Een stap dichter bij de Eiffeltoren

Bijna tien jaar woonden ze in België zonder papieren, maar in 2010 krijgen ze hun vaste verblijfsvergunning. De Pasalics vertellen wat die papieren toekomst voor hen betekent.
  • Brecht Goris Sanel luistert naar Radio 1, leest Humo en volgt zangles in het conservatorium. Brecht Goris
De Bosnische Zada en Sanel Pasalic zijn al jaren vertrouwde mama- en papagezichten in de Mechelse basisschool De Luchtballon. Ze helpen mee op schoolfeestjes, zijn aanwezig op ouderlijke koffiekletsen, en ze maken deel uit van een groepje ouders waarvan de kinderen bij dezelfde scouts zitten en die op elke Mechelse activiteit terug te vinden zijn. Sanel luistert naar Radio 1, leest Humo en volgt zangles in het stedelijk conservatorium.
Hun negenjarige dochter Selma volgt er intussen notenleer en pianoles, en de altijd op en top verzorgde Zada –die er net een administratieve cursus op heeft zitten– doet vrijwilligerswerk in de lokale Oxfam-winkel. Met andere woorden: ze vormen het ultieme modelgezin voor een integratiefolder. En toch hebben ze al een zittijd van negen jaar zonder papieren in België achter de rug.
Ze zijn wat onze buurman “illegalen” noemt, niet toegelaten maar wel gedoogd. Daar komt nu, na jaren onzekerheid en slopende nagelbijtprocessen, verandering in. Eind 2009 kregen ze te horen dat ze binnenkort een verblijfsvergunning mogen afhalen.

Huisje, tuintje


‘Ik heb nu pas het gevoel dat ik er bij mag horen’, vertelt Zada. ‘Het is heerlijk om me dagelijks zekerder in mijn vel te voelen. Ik word niet meer wakker met die onderhuidse angst: wat als we vandaag terugmoeten?’ Kapster van opleiding kan Zada binnenkort halftijds aan de slag bij een bekende kapper in het Mechelse.
‘Een eerste echt arbeidscontract dat me verlost van alle strijk- en schoonmaakklussen, ongelooflijk. Maar ik droom er in de eerste plaats vooral van om te verhuizen,’ gaat Zada verder, ‘naar een huis met meer plaats en een aparte slaapkamer voor Selma.’ En als dat huis dan ook nog een kleine tuin heeft, zou het helemaal mooi zijn. Hun huidige woonplaats is een appartementje van amper 58 vierkante meter. Dat is weinig plaats om te verdelen onder twee volwassenen en een opgroeiende dochter.
De slaapkamer delen ze nu met z’n drieën, Selma in een zelfgemaakte hoogslaper, haar ouders op een brede matras schuin eronder. Ze hebben een apart keukentje en badkamertje, en de gezellige leefruimte kreunt net niet onder het gewicht dat ze moet dragen: eettafel, bureau met computer, zitbank en tv, gitaar, kleerkast, opbergkast… De ruimte is optimaal benut, maar een plek om aan elkaar te ontsnappen ontbreekt, net zoals een hoekje om elkaar in alle intimiteit op te zoeken.
En toch, Zada en Sanel vinden zelf min of meer dat ze op materiaal vlak een papierloos “luxeleven” hebben geleid in vergelijking met anderen. Met veel (zwart) werken hebben ze het altijd goed kunnen redden, zonder hulp van buitenaf.

9bis


Zowel Sanel als Zada vluchtten voor de Bosnische oorlog, een smerige oorlog die tussen 1992 en 1995 woedde toen de Federale Volksrepubliek Joegoslavië implodeerde. In Duitsland kwamen ze elkaar als jongvolwassenen tegen in een opvangcentrum, en ze trouwden toen enkel Zada het bevel kreeg om het land te verlaten. Toen de storm in Bosnië was geluwd, werden ze allebei uitgewezen als vluchtelingen.
Ze staken de grens over naar België, waar Selma werd geboren. Hun asielaanvragen liepen op niets uit. Hun laatste strohalm was het indienen van een 9bis –een aanvraag tot regularisatie. Ze deden een bijkomende aanvraag via de voorbije eenmalige regularisatiecampagne die recht geeft op tijdelijke verblijfspapieren. De positieve beslissing voor hun dossier viel uiteindelijk buiten de campagne, een voordeel want via hun 9bis krijgen ze nu een permanent statuut.
‘We zijn enorm opgelucht’, zeggen Zada en Sanel. ‘Dat was wel even anders toen we al onze hoop op de campagne hadden gezet.’ Even leek die campagne op de helling te komen, toen Vlaams Belang bij de Raad van State de vernietiging van de regularisatieprocedure aanvroeg. De Raad van State oordeelde dat de procedure onwettig is.
Niet een instructienota van de regering maar een wetswijziging in het parlement moet de procedure vastleggen, klonk het. Staatssecretaris voor Migratie- en Asielbeleid Melchior Wathelet (cdH) beroept zich echter op zijn zogenaamde discretionaire bevoegdheid, die hem toelaat elk dossier individueel te behandelen. En dus maken veel sans-papiers, naast Zada en Sanel, toch nog kans op die begeerde documenten.

Zon en zee


‘Ik wil naar Parijs, schrijf maar op’, roept Selma tersluiks vanop de zetel. Papieren brengen voor haar alvast de Eiffeltoren een pak dichterbij. Selma –die even later in bed ligt te gamen– heeft er negen jaar nauwelijks iets van gemerkt dat ze uit “papierloze” mensen is geboren. Ze besefte niet echt wat ze niet had, vertelt Zada. ‘De betekenis van geen papieren te hebben verbond Selma in het ergste geval met “niet reizen”. Ze zag elke zomer iedereen rondom haar richting zon of zee vertrekken, terwijl zelfs de Belgische kust voor ons onbereikbaar was. Ook om een vakantiehuisje te huren, heb je papieren nodig.’
Hun eerste reis zal in elk geval eerder richting Bosnië dan Parijs gaan. ‘Het is tien jaar geleden dat ik mijn vader heb gezien, Selma zal haar baka (oma, td) voor het eerst echt ontmoeten’, zegt Sanel. Terugkeren wil hij nooit. ‘Zou ik al die jaren in de illegaliteit gedoken zijn om morgen met papieren terug te keren? Het Dayton-akkoord werkt niet. De kloof tussen de Bosniakken en de Serviërs zal nog heel lang heel diep zijn.’

Koudwatervrees


‘Sanel panikeert’, had Zada me al een paar weken geleden verteld. ‘Hij is nu zo gewoon om zonder papieren te leven, dat hij zich afvraagt of hij wel mèt kan leven.’
Hij mag in het wit verder klussen bij zijn huidige werkgever, maar wil misschien ook als zelfstandige schrijnwerker of elektricien beginnen. Om te weten welke stappen hij moet zetten, of wat zijn diploma echt waard is, kan hij terecht bij een coach van het Mechelse OCMW, het Centrum voor Algemeen Welzijnswerk of het provinciaal integratiecentrum.
De koudwatervrees heeft echter vooral met overrompeling te maken, zegt Sanel. ‘Ik word ’s nachts wakker met vragen over de nieuwe stapel paperassen die een verblijfsvergunning met zich meebrengt. Plots word ik toegelaten tot een systeem waar ik altijd omheen moest zeilen. Ik heb jaren mijn loon onder de matras gestopt, en nu ben ik verplicht om een bankrekening openen. Welke bank kies ik? Kies ik voor onze ziekteverzekering een christelijke, een socialistische of een neutrale mutualiteit? Wat kunnen we afbetalen voor een nieuwe woning? Hoe onderhandel ik over loon? Ik ken de zwarte markt, maar heb nog nooit een stap op de officiële arbeidsmarkt gezet. Ik heb het gevoel dat mijn echte integratie nu pas begint.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur