Een op vijf Vlamingen vertrouwt zijn bank niet meer

Zes procent van de Vlamingen is van bank veranderd als reactie op de financiële crisis –enorm veel volgens specialisten. Een kwart zag zijn inkomen verminderen, en een op vijf vertrouwt zijn bank niet meer. Dat zijn enkele opvallende resultaten uit de peiling die MO* liet uitvoeren over de aanpak van de economische crisis.
  • Lectrr 2009 was een annus horribilis. Lectrr

Een kwart van de ondervraagden zag zijn inkomen verminderen door de crisis. Mensen met een lager inkomen en een lagere scholing worden in verhouding meer getroffen.


Geert Noels, afgevaardigd bestuurder van Econopolis en auteur van Econoshock: ‘Dat verbaast me niet. De helft van de bevolking haalt zijn inkomen bij de overheid. Eigenlijk is het wat zorgwekkend dat zo weinig mensen dat voelen, want de crisis is wel reëel. Ik zou willen dat er meer solidariteit is met diegenen die getroffen worden –de mensen die hun baan verliezen. Dat zou kunnen door ook wat in te leveren– op ambtenarenlonen en pensioenen– waardoor de loonkost wat zou kunnen dalen en mensen minder snel zouden worden ontslagen.’
Paul De Grauwe, professor economie aan de KU Leuven, kijkt er anders tegenaan: ‘De sociale bescherming en de loonafspraken in een land als België zorgen ervoor dat er inderdaad een eerder beperkte impact is op het inkomen. Daardoor is de recessie niet zo diep. Voorstellen om in te leveren, lijkt me geen goed idee. Toch niet voor deze crisis. Dit is een crisis van de vraaguitval en met zo’n maatregel doe je de vraag verder dalen.’

Twee op drie vindt het goed dat de overheid de banken heeft gered. Wellicht niet toevallig scoren de 55-plussers met de grootste spaartegoeden hierin het hoogst. Relatief meer zelfstandigen en arbeiders zijn niet akkoord.


De Grauwe: ‘Het geeft aan dat mensen kennelijk begrijpen dat de banken failliet laten gaan veel grotere schade zou hebben berokkend aan iedereen. Het positieve is dat we voor één keer wel degelijk geleerd hebben uit de geschiedenis en, anders dan de jaren dertig, de banken niet hebben laten vallen.’
ABVV-voorzitter Rudy De Leeuw voelt zich door die hoge score gesterkt. ‘Wij hebben de redding van de banken altijd verdedigd, zij het dat we er voorstander van waren om de banken te socialiseren en zo ook weer de nodige financiële knowhow bij de overheid te brengen. Nu hebben we de lasten genationaliseerd en de baten geprivatiseerd. Gelukkig is er een correctie nu banken verplicht worden om hun bijdrage te leveren tot de publieke financiën.’

Twee op drie zegt nog volop vertrouwen te hebben in zijn bank. 21 procent is dat vertrouwen kwijt, bij de arbeiders loopt dat zelfs op tot 30 procent.


Professor De Grauwe vindt dat enorm veel na wat er is gebeurd. ‘Ik ben er zeker van dat het cijfer veel lager had gelegen indien de overheid de banken niet had gered. Daarom drukken de mensen hiermee eigenlijk veeleer hun vertrouwen uit in het systeem en de overheidsgarantie die eraan vast hangt.’

Zes procent van de ondervraagden is van bank veranderd.


Noels: ‘Dat is eigenlijk enorm veel, als je weet hoe moeilijk mensen van bank veranderen. Het zegt overigens niets over hoeveel mensen rekeningen hebben geopend bij verschillende banken. Dat cijfer ligt veel hoger.’ Febelfin, de Belgische federatie van financiële instellingen, kon geen exacte cijfers geven over het aantal mensen dat van bank is veranderd.

55 procent van de ondervraagden vindt dat de overheid de banken en financiële instellingen moet verplichten om het hen toevertrouwde geld te investeren in de strijd tegen de klimaatverandering.


Noels gaat daarmee niet akkoord: ‘Verplichten werkt niet. Banken zullen niet groen investeren als er niet voldoende winst kan worden gemaakt en dat veronderstelt dat de echte milieukosten in de prijzen verrekend worden. Als dat gebeurt, zal er massaal groen worden geïnvesteerd. Dat bleek al meteen toen de olieprijs hoog lag. Hebzucht is de sterkste stimulans, zo zijn mensen nu eenmaal. Mensen en banken zijn ook niet in het internet gaan investeren omdat ze verplicht waren, maar omdat ze geloofden dat ze winst konden maken. Zo moet het ook voor groene investeringen.’
Noels gelooft niet dat we voluntaristische acties van de financiële sector moeten  verwachten. ‘Wat wel kan, is dat overheden obligaties voor groene investeringen uitschrijven en zo de mensen die hun spaargeld groen willen beleggen een kans bieden. Dat kan, maar het heeft een kleiner effect. Nogmaals: de hogere olieprijs heeft meer effect gehad dan het hele Kyotoproces. We hebben wat geluk. Als door een goddelijk toeval zijn de olievoorraden aan hun piek net op het moment dat de klimaatcrisis erger wordt.’
Volgens professor De Grauwe kunnen overheden ervoor zorgen dat groene investeringen rendabel worden door middel van subsidiëring en correcte prijzen: ‘Op die manier voorkom je dat de banken eventueel met slechte kredieten zitten opgezadeld omdat ze investeren in de verkeerde groene investeringen.’
Professor Hans Bruyninckx (KU Leuven) vindt dat je aan banken wel mag vragen dat ze hun beleggingen meer richten naar duurzame investeringen. ‘Dexia en KBC –en vooral Triodos– hebben initiatieven genomen rond duurzaam beleggen. We mogen daar meer van verwachten.’

45 procent van de ondervraagden vindt dat de overheid niet moet tussenkomen in de financiële sector, het is aan de bankiers om dit op te lossen. 43 procent vindt precies het omgekeerde.


Noels: ‘Ik vind het vrij veel dat 43 procent vindt dat de overheid wel moet tussenkomen, terwijl ze misschien van nature zouden denken dat de staat zich daarin niet moet mengen. Een reden is natuurlijk dat in ons land liefst vier systemisch belangrijke banken in moeilijkheden zijn geraakt. Dat is enorm.’
Rudy De Leeuw denkt dat we met de crisis het point of  no return hebben bereikt. ‘De mensen willen dat we ingaan tegen het marktfundamentalisme en de groeiende ongelijkheden van het kapitalisme. Vergeet niet dat de financiële transacties wereldwijd vijftig maal zo groot zijn als de reële economie. Wat is daarvan het maatschappelijk nut? Die laag casinokapitalisme boven het reële kapitalisme brengt ons niets bij. De politiek aanvaardt dat niet meer. Dat verklaart waarom de EU zich nu voor de Tobintaks uitspreekt. Ik doe trouwens een voorspelling voor zij die hardleers zijn: we zullen moeten opletten dat we geen nieuwe zeepbel in de prijs van CO2-rechten krijgen.’

Twee op drie vindt dat banken een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben, dat ze meer moeten doen dan winst maken.


Noels: ‘Ik ben blij dat een meerderheid dat belangrijk vindt. Alleen is daarmee niet duidelijk hoe ver die verantwoordelijkheid moet gaan. Het is immers bij de invulling van die maatschappelijke verantwoordelijkheid dat de discussie pas begint. Gaat het over een correct beheer van de werkmiddelen, of om positieve discriminatie van minderheden in het aanwervingsbeleid? Ik zeg maar iets. Het minimum lijkt me dat de banksector de economie niet in gevaar brengt, dat hij geen schade berokkent aan de reële economie en juist dat is nu wel gebeurd. Wat aangeeft dat de banken hun verantwoordelijkheid onvoldoende hebben opgenomen.’
De Grauwe: ‘Die reactie verbaast me niet. Winst heeft sowieso al geen goede naam. Als men vindt dat de banken niet alleen maar winst moeten maken, wat bedoelt daar dan juist mee? Nu hebben de bankiers gezocht naar winst op de korte termijn en het risico afgeschoven op de maatschappij. Na ons de zondvloed, dat was bijna misdadig eigenlijk. Als banken gaan voor winst op de lange termijn, nemen ze al veel beter hun verantwoordelijkheid op, maar daarmee beleggen ze nog niet in groene economie.’
Professor Bruyninckx vindt dat je van banken die zelf zeggen dat ze een maatschappelijke functie hebben, ook kan vragen om zich in te schrijven in aantal nieuwe dynamieken –duurzaamheid is een ervan.

21 procent van de ondervraagden zou zijn spaargeld toevertrouwen aan een bank die de overheid nu zou oprichten. 76 procent zou dat niet doen.


Geert Noels vindt dat wat hypocriet. ‘Iedereen is wel tevreden dat er een overheidsgarantie was, maar een overheidsbank zien velen dan weer niet zitten. Terwijl die overheidsgarantie toch ook voor veel problemen zorgt: kleine banken worden daardoor benadeeld omdat hun failliet geen systemisch risico vormt, en ze dus minder kunnen rekenen op die staatssteun.’
Professor De Grauwe is niet verbaasd door het relatief lage aantal voorstanders van een overheidsbank: ‘Het wijst op het grote wantrouwen in de capaciteit van de overheid om een bedrijf te beheren. Dat is op zich verwonderlijk: de staat mag de banken redden maar ze zelf niet runnen. Zo gaan de verliezen naar de belastingbetaler en de winsten naar de aandeelhouder. Juist om dat te voorkomen, heb ik verdedigd dat de staat de banken een tijdlang zou overnemen zodat een deel van de toekomstige winsten naar de belastingbetaler zou gaan.’
Is het niet ideologisch om zomaar te stellen dat een overheidsbank synoniem is voor inefficiëntie? De ASLK werkte toch vrij goed? De Grauwe: ‘Dat klopt. Ik denk dat er sindsdien een groot wantrouwen is gegroeid tegenover de overheidsdiensten. Moet je naar het gerecht? Dan ben je eigenlijk verloren.  In een gemengde omgeving, met ook private banken op de markt, kan een staatsbank volgens mij vrij goed werken. Dat is bewezen, er is dan voldoende marktdruk om de dienstverlening op peil te houden.’
Rudy De Leeuw is wat ontgoocheld dat het idee van een overheidsbank niet meer aanhangers heeft. ‘We zijn die traditie kwijt en begin er nu maar eens aan. Met de ASLK, en deels het Gemeentekrediet, hadden we openbare banken die meer dan 21 procent van het spaargeld binnenhaalden. Dat waren juweeltjes van economisch presteren. Toen was er wel vertrouwen en de mensen zijn dat kennelijk vergeten. Enfin, 21 procent is een basis om mee te starten, maar het potentieel is volgens mij veel groter.’
Ingenieur en klimaatdeskundige Peter Tom Jones is verbaasd dat heel veel mensen wel vinden dat banken een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben maar slechts een op vijf voor een staatsbank is. ‘Nochtans zal die maatschappelijke verantwoordelijkheid maar opgenomen worden door overheidsbanken of coöperatieve banken. En dat zal nodig zijn om de klimaatproblemen echt aan te pakken.’
Reactie van Paul De Grauwe (KUL) over de toekomst: ‘Ik houd mijn hart vast’
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift