Egypte onder vuur

Caïro ligt onder vuur. Israël, Hamas en Fatah twisten met Egypte over de bewaking van de grens met de Gazastrook. De VS hebben flink gesnoeid in het hulpbudget voor Egypte en in eigen land groeit de oppositie.
De voorbije maanden maakten duidelijk dat Caïro niet ontsnapt aan de gevolgen van het Midden-Oostenconflict. Veel heeft te maken met de moeilijke positie van Egypte: het is tegelijkertijd bondgenoot van de Verenigde Staten, vredespartner van de Israëlische staat én zetel van de Arabische Liga. In 1979 tekende het land, in navolging van de Camp Davidakkoorden, een vredesakkoord met Israël. Sindsdien speelt het –samen met Jordanië– bruggenbouwer tussen de Arabische wereld en Israël.
Volgend op het vredesakkoord trok Israël met zijn troepen weg uit de Sinaï-woestijn en demilitariseerde zones in eigen land. De voorwaarde was dat Egypte hetzelfde deed op eigen bodem en beloofde om zijn grenszone met Gaza streng te bewaken.
Tot 2005 bleef Israël zelf, vanuit Gaza, de grensplaats Rafah controleren. Toen de Israëlische staat zich in 2005 unilateraal terugtrok uit de Gazastrook, nam de Palestijnse Autoriteit de grenscontrole in Gaza over. De Europese waarnemers die tijdens de overgangsperiode aanwezig waren, keken, zagen dat het goed was en vertrokken weer.
Het was Hamas die in de wielen reed van de betrokken partijen, toen het in juni vorig jaar de macht overnam in Gaza. Egypte werd, zowel door Washington, Tel Aviv als Ramallah –de zetel van Fatah– onder druk gezet om Rafah potdicht te houden. Daarmee werd de enige soevereine route voor de Palestijnen naar de buitenwereld afgesloten, wat Caïro in een benarde positie bracht.

Grenspoorten


President Hosni Mubarak, door critici smalend de zelfverklaarde moderne farao genoemd, en zijn regerende Nationale Democratische Partij (NDP), willen hun banden met hun Israëlische handelspartner en hun Amerikaanse broodheer niet op de helling zetten. Bovendien is het Egyptisch establishment geen vragende partij om de deur open te zetten voor een islamistisch buurland, dat aansluiting zou kunnen zoeken bij de Egyptische Moslimbroeders, hun eigen nagel aan de doodskist. Aan de andere kant is Egypte in hart en nieren een Arabische staat, en kan het dus het lijden van het Palestijnse volk niet zomaar negeren.
In december 2007 besliste Caïro om druk van de ketel te nemen en zette onverwacht de grenspoorten open voor 2200 Gazaanse moslimgelovigen om deel te nemen aan de jaarlijkse hadj naar Saoedi-Arabië. Dat leverde woedende reacties op vanuit Ramallah en Tel Aviv: Egypte zou groen licht geven voor een aantal Hamasmilitanten van het eerste uur, die met een boogje om Mekka zouden gaan om militaire training te volgen. Daarop maakte Caïro een bocht van 180 graden en sloot de grensdoorgang naar Rafah voor de terugkerende pelgrims. Ze moesten maar langs Kerem Abu Salim, een puur Israëlische grenspost, terugkeren, wat de pelgrims –de meeste van hen Hamasleden– uiteraard niet in overweging namen. Uiteindelijk zwichtte Mubarak toch voor de hevige kritiek in de Arabische wereld en liet als “goed moslimland” de vermoeide pelgrims na een drietal weken terugkeren naar huis.
Sinds Hamas eind januari gaten in de grensafscheiding met Egypte heeft geschoten, is het hek helemaal van de dam. Het regent officiële berichten in de Israëlische en Arabische pers: over wapensmokkel, terugkerende terroristen uit Iran naar Gaza, arrestaties van Palestijnse terreurverdachten die het gemunt hebben op de grote toeristische en industriële centra in de Sinaï… De Israëlische premier Ehud Olmert liet alvast weten dat hij niet afkerig staat van de idee om een extra muur te bouwen aan de grens met Egypte, dat te los zou omgaan met zijn veiligheidsgrenzen.
Volgens de Israëlische krant Haaretz meldden Egyptische bronnen dat er minstens 150 tunnels waren ontdekt en 83 ton explosieven in beslag genomen. Bovendien had Egypte vroeger al gezegd dat 750 Egyptische grenswachten niet volstaan om de smokkel tussen Egypte en Gaza tegen te houden en de controle over de Sinaï te behouden.
Begin februari was Egypte met Hamas in gesprek over gedeelde maatregelen, Fatah weigerde mee aan de tafel te zitten. Bondgenoot Amerika stuurde generaal Fraser naar de regio om de boel te helpen ontmijnen. Anderzijds gaan de geruchten dat Amerika troepen wil terugtrekken uit de Sinaï-woestijn, daar gestationeerd in het kader van de internationale vredesmacht Multinational Force & Observers (MFO). De MFO is een wat vergeten missie van 1800 troepen, geïnstalleerd om toe te zien op het vredesbestand tussen Egypte en Israël. ‘Met Gaza hebben we niets te maken’, zegt de Amerikaan Joshua Dorosin, bevelhebber in het hoofdkwartier van MFO in Italië. ‘De grensovergang tussen Gaza en Sinaï ligt weliswaar vlakbij onze posten, maar de grens met het Palestijnse grondgebied valt niet onder ons gelimiteerde mandaat.’ Over een mogelijke troepenafslanking is Dorosin vaag: ‘Ons mandaat loopt al 25 jaar en er is geen deadline vastgelegd.’

Kaakslag


‘De relatie tussen de Amerikaanse president George Bush en Hosni Mubarak is niet optimaal’, zegt Dina Ezzat van het Egyptische Al-Ahram studiecentrum. ‘Tijdens zijn laatste bezoek aan het Midden-Oosten, ging Bush voor de pers niet verder dan de tactische uitspraak dat Egypte zeker een strategische partner zou blijven voor de Amerikanen. Maar dat kon de pil voor Egypte niet vergulden: het Amerikaanse Congres heeft immers beslist 100 miljoen Amerikaanse Dollar minder te geven.’ Toch ontvangt Egypte nog altijd 1,2 miljard dollar. Daarmee is het land de tweede grootste ontvanger van Amerikaanse overzeese hulp.

Volgens het Internationaal Muntfonds is Egypte een goede leerling, en maakte de handel –zowel import als export– grote sprongen. Op de globaliseringsindex van Foreign Policy, die aangeeft hoe de wereld onderling verbonden is, staat Egypte echter maar 55ste, en doet daarmee niet veel beter dan Algerije. De regerende NDP, sterk gelinkt aan een economische elite, kijkt vooral richting Europa om nieuwe vrijhandelsakkoorden in de wacht te kunnen slepen.
Met Israël tekende Egypte overigens in 2004 al een handelsakkoord om in de felbelaagde Sinaï-woestijn vrijhandelszones op te richten. Volgens het nieuwsagentschap IPS gaan ook geruchten over de verkoop van stukken grond in Sinaï aan Israëlische investeerders. Koren op de molen van de oppositie, die daarmee de publieke opinie aan zijn kant krijgt. De oppositieleden, vooral onafhankelijken van het islamitische Moslimbroederschap, hekelen de steeds meer neoliberale en privatiseringskoers die Egypte wil varen, ten koste van sociale voorzieningen voor de modale Egyptenaar. Opvallend is ook dat in het parlement de oppositie groeit tegen de NDP van Hosni Mubarak, zegt de Egyptische politicoloog Amr Rabia van het Al-Ahram studiecentrum. Dat is nu nog, met een volle tweederde meerderheid, een onneembaar machtsbastion, maar het aantal parlementaire interpellaties is vorig jaar enorm gestegen. Dat is toch een belangrijke trend, en betekent op zijn minst een kaakslag voor de regering, aldus Rabia.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2799   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur