Een revolte maakt nog geen lente

De revolutie in de Arabische wereld zit nog maar in de startblokken. De hindernissen zijn enorm. En niemand garandeert dat de nieuwe leiders niet op hun beurt proberen de controle over de staat te krijgen.

  • Whassim Ben Rouma Bloemen op een Tunesische tank, Tunis, januari 2011 Whassim Ben Rouma

De tumultueuze en hardnekkige opstanden in de Arabische wereld gaan nauwelijks hun zevende maand in en nu al hoor je sommige commentatoren en analisten met vrij grote zekerheid zeggen dat de contrarevolutie is begonnen. Dat is een bizarre bewering. Contrarevolutie? Is de revolutie in Tunesië en Egypte – de enige Arabische landen waar de dictator onder druk van volk en het leger is afgetreden, Jemen is een twijfelgeval – dan al achter de rug? En zo ja, welke ingrijpende en grootschalige veranderingen werden dan gerealiseerd?

Het is verleidelijk om onverwachte en abrupte veranderingen onmiddellijk als revoluties te bestempelen. De euforie na de Jasmijnrevolutie in Tunesië en de virale invloed op andere Arabische landen hebben hun effect niet gemist. Iedereen had het in die eerste maanden over een domino-effect. Kranten, tijdschriften, websites en televisie hielden via gekleurde landkaarten een soort scorebord bij: rood voor de Arabische landen waar de revolutie was geslaagd, lichtrood voor de landen waar onlusten waren uitgebroken, en groen voor de landen die voorlopig gespaard waren gebleven.

Wankele interim-regimes

Het is waar dat nooit eerder in de Arabische geschiedenis opstanden zo endemisch en wijdverbreid waren. Toch lijken de termen ‘revolutie’ en ‘lente’, een halfjaar na het aftreden van de Tunesische president Ben Ali, voorbarig. In Libië, Jordanië, Bahrein, Jemen, Jordanië, Algerije houden de leiders ondanks hevige protesten koppig stand. En in Tunesië en Egypte, waar de dictators de troon hebben verlaten, regeren momenteel wankele en semi-autoritaire interim-regimes die vooral aan de eigen politieke overleving denken.

Daarmee wil ik de onversneden moed van de Arabische jongeren en de verbazingwekkende drang van miljoenen mensen om in actie te komen niet minimaliseren. Integendeel: zij zijn er via een schoktherapie in geslaagd om een politiek comateuze regio plots weer een polsslag te geven. Dat is een historische gebeurtenis. Decennialang hield de bevolking zich ver af van politiek. Het had toch geen zin. En vooral: het was gevaarlijk. In Libië, Syrië en Tunesië durfde men zelfs de naam van de president niet uit te spreken, uit vrees lastig gevallen of opgepakt te worden.

Die dociele en extreem angstige houding is omgeslagen in luid protest en niet mis te verstane eisen voor een beter en rechtvaardiger leven. Dat is niet niks. Sinds begin dit jaar vielen al duizenden doden. En door het escalerende geweld in Libië, Syrië en Jemen stijgt dat aantal bijzonder snel. Een andere historische mijlpaal is dat de oppositie – vroeger zwak, verdeeld, slecht georganiseerd en nauwelijks onder een noemer te vangen – voor het eerst aan hetzelfde zeel trekt. Diepgewortelde haat, economische en sociale wantoestanden en constante vernederingen deden de rangen sluiten.

De termen ‘revolutie’ en ‘lente’ lijken, een halfjaar na het aftreden van de Tunesische president Ben Ali, voorbarig.
Maar protesten en veranderingen gaan niet noodzakelijk hand in hand, zeker als je weet dat de geplande hervormingen onder toezicht staan van oudgedienden van het voormalige regime. Als zelfverklaarde helpers en beschermers van de revolutie hebben ze evenveel geloofwaardigheid als een hertog onder de sansculottes. Een Egyptische komiek vergeleek de relatie tussen het leger en het volk onlangs met die tussen een overspelige man en zijn vrouw. Zij weet dat hij haar bedreigt, maar durft niets te zeggen omdat ze bezorgd is om de kinderen. Met andere woorden: Egyptenaren weten dat het leger niet koosjer is, maar beseffen tegelijk dat ze het nodig hebben voor de stabiliteit van het land.

Machiavellistische Maliki

Revolutie? Lente? Misschien houden we het voorlopig beter bij revoltes. De echte revolutie moet nog beginnen. En de obstakels zijn enorm. De oppositie mag absoluut niet uiteenvallen (tegenstanders doen hun uiterste best om precies dit te bereiken). De restanten van het ancien régime hebben nog altijd enorm veel macht door hun uitgebreide patronagenetwerken. En er is geen garantie dat de nieuwe leiders niet opnieuw proberen de volledige controle over de staat te krijgen, en hun visie aan het land op te dringen. Kijk naar Irak waar de democratisch verkozen en machiavellistische premier Al-Maliki steeds meer macht naar zich toehaalt.

Zoals veel ontkiemende revoluties heeft die in de Arabische wereld nog een lange en pijnlijke weg voor de boeg. De Franse revolutie bijvoorbeeld was een ingewikkeld continuüm waar verschillende episodes elkaar afwisselden: de instorting van de oude orde, een periode van verregaande constitutionele veranderingen, een contrarevolutie, radicalisering, terreur, reactie, en een militaire dictatuur. En hoewel elke politieke omwenteling haar eigen dynamiek en geschiedenis heeft – de Glorieuze Revolutie van 1688 was bijvoorbeeld een bloedeloze en vrij korte revolutie – is het duidelijk dat de Arabische wereld nauwelijks in de eerste fase zit.

We kunnen alleen hopen dat de Arabische revolte, ondanks de enorme belemmeringen, zal uitgroeien tot een volwaardige revolutie en erin zal slagen de achtergebleven corrupte regimes volledig te ontmantelen.

Chams Eddine Zaougui is Arabist en filosoof.

Dit artikel verscheen eerder in De Standaard

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3306   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift