In een wereld met BRIC's en zonder Twin Towers moet ontwikkelingssamenwerking zich aanpassen

Op vraag van De Tijd schreef Bogdan Vanden Berghe, algemeen secretaris van 11.11.11, een opiniestuk over de toekomst van ontwikkelingssamenwerking. Ontwikkelingshulp kan mensen uit het moeras trekken, maar ontwikkelingssamenwerking moet hen vaste grond onder de voeten geven.

  • MO*/Gie Goris Bogdan Vanden Berghe. MO*/Gie Goris

Aan metingen is er in de wereld van ontwikkelingssamenwerking geen gebrek. Bij de millenniumwisseling besloot men om 8 doelstellingen op te stellen die tegen 2015 bereikt moeten zijn. Deze zogenaamde millenniumdoelstellingen zijn vergezeld van een groot aantal indicatoren, die je statistisch kan meten. Twintig jaar geleden leefde 43,1 procent van de wereldbevolking van minder dan 1,25 dollar per dag. Vandaag is dat 22,2 procent. Dit is een hele vooruitgang, maar er kunnen bij de cijfers serieuze kanttekeningen gemaakt worden. Ik beperk me tot drie.

Ten eerste stellen we vast dat de vooruitgang onder andere door de financiële crisis zowat stilgevallen is.

Ten tweede is de vooruitgang ongelijk verdeeld. Het is als het verhaal van de statisticus die verdrinkt in een rivier van gemiddeld een halve meter diep. Terwijl een aantal landen spectaculair vooruitgang maken en de globale cijfers optrekken, trappelen anderen ter plaatse. En waar er economische groei is, leidt die niet tot gelijkheid (met Brazilië als opvallende uitzondering). Wereldwijd is de ongelijkheid toegenomen.

Ten derde mogen we niet euforisch worden en moeten we de vooruitgang in het juiste perspectief plaatsen. Ondanks de inspanningen leven er op dit moment nog steeds 1,28 miljard extreem armen in onze wereld. Bovendien is de gebruikte armoededrempel van 1,25 dollar wel erg laag. Het aantal mensen dat met minder dan 2 dollar moet rondkomen is nauwelijks verminderd. Er is dus vooruitgang, maar bijlange niet voldoende.

Ontwikkelingshulp heeft zeker bijgedragen tot de vooruitgang die bij enkele van de doelstellingen is gerealiseerd. Heel wat extra kinderen gingen naar school, de levensverwachting is toegenomen, een aantal dodende ziekten is ingeperkt en de toegang tot gezondheidszorg verbeterde aanzienlijk. Maar hulp alleen kan nooit volstaan. Daarvoor is de uitdaging te complex.

Wereld in verandering

Toen de millenniumdoelstellingen opgesteld werden, leefden we in een andere wereld. Je kon als toerist in New York nog op de Twin Towers en China, India en Brazilië waren nog ‘gewoon’ ontwikkelingslanden. We hadden toen al financiële crisissen gehad in Zuidoost-Azië, Mexico, Rusland en Argentinië, maar niet in het rijke westen. Over de klimaatopwarming werd gepraat, maar ze haalde nauwelijks de hoofdpunten van het nieuws en vooral: ze was nog niet zichtbaar.

Elk van die zaken heeft een invloed gehad op de werking van ontwikkelingsorganisaties. Nadat de torens in New York getorpedeerd werden, waren Afghanistan en Irak plots de belangrijkste ontvangers van hulpgelden (en ook van bommen). China, Brazilië en India zijn intussen donoren die zelf actief zijn in ontwikkelingslanden en op de internationale beslissingsfora, waar ze niet langer zomaar alles pikken.

De financiële crisissen in Zuiderse landen maaiden heel wat van ons ontwikkelingsgericht werk weg en hadden dezelfde grondoorzaken als de huidige crisis. De klimaatverandering is al enige tijd erg overheersend in het Zuiden. Overal is er ofwel water te veel ofwel water te kort, zijn oogsten mislukt en wordt het dagelijks leven van mensen — en vooral van arme mensen die zich niet gemakkelijk kunnen beschermen — aangetast.

In andere woorden: het terrein waarop wij actief zijn, wordt enorm beïnvloed door wat er wereldwijd gebeurt. Weze het buitenlands of binnenlands nieuws, economisch of financieel. Als ontwikkelingswerkers ‘s ochtends de krant doornemen brandt hun “aandachtspunt” op bijna elke pagina.

Een daad van gerechtigheid

Toch zijn we voor het grote publiek nog steeds voornamelijk zichtbaar bij natuurrampen als er noodhulp moet geleverd worden, bij events als Music for Life of wanneer er ergens iets misgelopen is met hulp. Geen lekkerder onderwerp als dat laatste. Niet moeilijk dat de meeste mensen denken dat ontwikkelingssamenwerking beperkt is tot het geven van geld.

Niets is minder waar. Nobelprijswinnaar Amartya Sen omschrijft ontwikkeling terecht als het recht op de mogelijkheid om volwaardig in de maatschappij te functioneren. Of zoals Mandela stelde: “Overcoming poverty is not a task of charity, it is an act of justice.” Ontwikkelingshulp kan mensen die zelf niet meer uit het moeras raken weliswaar een touw aanreiken, maar ontwikkelingssamenwerking moet vooral zorgen voor vaste grond onder de voeten.

Toekomstcenario’s

Op vraag van 11.11.11 keek het Leuvense HIVA recent naar wat de huidige uitdagingen betekenen voor de toekomst. De onderzoekers ontwikkelden een aantal toekomstscenario’s tegen 2020, rekening houdend met de bestaande trends: toenemende ongelijkheid, klimaatverandering en grondstoffenschaarste, de opkomende macht van landen als de BRICS en het steeds onduidelijkere en zwakkere leiderschap om wereldwijde problemen aan te pakken.

Uit het onderzoek komt één centrale verontrustende vaststelling: zelfs in het meest positieve scenario, waar weliswaar enkele van de bestaande bedreigingen die op ons afkomen enigszins worden aangepakt, worden armoede en vooral ongelijkheid wereldwijd niet uitgeroeid.

Ontwikkelingssamenwerking zal dus buiten het huidige verwachtingspatroon moeten kleuren als ze in de toekomst relevant wil blijven. Wat we vandaag al in het ontwikkelingswereldje zien, namelijk dat (financiële) hulp als enige instrument van solidariteit niet volstaat, zal meer en meer duidelijk worden. De millenniumdoelstellingen die sterk focussen op wat met traditionele hulp kan bereikt worden, zullen herdacht moeten worden.

Mondiale solidariteitsmechanismen

Armoede in een aparte silo zetten, losgekoppeld van de globale veranderingen die zo’n belangrijke rol spelen, kan niet langer. In plaats van enkel een “aandachtslamp” bij het lezen van de krant, zal de ontwikkelingswerker actief mee moeten zoeken naar oplossingen. Van technische projectenbeheerder zal hij (of nog liever zij, want armoede blijft teveel een vrouwelijk gezicht hebben) zich moeten verdiepen in economische, ecologische en bovenal sociale rechtvaardigheid. 

Het versterken van mensen in het Zuiden opdat ze zichzelf ten volle kunnen ontplooien wordt de hoofdtaak in de ontwikkelingslanden. Tegelijk moet hij of zij ook hier zijn stem verheffen. Zowel de bevolking als de politieke leiders in het noorden moeten zich alsmaar meer bewust zijn dat wat we hier doen ook elders (zeer zware) gevolgen kan hebben.

De millenniumdoelstellingen moeten bereikt zijn tegen 2015 en men is al volop bezig met het ontwerpen van de opvolger ervan. Sinds de duurzaamheidstop in Rio is er sprake van duurzame ontwikkelingsdoelstellingen. Maar men zal meer moeten veranderen dan de naam alleen. We willen geen schaarse hulp gericht op het ‘halveren’ van wereldproblemen, maar mondiale solidariteitsmechanismen, die het recht op gezondheid, onderwijs, voedsel, energie, drinkbaar water en een gezonde leefomgeving verankeren. Voor iedereen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift