Een nieuw tijdperk is aangebroken

Het sociale en politieke protest in de Arabische wereld is al veel langer bezig dan de voorbije maanden. Maar omdat het lokaal bleef en vaak hardhandig werd onderdrukt, kreeg het nauwelijks media-aandacht. Al het opgestapelde ongenoegen leidde in Tunesië en Egypte tot nooit eerder geziene volksopstanden. Na de onafhankelijkheidstrijd gaat een tweede bevrijdingsgolf over de Arabische wereld heen.

In het decembernummer van MO* voorspelde Mohamed El-Baradei dat in Egypte verandering op komst was, en dat het slechts een kwestie van tijd zou zijn. De voormalig directeur van het Internationaal Atoomenergie Agentschap en voorzitter van de Vereniging voor Verandering in Egypte kreeg gelijk. Maar waar El-Baradei zich in vergiste, is de mate waarin de burgers in de Arabische wereld de link maken tussen hun persoonlijke situatie en het politieke systeem. De link tussen hun vraag naar werk, beter onderwijs en betere levensomstandigheden enerzijds en zaken als democratie en vrijheid anderzijds. De volksopstanden in Tunesië en in Egypte hebben aangetoond dat zij dat verband wel degelijk maken. Sociale eisen waren vanaf de eerste dag verweven met politieke eisen. Geïmproviseerde bordjes met de vraag naar werk mengden zich tussen vele andere spandoeken met de vraag naar vrijheid en democratie. En waar Egyptische burgers ‘Het volk wil het regime doen vallen’ scandeerden, riepen de Tunesiërs dat ze nog liever op brood en water zouden leven dan nog langer door Ben Ali geregeerd te worden.

De uitdagingen op een rijtje

De problemen in de Arabische wereld zijn intussen genoegzaam bekend. In zijn rapporten over de Arabische wereld zette het VN-Ontwikkelingsprogramma die uitdagingen jaar na jaar op een rijtje. Om te beginnen is er de explosieve bevolkingsgroei. Tegen 2015 zal de Arabische wereld 395 miljoen inwoners tellen. Bovendien behoort de bevolking tot de jongste in de wereld. Ongeveer zestig procent is jonger dan vijfentwintig jaar. De gemiddelde leeftijd bedraagt er 22 jaar –het wereldgemiddelde is 28 jaar. Voor al die mensen moet niet alleen degelijk onderwijs voorzien worden, na hun opleiding moeten ze ook aan de slag kunnen.

Op het vlak van politieke rechten en mensenrechten, beantwoorden de grondwetten in verschillende Arabische landen niet aan de internationale normen zoals voorzien in de verdragen die de staten nota bene zelf ondertekend hebben. Veel landen hanteren ideologische en doctrinaire formuleringen. Rechten en vrijheden zijn lege begrippen en kunnen in naam van de officiële ideologie of het officiële geloof gemakkelijk geschonden worden. Andere wetten zijn ambigu als het op vrijheden aankomt –zoals de vrijheid van meningsuiting. De wetgeving die die vrijheden moet garanderen, gaat veeleer in de richting van de inperking ervan. In zes Arabische landen is het niet mogelijk politieke partijen op te richten en in de rest wordt het werk van de getolereerde partijen verhinderd. En ook al is het officieel niet verboden verenigingen op te richten, toch wordt het werk van het middenveld enorm bemoeilijkt.

Angstklimaat

Nog een ander pijnpunt is de noodtoestand, die vaak uitgeroepen wordt om tijdelijk een situatie onder controle te krijgen. Hij blijkt in de Arabische landen een ideaal middel om elke vorm van oppositie de grond in te boren. De noodtoestand wordt bovendien eindeloos toegepast. Egypte is hier een prangend voorbeeld van: de noodtoestand werd al in 1981 uitgeroepen. Het afschaffen ervan was één van de eisen van de leiders van de volksopstand op het Tahrirplein. En daarnaast bleek ook het post-9/11-tijdperk een goed alibi om van de strijd tegen het terrorisme een strijd tegen alle soorten opposanten te maken. Overheden vaardigden wetten uit die het mogelijk maken “verdachten” eindeloos op te sluiten, en in sommige situaties werden militaire rechtbanken ingeschakeld.

De noodtoestand is in de Arabische wereld een ideaal middel om elke vorm van oppositie de grond in te boren.
Tussen 2006 en 2008 heeft de Arabische Organisatie voor Mensenrechten voorbeelden van officiële folteringen in acht landen en illegale opsluiting in elf Arabische landen gerapporteerd. Die praktijken verklaren de grote angst onder de bevolking om hun eigen mening te verkondigen én de alomtegenwoordige zelfcensuur die de media zich opleggen. Dat in zo’n omstandigheden toch mensenrechtenactivisten, politieke activisten en intellectuelen opstaan om verandering te bekomen, toont aan dat er wel degelijk oppositie bestaat.

Maar de druk van de overheid werd te groot. Zo groot zelfs, dat het de kleine man was die in Tunesië en Egypte zijn woede op straat ging uitschreeuwen. Voor Mohamed Bouazizi, het symbool van de opstand in de Arabische wereld, werd de vernedering te groot en hij stak zichzelf in brand. De opstand leidde ertoe dat vakantieparadijs Tunesië zijn ware gezicht toonde: een dictatoriaal regime, met armoede en achterstelling in de zuidelijke steden en dorpen van het land. In Egypte was het een groep jonge activisten, shabab 6 april (de jongeren van zes april), die de opstand leidden. Eerst via een oproep op het internet en later vanuit het Tahrirplein hartje Caïro.

Komaf met het verleden

Zowel in Egypte als Tunesië werden de klassieke oppositiepartijen door het volk voorbijgestoken. De eisen van het volk gaan ook veel verder dan die van de oppositiepartijen. Komaf maken met het verleden, dat is het doel. Het regime moet met wortel en tak uitgeroeid worden. In Tunesië heeft de “Jasmijnrevolutie” niet alle banden met het verleden kunnen doorbreken. De vakbond heeft een grote rol gespeeld in het vervolledigen van het werk dat de bevolking begonnen was, maar er trad verdeeldheid op tussen de politieke partijen. Resultaat is dat er nog oude getrouwen van het regime van Ben Ali in de overgangsregering zitten, waaronder eerste minister Mohamed Gannouchi. Er is nog veel werk aan de winkel. Het volk heeft ook aangetoond dat het alert blijft. Hier en daar komt de bevolking in opstand, als protest tegen het gedrag van de politie of tegen de aanstelling van een gouverneur die tot de oude garde behoort.

Het effect van de opstanden in Egypte en Tunesië op de rest van de Arabische wereld liet niet lang op zich wachten. Zowel Jordanië, Jemen als Algerije kondigden halfslachtige maatregelen aan in een poging de woede van het volk te temperen. Algerije heeft de noodtoestand opgeheven, behalve in de hoofdstad. In Jemen verklaarde de president geen kandidaat te zijn voor de volgende verkiezingen en liet de man ook verstaan dat zijn zoon hem niet zal opvolgen. In Jordanië kondigde de regering haar ontslag aan en zijn maatregelen genomen om de stijging van voedselprijzen te drukken. Volgens waarnemers zijn dat echter niet meer dan cosmetische ingrepen die in de veste verte niet tegemoetkomen aan de ambities van het volk in de Arabische wereld. Nu de muur van angst gebroken is, belooft het een bewogen periode te worden in de Maghreb en het Midden-Oosten.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur