Een belasting op internationale kapitaalbewegingen: van theorie naar praktijk

In 1978 stelde James Tobin zijn belasting op internationale kapitaalbewegingen voor. Hij wilde daarmee de mogelijkheden voor het voeren van een onafhankelijk nationaal monetair beleid vergroten en de schommelingen van de wisselkoersen beperken. Later werd de Tobin-taks ook beschouwd als een instrument voor de verdediging van de waarde van de nationale munt tegen speculatieve aanvallen, als een middel om de overgang van het ene wisselkoersregime naar het andere te begeleiden en als een financieringsbron voor publieke ontwikkelingsprojecten.
Tegenstanders menen dat de Tobin-taks onuitvoerbaar is omdat hij neerkomt op een inmenging in efficiënt werkende markten. Voorstanders vrezen dat de taks onuitvoerbaar is omdat de invoering enkel op mondiale schaal zin heeft. En zelfs als de invoering mondiaal geregeld zou kunnen worden, bijvoorbeeld omdat de invoering van de taks een voorwaarde zou zijn voor het lidmaatschap van het IMF, dan nog blijft de concrete toepassing problematisch omdat de talloze bewegingen op de wisselmarkten moeilijk te registreren zijn. Om deze reden verplichten nationale regulerende overheden de banken om één keer per dag bij het afsluiten van de verrichtingen een dagbalans op te stellen. Maar in de elektronische wereld gaan de verrichtingen 24 uur per dag door, zodat handelaars de ingenomen posities aan het oog kunnen onttrekken door ze voortdurend te verhuizen tussen kantoren van dezelfde bank in verschillende tijdszones. Handelaars kunnen ook afgeleide producten verhandelen en die worden niet in de dagbalans opgenomen. En tenslotte kunnen zij ook de deviezenmarkten vermijden door waardepapieren zoals obligaties of schatkistbons die uitgedrukt zijn in verschillende deviezen, te verhandelen.

Maar elke deviezentransactie moet op een bepaald ogenblik afgesloten worden door een uitwisseling van activa, meestal de transfer van een som geld. De Tobin-taks wordt minder onrealistisch als de financiële infrastructuur het mogelijk zou maken om een duidelijke band vast te stellen tussen twee partijen bij een transactie en de ermee corresponderende overdracht van deviezen, ook als de transactie offshore gebeurt. Wij denken dat deze voorwaarden nu vervuld zijn: de technologie die bij internationale transacties gebruikt wordt en de instellingen die opgericht werden om de risico’s te beperken en uit te schakelen, maken de Tobin-taks uitvoerbaar!

Om dat te begrijpen, moet men weten wat bedoeld wordt met het zgn. afhandelen of beëindigen van een risico of positie (risk settlement). Risico ontstaat wanneer één partij bij een transactie een definitieve betaling doet of waardepapieren levert vooraleer de tegenpartij de overeenkomstige betaling doet of de handeling stelt waardoor de transactie beëindigd wordt. Het risico bestaat hierin dat de tweede partij niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. Dit risico wordt echter tot nul herleid als de betalingen precies terzelfder tijd kunnen gebeuren. Deze manier van betalen staat bekend als payment-versus-payment (betaling-tegen-betaling) in het geval van een internationale betaling, als delivery-versus-payment (aflevering-tegen-betaling) in het geval van een uitwisseling van waardepapieren. De technologie die hierbij gebruikt wordt, maakt de praktische toepassing van de Tobin-taks mogelijk.

Een Tobin-taks op deviezentransacties is mogelijk

De technische infrastructuur voor het afhandelen van deviezentransacties tussen financiële instellingen geraakt steeds sterker geformaliseerd, gecentraliseerd en gereguleerd. De grote instellingen zijn verbonden door netwerken (netting systems): onderlinge betalingen tussen twee banken worden eerst tegen elkaar afgerekend en dan wordt het saldo of nettobetaling uitgevoerd in het nationaal betalingssysteem van de bank die een tegoed heeft. Dezelfde techniek wordt gebruikt voor de ruil van waardepapieren.

Voor de toepassing van de Tobin-taks moeten drie voorwaarden vervuld zijn:

men moet duidelijk het onderscheid kunnen maken tussen binnenlandse betalingen en internationale deviezentransacties;
alle internationale transacties moeten afzonderlijk geregistreerd worden (en niet enkel de saldi die ontstaan tussen paren van banken);
de taks moet ook opgelegd kunnen worden in offshore-netwerken.
Drie kenmerken van de internationale betalingsinfrastructuur maken dat deze voorwaarden vervuld zijn. Ten eerste: nationale betalingssystemen wisselen slechts betalingen uit in de nationale munten. De meeste betalingen in de G-10 landen (en in vele andere landen) gebeuren in ‘real time gross settlement’ : er worden grote pakketten individuele of brutobetalingen uitgewisseld en niet nettotegoeden. De infrastructuur wisselt slechts nationale transacties uit: een betaling wordt geregistreerd, de tegenpartij wordt geïdentificeerd en dan wordt de transactie uitgevoerd. Als bij een betaling geen nationale tegenpartij geïdentificeerd kan worden, hebben we te maken met een internationale betaling en kan de Tobin-taks toegepast worden.

Het real-time-gross-settlement systeem wordt nog niet gebruikt voor deviezentransacties, omdat hiermee betalingen in nationale betalingssystemen gemoeid zijn die zich soms in verschillende tijdszones bevinden. Als de werkuren in de twee tijdszones elkaar niet overlappen, kan er niet direct een tegenpartij geïdentificeerd worden en kunnen de twee verrichtingen van de transactie niet op hetzelfde tijdstip uitgevoerd worden. Vanaf midden 2000 zou er een globaal centraal verrekeningssysteem in werking treden, de Continuous Linked Settlement Bank, met zetel in New York. Deze CLS bank zal permanent werken en verbonden zijn met alle belangrijke nationale betalingssystemen. Dan kunnen ook deviezentransacties uitgevoerd worden en kan bijgevolg de Tobin-taks uitgevoerd worden.

Ten tweede: in offshore netwerken worden de onderlinge verplichtingen tussen de twee partijen bij een transactie vervangen door een verplichting van elke partij die bij de transactie betrokken is tegenover het netwerk. Pas als de partijen en de transacties aldus geïdentificeerd zijn, gebeuren de werkelijke betalingen. Het netwerk zal immers nooit een positie van nettocrediteur of -debiteur tegenover één partij aannemen. Door dit kenmerk kunnen alle offshore transacties geïdentificeerd en belast worden.

Ten derde: de centrale banken of de andere toezichthouders reguleren de offshore centra en kunnen dus de Tobin-taks opleggen. Dit recht van de toezichthouders werd gevestigd door de zgn. Lamfalussy-normen, in 1990 aanvaard in het kader van de Bank voor Internationale Betalingen en in 1998 bekrachtigd. De centrale banken kunnen normen handhaven omdat zij aan niet-meewerkende offshore centra de toegang tot de nationale betalingssystemen kunnen ontzeggen. Offshore netwerken kunnen slechts betalingen in deviezen doen als zij toegang krijgen tot een nationaal betalingssysteem. De activiteit in de offshore centra is ook gemakkelijk te registreren met de bestaande technologie.

Daarenboven wordt de infrastructuur van de meeste netwerken, zowel van de formele als van de informele netwerken tussen paren van banken, geleverd door éénzelfde derde partij m.n. SWIFT, de Society for Worldwide Interbank Financial Telecommunications. SWIFT levert een gestandaardiseerd en geautomatiseerd communicatienetwerk aan banken, aan netwerken en aan nationale betalingssystemen.

Hoe worden interbankendeviezentransacties afgehandeld?

De infrastructuur wordt steeds formeler en meer gecentraliseerd en de relaties tussen de financiële instellingen worden talrijker. Het eindresultaat zal de reeds genoemde CLS Bank zijn. Er zijn drie manieren om in de interbankenmarkt een deviezentransactie af te sluiten.

Via de nationale betalingssystemen
Dit is een directe methode: elke bank die bij de transactie betrokken is, transfereert een bedrag naar het nationaal betalingssysteem van de andere bank en in de munt van dat land. Aangezien de twee betalingen uitgevoerd worden in verschillende betalingssystemen en wellicht in verschillende tijdszones, ontstaat er een risico op wisselkoersverschillen. De CLS-bank zal met alle nationale banken een permanente en directe verbinding hebben en kan dus alle individuele transacties onmiddellijk en rond de klok uitvoeren. Daardoor kunnen de risico’s beperkt worden maar tegelijk zijn de voorwaarden geschapen voor de uitvoering van de Tobin-taks.

Via de netwerken
Een alternatieve weg om deviezentransacties uit te voeren is om regelmatig in netwerken tussen banken alle betalingen in de twee richtingen onderling te verrekenen en de saldi te vereffenen. Dit gebeurt al geruime tijd informeel tussen paren van banken en deze activiteit is moeilijk onder controle te houden. Maar sinds een tiental jaren is deze betalingstechniek steeds meer geformaliseerd geraakt. Hoe meer deelnemers en hoe hoger het aantal transacties, hoe efficiënter en goedkoper het systeem wordt. Om deze reden gaan de twee grootste netwerken fusioneren: Exchange Clearing House Organization (ECHO) en Multinet International Bank (MIB) gaan samen met de CLS-bank een wereldwijd en permanent netwerk voor deviezentransacties vormen. Deze grote netwerken kunnen tot negentig percent van alle deviezentransacties verwerken, tegen vijfentwintig percent voor de bilaterale netwerken. De transacties van zowel de formele als de informele netwerken zullen centraal gebeuren met behulp van het Accord-stelsel van SWIFT.

De techniek van contract-for-differences
Een potentiële nieuwe manier om deviezentransacties uit te voeren, loopt via de zgn. contract-for-differences techniek. Hierbij wisselen de partijen bij een transactie enkel het verschil uit tussen aankoop en verkoop van activa, en niet de hoofdsommen.

De techniek is nog niet beschikbaar op de deviezenmarkt maar wordt overwogen voor bepaalde verrichtingen van hefboomfondsen. Er moeten nog een aantal juridische details geregeld worden: zo moeten de contracten de brutowaarden van de verhandelde deviezen vermelden en niet enkel de te betalen saldi. Als dat geregeld is, kan de Tobin-taks opgelegd worden op de totaliteit van de kapitaalbewegingen en niet enkel op de afgerekende saldi die via de netwerken of de nationale betalingssystemen gaan. Op dit ogenblik stelt Accord/SWIFT al geautomatiseerde netwerkverhandeling voor afgeleide producten ter beschikking, zowel in ECHO als bilateraal.

De opeenvolging of sequentie van de betalingen
De drie voornoemde manieren om deviezentransacties uit te voeren, zullen meestal sequentieel gebeuren d.w.z. dat zij elkaar opvolgen. Een voorbeeld: de techniek van het contract-for-differences wordt gebruikt om de termen van een overeenkomst vast te leggen; dan worden de betalingen voor een ganse reeks van contracten via het netwerk uitgevoerd - dit gebeurt meestal offshore of voor waardepapieren via clearinginstituten; ten slotte worden de betalingen van de saldi gedaan in de nationale betalingssystemen.

Juist omdat de instituties voor de verschillende vormen van internationale transacties met mekaar in verbinding staan, moeten zowel de Tobin-taks als de afhandeling van de transacties met elkaar gecoördineerd worden. De rest van dit artikel geeft aan hoe dat kan gebeuren voor netwerken en nationale betalingssystemen; voor contract-for-differences maakt men gebruik van dezelfde instellingen zodat geen afzonderlijke bespreking nodig is.

Welke voorwaarden moeten vervuld zijn om de Tobin-taks uitvoerbaar te maken?

De Tobin-taks is slechts uitvoerbaar indien alle individuele deviezentransacties geïdentificeerd kunnen worden en indien ontwijking onmogelijk is, ongeacht de plaats of de aard van de transactie. Er moet daarvoor aan drie voorwaarden voldaan worden.

Ten eerste: de nationale betalingensystemen moeten permanent alle betalingen uitvoeren. De real time gross settlement-systemen hebben deze capaciteit: ze voeren alle nationale en internationale betalingen uit, waarbij sommige internationale betalingen het saldo kunnen zijn van complexe verrichtingen in offshore netwerken.

Alle G-10 landen en vele andere (waaronder Thailand, Hongkong, Tsjechië en binnenkort ook China) beschikken nu over deze systemen. De financiële instellingen betalen een soort gebruikerstaks die goed vergelijkbaar is met de Tobin-taks; het enige verschil is dat de gebruikerstaks ook betaald wordt voor nationale betalingen. Als payment-versus-payment-regelingen voor deviezentransacties beschikbaar zullen zijn via de CLS-bank, zal het mogelijk zijn elke individuele deviezentransactie te identificeren en direct te belasten.

Ten tweede: de netwerken moeten ook alle transacties volgens het payment-versus-payment systeem verwerken (of volgens het delivery-for-payment systeem in het geval van de clearinginstituten). Om de Tobin-taks te kunnen toepassen, moeten alle originele transacties hier geïdentificeerd kunnen worden vooraleer de saldering gebeurt. De technologie maakt dit mogelijk en de centrale banken leggen aan de netwerken de verplichting op om alle betalingen van dezelfde transactie samen te brengen en dan terzelfder tijd in het netwerk te brengen.

Als een netwerk een betaling aanvaardt, worden de deviezenbetalingen tussen de twee partijen onderling wettelijk vervangen door een verplichting tussen elk van deze partijen afzonderlijk en het netwerk. Om zeker te zijn dat er geen open posities blijven tussen het netwerk en de afzonderlijke banken, zullen alle deviezenbetalingen door het netwerk uitgevoerd worden volgens het payment-versus-payment systeem. Het netwerk neemt slechts een verplichting tot betaling aan een andere bank aan, wanneer de corresponderende betalingen kloppen. Daardoor kunnen alle deviezentransacties automatisch geïdentificeerd worden en kan de Tobin-taks toegepast worden.

Ten derde: de centrale banken moeten de Tobin-taks opleggen in de offshore centra en zorgen voor de coördinatie tussen de nationale betalingssystemen en de offshore netwerken. Ook dit kan uitgevoerd worden wegens de talloze relaties die tussen de netwerken en de nationale betalingssystemen bestaan.

Deze relaties zijn van uiteenlopende aard. Om te beginnen hebben de betalingen van netwerken aan nationale betalingssystemen juridische waarde en de nationale overheid kan dezelfde juridische waarde hechten aan de talrijke onderlinge betalingsverplichtingen die uiteindelijk aanleiding geven tot een nettobetaling door een netwerk in een nationaal betalingssysteem. Dit is van belang bij een mogelijk faillissement om de verliezen te verdelen tussen de deelnemende banken in een netwerk.

Verder zijn de nationale geldmarkten volledig geïntegreerd met het nationaal betalingssysteem en treedt de centrale bank op als ‘lender of last resort’ om, indien nodig, het systeem vlot te houden en ervoor te zorgen dat de kredietverlening niet opdroogt en er steeds genoeg liquiditeiten zijn om de betalingen te laten doorlopen.

Ten slotte hebben de toezichthoudende overheden (centrale banken) ook belang bij de relaties met de netwerken. Als een netwerk failliet zou zijn, zal dat gevolgen hebben voor de banken die in dat netwerk deelnemen en zouden er ook problemen kunnen ontstaan in nationale betalingssystemen. Het toezicht wordt geregeld door de Lamfalussy-normen.

Deze normen verzekeren tegelijk de effectieve coördinatie van het toezicht op de offshore netwerken en ze bevestigen het recht van de centrale banken om de normen zodanig te interpreteren en toe te passen dat de stabiliteit van de nationale betalingssystemen verzekerd is. Een voorbeeld: ECHO heeft zijn zetel in Londen en wordt gereguleerd door de Bank of England. Om te mogen starten met transacties in een nieuwe munt, moet ECHO de toelating krijgen van de centrale bank die deze munt uitgeeft. ECHO moet dus nauw samenwerken met de nationale toezichthouders. Een tweede voorbeeld: de CLS-bank zal werken onder de Amerikaanse federale wetgeving en onder toezicht van de Federal Reserve (Fed). Deze verplicht elk netwerk dat transacties in dollars verricht om de nettoverplichtingen van elke deelnemer te beperken. Verder eist de Fed dat elk netwerk procedures voorziet om ‘besmetting’ te voorkomen voor het geval de deelnemende bank met de zwaarste nettobetalingslast haar verplichtingen niet kan nakomen. Dat kan gaan tot het tijdelijk stopzetten van de betalingen of het gebruik van het eigen vermogen van het netwerk om uitstaande verplichtingen na te komen. Netwerken die niet aan de Lamfalussy-normen voldoen, kan de toegang tot de Amerikaanse kapitaalmarkt geweigerd worden.

Samengevat: centrale banken kunnen de netwerken sanctioneren door te weigeren nettobetalingen van deze netwerken tot het nationaal betalingssysteem toe te laten. Zij kunnen ook sancties opleggen aan banken van het nationaal betalingssysteem die lid zijn van een niet-meewerkend en dus niet-gereguleerd offshore netwerk.

De vraag blijft natuurlijk hoe de activiteiten in deze netwerken geregistreerd kunnen worden. Bij wijze van voorbeeld kan opnieuw naar de Fed worden verwezen. Haar regels zijn van toepassing op alle netwerken die drie of meer deelnemers tellen, die transacties in Amerikaanse dollars uitvoeren en waarvan het daggemiddelde van de verrichtingen een bepaald bedrag overschrijdt. Als het netwerk of één der deelnemende banken lid is van het Federal Reserve System of als de betalingen gebeuren via het federaal betalingssysteem, zijn de regels van de Fed ook van toepassing. Dus: deviezentransacties in georganiseerde netwerken kunnen relatief gemakkelijk geïdentificeerd worden.

Hetzelfde geldt voor minder geformaliseerde netwerkactiviteiten tussen paren van banken. De meeste van deze transacties verlopen ook via SWIFT. De centrale positie van SWIFT maakt de automatische elektronische registratie van bijna alle deviezentransacties mogelijk. SWIFt aanvaardt, bevestigt, bewaart en verstuurt 24 uur op 24 en 7 dagen op 7 alle betalingen in deviezen of verhandelingen van effecten. Verzendende en ontvangende banken worden geïdentificeerd via automatische processen-verbaal van alle transacties. SWIFT verbindt nu ongeveer 3.600 financiële instellingen in 90 landen. Met zijn Accord-dienstverlening verzekert SWIFT ook de permanente bewaking en uitvoering van betalingen tussen individuele banken en netwerken. SWIFT verstuurt kopie van de rapporten van alle betalingen naar de verantwoordelijken van de nationale betalingssystemen, teneinde de kans op vergissingen te verminderen. Daardoor is SWIFT een integraal onderdeel van de nationale betalingssystemen geworden.

Besluit

De technologie die gebruikt wordt bij deviezentransacties laat toe de individuele betalingen en de partijen bij vrijwel elke transactie te registreren en de offshore systemen te reguleren. Dit is noodzakelijk en voldoende voor de toepassing van de Tobin-taks.

De Tobin-taks kan toegepast worden als er voldoende coördinatie is tussen de offshore netwerken en de nationale betalingssystemen. Het bestaan van SWIFT als een werkelijk globaal betalingssysteem van offshore netwerken en nationale betalingssystemen maakt de Tobin-taks uitvoerbaar.

In nationale betalingssystemen kan, dankzij de gedetailleerde informatie die SWIFT doorstuurt, gemakkelijk het onderscheid tussen de brutobetalingen en het saldo gemaakt worden. De Tobin-taks kan daardoor toegepast worden op de individuele brutobetalingen. Zolang het payment-versus-payment mechanisme niet volledig op punt staat, wordt de taks geheven op betalingen die niet geïdentificeerd worden als binnenlandse betalingen. Binnenkort, als het payment-versus-payment systeem voor deviezentransacties via de CLS-bank volledig zal functioneren, kan de Tobin-taks opgelegd worden op alle transacties die onmiddellijk als deviezentransacties geïdentificeerd worden. De technologie heeft dus de noodzakelijke voorwaarden geschapen om de Tobin-taks toe te passen!

Noot:

1) Opmerking bij de vertaling: de voertaal van het internationaal betalingsverkeer is het Engels en vele termen en begrippen worden in andere talen nauwelijks of zelfs helemaal niet vertaald. Dat is ook zo in het Nederlands. Voor de vertaling hebben wij gebruik gemaakt van het Financieel-Economisch Lexicon van A.J.de Keizer, uitgegeven door ACE Translations in Hilversum in 1997. Voor sommige termen hebben we echter geen adequate vertaling gevonden. In die gevallen hebben we de Engelstalige termen behouden en aangevuld met een omschrijving in het Nederlands. In andere gevallen hebben we toch een vertaling gebruikt maar de Engelse termen tussen haakjes laten volgen.

De auteur is Research Associate aan het North-South Institute van Ottawa, Canada, en Program Advisor van het International Development Research Centre van Hanoi, Vietnam. De tekst werd samengevat en uit het Engels vertaald door Emiel Vervliet (1).

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3174   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift