Een blik op de Arabische Liga

De Arabische Liga, opgericht in 1945, verenigt 22 landen die allen Arabisch als officiële landstaal hebben. Binnen die landengroep onderscheiden zich ook andere samenwerkingsvormen zoals de Gulf Cooperation Council (GCC), een handelsblok van landen in de golfregio, en de Unie van de Arabische Maghreb die de Maghrebijnen van Noord-Afrika bundelt.

  • Bahrain Ministry of Foreign Affairs Een sessie van de Arabische Liga in Caïro, september 2009 Bahrain Ministry of Foreign Affairs
  • Jeff Dahl Het embleem van de Arabische Liga Jeff Dahl
  • Bahrain Ministry of Foreign Affairs Een vergaderging van de GCC in Abu Dhabi, maart 2011 Bahrain Ministry of Foreign Affairs

De landen van de Arabische Liga situeren zich in het noord-westen van Afrika tot aan de golfregio en hebben samen een oppervlakte van 13,9 miljoen km². Het merendeel van de bevolking is moslim, naar schatting zo’n 95 procent. Het aantal inwoners loopt op tot 360 miljoen. Secretaris-generaal is de Egyptenaar Nabil Elaraby. Hij volgde op 15 mei 2011 zijn landgenoot Amr Moussa op.

De landen van de Arabische Liga, met de leden van de GCC (blauw) en deze van de Maghreb (rood). Klik op de icoontjes voor enkele sleutelgegevens van de landen of bekijk alle gegevens. Bron: CIA, Wikipedia

Hoofddoelen bij de oprichting van de Arabische Liga waren:

  • hechtere relaties creëren
  • de onderlinge samenwerking coördineren
  • de soevereiniteit en onafhankelijkheid van de lidstaten bewaren
  • op een gezamenlijke manier rekening houden met de belangen van de Arabische landen.

Gevolgen Arabische lente

Sinds 22 februari is het lidmaatschap van Libië van de Arabische Liga voorlopig opgezegd. De Liga nam die beslissing nadat Khadaffi zijn leger had ingezet tegen Libische opstandelingen.

De Arabische Liga gaf in maart zijn steun voor een no-fly zone over Libië.

De opstand in Bahrein werd gewelddadig neergeslaan door hulp uit de andere GCC landen. Daarmee werd de militaire samenwerking tussen de GCC landen tegen eigen burgers gebruikt.

Marokko en Jordanië kregen een uitnodiging om toe te treden tot de GCC. Marc Lynch, Midden-Oosten-expert aan de George Washington University, verklaart dit als volgt op zijn blog: ‘De monarchieën in de Golf zoeken steun bij andere monarchieën om te voorkomen dat ze vallen of gedwongen worden tot hervormingen.’

Het hoogste niveau van de Liga is de Raad die bestaat uit vertegenwoordigers van elk land, meestal de minister van Buitenlandse Zaken. Bij beslissingen heeft elk land één stem. De Liga komt twee keer per jaar samen in maart en september. De dagelijkse leiding is in handen van het algemeen secretariaat, met aan het hoofd de secretaris-generaal. Dat algemeen secretariaat is het administratieve lichaam van de Liga, het uitvoerend orgaan van de Raad en van de ministerraden.

In de samenwerking zijn er vaak moeilijkheden geweest door vijandigheden tussen de landen onderling, tussen monarchiën en republieken en door interne verdeeldheid bij gebeurtenissen zoals de Irak-oorlog in 2003. Pijnpunt is ook een gebrek aan een sterke houding in de Palestijnse zaak. De Liga faalde vaak in de pogingen om een gezamenlijk buitenlands en economisch beleid te voeren. Uitzonderingen bestaan, zoals de steun voor een no-fly zone over Libië.

Behalve territoritale en economische domeinen, richten de landen zich ook tot andere sferen. Zo vormen ze een regionale unie voor telecommunicatie. Soms met opmerkelijke doeleinden, zoals in 2008 toen Egypte en Saoedi-Arabië het initiatief namen voor het opstellen van een charter om te kritische Arabische sattelietzenders te sanctioneren.

Gulf Cooperation Council (GCC)

De GCC heeft een hoofdkwartier in Riyad en de Qatarese Abdul Rahman ibn Hamad al Attiyah is secretaris-generaal.

Dit handelsblok onstond in 1981 en tracht een regionale eenheid praktisch in te zetten voor uitdagingen in verband met veiligheid en economische ontwikkeling. Er zijn akkoorden voor vrijhandel tussen de leden. Het doel van de GCC is vooral om samen weerstand te bieden aan buitenlandse interventies. Onlangs werd de samenwerking gebruikt om de opstand in Bahrein te onderdrukken, met hulp van troepen uit Saoedi-Arabië en de andere GCC landen.

Marokko en Jordanië kregen een uitnodiging om toe te treden tot de GCC. De procedure voor het lidmaatschap van deze landen zit nog in de beginfase.

Unie van de Arabische Maghreb

Hoofdkwartier ligt in Rabat en de hoogste functie is die van secretaris-generaal, vandaag waargenomen door de Tunesiër Habib Ben Yahia.

Deze Maghreb-unie bestaat sinds 1989 op papier, maar heeft nooit echt goed gefunctioneerd. Zwakke punten zijn de kwestie van de Westelijke Sahara, een gebrek aan onderlinge communicatie en een zwakke economische samenwerking. Maar drie procent van de export naar het buitenland vindt plaats tussen de landen zelf. Hier kan verandering in komen, want op 7 juni worden plannen besproken om een vrijhandelszone binnen een ‘Maghrebijnse economische gemeenschap’ in te stellen. Ook gaan er stemmen op om binnen tien jaar de douanecontroles bij de grenzen te verwijderen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift