekerheid over contracten en investeringen.

Toch mildert dat gegeven de kritiek van Alberto Acosta niet. ‘Het socialisme van de 21ste eeuw zorgt voor een nieuwe aderlating van het continent. Het zit in het dna van deze samenlevingen, maar op deze manier blijven we in de onderontwikkeling’, zegt Acosta. Als voormalig minister van Energie en Mijnbouw en ex-voorzitter van de grondwetgevende vergadering weet de man waarover hij spreekt. Acosta is auteur van De paradox van de overvloed, waarin hij aantoont hoe in vijfhonderd jaar exploitatie van natuurlijke rijkdommen geen enkel land daar beter van geworden is. De regering en de multinationals vormen volgens Acosta één front, dat weinig kaas gegeten heeft van overleg met de gemeenschappen.

Ook de ngo Broederlijk Delen, dat dit voorjaar campagne voert over natuurlijke rijkdommen in Latijns-Amerika, vraagt dat lokale gemeenschappen op zijn minst geraadpleegd zouden worden én dat mensen die een proteststem laten horen, niet langer gecriminaliseerd worden. Cidse, de internationale koepelorganisatie waar Broederlijk Delen lid van is, bracht onlangs een rapport uit over de niet te stillen honger van bedrijven en markten naar natuurlijke rijkdommen: Geprivatiseerde rijkdom, publieke armoede. Daarin pleit Cidse ervoor om de volledige sociale en ecologische kost in rekening te brengen en de schade voor de gemeenschappen in te dijken.

Het valt nog af te wachten hoe de regering-Correa met de protesten omgaat en of het binnengekomen geld de bevolking kan paaien. 2012 is een cruciaal jaar voor de president want in januari 2013 vinden in Ecuador presidentsverkiezingen plaats.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.