Egypte past economisch beleid aan

De volksopstand in Egypte lijkt ook een einde te hebben gemaakt aan de economische dogma’s die het land onder druk van de Wereldbank, het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Amerikaanse ontwikkelingssamenwerking volgde. Er komen weer meer subsidies om levensmiddelen betaalbaar te houden en ook de gratis openbare gezondheidszorg wordt uitgebreid.

Sinds het midden van de jaren tachtig moedigden de Wereldbank, het IMF en het Amerikaanse ontwikkelingsagentschap Usaid Egypte aan de rol van de overheid te beperken, begrotingstekorten weg te werken en meer te luisteren naar wat bedrijven willen.

Onder druk van de roerige bevolking heeft premier Ahmed Shafiq – oorspronkelijk benoemd door voormalig president Hosni Moebarak maar in zijn functie bevestigd door de militairen – snel een aantal controversiële beleidskeuzes van de voorbije jaren ongedaan gemaakt.

Rantsoenen voor iedereen

De nieuwe regering, die zal aanblijven tot er verkiezingen zijn gehouden, heeft aangekondigd dat alle burgers aanspraak kunnen maken op maandelijkse rantsoenen suiker, bakolie en rijst. De vorige regering, waarin veel zakenlui zetelden, had die rantsoenen bevroren. Alleen wie kon bewijzen dat hij of zij arm genoeg was – een lange, bureaucratische procedure waarvan de uitkomst onzeker was – werd nog geholpen.

De nieuwe minister van Financiën, Samir Radwan, beloofde vorige week ook dat het subsidiesysteem dat basislevensmiddelen voor zowat 65 miljoen mensen goedkoper maakt, niet veranderd wordt. De regering zal zelfs de nadelige effecten wegwerken van internationale prijsstijgingen. Momenteel schat Radwan de kost daarvan op 2,8 miljard Egyptische pond (311 miljoen euro).

Alle openbare ziekenhuizen zullen voortaan weer 24 uur per dag gratis zorgen aanbieden. Enkele dagen voor het begin van de volksopstand op 25 januari had de regering van Moebarak beslist dat patiënten alleen tussen acht uur ‘s ochtends en één uur ‘s middags gratis zouden worden behandeld.

Goedkope woningen

Tijdelijk aangestelde ambtenaren die minstens drie jaar voor de overheid hebben gewerkt, krijgen een vast contract met een hoger loon, een pensioenregeling en een ziekteverzekering. De voorlopige regering heeft ook beloofd dat steden en gemeenten jonge mensen sneller aan gesubsidieerde woningen zullen helpen.

Woensdag heeft de Nationale Bank van Egypte zich ook achter de eisen van het personeel in de financiële sector geschaard, die willen dat hun lonen stijgen en de vergoedingen van hun bazen worden afgetopt.

Geen bocht

Voorlopig blijft het bij relatief bescheiden maatregelen, maar sommige experts vragen zich toch al af of Egypte weer aanknoopt met zijn socialistisch verleden onder president Gamal Abdel Nasser (1956-1970). Dat gevaar lijkt echter niet groot. “We keren niet terug naar het socialisme”, zegt Amina Ghanem, viceminister van Financiën in de nieuwe regering. “We proberen alleen de branden te blussen.”

Ghanem, die ook de adjunct was van de vorige minister van Financiën Youssef Boutros Ghali, maakt zich sterk dat de economische hervormingen die Egypte de voorbije jaren doorvoerde, niet verloren zullen gaan. “We willen dat de mensen werken, niet dat ze afhankelijk worden van liefdadigheid van de staat.”

Ghanem zegt dat het niet de bedoeling is de Egyptische economie op een nieuwe leest te schoeien. De nieuwe steunmaatregelen die al werden aangekondigd, zullen volgens haar gefinancierd worden door met geld dat voor minder prioritaire uitgaven was voorzien, landschapsverfraaiing bijvoorbeeld.

Abulezz Al-Hariri, een politicus van de linkse Tagammu-partij, betreurt dat de overgangsregering geen duidelijke bocht maakt in haar economisch beleid, weg van de recepten van het Westen. “De huidige maatregelen nemen alleen de ergste pijn weg, maar genezen niets.” Volgens Al-Hariri is het duidelijk dat het beleid onder Moebarak niet werkte voor de meerderheid van de Egyptenaren, er moeten dus alternatieven komen. Al-Hariri stelt een langetermijnplan voor om meer werkgelegenheid te scheppen, met “echte” investeringen in “echte” bedrijven. De investeringsmiddelen kunnen voor een deel komen van de vermogens van zakenlui die profiteerden van hun nauwe banden met het vroegere regime. Al-Hariri breekt ook een lans voor meer overheidstoezicht op de economie, een eerlijkere inkomensverdeling en maximumprijzen voor goederen en diensten.

Maar het is de vraag of er dergelijke ingrijpende veranderingen mogelijk zijn. Mamdouh Al-Wali, een economieredacteur van de krant Al-Ahram, denkt dat de zakenwereld, aanhangers van het vroegere regime en internationale instellingen veel weerstand zullen bieden. “Zelfs een verkozen regering zal niet zomaar kunnen weerstaan aan al die tegendruk.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift