Een nieuwe wereld begint met nieuwe woorden

Naar aanleiding van de tiende verjaardag van de zapatistische opstand in Chiapas, Mexico, enkele beschouwingen van Subcomandante Marcos, de leider of tenminste het gemaskerde gezicht van de zapatisten. El sup schrijft zowel filosofische traktaten als naïeve verhaaltjes over don Durito, een klein, taai kevertje in het Lacandonenwoud, waarmee hij discussiërend en filosoferend de eenzame nachten doorbrengt.
1. Op 1 januari 1994 verklaarden de zapatisten in het zuiden van Mexico de oorlog aan het neoliberalisme. De datum is symbolisch: op die dag startte het vrijhandelsverdrag tussen Mexico, de Verenigde Staten en Canada.
Durito zegt dat de eerste januari 1994 (het regende, het was koud, en een dichte nevel hing over de stad), een indiaanse zapatist zijn voet plaatste om de almachtige trein van de onaantastbare regeringspartij PRI te doen ontsporen.
Durito zegt: als de zapatisten iéts in overvloed hebben, dan zijn het wel voeten. Want die voeten zijn groot geworden van het vele stappen, van de lange nacht van leed en pijn, van de tocht naar de hoop.
Durito zegt dat de zapatisten het niet zullen opgeven om die hele nacht uit te lopen tot iedereen die te voet is, mee kan beslissen, niet alleen over het bestaan van de trein en de richting die hij uitgaat. Maar ook tot er voor iedereen van die voetgangers stoelen zijn onder een appelboom, een boom die doorbuigt van de vruchten…voor iedereen.
‘Want daarover gaat dit alles, over appels en stoelen en treinen’, zegt Durito terwijl hij met voldoening ziet dat het zaadje dat hij enige tijd geleden zaaide, door de aarde breekt, de aarde die het, medeplichtig en solidair, bewaarde.
2. De strijd van de zapatisten is een strijd om gezien en gehoord te worden, mét behoud van de eigen indiaanse identiteit. De vraag naar een volwaardige erkenning van die identiteit werd door het Mexicaanse Congres in juli 2001 nogmaals afgewezen. Als antwoord daarop beslisten de zapatisten in augustus 2003 zich te organiseren in autonome dorpen, ook al wordt die autonomie door de overheid (nog) niet officieel erkend. Die autonomie van de gemeenschappen wordt georganiseerd in de zogenaamde ‘caracoles’, een nieuwe structuur van autonome regio’s.
Ochtendgloren in de bergen van zuidoost Mexico. Langzaam maar in een onafgebroken beweging laat de maan de donkere sluier van de nacht van zich afglijden en toont de schitterende naaktheid van haar licht. Haar schijnsel spreidt zich uit over de uitgestrekte hemel. Ze wil kijken en bekeken worden, aanraken en aangeraakt worden.
Wat het licht doet, is zijn tegenpool aflijnen. Onderaan de maan schuift een wolk traag verder, verleid door haar schaduw die haar toefluistert: ‘Kom met me mee, kijk met je hart naar wat mijn ogen je tonen, stap in mijn voetsporen en droom in mijn armen. Kijk hoe hierboven de sterren een caracole maken, waarvan de maan het begin en het einde is. Kijk en luister. Het is rebelse maar waardige grond waarop we ons bevinden. De mannen en vrouwen die hier leven, zijn zoals vele mannen en vrouwen in de wereld. Laten we op pad gaan om hen te zien en te horen, op dit ogenblik dat de tijd aarzelt tussen nacht en dag, en de ochtend als koningin heerst over dit gebied.
Opgelet voor de plassen en het slijk. Volg de voetafdrukken, dat is het verstandigst. Hoor je dat gegiechel? Het is een koppeltje dat op dit uur het oude ritueel van de liefde herhaalt. Hij fluisterde iets en zij lacht, en haar lach klinkt als een lied in de oren. Daarna stilte en een onderdrukte zucht. Of misschien juist omgekeerd, eerst het zuchten en nadien het gefluister en gelach. Maar laat ons verdergaan, de liefde heeft geen andere getuigen nodig dat de gewaarwordingen van de huid.
Kom, ga zitten en luister. We bevinden ons op het grondgebied van rebellen. Hier wonen en strijden die mensen die “zapatisten” heten. Merkwaardige mensen, die het anderen hopeloos moeilijk kunnen maken. In plaats van hun spoor in de geschiedenis na te laten met terechtstellingen, dood en vernieling, willen ze liever Leven. De voorhoedes van deze wereld rukken zich de haren uit het hoofd, want de oude kreet ‘overwinnen of sneuvelen’ zegt hen niets: ze overwinnen niet of sneuvelen niet, maar geven zich evenmin over en hebben ook geen zin om als martelaar te sterven of te capituleren. En die merkwaardige figuur van hun leider, een zekere Sup Marcos. Die lijkt eerlijk gezegd meer op Cantinflas (de Charlie Chaplin van Mexico, nvdr) of Pedro Infante (acteur en zanger, nvdr) dan op Emiliano Zapata of Ché Guevara. Niet verwonderlijk dat niemand hen ernstig neemt. Ze zijn zelf de eersten om met zichzelf te lachen.
Rebelse indianen zijn het, die breken met het traditionele schema dat hen opgelegd is om naar de wereld te kijken, of om zelf bekeken te worden. Zij beantwoorden niet aan het beeld dat men meestal van indianen heeft. Het zijn niet de diabolische mensenofferaars die de goden gunstig moeten stemmen. Niet de behoeftige sukkels die hun hand uitsteken en wachten op een aalmoes van een rijke. Niet de geïdealiseerde primitieven die door de moderniteit gecorrumpeerd worden. Niet de verknechte dienaars van de haciëndas, de open wonden van de Mexicaanse geschiedenis. Niet de handige stielmannen, wiens kunstwerken wel aan de muren mogen prijken, maar voor wie de kopers in de grond een diep misprijzen koesteren. Niet de naïevelingen die verondersteld worden geen mening te hebben over iets wat verder reikt dan de eigen beperkte geografie. Niet de stakkers die hemelse of aardse goden vrezen.
Deze indianen jagen zelfs hun sympathisanten op stang. Ze luisteren niet. Wanneer je verwacht dat ze gaan spreken, zwijgen ze. En wanneer je stilte verwacht, praten ze. Wanneer je verwacht dat ze de leiding nemen, stoppen ze zich weg. Wanneer je denkt dat ze achteraan zullen volgen, duiken ze ineens langs een andere kant op. Wanneer je verwacht dat ze gaan spreken, nemen ze het woord maar hebben ze het over alles, behalve wat jij dacht dat het onderwerp was. Wanneer je denkt dat ze genoeg hebben met hun eigen streek, zie je hen en hun strijd de wereld rond gaan.
Een raar volkje, die zapatisten. Ze stellen zich dingen voor, nog voor ze er echt zijn. Zij denken dat, als je die dingen benoemt, die dan ook geboren worden en beginnen te leven en te groeien. En dus ook problemen beginnen te veroorzaken. Ook nu weer hebben ze zich een voorstelling gemaakt van iets en gaan ze doen alsof dat al bestaat. En niemand gaat het begrijpen, tot er een tijd overheen is gegaan. Want, inderdaad, eenmaal de dingen benoemd zijn, krijgen ze ook gestalte, leven, een toekomst.
Ik denk dat zij kijken met hun oren en horen met hun ogen. Dat klinkt ingewikkeld, maar dat is wat me te binnen schiet op dit ogenblik. Kijk hoe de waterloop een draaikolk wordt, hoe de maan fonkelt in haar middelpunt. Een draaikolk…een caracole.
Men zegt dat de voorouders hier altijd vertelden dat de eerste mensen een groot respect koesterden voor de figuur van de caracole. Men zegt dat ze vertelden dat de caracole het symbool is van het binnengaan in het hart van iets of iemand. En dat het ook het symbool is van het hart dat naar buiten komt om de wereld in beweging te zetten. Om leven te geven, bedoelden ze daarmee. De caracole dient ook om de gemeenschap bijeen te roepen, om het woord door te geven, te overleggen en tot een akkoord te komen.
De caracole helpt het oor ook om te horen, om zelfs woorden die ver weg klinken, op te vangen. Dat vertelden onze voorouders altijd. En ik zie en ik hoor een caracole, het “pu”y” zoals de maya’s dat noemen.
Ssht. Stilte. De ochtend maakt al plaats voor de dag. Het is nog donker, maar zie hoe er al licht komt door de struiken. Het komt van het vuur in de haarden. Niemand ziet ons, omdat we nu nog schaduwen zijn in de schaduw. Anders zouden ze ons wel uitnodigen voor een kopje koffie. Dat zou heerlijk zijn in deze kou. Zoals ook jouw hand in de mijne heerlijk is.
Kijk, de maan schuift al weg in het westen en verbergt achter de bergen haar buik zwanger van licht. Het is tijd om door te gaan, om te schuilen in het donker van de grot, waar het verlangen en de vermoeidheid verdreven worden met een andere, verleidelijke inspanning. Kom, ik zal je strelen en zacht toefluisteren.
Uren hebben ze bijeen gezeten, deze mensen met een donker hart, en met hun ideeën hebben ze een caracole gemaakt. Vanuit het internationale niveau hebben hun blik en hun ideeën zich meer en meer naar binnen gericht, via het nationale en het regionale naar het lokale. En zo kwamen ze bij uit wat zij Votan noemen: de behoeder en het hart van het volk, van de zapatisten. Aan de buitenste kring van de caracole worden woorden gedacht zoals “globalisering”, “machtsoorlog”, “verzet”, “economie”, “stad”, platteland”, “politieke situatie” en andere termen, die onmiddellijk weer vervagen na de vraag: ‘Is alles duidelijk?.’
Op het einde van de weg van buiten naar binnen, in het middelpunt van de caracole, staan de letters EZLN, het Zapatistisch Bevrijdingsleger. Wat daarna volgt, zijn alleen maar voorstellen. In de gedachten en in het hart tekenen zich vensters af en deuren die alleen deze donkere mensen maar zien. (Ze bestaan immers nog niet echt). En iemand stelt de vraag: ‘Is er een akkoord?’ ‘Er is een akkoord’, antwoordt de gemeenschap. En opnieuw komt de caracole in beweging, nu in omgekeerde richting, van binnen naar buiten. En ook de bordveger volgt de omgekeerde richting tot er op het bord maar één zin overblijft, een zin die velen tot waanzin drijft maar die voor deze mannen en vrouwen de inzet van de strijd is: ‘Een wereld waarin plaats is voor vele werelden.’
3. De strijd van de zapatisten is altijd een lokale strijd geweest, ingebed in een mondiaal verzet tegen de globalisering. Het verwondert dus niet dat Don Durito ook het nieuwe Amerikaanse imperialisme van de regering Bush op de korrel neemt.
Durito zegt dat de verschillende keuzemogelijkheden die de Macht aanbiedt, uiteindelijk allemaal een valstrik zijn. ‘Wanneer er vele wegen zijn en we de mogelijkheid aangeboden krijgen om te kiezen, vergeet men vaak iets fundamenteels: al die wegen leiden naar hetzelfde. De vrijheid die ons geboden wordt, bestaat er niet in dat we zelf de eindbestemming kunnen bepalen, en het ritme en de snelheid waarmee we de weg afleggen, of ons gezelschap kunnen kiezen. Het enige wat we zelf mogen kiezen is de weg. Erger zelfs: de vrijheid die de Machthebber aanbiedt, is alleen de vrijheid om te kiezen wie er stapt in onze plaats’. Dat zegt Durito.
Durito zegt nog dat, in werkelijkheid, de Macht enkel de vrijheid biedt om te kiezen tussen verschillende mogelijkheden om onze dood tegemoet te gaan.
Je kan het weemoedige model kiezen, dat wil zeggen: de weg van de vergetelheid. Dat is de keuze die de Mexicaanse indianen wordt aangeboden als beste optie.
Je mag ook kiezen voor het moderniseringsmodel, wat neerkomt op de optie voor waanzinnige uitbuiting. Dat is de keuzemogelijkheid die de Latijns-Amerikaanse middenklasse wordt voorgehouden, als meest aangepast aan hun consumptiepatronen.
Of als die opties je niet aanstaan, kan je ook voor het futuristische model kiezen, voor de wapens van de 21ste eeuw. Dat is de weg die gekozen werd bij de telegeleide raketten op Irak en die - opdat er geen twijfel zou bestaan over het democratische karakter ervan- evengoed Irakezen doden als Noord-Amerikanen, Saudi’s, Iraniërs, Koerden, Britten of Koeweiti’s (en wellicht nog andere nationaliteiten).
Er zijn nog veel meer modellen, voor elk wat wils eigenlijk. Want als er iets is wat je het neoliberalisme moet nageven, dan is het de haast eindeloze reeks mogelijkheden die het creëert om op je dood af te stevenen. Geen enkel politiek systeem in de geschiedenis van de mensheid kan daaraan tippen.
Durito zet een glas water op een tafeltje dat gemaakt is van wat stokken die met twijgjes bijeen worden gehouden. Hij zegt: ‘De Macht zegt ons, bijvoorbeeld, dat we moeten kiezen tussen optimistisch zijn of pessimistisch. De pessimist zegt dat dit glas half leeg is, de optimist zegt dat het half vol is. Maar de rebel is er zich van bewust dat het glas noch het water hem toebehoren en dat het de andere is, de machthebber, die het glas vult of ledigt zoals het hem belieft. De rebel ziet wel de list, maar hij ziet ook de bron van waar het water komt.
Wanneer de rebel dus voor de keuze staat om één van de verschillende wegen in te slaan, kijkt hij verder, hij kijkt twee keer. Hij ziet dat al die wegen dezelfde eindbestemming hebben. Hij ziet dat er geen weg is naar de plek waarheen hij wil gaan. In plaats van zich druk te maken om de enquêtes die aangeven welke de beste weg is “want zoveel procent kan zich toch niet vergissen”, begint de rebel een nieuwe weg te banen.’ Dat zegt Durito, terwijl hij aan de verschillende Noord-Amerikaanse ambassades over heel de wereld kleine papiertjes van alle mogelijke kleuren uitdeelt waarop duidelijk staat ‘NEEN’.
4. De zapatistische Mayaboeren ervaren de huidige wereldorde, en de manier waarop zij er in de bergen van Chiapas mee kennismaken, als de definitieve ontkenning van hun recht om zelf, als volk, te bepalen wat ontwikkeling is.
Als de maatschappij van de Macht zich neerlegt op de sofa om te reflecteren over haar complexen en spoken, blijkt dat al die kwelgeesten één gemeenschappelijke noemer hebben: de Andere. De cultuur van die Andere wordt de spiegel van de Macht. Die spiegel wordt verfoeid, niet zozeer omdat hij de onmenselijke wreedheid van de Macht weerspiegelt, maar omdat hij de geschiedenis van de Andere vertelt, een geschiedenis die op gemeenschappelijkheid gebaseerd is. De voorbije decennia werd de plaats van het kwaad, in de verbeelding van de Macht immers ingenomen door alles wat collectief was. De gemeenschap is de rebelse Lucifer in de nieuwe Bijbel van de Macht - die geen verlossing predikt, maar verdrukking.
Het gelaat van de Andere is zijn cultuur, daarin wordt het verschil zichtbaar. Taal, geloof, waarden, tradities en geschiedenissen bundelen zich in naties, die zich daardoor van elkaar kunnen onderscheiden maar die op basis van die diversiteit ook in staat zijn relaties met elkaar aan te gaan. Een natie zonder cultuur is een geheel zonder gezicht, zonder ogen, oren, neus of mond, maar ook zonder hersenen.
Cultuur is een van de weinige zaken die een natie nog toelaat te blijven ademen. De uitschakeling van een eigen cultuur zal de doodsteek betekenen voor de natie. En niemand zal de begrafenis bijwonen, aangezien de kijkcijfers veel te laag zullen liggen.
5. Het zapatistisch verzet heeft de voorbije tien jaar hoogdagen gekend, maar ook donkere nachten. Subcomandante Marcos weigert zich te bezondigen aan hoogdravende retoriek, maar blijft wel koppig en eigenzinnig geloven in het project van verzet. Tien jaar is niet lang in de kalender van de indiaanse strijd.
Een overwinning van het verzet is mogelijk. Als het zo ver is, zal er geen precieze datum voor deze overwinning zijn, en al evenmin vervelende en vermoeiende parades. Ik predik geen holle hoop. Ik wil me alleen een beetje wereldgeschiedenis herinneren, en in elk land een beetje nationale geschiedenis.
Wij zullen overwinnen, niet omdat dat onze bestemming is en ook niet omdat die overwinning al beschreven wordt in onze rebelse of revolutionaire geschriften. Wij zullen overwinnen omdat we ervoor werken en vechten.
Daarom moeten we respect opbrengen voor de andere die zich elders verzet, vanuit zijn andere zelf. Daarom ook moeten we de nederigheid opbrengen om te beseffen hoeveel we nog kunnen leren van dat andere zelf. Daarom, tenslotte, hebben we behoefte aan wijsheid om een theorie en een praktijk te ontwikkelen - niet te kopiëren- waarin geen plaats is voor arrogantie in de uitgangspunten, maar die wel een horizon kennen, en weten welke instrumenten er nodig zijn om die horizon te bereiken.
Onze overwinning heeft niets te maken met het verstevigen van bestaande standbeelden, maar alles met een inzet voor een wereld waar standbeelden enkel bestaan om de vogels erop te laten schijten. Een wereld waarin vele vormen van verzet op elkaar aansluiten. Wij zoeken geen Internationale van het Verzet, maar een bont geschakeerde vlag, een melodie met vele wijsjes. En als dat dissonant klinkt, dan heeft dat te maken met het feit dat de kalender van de basis nog bezig is met het schrijven van de partituur, waarop elke noot haar plaats, haar resonantie en - vooral- haar verhouding tot de andere noten zal vinden.
De geschiedenis is bijlange niet voorbij. In de toekomst zal harmonieus samenleven tussen mensen mogelijk zijn, niet omdat er oorlogen gevoerd worden waardoor de ene de andere kan overheersen, maar omdat mensen ‘neen’ kunnen zeggen. Hetzelfde ‘neen’ dat mannen en vrouwen al vanaf de prehistorie een gezamenlijk doel gegeven heeft, en daardoor ook hoop. En hoop, dat is het overleven van de mensheid, tegen het neoliberalisme in.
de bergen van het Mexicaanse Zuidwesten,
Subcomandante Insurgente Marcos
(samenstelling en vertaling: Alma De Walsche)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3081   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift