Een Zweedse tip voor De Decker

Hoe krijg je de verschillende ministeries op één lijn als het om duurzaamheid en ontwikkelingssamenwerking gaat? In Zweden hebben ze een wet om dat mooie streven in praktijk om te zetten.
Lange tijd was ontwikkelingssamenwerking in het beleid van de rijke landen een reservaat van goede wil. Terwijl in alle andere domeinen van de politiek de belangen van de ontwikkelingslanden genegeerd werden, probeerde men met ontwikkelingshulp schone dingen te doen voor diezelfde landen. En zelfs daarin werd dikwijls vooral rekening gehouden met de belangen van onze eigen industrie. Hoe ver de contradictie kan gaan, bewees Marc Verwilghen tijdens zijn mandaat als minister van Ontwikkelingssamenwerking. 
Hij zetelde in de raad van bestuur van British American Tobacco, een van de grote tabaksmultinationals die juist in de ontwikkelingslanden hun voornaamste groeimarkt zoeken en er dus ernstige schade zullen toebrengen aan de gezondheid. Terzelfdertijd werd hij als minister geacht bij te dragen tot de gezondheidszorg in diezelfde ontwikkelingslanden en daarvoor stelde hij ook flinke sommen geld ter beschikking.
Armand De Decker belooft meer coherentie en noemt die beleidssamenhang een van de hoekstenen van zijn beleid. Dat betekent dat de hele regering het lot van het Zuiden zo belangrijk vindt dat ze er in alle beleidsdomeinen rekening mee houdt. Concreet moet De Decker dus in andere relevante ministeries ‘inbreken’. Een zware opdracht, als je weet hoezeer ontwikkelingssamenwerking in de Belgische politiek altijd als een restportefeuille wordt bekeken.

Al één stapje verder


In Zweden kan De Decker misschien wat ideeën op doen. Daar heeft de Riksdag, het parlement, eind 2003 een wet gestemd, die de regering deze coherentie oplegt. ‘Alle beleidsdomeinen -handel, defensie, landbouw, milieu, migratie, economie, financiën - moeten zo ontworpen worden dat ze bijdragen tot globale ontwikkeling.’ Of nog: ‘Het respect voor alle mensenrechten en het perspectief van de armen moeten alle beleidsdomeinen doordringen.’
Van deze beleidsintentie naar de eerste concrete resultaten is uiteraard nog een hele weg. Vorig jaar in september deed de Zweedse regering een eerste mededeling over haar inspanningen voor globale ontwikkeling in zowel voor de hand liggende sectoren als ontwikkelingssamenwerking, buitenlands beleid of handelsbeleid, als om beleidsdomeinen die op het eerste zicht irrelevant lijken voor ontwikkeling zoals media, jeugdbeleid, onderzoek of transport. Veel meer dan het in kaart brengen van de progressieve beleidskeuzes van de Zweden, doet die eerste communicatie evenwel nog niet.
Dat vindt ook Maud Johansson, het hoofd van de studiedienst van Forum Syd, de koepel van ontwikkelings-ngo’s in Zweden: ‘We staan uiteraard volledig achter de nieuwe wet, maar de eerste communicatie was nogal vaag en omzeilde heel wat belangrijke thema’s. Voorlopig heeft de coherentiewet nog geen zichtbare beleidswijzingen opgeleverd, maar misschien lukt dat in de toekomst wél.’
De beleidsverantwoordelijken ontkennen het uitblijven van concrete resultaten ook niet. ‘Deze eerste mededeling is niet veel meer dan een weergave van de huidige situatie’, zegt Georg Andren. Hij leidt op het ministerie voor Buitenlandse Zaken de dienst die als taak heeft te werken aan een coherent ontwikkelingsbeleid.
De beleidsdomeinen waarover Forum Syd ongerustheid uitdrukt, klinken alvast bekend in de oren. Zo stelt de ngo vast dat het onduidelijk is waar Zweden heen wil met zijn wapenexporten en dat er geen toezeggingen zijn over hoe de regering de beloofde 1 procent van het Zweedse inkomen voor ontwikkelingshulp zal halen. De ngo’s denken ook dat er op de meeste ministeries gewoon niet genoeg competentie voorhanden is om naar het eigen domein te kijken door de bril van duurzame ontwikkeling.
Georg Andren is het daar helemaal mee eens. ‘We leiden 500 mensen van de verschillende ministeries op om daaraan te verhelpen. We hebben ook een helpdesk die de ministeries voortdurend herinnert aan de noodzaak de coherentiebril op te zetten.’ Andren wijst erop dat er tot nu toe vooral werk is gemaakt van administratieve structuren die de coherentiewet meer impact moeten geven. ‘Om de twee maand zijn er interministeriële werkgroepen over de beleidscoherentie inzake duurzame ontwikkeling en daarnaast zijn er vele ad hoc werkgroepen rond concrete thema’s. Gisteren praatte ik met de mensen van handel, drie dagen geleden met vertegenwoordigers van onderwijs.’
Vanaf 2005 komt er ook een burgerforum voor Globale Ontwikkeling, waar ngo’s, bedrijven en universiteiten hun inbreng kunnen doen in het coherentiebeleid. Andren: ‘Organisaties als Forum Syd zullen ongetwijfeld veel kritiek hebben op onze aanpak. Wel, wij willen het gesprek daarover aangaan.’
Een van de bedenkingen die de ngo’s nu al formuleren, is dat de regering niet zegt hoe ze met belangenconflicten denkt om te gaan. Als het gaat over exportkredieten, wapenuitvoer of handel, staan de belangen van de ontwikkelingslanden soms haaks op de belangen van Zweden of van sommige Zweden. Andren: ‘Klopt. Dit is zeer politiek. Mijn taak bestaat erin een juiste analyse van het probleem te geven en de gevolgen van de verschillende keuzes glashelder in kaart te brengen. Daarna is het aan de regering om te beslissen.’ Het zal dan erg belangrijk zijn of de discussie op het publieke forum kan worden gevolgd of niet. Andren: ‘Inderdaad, ik hoop dat onze politieke leiders in deze zullen kiezen voor openheid.’

Sloop die muren om je heen


Een van de grote uitdagingen voor de coherentiewet zijn de vaak meters dikke muren tussen de ministeries en de bijhorende territoriumgevechten. Andren probeert daarin niet al te naïef te zijn ‘Ik heb een onmogelijke job, maar de vooruitzichten zijn goed. Op korte termijn de totale coherentie bereiken is onmogelijk, maar Zweden beschikt over redelijke goede kaarten om vooruit te gaan. We hebben een klein overheidsapparaat en de mensen kunnen elkaar hier in Stockholm zeer vlot ontmoeten. Bovendien is in Zweden de regering collectief verantwoordelijk voor alle beslissingen. Dat heeft niet belet dat er inderdaad afscherming en territoriumstrijd is geweest, maar ik heb het gevoel dat dit verandert. Mensen die onze opleiding volgen, blijken wel degelijk bereid om samen te werken.’
België heeft misschien minder goede kaarten dan Zweden: het heeft een groot overheidsapparaat en er is niet echt een traditie van samenwerking tussen ministers. Minister De Decker kan alvast één troef op tafel leggen: premier Verhofstadt staat aan zijn kant. In september 2001 stelde die immers in een open brief aan de andersglobalisten voor dat de Europese Unie voortaan elke beslissing ‘die ze nam zou toetsen aan de impact ervan op de zwaksten van deze planeet’. Met zijn gekende bevlogenheid ging Verhofstadt dus zelfs voor coherentie op het Europese niveau. Indien hij nu eens zou beginnen met het eigen huiswerk.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur