Een eenzaam volk

Het mooiste MO*ment van Gie Goris

De vanzelfsprekende waarheid dat de mooiste en boeiendste plekken van een stad niet in de reisgidsen staan is in Teheran nog meer van toepassing dan elders. Net zo is de mooiste ontmoeting niet per se de nieuwswaardigste. Dat stelde ik vast eind januari 2012. Via de toonzaal van een meubelwinkel kwam ik terecht in een clandestiene koffiebar. Dikke boeken in de rekken, zwart-wit foto’s in lijsten die zo van de Vossenmarkt hadden kunnen komen, echt lekkere koffie en een soundtrack met meer Maria Farantouri en Mercedes Sosa dan Perzische muziek.

Honderd nummers MO*. Dat betekent ook dat de redactie tien jaar reportages, dossiers, interviews, nieuwsberichten, ontmoetingen, ontdekkingen en andere ervaringen achter de rug heeft. De redacteurs van MO* selecteerden uit hun onmetelijke archief één onvergetelijk moment..

Het mooiste meisje van de stad had chocoladegebak besteld, maar dat maakte haar niet vrolijker: ‘Wij zijn een eenzaam volk. Onze eigen regering kijkt niet naar ons om en de rest van de wereld trekt zich niets van ons aan.’ Dat de Iraanse regering niet naar haar bevolking omkijkt, is natuurlijk niet waar. Ze kijkt voortdurend toe of iedereen zich wel conform haar regels gedraagt. En dat de rest van de wereld niets doet, klopt ook niet. Ze bedoelde dat de sancties en het internationale isolement de regering en haar economische elite niet treffen, terwijl ze het leven van de gewone burgers een stuk moeilijker maken. Er was aan het kleine tafeltje geen gram begrip voor de embargo- en sanctiepolitiek van het Westen.

Een andere jonge vrouw, die in een privé-bedrijf werkt dat tapijten produceert en exporteert naar wel dertig landen, drukte het kernachtig uit: ‘In plaats van aan meer isolement hebben wij behoefte aan meer internationale culturele centra, aan meer uitwisseling van mensen en ideeën. Europa moet zich niet terugtrekken uit Iran en Iraniërs weren uit Europa, het tegendeel zou veel effectiever zijn.’ Het feit dat Frankrijk zijn cultureel centrum in Teheran gesloten heeft, werd door het gezelschap dan ook aangevoeld als een vorm van verraad. Ze voelen zich in de steek gelaten. Overgelaten aan een regering die meer macht dan ooit heeft over het dagelijkse leven en de toekomst van haar bevolking. En dat stemt weinig mensen optimistisch.

De meeste jongeren die ik begin dit jaar in Iran sprak zijn zo teleurgesteld dat ze zich terugtrekken in hun eigen leven. Maar omdat het regime zich tot in de details met dat persoonlijke leven bemoeit, is ook dat politiek. ‘Liefde is politiek. Dansen is politiek. Poëzie is politiek.’ Er zijn zelfs auteurs die beweren dat de obsessie van Iraanse vrouwen met hun neus – nergens ter wereld worden zoveel neuscorrecties uitgevoerd als in Iran – een vorm van politiek verzet is: midden in het aangezicht, het enige deel van hun lichaam dat vrouwen niet verplicht zijn te bedekken, wordt demonstratief getoond dat de mens zijn eigen meester is.

Toen de thee en het heerlijke gebak afgeruimd waren en alleen de kruimels van een gesprek vol doem en onmacht nog op de tafel lagen, stond de vertegenwoordigster van de industrieel vervaardigde Perzische tapijten op, liep naar de muur, en kwam met een dik boekwerk terug. De Divan van Hafez, een mooi uitgegeven verzamelwerk van Irans populairste dichter. Ik moest het boek openslaan en zij las opgelucht voor: ‘Als je situatie vandaag uitzichtloos is, maak je dan geen zorgen. Morgen zal alles beter worden.’ Nadat ze enkele regels voorgelezen had, legde ze haar hand over de tekst en ging het gezelschap unisono –bijna zingend – verder met reciteren. Het ritueel had zijn rol gespeeld: de banden waren aangehaald, het gemoed was gesust, de suprematie van de Perzische cultuur aangetoond. Zo konden we toch nog met een goed gevoel de nacht in.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2751   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur