Een grote rol voor kleine boeren in zuidelijk Afrika

Nu de voedselprijzen stijgen, staan de kleine boeren weer in de schijnwerpers. Zijn investeringen in de kleinschalige landbouw de sleutel tot voedselzekerheid in zuidelijk Afrika?
Volgens Pedro Sanchez, directeur tropische landbouw aan het Earth Institute van de Amerikaanse University of Columbia, zijn kleine boeren de oplossing. In zuidelijk Afrika is het mogelijk om de economie te laten draaien rond kleinschalige landbouw, zegt hij. “Op die manier kost het 70 dollar (45 euro) om een ton maïs te verbouwen, dat is tien minder dan de importprijs.”

In Malawi is vier jaar geleden de dreiging van grote tekorten afgewend nadat de Verenigde Naties op verzoek van de regering kleine boeren hielpen om kunstmest, zaad en andere benodigdheden te kopen. “In 2006 was het voedseloverschot 26 procent en vorig jaar zelfs 45 procent. Malawi exporteert nu naar Zimbabwe, Lesotho en Swaziland”, zegt Sanchez.

Dat betekent niet dat grootschalige commerciële landbouw niet meer nodig is. In Zimbabwe bijvoorbeeld zouden juist de grootgrondbezitters, die zijn weggestuurd, de landbouw weer op poten kunnen krijgen.

Technologieprobleem



Om kleinschalige landbouw te stimuleren is er wel nood aan de juiste technologie en een goede training. Zuid-Afrika is wat dat betreft een schoolvoorbeeld van hoe het niet moet. Door de herverdeling na de apartheid is het aantal kleine boeren toegenomen, zegt Frik de Beer, ontwikkelingskundige. “Ze zijn echter vaak aan hun lot overgelaten. Ze hebben geen bijstand gehad om commercieel te produceren en om op de markt te komen. Kleine boeren kunnen een grote rol spelen, maar dan moeten ze wel steun van de regering krijgen.”

Ook de IAASTD, de internationale studie die vorige maand werd gepubliceerd met baanbrekende bevindingen van regeringen, bedrijven en ngo’s over welke technologieën succesvol zijn voor ontwikkeling, pleit voor een beter gebruik van de middelen op kleine boerderijen. “De productiviteit in Afrika moet met 80% groeien op boerderijen die kleiner zijn dan 2 hectare.” Informatie over nieuwe technieken is nu meer gericht op grote dan op kleine boeren. Die laatsten zouden meer moeten kunnen deelnemen aan onderzoeksprojecten bijvoorbeeld, zegt de studie.

Geen wonderoplossing



Johan Willemse, landbouweconoom aan de Zuid-Afrikaanse University of the Free State, vindt het echter gevaarlijk om kleinschalige landbouw als wonderoplossing te zien voor het voedselvraagstuk: “Studies van de Wereldbank en het IMF laten zien dat boeren die voor eigen gebruik produceren niet de steden van de wereld kunnen voeden. En Malawi had alleen succes doordat de boeren geen last hadden van watertekort.” Dat is in Zuid-Afrika wel anders. legt hij uit. “Wij kunnen niet in onze eigen behoeften voorzien, we moeten 1,5 miljoen ton graan invoeren om de stedelijke bevolking te voeden. Ook andere landen in de regio zijn afhankelijk van import. Nu de voedselprijzen de pan uitrijzen, kunnen we alleen nog maar inzetten op grootschalige commerciële landbouw.”

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3205   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift