Een moeilijke Duitse Professor Doktor

Het Europese gejuich zwelt aan. We zijn uit de crisis, driewerf, tienwerf, dertigwerf hoera met vele uitroeptekens! We hebben de financiële markten bedwongen! Viert dat, Europeanen aller deelstaten, met snarenspel en jubelzang! Correcte voorspellingen over groei of krimp? Die hebben we al in geen tijden meer gezien, maar geen nood. We. Zullen. Groeien.

  • Brecht Goris Geert Van Istendael. Brecht Goris

Zal de schandalig hoge werkloosheid wegsmelten? Geen mens die het kan zeggen. Misschien krijgen we wel groei én een leger werklozen.

Zullen de financiële markten rustig blijven? Professor Paul de Grauwe beschrijft de financiële markten als principieel irrationeel. Zeg maar bipolair gestoord.

Vroeger heette dat manisch-depressief. Ik vind dat een betere benaming, toch wat financiële markten betreft. Economen zoeken keer op keer rationele verklaringen voor de destructieve waanzin van de markten, maar altijd achteraf. Voorspellen kan niemand.

Samengevat: ik geloof geen bal van al die Europese overwinningsbulletins. Ze klinken me net iets minder potsierlijk in de oren dan tien jaar geleden de schrille kreten van Mohammed Said al-Sahaf, bijgenaamd Comical Ali, u weet wel, de Iraakse minister van informatie tijdens de jongste golfoorlog. De Europese peptalk is echter lang niet zo grappig. Eén onmiskenbaar voordeel: de bommen gieren ons niet om het hoofd.

Gekochte tijd

Hoe gering ook mijn geloof, ik zoek onverdroten argumenten om de overspannen verwachtingen die uit Europese bronnen opwellen in twijfel te trekken en zo mogelijk te weerleggen. Mijn queeste heeft me al meegesleept naar de dwarrelende gedachten van auteurs oud en nieuw, rechts en links, helder en duister, wier werken wat onwennig naast elkaar staan op mijn boekenplanken.

Vorig jaar zag ik toevallig, uit een ooghoek haast, in een Duitse krant een boektitel die me intrigeerde: Gekaufte Zeit. Die vertagte Krise des demokratischen Kapitalismus (Gekochte tijd. De uitgestelde crisis van het democratische kapitalisme) van Wolfgang Streeck (Frankfurt am Main, Suhrkamp, 2013).

Ik zocht en vond niet (bij Amazon weiger ik te kopen). Wat later beval een hoogleraar uit Nijmegen, een man die vertrouwd is met Duitsland, het me even toevallig als welsprekend aan. Dus een bestelling geplaatst bij de kleine Duitse boekenwinkel in Brussel, die zich dapper overeind blijft houden, verborgen achter het federale parlement.

Het was taaie lectuur. Meer nog. Het taaiste Duits dat me ooit onder ogen kwam en ik heb in die taal toch al enkele duizenden bladzijden achter de kiezen, van Walther von der Vogelweide tot Hölderlin, van Kleist tot Musil en Stolterfoht, de meest hermetische onder de hermetische dichters in mij bekende talen.

Wolfgang Streeck schrijft dan wel geen gedichten, zijn proza vergt gedegen studiewerk. Ik heb me door dit boek heen geploeterd. Het was op menige bladzijde meer ontwarren dan lezen.

Maar wat een boek! Ik maak altijd aantekeningen bij mijn lectuur. Nooit eerder bleven zoveel notities over na de laatste bladzijde. Het scheelde niet veel of ik had het hele werk woord voor woord overgeschreven, wat uiteraard volslagen belachelijk geweest zou zijn.

Streeck

Wie is Wolfgang Streeck? Buiten de Duitse landen galmt zijn naam niet na, zoals die van bijvoorbeeld Jürgen Habermas of Ulrich Beck. Wat vertegenwoordigt de onbekende Wolfgang Streeck dan of wat heeft hij vertegenwoordigd? Veel. Ik noem slechts twee functies uit een lange reeks.

Professor economische sociologie aan de universiteit van Wisconsin in Madison. De faculteit sociologie aldaar geldt als een der belangrijkste van de Verenigde Staten.

Directeur bij het Max Planck-Instituut voor onderzoek naar de maatschappij. Dat instituut is een der belangrijkste wetenschappelijke instellingen ter wereld, of het nu voor astrofysica is of moleculaire genetica, voor internationaal privaatrecht, zuivere wiskunde, kunstgeschiedenis, microbiologie of, inderdaad, Gesellschaftsforschung.

Voor de lezer die Duits kent: lees dit boek. Sleep desnoods woordenboeken en spraakkunsten aan, lees iedere zin tien keer als het moet, tot begrip doorschemert, u zult er geen spijt van hebben. Voor de uitgever die zijn leven op het spel wil zetten voor een goed boek: laat de woorden van de moeilijke Professor Doktor vertalen. Geef het desnoods aan tien doorgewinterde germanisten, mitsgaders aan tien door ontberingen gestaalde sociologen.

Staatsvolk en marktvolk

Ik zal proberen een paar passages in het Nederlands om te zetten.

Extreem samengevat stelt Wolfgang Streeck dat we sinds de jaren zeventig een steeds brutalere opstand meemaken van het kapitaal tegen de sociale markteconomie zoals die na de Bevrijding werd georganiseerd in West-Europa. De staten hebben de laatste dertig, veertig jaar tijd gekocht om het kapitalistische systeem in stand te houden en te legitimeren.

Dat gebeurde eerst (ruwweg jaren zeventig) door de geldmassa te laten aanzwellen, vervolgens (jaren tachtig) door staatsschuld op te bouwen en recenter (jaren negentig en begin van deze eeuw) door op grote schaal krediet te verstrekken aan privé-huishoudens. Steeds beter slagen de economische actoren erin de democratische druk op financiën en economie te verzwakken en af te wenden (zij noemen het zelf: zich bevrijden van politieke inmenging, die volgens hen altijd schadelijk is).

Streeck toont aan dat de staat geprangd is geraakt tussen twee vormen van legitimatie: legitimatie ten aanzien het staatsvolk – wij, de burgers, die de politici op geregelde tijdstippen kiezen – en legitimatie ten aanzien van het marktvolk – de financiële markten. De financiële crisis die we meemaken zorgt ervoor dat het marktvolk definitief de macht naar zich toetrekt, ten koste van het staatsapparaat.

Met andere woorden, de financiële crisis zorgt voor een vernietigende crisis van ons democratisch systeem. Een van Streecks krachtigste en, volgens mij, alarmerende argumenten is dat die evolutie zich onbarmhartig doorzet, evenzeer in landen met een hogelijk sociaal-democratische reputatie als in landen die een wild kapitalisme aanhangen (zie bv. de grafieken op p. 67 en p. 71, waar je een verkillend parallelle evolutie ziet in staten met uiteenlopende sociale systemen, zoals Duitsland, Japan, Frankrijk, Zweden, Italië en de Verenigde Staten).

Passages

En nu een paar vertaalde passages.

‘Elk van de drie overgangen naar een nieuwe modus van legitimatie ging gepaard met een nederlaag voor de mensen die moeten leven van een loon. Die nederlagen maakten steeds meer liberalisering mogelijk.

Het einde van de inflatie ging gepaard met een fatale verzwakking van de vakbonden, waardoor staken hun praktisch onmogelijk werd gemaakt, en met het begin van een structurele werkloosheid die tot op heden blijft duren. De besparingen in de jaren negentig gingen samen met drastische beperkingen van de sociale rechten, privatisering van openbare diensten en commercialisering van de sociale voorzorg, waarbij privé-verzekeringen in plaats van politieke partijen en regeringen traden, als waarborg voor sociale zekerheid.

En het einde van het kapitalisme op de pof (Dahrendorf 2009) bracht een verlies van spaargeld en belegd geld met zich mee, waarvan we de volle omvang nog niet eens bij benadering kunnen vermoeden. Daar bovenop kwamen werkloosheid, te laag gekwalificeerde werkgelegenheid en nog meer beknottingen van openbare dienstverlening als gevolg van nieuwe besparingsgolven.’ (p. 76-77)

‘In een crisis moet het hoofddoel van de schuldeisers zijn dat bij een staat in conflict met zijn burgers, de aanspraken van de eisers op betrouwbare wijze voorrang krijgen op de aanspraken van het staatsvolk – aflossing van schuld gaat boven sociale voorzorg. Dat doel bereiken ze het best door middel van, idealiter, een institutioneel verankerd “fiscaal pact” (in Duitsland Schuldenbremse, schuldenrem, GvI), dat de soevereine zeggenschap die kiezers en toekomstige regeringen hebben over openbare financiën inperkt.

Men kan die institutionele verankering afdwingen door te dreigen met het risico van hogere rente op staatsleningen of aan de andere kant, door te belonen met lagere rente. … In tijden van crisis kun je (als staat, GvI) zulk betrouwbaar imago het best opbouwen door zwaar te besparen op kosten van de eigen bevolking, bij voorkeur met medewerking van de oppositie, én door de beperking van de uitgaven institutioneel vast te leggen met een eeuwigheidgarantie. Want zolang de kiezers nog de mogelijkheid hebben een regering die te diep buigt voor de kapitaalmarkten weg te stemmen, kan het marktvolk nooit echt zeker zijn van zijn stuk.

Alleen al het blote feit dat er een oppositie bestaat die potentieel een regering zou kunnen vormen die niet zo vriendelijk zou zijn voor de kapitaalmarkten, kan een staat het vertrouwen en bijgevolg ook geld kosten.’ (p. 126 - 128)

Ultra-liberaal doel bereikt

Het fiscaal pact dat de EU aan de lidstaten opdringt betekent voor Wolfgang Streeck dat het hedendaagse ultra-liberale kapitalisme zijn doel bereikt heeft. De markten zijn geïmmuniseerd tegen de beslissingsmacht van de politiek. Markt heeft altijd voorrang op sociale rechtvaardigheid, voor zover er van die laatste nog iets zal overschieten.

Tot slot wil ik nog de aandacht vestigen op de meest verbijsterende passage in dit op zich toch al verbijsterend goede boek. U vindt ze op pp. 141 - 157.

Streeck bespreekt en commentarieert een artikel dat in 1939 verscheen. Meer niet. Titel: The Economic Conditions of Interstate Federalism. Tijdschrift: New Commonwealth Quarterly. Auteur: Friedrich Hayek.

Hayek (1899-1992) was een econoom en filosoof, geboren, opgeleid en werkzaam in Oostenrijk, maar vanaf 1931 verbonden aan de London School of Economics en later aan de unversiteit van Chicago. In 1974 ontving hij de Nobelprijs economie (om precies te zijn: prijs van de Zweedse Rijksbank voor Economische Wetenschappen ter nagedachtenis aan Alfred Nobel), en hij geldt als een der grote denkers van het ultra-liberalisme. Hij zag zichzelf als een groot tegenstander van John Maynard Keynes. In de jaren tachtig kon de jeugdige Guy Verhofdstadt nauwelijks een zin van vijf woorden uitbrengen of er was drie keer Hayek bij.

Hoe gloeiend je het ook oneens bent met Hayek, je zult moeten erkennen dat hij geniaal was (net zoals Keynes trouwens). In het bewuste artikel beschrijft hij hoe de Europese constructie zich zal ontwikkelen, van het eerste begin, nu bijna zeventig jaar geleden, tot vandaag. De markt maakt zich langzaam los van bevoogding door de politiek. Zoals Hayek het proces stap voor stap beschrijft, is het een onverbiddelijke, streng logische ontwikkeling. Hayek vernoemt Europa geen enkele keer, maar het is vrijwel onmogelijk zijn artikel uit 1939 anders te lezen, schrijft Streeck, dan: ‘… als een blauwdruk voor de Europese Unie vandaag.’

De 2 geboden

Het lijkt wel of mensen als Delors, Barroso of Van Rompuy het artikel van Hayek altijd op de hoek van hun schrijftafel hebben liggen. Als een heilig geschrift. Het bevat niet de Tien Geboden. Het bevat Twee Geboden.

  1. Jaag de democratie weg uit de economie

  2. Jaag de economie weg uit de democratie.

Lichtend einddoel: de absolute heerschappij van de markt over de sociale rechtvaardigheid.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Schrijver & voormalig journalist

    Geert van Istendael (°Ukkel, 1947) studeerde sociologie en wijsbegeerte. Hij werkte bij het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, over ruimtelijke ordening.