Een Filipijns infuus voor de Vlaamse zorg

Witte migratie als antwoord op groeiende zorgbehoefte

Vijftien Filipijnse verpleegkundigen begonnen zopas een nieuwe carrière in Melsbroek, Gent en Antwerpen. Na tweeëneenhalf jaar wachten op een Vlaamse arbeidskaart. Waarom gaan ze 10.500 kilometer van huis werken? We zochten het antwoord in Manila.

  • Brecht Goris Donato Politico en Jeffrey Velasquez zijn ondertussen al een jaar aan de slag in het ms-centrum in Melsbroek. Brecht Goris
  • Brecht Goris "De Filipijnen hebben van de export van verpleegkundigen een echte brain business gemaakt" Brecht Goris

Manila, Makati City, een bloedhete valavond einde juli. Tussen de razernij van taxi’s, jeepneys, padyaks en tricycles – Manila is de hel op wielen – neem ik afscheid van Leilani Cruz, Christian Estrada en Kathleen Romasanta. Nog een week hebben ze om hun familie vaarwel te zeggen, dan vertrekken ze na tweeëneenhalf jaar wachten eindelijk naar België, naar het MS-centrum in Melsbroek. Elf andere Filipijnse verpleegkundigen volgen hen in september, na een even lang en slopend hindernissenparcours. Hun nieuwe werkplek ligt in Gent of Antwerpen. Alle vijftien zijn het ervaren verpleegkundigen en allen hebben ze Nederlands geleerd aan het Center for Multicultural Studies in Manila.

Vertrekken is een bitterzoete ervaring voor deze jonge mensen, want voor Filipino’s is de familie het centrum van hun universum. En toch zullen ze minstens vijf jaar van huis zijn. ‘Ik ben erg blij na al dat wachten,’ zegt Christian Estrada, ‘maar ook heel verdrietig vanwege mijn familie.’ Die woont in de provincie Pangasinan, in het noordwesten van Luzon, het grootste van de meer dan 7.000 eilanden van de Filipijnen. Ook Leilani Cruz, die bij haar ouders woont in Parañaque City, een van de zeventien satellietsteden van Metro Manila vormen, heeft gemengde gevoelens: ‘Ik ben nog nooit in het buitenland geweest, ga hen allen vreselijk missen. Maar ik ben er helemaal klaar voor.’

Sinds het jaar 2000 lonkt Vlaanderen voorzichtig naar de Filipijnen, wereldcentrum van de verpleegexport, om de sterk stijgende zorgnood te lenigen. Met enkel zorgverleners van eigen bodem lukt dat niet, hoe populair de bacheloropleiding Verpleegkunde en de HBO5-opleiding (Hoger Beroepsonderwijs) momenteel ook zijn. Maar hoeveel buitenlandse verpleegkundigen Vlaanderen én Brussel nodig zullen hebben, is niet exact bekend. Er bestaat nog steeds geen zorgkadaster met recent cijfermateriaal. Maar dat het er veel zijn, is duidelijk. Vorig jaar sprak Vlaams minister van Welzijn en Volksgezondheid Jo Vandeurzen over een toekomstig verpleegtekort van 120.000. Vlaamse instellingen zoeken naar verluidt nu naar 1.700 verpleegkundigen en 300 zorghelpers.

Het water is diep

Verschillende instellingen hebben de afgelopen jaren met karig succes geprobeerd Filipino’s en Filipina’s naar hier te halen. Via rekruteringsagentschappen zoals Medical Express, Randstad en het intussen ter ziele gegane Limarex, dat vorig jaar failliet verklaard werd, naar verluidt ‘als gevolg van de wetgeving die het bar moeilijk maakt om Filipijnse arbeidsmigranten te rekruteren’. De afgelopen drieëneenhalf jaar liet Vlaanderen dan ook minder dan twintig Filipijnse verpleegkundigen toe op zijn arbeidsmarkt, onder andere omdat buitenlanders enkel in België kunnen werken als er geen adequate arbeidskracht gevonden wordt op de Belgische of Europese arbeidsmarkt.

Bovendien besliste het NARIC (National Academic Recognition Information Center) in mei 2010 om het Filipijnse diploma Master of Arts in Nursing niet meer gelijk te stellen met een Belgisch verpleegdiploma (bachelor), maar met een HBO5, dat van een gegradueerde verpleegkundige. Het schoolcurriculum in de Filipijnen wijkt immers significant af van de Vlaamse vereisten, ontdekte het NARIC plots. De Filipijnse overheid schakelde een versnelling hoger en verlengde dit jaar de middelbare schoolopleiding van vier naar zes jaar.

Het kabinet van federaal minister van Volksgezondheid Laurette Onkelinx vindt trouwens dat de verpleegmigratie zwaar overhelt naar braindrain: ‘Wij zijn net als de Wereldgezondheidsorganisatie tegen het engageren van werknemers uit ontwikkelingslanden’, klinkt het daar.

‘Braindrain is een woord van het verleden’, vindt dr. Kenneth Ronquillo, directeur van het Health Human Resource Development Bureau in Manila. Hij werkt voor de Filipijnse overheid. ‘Wij zetten nu in op brain circulation: verpleegkundigen vertrekken om na enkele jaren terug te komen. Met nieuw verworven competenties. Daarmee kunnen ze hier overal aan de slag. Brain mobility is goed. Er zijn nog altijd meer verpleegkundigen dan ons land nodig heeft.’

Gebrek aan zorg, overschot aan zorgenden

Gisela de Asas Luna, decaan van het St. Luke’s College of Nursing aan de Trinity University of Asia, zit meer op de lijn van het kabinet-Onckelinckx. Zelf heeft ze als jonge verpleegkundige nooit in het buitenland willen werken. ‘Een nationalistische reflex. Omdat de Filipijnen zelf gezondheidswerkers nodig hadden, wilde ik geen ander continent bedienen.’ Ze vindt het jammer dat studenten verpleegkunde hun familie meer dienen dan hun land, maar ze relativeert ook: ‘Ze hebben vaak geen keuze. Tachtig tot negentig procent van de studenten wordt verpleegkundige op bevel van de ouders. Om de lamentabele economische situatie van de familie te verbeteren, hun armoede tegen te gaan. Het buitenland betekent een veel beter salaris en aangenamere werkomstandigheden. Jonge verpleegkundigen moeten die kans krijgen, maar als ervaren rotten moeten ze hun land helpen door terug te komen. Het is trouwens onze eigen overheid die verpleegkundigen wegstuurt door haar bewuste lagelonenbeleid en door overeenkomsten met andere landen af te sluiten.’

De Asas Luna is echter niet helemaal negatief: ‘Gelukkig neemt de overheid ook goede initiatieven. Zoals het programma dat werkloze verpleegkundigen inzet in rurale, verafgelegen en zorgarme gemeenschappen. Ze worden door de lokale overheden betaald, maar wie buiten Manila werkt, verdient een pak minder. Begrijpelijk dat slechts 10.000 van onze 100.000 werkloze verpleegkundigen daardoor werk hebben gevonden.’ Volgens de Philippine Nursing Law van 2002 moeten beginnende verpleegkundigen die niet in de privésector werken 24.887 pesos (497,5 euro) per maand verdienen. De wet blijft echter dode letter. Arme lokale overheden moeten immers maar 65 procent van het standaardloon uitbetalen. Heel wat streken en arme gemeenschappen kampen daarom met een groot tekort aan verpleegkundige zorg, en heel wat openbare ziekenhuizen zijn onderbemand, ondanks de grote werkloosheid onder verpleegkundigen.

De gezondheidszorg op de Filipijnen is een van de slechtste in Oost-Azië. Vier op de tien Filipino’s heeft nog nooit een arts of verpleegkundige gezien. Zes op de tien sterft zonder medische begeleiding. Dr. Ronquillo benadrukt de vooruitgang die gemaakt wordt, maar ziet ook wel dat er problemen zijn: ‘Meer mensen hebben vandaag een ziekteverzekering en toegang tot gezondheidszorg. Momenteel is moedersterfte het grootste gezondheidsprobleem. Het gaat om 221 overlijdens op 100.000 geboorten. In 2009 was dat nog 162, en het doel was 62 in 2015. Waarschijnlijk halen we dat streefcijfer dus niet. De oorzaak is te weinig gezondheidswerkers in bepaalde gebieden, waardoor vrouwen er te vaak thuis bevallen.’ Wat Ronquillo er niet bij vertelt: de zeer invloedrijke katholieke kerk verzet zich met hand en tand tegen de Reproductive Health Bill, die abortus, geboortebeperking en bevolkingscontrole zou toelaten. Dat verklaart ook waarom de millenniumdoelstellingen hier niet gehaald worden.

Het offer van de dochters

De verpleegkundigen die ik Manila leer kennen, migreren inderdaad om den brode. De Filippijnen zijn een arm land en families sturen hun dochters massaal naar het buitenland. En de dochters offeren zich op. Vaak is het de oudste dochter die de taak heeft om de financiële last van het gezin draaglijker te maken. ‘Zonder onze hulp overleven onze families nauwelijks en op de Filipijnen zelf verdien je te weinig als verpleegkundige’, zegt Leilani.

Leilani is 35 en komt uit een gemengd Filipijns-Chinese familie. Een week lang vergezelt ze mij in Manila. Om haar Nederlands te oefenen. Ze heeft vijf jaar kinesitherapie en drie jaar verpleegkunde met succes afgerond. Plus een jaar opleiding als chirurgisch verpleegkundige. Van 2005 tot 2010 werkte ze in het Makati Medical Center, een van de meest prestigieuze ziekenhuizen op de Filipijnen. Ze begon er als gewoon verpleegkundige en stapte er in 2010 op als assistent-hoofdverpleegkundige op een chirurgische afdeling met 22 patiënten. ‘Ik verdiende er minder dan 250 euro per maand, te weinig om de familie te onderhouden. Bovendien is het werktempo erg hectisch. Sommige dagen werkte ik zestien uur aan een stuk. Avonddiensten noch overuren worden gecompenseerd. De stress is groot. Daarom ging ik werken in een callcenter. Ik zou er intakegesprekken afnemen van verpleegkundigen die naar België wilden migreren. Toen ik dat hoorde, heb ik me meteen kandidaat gesteld. België of een andere land, dat deed er voor mij niet veel toe.’

Leilani spreekt opvallend goed Nederlands. ‘Samen met zestien andere verpleegkundigen hebben we een cursus Nederlands gevolgd, zowat de moeilijkste taal op aarde, denk ik. Tussen november 2009 en april 2010 kregen we elke dag van acht tot vier les. Van een Nederlandse en en Vlaamse docent.’ Vanaf april 2010 begon het lange wachten op een werkvergunning. Eerst kon ze via Limarex aan de slag in Ziekenhuis Maas en Kempen in Maaseik, net als Christian Estrada. Maar het ziekenhuis haakte af toen het Limarex maar niet lukte om een arbeidsvergunning te bemachtigen en over de kop ging. Medical Express nam het dossier over. ‘We hebben echt gewanhoopt’, zegt Leilani. ‘Medical Express betaalde ons maandelijks een bepaald bedrag uit, maar vroeg ons ook om in afwachting van ons vertrek een ander baantje te vinden.’

De gezondheidszorg op de Filipijnen is een van de slechtste van Oost-Azië. Vier op de tien Filipino’s heeft nog nooit een arts of verpleegkundige gezien.
Leilani’s familie was oorspronkelijk gekant tegen haar eventuele vertrek uit de Filipijnen, nu niet meer. ‘Ze zullen een beter leven krijgen. Ik ben blij dat ik iets terug kan doen voor de grote financiële inspanningen die ze hebben geleverd om mij zo lang te laten studeren. Mijn moeder heeft mij bewust ook heel streng opgevoed. Veel inspanning, niet te veel ontspanning was haar motto. Zo moest ik als kind altijd Chinees studeren. En dat heeft me wel geholpen bij de studie van andere talen. Naast mijn moedertaal Tagalog spreek ik Engels, Chinees en Nederlands. En in België wil ik Frans studeren.’

Exportcijfers

De Filipijnen hebben van de export van verpleegkundigen een echte brain business gemaakt. Mannen zitten op zee, vrouwen in de zorg. Filipijnse expats sluizen jaarlijks miljoenen euro’s naar huis. De overheid probeert de migratiebanen van haar verpleegkundigen te volgen, maar dat is erg moeilijk. Vele gaan van het ene land naar het andere. Noel Cadette, voorzitter van de Philippine Nurses Association, met hoofdkantoor in Malate, schuift ons de jongste cijfers onder de neus. In 2011 bestond de top vijf van migratielanden uit Saoedi-Arabië (12.922 Filipijnse verpleegkundigen), Singapore (775), de Verenigde Arabische Emiraten (739) Koeweit (607) en Oman (562). Dan volgen Qatar, Taiwan, Jordanië, Soedan en het VK (135). In totaal vertrokken er vorig jaar 17.379 verpleegkundigen naar het buitenland, bijna 40 procent meer dan in 2010.

Vanaf het jaar 2000 is de migratie van Filipijnse verpleegkundigen erg gestegen, nu neemt ze weer wat af. ‘De gestegen vraag uit Arabische landen heeft de terugloop wel wat tegengehouden’, zegt Christopher Dumatol, voorzitter van Manpower Resources of Asia. ‘Westerse landen zoals de VS en Groot-Brittannië hebben hun toelatingsvoorwaarden voor migratie echter verscherpt. Ze beschermen hun eigen verpleegindustrie. Maar het landschap is steeds in verandering, want andere landen geven dan weer wel signalen van meer openheid: België, Nederland, Canada en Irak. Het veranderde curriculum heeft daar zeker een rol in gespeeld. Vroeger konden artsen ook in het buitenland aan de slag als verpleegkundige. Dat lag politiek gevoelig en is nu verboden.’

De buitenlandse droom

Duizenden mensen verzamelen in en rond Manila Cathedral. Velen volgen de mis op een van de tv-schermen buiten de kerk. In de kapel bots ik op Jenny Salvador (27), een verpleegkundige die in Pembo woont, een van de 33 baranggays of districten van Makati. Aan het winkelcentrum Market Market in Taguig City nemen we een tricycle naar haar kamer in een spuuglelijk, labyrintisch gebouw in een morsig straatje. In het pikkedonker, over de waakhond heen, onder de waslijnen door en door het water dat tijdens het moessonseizoen altijd tot voor haar deur opstuwt. Een kakkerlak schiet onder de sofa. Haar leefruimte bestaat uit een kamertje van twee bij vier meter, zonder raam. Verder een benauwend kleine keuken, een slaapkamer en een badkamer. Geen daglicht. Hier woont ze met haar jongere broer.

Na een hoop slechtbetaalde baantjes, onder andere in een van die enorme apotheken in een winkelcentrum, wil ze in een Manilees ziekenhuis gaan werken. ‘Dat geeft me de nodige ervaring om daarna in het buitenland mijn kost te verdienen en zo mijn familie te onderhouden. Mijn vader is boer, maar kan door hartproblemen niet meer werken. Hij is nog altijd sterk: wast zijn eigen kleren, kookt, maar de medicijnen zijn duur. Moeder is huisvrouw. Ik wil ook mijn neefje, die bij hen inwoont, de kans geven om zijn middelbaar onderwijs af te maken. Mijn oudste broer en ik zullen zijn opleiding betalen.’

Momenteel voorziet haar oudere broer in de financiële noden van de familie. ‘Hij werkt als assistent-chef in een restaurant in Milaan. Ik wil ook mijn jongere broer aan een baan helpen in de horeca in Manila. Daarom heb ik hem uit de provincie laten overkomen.’ Elke dag gaat ze naar een internetcafé om naar werk te zoeken. ‘De tijd dringt. Ik heb geld gespaard, leef zuinig, maar moet binnen de maand werk vinden. Anders kan ik de huur (120 euro) niet mee betalen.’ De tv verdringt elk uur van de dag de stilte. ‘Ik ben bang voor de toekomst. Mijn ouders hebben geen ziekteverzekering. Als hen iets overkomt, sterven ze. Onder andere daarom wil ik naar het buitenland. Maar als ik heel eerlijk moet zijn: ik droomde als kind al van een leven in het buitenland, een huwelijk met een buitenlander. Tot nu toe heb ik me nooit voor een relatie opengesteld. Ik moest voor de familie zorgen.’

De lange, bochtige weg naar Europa

‘Negentig project van onze ex-studenten vertrekt naar het buitenland’, zegt directrice Edna Imperial van het kleine Mary Johnston Hospital College of Nursing in Tondo, een van de armste en dichtstbevolkte districten van Manila. ‘Ze zijn gegeerd. De zorg voor ouderen zit ingebakken in de Aziatische cultuur. Net als hard werken. Daarom dat al die snel vergrijzende landen, van Japan tot de VS en de rijke EU-landen, Filipina’s zullen blijven aantrekken.’

Toch is het soms erg moeilijk voor Filipina’s om een werkvergunning te krijgen. Christian Estrada had eerst zijn arbeidszinnen gezet op Canada, maar toen dat niet kon, koos hij voor België. Ook hij werkte het afgelopen jaar in een callcenter. Daarvoor was hij vijf jaar aan de slag op de afdeling intensieve zorgen van het National Centre for Mental Health in Manila. Christian is een erg zachte man, erg intelligent, behoorlijk groot voor een Filipino. ‘Eerlijk gezegd was het een teleurstelling dat we zo lang moesten wachten op een werkvergunning. Maar het is in vele westerse landen moeilijker geworden om er als Filipino te werken. Mensen uit eerstewereldlanden hebben het veel gemakkelijker om te migreren dan wij.’ Christian vindt het doodnormaal om zo ver van huis te gaan werken. Dat Vlaamse verpleegkundigen liefst op een boogscheut van hun werkplek willen wonen, bevreemdt hem.

‘De levensomstandigheden op de Filipijnen zijn zodanig dat mensen steevast uitkijken naar werk in het buitenland. Met mijn werk in de MS-kliniek kan ik mijn jongere zus en broer, die aan epilepsie lijdt, bijstaan. Ook ik word er beter van. Ik ben dan ook erg nieuwsgierig naar het werk in de MS-kliniek en de omgang met patiënten en collega’s. Van Don en Jeffrey, twee andere Filipino’s die in Melsbroek werken, weet ik dat het reuze meevalt. Aardige collega’s, interessant werk.” Al weet hij nog niet of hij ook van het Belgische weer zal houden.

Rene Cristobal, voorzitter van de Employers Confederation of the Philippines en van Manpower Resources of Asia, gelooft dat bureaucraten twijfel zaaien over de opleiding en de competentie van Filipijnse verpleegkundigen om aan de eigen werkloosheid iets te doen. ‘Op die manier kunnen ze ook controle uitoefenen en hoeven ze de Filipina’s niet evenveel te betalen als hun eigen landgenoten.’ Decaan De Asas Luna bevestigt dat: ‘Filipijnse verpleegkundigen zijn even goed als hun Belgische collega’s. Dat zovelen aan het werk zijn in het buitenland, spreekt toch boekdelen. En nu kopiëren andere Aziatische landen het Filipijnse model. Thailand en Korea proberen hun verpleegkundigen ook in een internationale context uit te spelen. Indonesië probeert dat door verpleegkundigen naar Japan te sturen, terwijl Vietnam partnerships met de Filipijnen probeert op te zetten.’

Nochtans is het aantal studenten sterk gedaald. De Asas Luna: ‘Op deze school volgen momenteel 481 studenten de opleiding verpleegkunde, van het eerste tot en met het vierde jaar. Vroeger waren er dat veel meer, tot zelfs 2.500 mensen. Dat nu minder verpleegkundigen aan de bak komen in het buitenland speelt een rol. Verder heeft een overvloed aan verpleegscholen de markt oververzadigd. Daardoor zijn vele verpleegkundigen ofwel werkloos of hebben ze andere banen: in een callcenter, een supermarkt of afhaalzaak.’

Heimwee

Een maand later bezoek ik het viertal in hun appartement in Melsbroek. Hun komst is niet onopgemerkt aan de lokale goegemeente voorbij gegaan. De plaatselijke priester ziet voor het eerst elke week vier jonge mensen opduiken in zijn mis. Ze zijn zelfs tuk op vrijwilligerswerk. Het contact met de buren is prima, net als de eerste evaluatie op het werk. Niet ver van hun appartement stootten ze zelfs op een andere Filipina en haar brede vriendenkring. Maar met elk vliegtuig dat overvliegt, speelt het heimwee weer op. De vier zijn nog in volle cultuurschok. ‘Maar ook dat gaat voorbij’, zegt Leilani. ‘Als ik het moeilijk heb, ga ik wandelen. Ik ben zelfs in de buurt in een bos verdwaald. En er is nog zoveel te bezoeken. Brussel hebben we gezien, nu Brugge.’

Dit stuk kwam mede tot stand met steun van de Koning Boudewijnstichting

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift