Een heel klein beetje oorlog is beter voor drugshandel

Na regen komt zonneschijn, maar komt na oorlog ook vrede? Volgens de Koerdische professor Dogu Ergil niet. ‘We leven in een klimaat van provocatie’, zegt hij. ‘Als we niet opletten, wordt het Koerdische conflict opnieuw aangezwengeld door lieden die zich verrijken met drugshandel en grootschalige corruptie.’
De kruitdampen boven de bergen en valleien in Zuidoost-Turkije trekken stilaan op. De PKK, die in de jaren negentig voor Koerdische onafhankelijkheid vocht, heeft haar gewapende troepen teruggetrokken op Iraaks grondgebied en vraagt een onderhandelde oplossing. Ook Abdullah Öcalan, de legendarische PKK-leider die al meer dan twee jaar in de Turkse gevangenis zit, is bereid vrede te sluiten met de verfoeide Turkse staat. Wie echter dacht dat het varkentje met de lange snuit al lang en gelukkig kon beginnen leven in de Anatolische bergen, werd onlangs hardhandig wakker geschud. In de straten van Diyarbakir doken half januari een twintigtal zwaarbewapende mannen op die in volle daglicht de chef van de veiligheidsdienst neerkogelden. Belangrijk detail: de vermoorde was in dienst van de Turkse staat en toch geliefd bij de Koerdische bevolking, omdat hij een brug probeerde te slaan tussen de oorlogvoerende partijen. ‘Gangsters heersen in wetteloze Koerdische regio’, kopte de Britse krant The Guardian, toen enkele weken later twee pro-Koerdische volksvertegenwoordigers verdwenen na een bezoek aan het lokale politiekantoor in Silopi. Niet iedereen blijkt gediend met rust en vrede, zoveel is duidelijk. Cuneyt Ulsever, columnist in de Turkse krant Hurriyet, is ervan overtuigd dat bepaalde kringen de langzaam groeiende stabiliteit in Koerdistan proberen te ondermijnen. ‘Het is een minderheid,’ zegt hij, ‘maar deze mensen zijn zeer machtig. De vrede zou wel eens nadelig kunnen zijn voor hun zakelijke belangen.’ Ulsevers woorden zijn een echo van wat Moeder Courage zegt in het toneelstuk van Bertold Brecht: ‘Oorlog brengt meer op dan vrede.’

TOT OP HET BOT

Het vermoeden dat politieke macht en smokkeleconomie nauwe banden hebben, is gebaseerd op heel wat meer harde feiten dan op het eerste gezicht lijkt. Het verschil tussen gerucht en feit wordt in dit verband gemaakt door Susurluk, een plaats die bijna 2000 kilometer van de beruchte grens met Irak verwijderd is. Op 3 november 1996 knalde hier een zware Mercedes met hoge snelheid tegen een vrachtwagen. Balans: drie doden en een zwaargewonde. Aan het stuurwiel zat de directeur van de politie-academie in Istanbul. Verder stierven in de crash een gangsterliefje en Abdullah Catli, een misdadiger die internationaal gezocht werd wegens meerdere moorden en drugshandel en die ook een vooraanstaand lid van de extreem-rechtse organisatie Grijze Wolven was. Catli bleek in het bezit van officiële papieren die hem het reizen makkelijk moesten maken. De enige overlevende was parlementslid, partijgenoot van toenmalig eerste minister Ciller én leider van een tweeduizend man sterke paramilitaire organisatie die in Koerdistan de PKK moest bevechten en daarvoor een miljoen dollar per maand ter beschikking had. Het viertal verbleef de nacht voor het ongeval in een hotel waar toevallig ook de minister van Binnenlandse Zaken overnachtte. Het hele land stond op zijn kop, omdat meteen duidelijk werd hoe en hoe diepgaand de georganiseerde misdaad, de politiek en de contra-guerilla met elkaar verweven waren. Een parlementaire commissie werd aan het werk gezet om één en ander tot op het bot uit te spitten, maar -zoals dat gaat- vele vragen bleven onbeantwoord, omdat heel wat overheidsinstanties medewerking weigerden. Toch beschuldigde het eindrapport de Turkse overheid ervan doodseskaders te hebben opgericht en hen toegelaten te hebben zichzelf te financieren door onder andere drugshandel. In 1997 zei de toenmalige voorzitter van een tweede onderzoekscommissie hierover: ‘Kijk naar de soldaten: zij confisceren de heroïne. Een deel ervan tonen ze en de rest gooien ze zelf op de markt. Niemand kan hen controleren. De enige manier om deze gang van zaken te stoppen, is het probleem van het Zuidoosten op te lossen.’ Met andere woorden: stop de opstand, stop de repressie, dan kun je ook de illegale handel in drugs, wapens, olie en mensen stoppen.

CONTROLE OVER DE BERGEN

Jaarlijks worden in Turkije zesduizend arrestaties verricht in verband met drugs en worden zes ton heroïne en vijfentwintig ton hasj in beslag genomen. De omvang van dit topje van de drugsberg laat vermoeden hoe enorm de ware omvang van de illegale handel is. Bijna zestig procent van de drugs die in Europa onderschept worden, zouden via Turkije gepasseerd zijn. Een Nederlands rapport stelt dat vijfentachtig procent van de in beslag genomen heroïne in Nederland van Turkse afkomst is. Zowel de producenten in de Gouden Driehoek -Birma, Laos en Thailand- als die uit de Gouden Sikkel -Pakistan, Iran en Afghanistan- maken gebruik van de Turkse corridor.

‘Het probleem van de drugshandel in Koerdistan is niet ontstaan door de opstand van de PKK,’ zegt Dogun Özguden, coördinator van Info-Turk in Brussel, ‘het bestaat al veel langer. Maar de manier waarop de Turkse overheid de gewapende Koerdische strijd heeft aangepakt, heeft er wel een onbeheersbaar probleem van gemaakt.’ Özguden verwijst naar de enorme investeringen die zowel de PKK en het Turkse leger als de paramilitaire organisaties moesten doen om zich te bewapenen. Het leger heeft maar in de staatskas te graaien, maar de anderen moesten volgens hem zwart geld genereren om aan het nodige materieel te komen. Het feit dat de Koerdische eisen voor meer autonomie en culturele erkenning steeds voorgesteld worden als een rechtstreekse aanslag op de nationale veiligheid van de Turkse staat, zorgde vanzelf voor een alliantie tussen het leger en extreem-nationalisten, die in veel internationale rapporten genoemd worden als betrokken in de drugshandel. De behoefte aan geld voor de vuile oorlog tegen de PKK bracht deze combinatie nog meer in het vaarwater van de maffia. Na een tijdje is de volgorde der dingen zelfs omgekeerd: in plaats van drugs te smokkelen om de oorlog te financieren, wordt er slag geleverd om de drugshandel te controleren. Volgens het Franse Observatoire Geopolitique des Drogues werd dit alles nog eens versterkt door het internationale embargo tegen Irak. Wie de smokkelroutes voor drugs controleert, kan immers meteen ook olie, wapens en geneesmiddelen richting Bagdad sturen. Alles bij elkaar blijkt er over Koerdistan een ingewekkeld web van duistere belangen gespannen te zijn dat veel geld oplevert voor maffiabazen, extreem-rechtse groepen en politieke zetbazen. Een heel klein beetje oorlog houdt het gerecht buiten de regio, dus als de opstandelingen daarvoor niet willen zorgen, dan doen de commercanten dat zelf wel even. Moeder Courage had het niet beter kunnen bedenken.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3195   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur