Een nieuwe crisis in de maak

Financiële deregulering en groeiende ongelijkheid zijn volgens de Zuid-Koreaanse econoom Ha-Joon Chang de fundamentele oorzaken van de crisis van 2008. Tot op vandaag is aan die oorzaken niets veranderd. Een nieuwe crisis lijkt dan ook onafwendbaar. Om het systeem echt te veranderen, moeten de politici hun verantwoordelijkheid nemen. Zij zijn de enigen die de macht hiervoor hebben. Het Europese model, als sociale welvaartstaat, blijft volgens Chang absoluut te verdedigen.

  • Lisa Develtere Lisa Develtere
Dit is het tweede deel van het interview met Ha-Joon Chang. Lees hier het eerste deel Kapitalisme in de 21ste eeuw
 

Welke oorzaken liggen voor u aan de basis van de financiële crisis?

Op de eerste plaats staat de financiële deregulering en die was het gevolg van een immense lobbying van de financiële sector om zoveel mogelijk beperkingen weg te nemen. Daarnaast was er de groeiende inkomensongelijkheid. Omdat zoveel mensen, vooral in de VS, maatschappelijk gezien niet meer mee konden met hun reële inkomen, begonnen ze meer en meer geld te lenen, daarbij geholpen door een financiële sector die de risico’s van die leningen aan arme mensen door middel van complexe producten leek te kunnen verdoezelen.

Wanneer ik vroeger geld leende bij mijn bank om mijn huis te kunnen betalen, was ik alleen aan de bank iets verschuldigd. Met de financiële innovatie van de voorbije decennia, verpakken de banken al die leningen in artificiële financiële producten die ze op de markt verkopen. Mensen worden gestimuleerd om geld te lenen, of ze die nu kunnen terugbetalen of niet. Dat mechanisme, gekoppeld aan de groeiende consumptiestandaard en het gevoel “tekort te komen”, heeft die maalstroom op gang gebracht.

Is er kans op een nieuwe crisis?

Die crisis is zich aan het voltrekken, er zijn geen fundamentele dingen veranderd. Men neemt opnieuw dezelfde risico’s. Er zit nu door de quantitative easing (QE: de vergroting van de geldvoorraad door een centrale bank,  door middel van de aankoop van effecten zoals staatsobligaties) zoveel geld in het systeem dat nieuwe zeepbellen haast onvermijdelijk zijn. Je weet alleen niet welke zeepbel wanneer zal ontploffen met welke gevolgen.

QE heeft toch de scherpte van de crisis wat verminderd?

Het was beter dan niks, maar het is zeer onefficiënt. Het is zoals iemand die dorst heeft, een fles water over zijn hoofd gieten. Je hebt hem water gegeven, maar niet op een goeie manier om zijn dorst te lessen. Als je de economie echt wil stimuleren, moet je de banken nieuwe regels opleggen. Regels die hen verplichten geld te lenen aan kmo’s, te investeren in infrastructuur, regels die leiden tot een betere herverdeling van het inkomen. Nu wordt dat geld op de bank gezet om de balans beter te laten kloppen.

Dat zijn politieke beslissingen

Natuurlijk, en de mensen die de macht hebben om die beslissingen te nemen, willen geen herverdeling van het geld.

Kunnen bewegingen als de Indignados of Occupy de nodige druk uitoefenen of moeten ingrepen eerder aan de top gebeuren?

Die bewegingen zijn belangrijk maar ze zijn ontoereikend. Spanje houdt nog steeds vast aan zijn bezuinigingsmaatregelen en de VS is ook nog niet van koers veranderd. Zo’n ommekeer kan decennia vergen. Toen de Grote Depressie toesloeg, duurde het ook drie tot zes jaar vooraleer landen kozen voor een ander beleid.

Ik probeer nu na te denken over manieren om zo’n crisis te voorkomen. Een van de concepten waar ik al langer op werk, is het “langeafstandskapitalisme”. In de vroegere vormen van het kapitalisme was “de vijand” duidelijk aanwijsbaar en fysiek aanwezig. Vandaag weet je niet meer tegen wie je moet vechten. De macht van een bank is nog wel heel concreet wanneer ze jouw huis afneemt, maar wanneer jouw geld in een financiële constructie wordt doorverkocht aan een Zwitserse bank die het weer doorverkoopt aan een Japanse bank, waar begin je dan met je aanklacht en je strijd?

“Het neoliberale pakket is in het voordeel van de bezitters van financiële producten”, stelt u in uw boek. Dat is een scherpe omschrijving.

Mensen die deze theorie ontworpen hebben, hadden dit ook op het oog. De basis hiervoor is “maximum flexibiliteit”. Wie heeft er maximum flexibiliteit? De financiële kapitalist, niet het traditionele kapitalisme. In het traditionele kapitalisme kan men dreigen met relocatie van het bedrijf, maar zo makkelijk is het niet. Financieel kapitaal is echter ongrijpbaar: vandaag is het in België, morgen in Japan, overmorgen in Dubai. Om dit te veranderen, moeten politici hun verantwoordelijkheid opnemen, zij zijn de enige hoop. Tenzij we een revolutie ontketenen. Hoe denken we dat de dingen anders kunnen veranderen? We moeten politici overtuigen om een duidelijke positie in te nemen, op alle niveaus: nationaal, Europees, internationaal.

Het neoliberale kapitalisme hanteert een specifiek mensbeeld en vertrekt van het egoïsme (selfishness) van de mens als belangrijke kracht en drijfveer voor de markt. U stelt daar tegenover dat mensen veel meer motieven hebben om iets te ondernemen.

Mensen zijn uiteindelijk heel complex en ontwikkelen zich verschillend naargelang het wereldbeeld en het ideaal dat men hen voorhoudt, de stimuli die men hen geeft, de dingen die bekritiseerd worden. Als je hen een egoïstisch mensbeeld voorhoudt, denken ze dat dit de norm is en worden ze ook zo.

Dat is ook het belang van vorming en onderwijs.

Precies, dat is waarom sommigen heel graag economische vorming willen geven aan kinderen op school om hen in de gewenste richting te sturen. Vandaag zien we dat door de focus te richten op het individu, ook alle verantwoordelijkheid gelegd wordt bij het individu: als je geen werk hebt, is het je eigen schuld. Als je arm bent is het je eigen schuld.

We moeten de betrokkenheid op de gemeenschap en de zorg voor elkaar terug binnenbrengen in onze economie. Of je dat nu wil of niet, individuen hebben nooit op zich bestaan als atomen; wij zijn mensen in relatie tot de ander. Wij functioneren in relatie tot een groter geheel. We moeten met die dimensie dus ook rekening houden.

Ik pleit er niet voor om in gesloten gemeenschappen te gaan wonen, want dat kan zeer verdrukkend werken. Daarom is het leven in de stad zo populair: wonen op de buiten kan een grote sociale druk op je leggen. Een voorbeeld. Toen ik een kind was, was er in Zuid-Korea een groot overschot aan arbeidskrachten. Elke middenklasse familie kon het zich veroorloven twee meiden in huis te hebben. Mijn ouders waren relatief goeie werkgevers, maar toch verkozen die vrouwen om het af te stappen en in een fabriek te gaan werken. Mijn ouders begrepen totaal niet waarom ze dit deden. Hun netto salaris was misschien net iets hoger daar, maar als huispersoneel kregen ze allerlei extra’s gratis, zoals onderdak, eten, slapen, maar wat die meisjes wilden was vrijheid.

Ik probeer nu na te denken over manieren om zo’n crisis te voorkomen. Een van de concepten waar ik al langer op werk, is het “langeafstandskapitalisme”. In de vroegere vormen van het kapitalisme was “de vijand” duidelijk aanwijsbaar en fysiek aanwezig. Vandaag weet je niet meer tegen wie je moet vechten.

Toch zien we in tal van landen dat het algemene klimaat de andere richting opgaat, mensen zijn meer en meer met zichzelf bezig.

 

Landen zijn inderdaad minder begaan met het globale plaatje. Dat heeft ook te maken met de manier waarop de crisis is opgelost: de rijken kunnen het zich permitteren om die zelfingenomen houding aan te nemen en zij profiteren van de lage loonarbeid. De armen, waarvan velen zonder job bleven, moeten het opnemen tegen die rijken. Een van de redenen voor het opkomen van de anti- immigrantenpartijen is omdat de traditionele elite gefaald heeft om die problemen van ongelijkheid aan te pakken.

Paul Collier zegt dat teveel migratie leidt tot spanningen in de ontvangende landen en tot brain drain in de herkomstlanden.

Ik volg hem daarin. Er is een duidelijke grens aan de immigratie die een land op korte termijn kan verwerken. Het is voor de rijke landen met een zesde van de wereldbevolking gewoon fysiek onmogelijk om de andere vijf zesden te verwerken. Dat zou tot oorlog leiden. Dat wil niet zeggen dat migratie niet erg zinvol kan zijn, voor beide kanten, op voorwaarde dat het met mate gebeurt. Mijn vaderland Zuid-Korea exporteerde mensen tot twintig jaar geleden. Vandaag kent het behoorlijk wat immigratie en dat is ook nodig want we hebben het laagste geboortecijfer ter wereld.

Is dat de vrucht van een bewuste politiek?

De Koreanen zijn een heel speciaal volk: als ze zich op iets toeleggen, willen ze de eerste zijn. “Katholieker dan de paus” zoals de latino’s zeggen. Noord-Korea is het meest Stalinistische land ter wereld; Zuid-Korea was de kampioen van het staatskapitalisme. De reden voor dit uitstervend geboortecijfer is dat we momenteel veel hoog opgeleide jonge mensen hebben die willen werken; de lonen en de levensstandaard zijn ook van die aard dat je met twee moet gaan werken. Pensioenen en sociale voorzieningen zijn erg zwak, er is haast geen kinderopvang. Veel ouders willen privéonderwijs voor hun kinderen en dat is erg duur.

Hoe reageert men in Zuid-Korea op uw boek? Het is ook een land dat de ladder waarop het is opgeklommen, wegtrekt voor anderen.

Mijn gedachtegoed is erg populair bij gewone burgers, maar de elite haat me. De vorige regering heeft zich zo ingespannen om een vrijhandelsverdrag te tekenen met de VS en de EU. Ze houden niet van mijn benadering en noemen me een communist.

Hoe kijkt men er naar Europa? Wij denken van onszelf dat we economisch efficiënt zijn terwijl we kunnen terugvallen op een uitgebreid sociaal systeem. Kunnen we dit aanhouden?

Europa mag fier zijn op zijn model en moet eerder andere landen aanmoedigen om te worden zoals Europa. We zien echter dat Europa de andere richting uitgaat en meer wordt zoals de VS. Veel landen willen worden zoals Amerika, ook Korea, omdat dit het beste systeem is voor de rijken.
Zuid-Korea besteedt slechts tien procent van zijn inkomen aan sociale bescherming. Van alle OESO-landen doet alleen Mexico slechter. Toch zie ik een evolutie ten gunste. Veel Zuid-Koreanen willen een betere sociale bescherming. De huidige presidente Park heeft een staatspensioen voor iedereen beloofd. Europa moet zijn model durven tonen en bepleiten. Ik probeer nu al tien jaar aan de Koreanen over het Europese model te vertellen. Stilaan begint het besef door te dringen dat het nodig is te investeren in de welvaartstaat.

Nochtans hoor je nu ook in België pleiten voor minilonen van vijf euro, op zijn Duits.

Dat is een voorbijgestreefde visie. Het heeft geen enkele zin om te proberen met China te concurreren inzake lonen, want wat komt er nadien? Vietnam en dan Ethiopië. Je kan dat spel nooit winnen. Wat is de zin van een rijk land te worden als je mensen arm zijn?

Probeer gewoon je productiviteit hoog te houden: dan kan je die hoge lonen betalen. Soms heb ik inderdaad de indruk dat jullie elites willen dat de EU meer wordt zoals de VS: met meer ongelijkheid, meer rijkdom voor de rijken. Dat vind ik geen goed idee. Je moet ernaar streven uw model uit te voeren.
Zuid-Korea werd door de Verenigde Naties na de financiële crisis aangewezen als het land met het groenste stimuleringsprogramma. De overheidsinvesteringen waarmee het de crisis wilde te lijf gaan, bestonden grotendeels uit groene maatregelen.

Dat heeft me verbaasd want de toenmalige president had meer weg van een Koreaanse Berlusconi. Hij had zijn groene ideeën van elders gehaald, maar blijkbaar heeft hij er zich van laten overtuigen dat er geld te verdienen is met dat groene verhaal. We zullen zien wat er van komt want tegenwoordig ontwikkelt Korea zich evenzeer tot een financieel centrum: wist je dat we de grootste markt voor afgeleide producten zijn? Dit groene programma heeft maar zin als men het volhoudt, als men voldoende lang investeert in R&D om er resultaten uit te halen.

U bent ook nauw betrokken bij de uitbouw van het economisch model in Ecuador. President Rafael Correa probeert daar af te geraken van wat hij noemt “de lange nacht van het neoliberalisme”. Hun economie is echter gebaseerd op de exploitatie van natuurlijke rijkdommen en dat leidt tot aanhoudende sociale conflicten.

Wanneer je een arm land bent — en Ecuador is toch nog een arm land- dan zijn er twee opties om deviezen binnen te krijgen. De ene is goedkope arbeidskrachten uitbuiten, de andere optie is de natuurlijke rijkdommen uitbuiten. Geen van beide is een optimale keuze. Korea heeft de keuze gemaakt voor goedkope arbeidskrachten, met barslechte arbeidsomstandigheden in de fabrieken in de jaren zestig en zeventig. Dat is een heel slechte optie. Als je natuurlijke rijkdommen hebt, kan je daar op terugvallen. Alleen, als die dan in het Amazonewoud liggen, is dat problematisch.

Belangrijk voor een land als Ecuador is wel om ook te investeren in afgewerkte producten, zodat je niet gebonden blijft aan die ontginning van natuurlijke rijkdommen. Al ze alle inkomsten investeren in pensioenen en sociale voorzieningen, maken ze het leven voor de mensen van nu wel makkelijker, maar lopen ze in de toekomst weer vast omdat ze toch steeds producten zullen moeten verkopen. Ik geloof dat Rafael Correa intelligent is, en hopelijk vindt hij een evenwicht. Ik ben daar hoopvol over omdat er een duidelijk ontwikkelingsplan is, met als belangrijk oriëntatieprincipe “het goede leven” en niet enkel groei groei groei. Ik denk dat ze de juiste prioriteiten leggen maar ik kan niet garanderen dat het lukt.

Dit is het tweede deel van het interview met Ha-Joon Chang. Lees hier het eerste deel Kapitalisme in de 21ste eeuw .

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift