Een wereld van diversiteit, ook in de media?

“De wereld verandert, daarom veranderen onze magazines ook.” Die ferme stelling wordt even toegepast op de toegenomen culturele diversiteit in de wereld van vandaag en morgen. Twee journalistes correspondeerden erover: Soaade Messoudi, redactrice bij Wereldwijd Magazine, en Khadija Magardie, een Zuid-Afrikaanse journaliste die het afgelopen jaar twee reportages publiceerde in hetzelfde blad. Soaade schrijft vanuit Londen, haar nieuwe standplaats.
De wereld globaliseert, de media globaliseren, maar het aandeel buitenlands nieuws wordt kleiner en de media slagen er maar niet in de diversiteit van de wereld en de eigen samenleving op een genuanceerde manier in beeld te brengen. De media spelen nochtans een belangrijke rol bij de beeldvorming over verschillende minderheidsgroepen en beïnvloeden zo indirect ook de ontwikkelingen in de multi-etnische samenleving. Journalistiek is geen neutrale activiteit. Journalisten kleuren de werkelijkheid door hun keuzes van onderwerpen, invalshoeken, woordgebruik en stijl van berichtgeving. In hun werkwijze zouden journalisten en programmamakers er rekening mee moeten houden dat sommige groepen kwetsbaarder zijn dan andere, en dat de kansen op harmonisch samenleven worden beïnvloed door hun manier van berichten of uitzenden.

Vooroordelen in het nieuws
Soaade Messoudi: Kutmarokkaantjes, migranten, allochtonen, migranten van de tweede generatie, migrantenproblematiek, nieuwe Belgen … het zijn maar enkele voorbeelden van de woordenschat waarmee de media ons hier om de oren slaan. Vlaanderen is duidelijk nog niet gewoon met diversiteit om te gaan. Ingewikkelde maatschappelijke problemen worden op een simplistische en polariserende wijze benaderd, ook in de media. De nieuwe Belgen – of zijn het allochtonen? – bestaan zo goed als niet voor het Vlaamse medialandschap. Je ziet ze nauwelijks in beeld, en er wordt hoegenaamd geen rekening met hen gehouden als publiek. Als ze al eens het kleine scherm of de voorpagina halen, is het als crimineel, als slachtoffer van racisme, als karikatuur of wegens rellen en andere opstootjes. Goed nieuws over de multiculturele samenleving is geen nieuws. Als Turken in Antwerpen naar aanleiding van de ramadan een gratis maaltijd geven waarop meer dan vierhonderd autochtonen afkomen, wordt daar nergens over bericht. De polarisering gebeurt echter niet altijd op een duidelijk merkbare manier. Soms sluipen de vooroordelen onbewust in het nieuws. Zo viel mij eens op dat er in het journaal een stuk was over de problematiek van de overvolle gevangenissen in België. Vanaf het begin tot het einde werden gevangenen van vreemde origine in beeld gebracht. Zo krijgt de kijker, onbedoeld weliswaar, zijn informatie: niet dat de gevangenissen gewoon vol zitten, maar dat ze vol zitten met vreemdelingen. Op initiatief van de Journalistenbond is er enkele jaren geleden een deontologisch ‘zakboekje’ uitgegeven waarin enkele richtlijnen voor journalisten staan. Zo zou een journalist bijvoorbeeld de origine van een crimineel niet mogen vermelden. Niet zozeer omdat het de vooroordelen versterkt, maar doodgewoon omdat het niet relevant is. Toch gebeurt dat nog dagelijks. Journalisten voelen zich blijkbaar niet moreel verplicht om minderheden te beschermen. Bovendien is hun kennis van andere culturen vaak beperkt. Veel problemen hebben ook te maken met de commerciële logica die de media hanteren. Slagen de media in Zuid-Afrika er beter in de diversiteit van de bevolking te reflecteren?

Ter verantwoording voor commissie
Khadija Magardie: Na de eerste democratische verkiezingen van 1994 werden de Zuid-Afrikaanse media ervan beschuldigd de culturele en etnische diversiteit in het land niet te weerspiegelen. Zowel op het inhoudelijke vlak als wat de samenstelling van de nieuwsdienst betreft. Deze discussie bereikte een hoogtepunt in november 1999, toen de Zuid-Afrikaanse Mensenrechtencommissie (SAHRC) een onderzoek begon naar het racisme in de media. De redacteurs van de geschreven pers en de audiovisuele media moesten voor de commissie verschijnen en zich verantwoorden. Het onderzoek van de SAHRC werd echter zwaar bekritiseerd in mediakringen: het zou niet de juiste vragen opwerpen en focussen op simplistische redeneringen. Maar met dit initiatief slaagde de commissie er wel in het debat over de vraag of ‘de Zuid-Afrikaanse media nog steeds in het verleden leven’ op gang te brengen. De mediacommissie van de SAHRC heeft geprobeerd het probleem van de stereotypering van zwarten in de media aan te kaarten. Ik vind dat de commissie niet echt geslaagd is in dat opzet. De kritiek bleef vooral beperkt tot simplistische onderwerpen, zoals bijvoorbeeld het gebruik van het woord ‘zwart’ om negatieve gebeurtenissen te beschrijven: zwarte zondag of zwarte kat. De echte, meer prangende problemen, bleven buiten schot. Bijvoorbeeld: waarom tonen de media altijd beelden van zwarten wanneer het over aids gaat? Je zou de indruk krijgen dat enkel zwarten hier met aids zijn besmet.
Dezelfde vraag kan je stellen in verband met criminaliteit. Dat heeft natuurlijk ook te maken met het feit dat zwarten hier, in tegenstelling tot België, nu eenmaal de meerderheid van de bevolking vormen. In Zuid-Afrika worden minderheden, net als in de rest van de wereld, op een zeer stereotiepe manier in beeld gebracht. Wanneer de pers het over moslims heeft, worden bebaarde mannen getoond, gesluierde vrouwen en religieus geweld. Dat zal zo nog wel een tijdje blijven, vrees ik.
In Zuid-Afrika kunnen mensen met hun klachten wel terecht bij de Broadcasting Complaints Commission, de Advertising Standards Authority of bij de ombudsman van de pers. Deze instellingen hebben veeleer een symbolische waarde. Zij kunnen de media niet dwingen een andere koers te gaan varen of een publieke verontschuldiging afdwingen. Toch zitten deze raden wel tot over hun oren in het werk. Wat de films, feuilletons, tekenfilms of documentaires betreft: ook daar is er een probleem van stereotypering. We worden overspoeld door de Amerikaanse populaire cultuur, omdat die een stuk goedkoper is dan eigen producties. Van andere culturen, Afrikaanse of zelfs Europese, krijgen we weinig te zien.

Eindelijk een migrant
Soaade: Allochtonen op Vlaamse redacties zijn op één hand te tellen. De media klagen steen en been dat ze wel allochtone journalisten of presentatoren willen, maar dat ze er geen vinden. ‘Ze moeten in de eerste plaats toch competent zijn’, is het argument – waarmee men meteen zegt dat allochtonen dat vanzelfsprekend niet zijn. Als een allochtoon er in Vlaanderen al in slaagt op een redactie te geraken, moet hij of zij vaak opboksen tegen een stortvloed van vooroordelen en verwijten over positieve discriminatie. Je houdt je best gedeisd. Na mijn studie Communicatiewetenschappen aan de Brusselse VUB ben ik op de nieuwsredactie van onze Vlaamse commerciële zender VTM beland. Daar werd ik onmiddellijk aangesproken op mijn anders-zijn. Een van de redacteurs vertelde mij toen hoe blij hij was dat er eindelijk een migrant (ook al ben ik in België geboren) en een vrouw (mét diploma nog wel!) in de media terechtkwam. Het is op die redactie dat ik voor het eerst besefte welke lange weg Vlaanderen nog heeft af te leggen.

In de media getuimeld
Khadija: Ik herken mijn verhaal in het jouwe. Net als jij hebben ook mijn bazen mij openlijk laten weten dat ze blij waren dat een gekleurde vrouw voor hen werkte. Ik denk dat in Zuid-Afrika de werkgevers, na de apartheid, erop gebrand waren te bewijzen dat zij helemaal niet racistisch zijn. Ik weet niet hoe het er in België aan toe gaat, maar in Zuid-Afrika bestaat een wetgeving die bedrijven verplicht rekening te houden met raciale quota. In elke jobadvertentie kan je onderaan lezen dat de werkgever een gelijkekansenbeleid voert en achtergestelde Zuid-Afrikanen speciaal aanmoedigt te solliciteren. Natuurlijk is er nog heel wat hypocrisie en zijn sommige bazen er diep in hun hart helemaal niet zo gelukkig mee, maar dat is bijzaak. Ik werk al sinds 1994 als journalist. Datzelfde jaar heb ik mij ook bekeerd tot de islam. Voordien was ik katholiek. Ik ben mijn carrière als journalist begonnen bij Al Qalam (Arabisch voor ‘Het Woord’), een klein gemeenschapskrantje van de Muslim Youth Movement of South Africa in Durban. Ik behaalde mijn universitair diploma in de sociale en politieke wetenschappen in 1996 en onmiddellijk daarna reageerde ik op een advertentie van de South African Broadcasting Corporation (SABC). Zij waren op zoek naar stagiairjournalisten. Er waren slechts twaalf plaatsen beschikbaar. Ik ben door de selectie gekomen en ben zo op de radio- en de televisienieuwsdienst beland.
Makkelijk heb ik het niet gehad. Ik werd geconfronteerd met heel wat vooroordelen omdat ik een hoofddoek draag. Mensen namen mij niet serieus en vroegen mij telkens weer hoe lang ik al in de journalistiek zat. Binnen de SABC ben ik wel nooit op vooroordelen gebotst. Integendeel zelfs. Misschien heeft het iets te maken met het feit dat ze in hun selectie rekening moeten houden met de raciale quota. Zelf denk ik dat ik mijn positie heb verdiend. Ik heb zelfs volledig gesluierd stand ups gedaan voor de camera. Op de redactie had niemand daar moeite mee, en ook het publiek heeft daar nooit een zaak van gemaakt. Ik heb op diverse afdelingen van de SABC gewerkt. Ik ben ook producer geweest voor het Continental News Channel van SABC-Africa. In 1999 ben ik er weggegaan om te beginnen werken voor The Mail and Guardian (M&G). Zelf zie ik dat als mijn echte doorbraak, omdat het een uitstekende krant is en omdat mij die job werd aangeboden. Aanvankelijk waren ze bezorgd of ik wel genoeg ‘vrijgevochten’ zou zijn om mijn job als journalist naar behoren te kunnen doen. Intussen heb ik mij wat dat betreft voldoende bewezen. Sinds ik bij M&G werk, gingen heel wat deuren voor mij open. Inmiddels schrijf ik ook voor buitenlandse tijdschriften. Sommige klanten reageren nog verrast wanneer ze mij ontmoeten. Sommigen hebben er schijnbaar moeite mee te geloven dat gesluierde vrouwen hun werk goed zullen doen.
Zes maand geleden kreeg ik een aanbod van Special Assignment, Zuid-Afrika’s beste actualiteitsprogramma. Sinds juni 2002 werk ik daar nu als producer. Ik denk dat ik deze positie vooral te danken heb aan mijn verkiezing in 2001 tot ‘Afrikaanse journalist van het jaar’ door de internationale nieuwszender CNN. Een zeer prestigieuze prijs. Ik ben dus redelijk makkelijk in de media getuimeld: ik denk dat ik gewoon op het juiste moment op de juiste plaats was. In het Zuid-Afrika van na de apartheid waren werkgevers immers verplicht om mensen van alle kleuren werk te verschaffen. Ik heb de nodige ervaring en competentie, maar omdat ik vrouw, kleurling en moslim ben, had ik zeker een extra duwtje in de rug.

Van het scherm geweerd
Soaade: Een gekleurde en gesluierde vrouw die het nieuws brengt? Ik denk dat we daar echt nog niet aan toe zijn. Er iets té donker of té vreemd uitzien, volstaat om in Vlaanderen van het scherm te worden geweerd. Enkel in entertainment of muziekprogramma’s duikt er af en toe een donkere of exotische schoonheid op. Ik denk dat het een goede zaak is dat bedrijven in Zuid-Afrika verplicht worden rekening te houden met de raciale samenstelling van de bevolking. In België zou dat ook moeten. Nederland past dat systeem trouwens al een tijdje toe. Het enige initiatief in Vlaanderen bestaat over migranten in de media – waarvan ik weet heb – is de Mediacommissie, een initiatief van de migrantenorganisaties in samenwerking met de openbare omroep VRT. Alleen beperkt het initiatief zich voorlopig blijkbaar tot het organiseren van debatten.

Treinramp of cricket?
Khadija: In Zuid-Afrika is er toch het een en het ander aan het veranderen in de media, zeker wat de samenstelling van de nieuwsredacties betreft. Er zijn nu meer zwarten, gekleurden en ook vrouwen. De kans om het te maken of op te klimmen, is eveneens toegenomen. Het zou best kunnen dat dit te danken is aan het overheidsbeleid van positieve actie. De Zuid-Afrikaanse media hebben inmiddels ook wel ingezien dat gekleurde journalisten vaak makkelijker toegang krijgen tot bepaalde informatie dan blanke reporters. Niet in de laatste plaats vanwege de vele taalbarrières die er in dit land nog zijn.
De diversiteit van de Zuid-Afrikaanse geschreven pers hangt samen met de inhoud en het lezerspubliek. The Sowetan bijvoorbeeld wordt vooral door zwarten gelezen, ook al is het een Engelstalige krant. Business Day heeft duidelijk vooral blanke lezers. Natuurlijk hangt dat nauw samen met de inhoud van die bladen. Een veelgehoorde grap onder zwarte journalisten gaat als volgt: er moet een keuze worden gemaakt tussen een verslag over een treinramp met heel wat doden in Soweto of een voor Zuid-Afrika slecht afgelopen crickettoernooi, de ‘blanke’ kranten zullen dan veeleer het cricket op de voorpagina brengen. Dus, als je het mij vraagt, zou ik zeggen dat de Zuid-Afrikaanse media inhoudelijk de etnische en culturele diversiteit van het land wel weerspiegelen, maar dat er nog veel werk aan de winkel is wat de aanwezigheid van zwarten of kleurlingen op redacties betreft. Het zal wellicht nog een tijdje duren vooraleer zij sleutelposities zullen innemen in de zogenaamd meer serieuze publicaties of in de kwaliteitspers.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3081   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift